Brussel-Zuid (foto Lode Vanoost)

“ASTB objectieve bondgenoot van vijanden NMBS”

Het Autonoom Syndicaat van Treinbestuurders roept zijn leden op om tijdens de zomervakantie zeven zaterdagen het werk neer te leggen. Met deze eenzijdige actie hypothekeert deze niet als vakbond erkende organisatie het erkende sociaal overleg. “Zo toont ASTB zich een objectieve bondgenoot van de politieke krachten die de NMBS willen vernietigen”.

woensdag 8 juli 2015 12:10

Het
werd reeds eerder vermeld op DeWereldMorgen.be (zie
Test-Aankoop,
Johnny Thijs en ASTB voeren zelfde strijd
).
Het Algemeen Syndicaat van Treinbestuurders is – de zelfgekozen naam ten spijt – geen
vakbond. Het is een exclusieve belangenorganisatie van één groep werknemers
bij de NMBS, meer bepaald de treinbestuurders van de reizigers- en goederentreinen en hun Belgische collega’s bij Thalys en Eurostar. Machinisten van
rangeer- en werktreinen horen hier niet bij. Het ASTB is bij
geen enkel groter vakverbond aangesloten.

De
NMBS heeft jarenlang geweigerd met het ASTB te onderhandelen, zoals
het dat met de erkende vakbonden ACV-Transcom en ACOD-Spoor wel doet. Na
een vonnis van de rechtbank van 25 maart 2010 – dat volgde op een
juridische strijd die negen jaar heeft geduurd – werd de NMBS
verplicht alsnog met de organisatie in gesprek te gaan. Het bedrijf
deed dat daarvoor ook al, zij het via niet-officiële kanalen, uit
puur pragmatische overwegingen. Sindsdien heeft het ASTB het statuut
van ‘aangenomen organisatie’, in tegenstelling tot de vakbonden die ‘erkende organisaties’ worden genoemd.

Zelf
stelt het ASTB dat één derde van al de huidige 3800
treinbestuurders lid zou zijn van de organisatie. Sinds het vonnis van 2010 werft het
ASTB actief leden onder de treinbestuurders, met beloftes van loonsverhogingen en betere werkvoorwaarden. Voor de loonsverhogingen
stelt de organisatie eisen die de hoogste
eisen van de erkende vakbonden ver overschrijden. Bovendien belooft
het ASTB zijn leden dat het die looneisen met terugwerkende kracht
wil afdwingen – iets wat ingaat tegen alle syndicale tradities.

De zaak ligt zeer gevoelig onder de collega’s treinbestuurders. Praten met de media is voor het NMBS-personeel sowieso niet evident, nog meer voor de treinbestuurders. DeWereldMorgen.be vond toch een voormalig treinbestuurder bereid om namens zijn collega’s een aantal bemerkingen te maken. 

Hoge werkdruk

“Er
is niemand die betwist dat de voorbije jaren de werkdruk zeer zwaar
is toegenomen. De wisseltijden tussen de ritten zijn verkort, de opeenvolgende
ploegen zijn zwaar, één weekend op twee, één feestdag op twee, zeer vroege
uren, zeer late, nachtdiensten. Ironisch genoeg zijn treinbestuurders
(en treinbegeleiders en seingevers) een beroepscategorie die bijna
nooit met de trein naar het werk kunnen. Wij moeten met de auto naar
het werk. Wij zijn het immers die die eerste trein van stal halen (en
die de laatste binnenrijden). Met de jaren begint dat te wegen.”

“Die
voortdurend wisselende ploegen, een vroege, dan een late, een
dagdienst, nooit een aantal dagen na elkaar met dezelfde dienst, dat
is er niet zomaar. Dat hebben de treinbestuurders zelf zo gewild. Uit
ervaring is immers gebleken dat het uitvoeren van éénzelfde dienst,
éénzelfde lijn, dezelfde stops, dezelfde seinen meerdere dagen na elkaar
gevaarlijk is, omdat dan gewoontevorming en routine binnensluipt. Door net elke dag
andere lijnen met andere stops, andere uren, andere seinen, andere
perrons te rijden is de bestuurder verplicht alert te blijven. Maar
dat weegt inderdaad.”

“Treinbestuurders
hebben dus zonder twijfel een zwaar beroep. Ze zijn volgens mij met
reden een van de weinige beroepscategorieën die nog steeds
onveranderd op 55 jaar met pensioen mogen gaan. Geen enkele reiziger
wil immers vooraan in zijn trein een sympathieke grijze zestiger die zit te dommelen of met een
pijnlijke rug zijn ritten afwerkt. Ondertussen zijn er echter heel
wat andere even zware beroepen waarvoor de pensioenleeftijd wél is
opgetrokken. Dat is niet eerlijk tegenover die anderen.”

“De
treinbestuurders hebben ook heel wat extra voordelen, die andere
beroepscategorieën binnen het bedrijf niet hebben. OK, daar zijn dus
goede argumenten voor. Maar ook seingevers en treinbegeleiders dragen een zware
verantwoordelijkheid voor de veiligheid van de reizigers.”

“Kijk,
niemand die de verantwoordelijkheid van een treinbestuurder met 800
reizigers achter zich betwist. Dat geldt echter even goed voor
hun collega’s, zoals de seingevers. Dan zijn er nog de technici, die
de verantwoordelijkheid van de technische veiligheid van de treinen
dragen. Doe dat maar dag na dag, terwijl je weet dat één fout kan
fataal zijn, en dat dertig jaar lang, als je jong begint. Dus ja,
treinbestuurders verdienen daar een degelijk loon en werkvoorwaarden
voor.”

