De 70-jarige Chiute Tamang, zijn vrouw, hun dochter en schoonzoon verloren hun huis bij de aardbeving van 25 april 2015. Nu leven ze in een éénkamerhut van golfplaten (Robert Stefanicki/IPS)

Slachtoffers Nepal door sociale ongelijkheid, niet door aardbeving

De aardbeving in Nepal eind april 2015 liep duidelijk langs een sociale breuklijn. Meer dan de helft van de slachtoffers behoorde tot gemarginaliseerde gemeenschappen in de samenleving, zoals de Tamang in het Himalayagebergte.

dinsdag 14 juli 2015 14:13

De
zeventigjarige Chiute Tamang was zijn veld aan bewerken toen de aarde
begon te beven. Hij kon zich vasthouden aan een boom. Zijn vrouw en
dochter waren op dat moment in huis, maar liepen net op tijd naar
buiten. In een fractie van een seconde was het gebouw veranderd in
een berg stenen. Ze hebben geluk gehad.

Bijna
alle dodelijke slachtoffers in Nepal raakten bedolven onder het puin
van hun huizen, die vaak gebouwd werden door ongeschoolde
bouwvakkers, met stenen en wat modder. Het is de populairste methode,
omdat het ook de goedkoopste is: stenen en modder zijn gratis,
bakstenen en cement kosten geld.

In
hun dorp Ramche, op 38 kilometer van de hoofdstad Katmandoe, zijn 168
van de 181 huizen onbewoonbaar geworden. Volgens de regering heeft de
ramp 607.212 gebouwen in 16 districten beschadigd. Drieënzestig
procent daarvan werd bewoond door Tamang, de grootste en armste groep
onder de Tibeto-Birmaans sprekende volkeren in de Himalaya – terwijl
zij minder dan 6 procent van de totale Nepalese bevolking uitmaken.

Ongelijkheid
doodt

Het
zijn met andere woorden niet aardbevingen die doden, maar
ongelijkheid. Van de 8.844 dodelijke slachtoffers van de natuurramp,
waren er 3.012 Tamang. Meer dan de helft van de slachtoffers behoorde
tot gemarginaliseerde gemeenschappen.

Ramche
is een Tamang-dorp. De inwoners steken niet onder stoelen of banken
dat ze arm zijn. De ongelijkheid zit diep ingebakken in de
samenleving, als gevolg van eeuwenlange uitbuiting.

In
het verleden mochten de Tamang geen enkele bestuurlijke of militaire
functies uitoefenen. Zelfs vandaag dienen ze als voetvolk, spelen ze
amper een rol in de hogere hiërarchie van leger of politie en zijn
ze ondervertegenwoordigd in de politiek.

Economische
ontbering heeft geleid tot een instroom van inheemse boeren in de
hoofdstad Katmandoe. Ze worden aangenomen als portier of
taxibestuurder. Ook in de gevangenissen zit een onevenredig aantal
Tamang opgesloten voor criminele feiten.

Wonen
in een tent

Ze
hebben nog nooit op de overheid kunnen rekenen voor hulp en dat is nu
niet anders. Na de aardbeving hebben de inwoners van Ramche elkaar
geholpen om puin te ruimen. Met wat hulp van ngo’s kregen ze de
situatie min of meer onder controle.

Een
week na de ramp kregen de dorpelingen dekens, dekzeilen en
muskietennetten, alles betaald door het departement voor Humanitaire
Hulp en Civiele Bescherming van de Europese Commissie.

De
familie van Chiute verbleef de eerste drie dagen nadat ze hun huis
hadden verloren in een hut die met enkele balken werd samengehouden.
Daarna maakten ze een tent met een dekzeil, waar ze samen met hun
geiten woonden. Vee, zo verklaart de oude man, mag je ‘s nachts niet
buiten laten staan omdat het ten prooi kan vallen aan tijgers of
luipaarden.

Na
een week leende Chiute wat geld, kocht materiaal en met de hulp van
zijn buren bouwde hij een huis voor zichzelf, zijn vrouw, hun jongste
dochter en haar echtgenoot. Het is een eenvoudig ontwerp: één kamer
met een houten skelet, bekleed met metalen golfplaten. “Zelfs
als dit huis instort, krijgen we in het ergste geval golfplaten op
ons, in plaats van stenen”, zegt Chiute ironisch.

Lening
van de overheid

Uiteindelijk
stuurde de regering nog wat hulp. Elk Nepalees gezin dat zijn huis
verloor, heeft recht op een lening van ongeveer 15.000 roepie of 135
dollar. Chiute kon de helft van die lening afbetalen. Een andere
inwoner van Ramche, de 29-jarige Deepak Bhutel, kreeg 180.000 roepie
maar had minder geluk. Zijn vrouw en achttien maanden oude dochter
stierven onder het puin van hun stenen huis.

Dit
relatief kleine bedrag volstaat om een stevig huis te kopen dat zeker
een toekomstige aardbeving zou doorstaan. Deepak en zijn oudere, nu
enige dochter, zeggen dat ze ook een hok met golfplaten verkiezen.
Deepak heeft altijd de eindjes aan elkaar moeten knopen en wil nu
niet al zijn geld aan een nieuw huis spenderen. Het valt nog af te
wachten of de Nepalese regering bij de wederopbouw zal nagaan waarom
de Tamang zo kwetsbaar zijn voor natuurrampen, en wat kan gedaan
worden om hen te behoeden voor toekomstig onheil.

Fouten
uit het verleden

De
fouten uit het verleden mogen niet herhaald worden, waarschuwt
Jagdish Chandra Pokhrel, gewezen ondervoorzitter van de Nationale
Planningscommissie, in de krant Nepali Times.

Pokhrel
herinnert aan het voorbeeld van Tamang die ontheemd werden om het
bekken in Makwanpur te bouwen, aan het begin van de jaren 1980.
Ongeveer 500 gezinnen wier land door de autoriteiten was aangeschaft,
wilden geen geld ter compensatie, maar herhuisvesting.

“De
regering gaf hen toch geld en weinigen kochten daar land mee”,
verklaart Pokhrel. “Al snel was
het geld verdwenen en waren ze volledig verarmd.”

Bron: Earthquakes
Don’t Kill, Buildings Do – Or Is It Inequity?

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!