Eén schakel in het bedrijf

“Wat
er echter fundamenteel verkeerd is aan de de ASTB, is dat zij enkel en
alleen opkomen voor de belangen van één schakel in de hele
keten van het bedrijf. Die eisen zijn in de huidige
economische context bovendien overdreven en totaal onrealistisch.”

“Trouwens,
zowat al de bestaande extra rechten zijn er gekomen dankzij de inspanningen
van de erkende vakbonden. Dat weten de leden van de ASTB goed. Ze zijn dan ook niet voor niets bijna allemaal lid van ACOD-Spoor of ACV-Transcom.”

“Zo
werd onder meer bekomen dat treinbestuurders die om medische redenen
definitief afgekeurd raken, niet meer gedegradeerd worden tot bijvoorbeeld perronveger, zoals vroeger inderdaad gebeurde. Het beroep
heeft nu ook een A2-kwalificatie (volledige cyclus technische
humaniora). Afgekeurde treinbestuurders krijgen andere taken
aangeboden op hun A2-niveau, op administratief niveau. Ze kunnen ook treinbegeleider, loketbediende,
administratie, seingever e.d. worden wanneer ze dat willen, als ze daar de vereiste opleiding volgen, testen en proeven afleggen. Dat wordt voor de jongeren nu wel
minder relevant, omdat de laatste tien jaar de nieuwe kandidaten
zowat allemaal reeds een A2-diploma hebben.”

“Ook
de verhoging van de loonschaal na 12 jaar dienst werd door de erkende
vakbonden afgedwongen, net als het behoud van de tweejaarlijkse verhogingen, ook als ze niet meer als treinbestuurder werken. Het klopt ook niet dat de Belgische
treinbestuurders de slechts betaalden van West-Europa zouden zijn,
zoals de ASTB beweert. Waarom hebben bijvoorbeeld de Duitse
treinbestuurders nog maar pas zo lang en hard gestaakt? Je moet er ook nog de premies voor ploegen bijtellen.”

“Elke Belgische treinbestuurder
krijgt daar bovenop een productiviteitspremie van 330 euro per maand,
dat is meer dan het dubbele van wat het andere NMBS-personeel krijgt
(125 euro). Een beginnende treinbestuurder verdient hetzelfde als een
technicus met bachelor-diploma. Is dat genoeg? Daar kan altijd over
gediscussieerd worden. In ieder geval gaat het niet op om dat alleen
voor jezelf op te eisen.”

Betere opvang fouten en ongevallen

“Het
passeren van rode lichten wordt terecht en met volle instemming van
de vakbonden en de treinbestuurders veel strenger aangepakt dan
vroeger. Wie betrapt wordt, moet alle
psychologische, technische en andere testen opnieuw doen – in feite
zoals een nieuwe kandidaat – en mag in afwachting niet meer rijden.
Hij behoudt zijn loon wel, maar verliest ondertussen uiteraard zijn
ploegenpremies en dergelijke. Dat is niet meer dan normaal. Dat kan soms wel maanden duren.”

“De
maatschappij heeft de voorbije jaren ook enorme inspanningen gedaan
voor de psychologische opvang van treinbestuurders bij ongevallen met
auto’s en bij zelfmoorden. De resultaten kan je zien. Er zijn bijna
geen treinbestuurders meer die er mee stoppen na dergelijke
traumatische ervaringen. Dat was vroeger wel anders. De directie was
daar ooit heel bot mee. Het zijn nu gelukkig andere tijden. Je kan
dus echt niet beweren dat het bedrijf zijn treinbestuurders niet
ernstig neemt.”

“Als
de NMBS zou ingaan op de eisen van het ASTB zou dat een
meerkost van 15 miljoen euro per jaar betekenen, voor 3800 personen,
iets meer dan 10 procent van al het personeel. Dit is niet ernstig
meer, om in tijden van economische recessie met dergelijke eisen te komen.”

Concrete consequenties

“Je
moet deze acties niet alleen beoordelen op hun uitgesproken
intenties, maar op hun concrete consequenties. Op zaterdagen tijdens
de zomer haalt de NMBS heel wat extra-inkomsten uit de
toeristentreinen, vooral naar de kust. De leiding van de ASTB
beweert dat ze zo de gewone werkende mens wil sparen. Ze vergeten dan
wel even dat het net die gewone mensen zijn die daguitstapjes doen
met de trein, gepensioneerde grootouders met de kleinkinderen en zo.
Die schade is er nu al, zelfs al blazen ze de actie nu of na één
zaterdag af. Heel wat mensen zullen immers op voorhand afhaken voor de weekenduitstapjes
met de trein.”

“Dit zijn guerrillatechnieken. Het ASTB wil de NMBS
raken in zijn inkomsten door deze dreiging met zaterdagstakingen. Er
zit trouwens een heel hypocriet kantje aan deze actie.
Treinbestuurders werken één weekend op twee (weekends tijdens hun
verlofperiode niet meegerekend). Ze moeten dus slechts maximaal vier
van die zeven dagen het werk neerleggen.”

“Echte
sociale actie is gebaseerd op solidariteit. Bovendien kan je er niet
naast kijken. Wie verheugt zich op deze acties? De partijen die de
NMBS en de vakbonden willen raken, die het stakingsrecht willen
afbreken, die de miminale dienstverlening willen invoeren. Met deze
actie toont het ATSB zich een objectief bondgenoot van de vijanden
van de NMBS. Op enkele partijhoofdkwartieren wordt nu gejuicht.”

UPDATE: Aan deze tekst werden een paar zaken aangepast. De  OVS is lid van een groter vakverbond en is dus wel een vakorganisatie. 

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!