“Droombestemming” werd nachtmerrie voor Mohammad

Mohammad Yasin uit Bangladesh heeft op zijn zestiende al een reis naar de hel en terug achter de rug. Hij overleefde een gevaarlijke tocht op zee, met 115 anderen, in het laadruim van een boot. Zijn "droombestemming" Maleisië bereikte hij niet.

dinsdag 30 juni 2015 16:16

Vijfenveertig dagen
dobberden ze op de Indische Oceaan, tussen thuisland Bangladesh en Maleisië.
Aan boord was nauwelijks voedsel en water en heerste de angst om niet levend
aan land te komen. Halverwege de reis zag Yasin een van zijn medereizigers
sterven van de honger, een lot dat hem ook bijna trof.

De jonge man,
afkomstig uit een familie van schoenlappers in Teknaf, dat in het meest
zuidelijke puntje van het kustdistrict Cox’s Bazar ligt, barst in tranen uit
als hij het verhaal vertelt. Hij laat het menselijke gezicht zien achter de
exodus van migranten en politieke vluchtelingen in
Zuidoost-Azië.

Marteling

Yasin zegt dat het allemaal begon met
een groep mannen uit het aangrenzende district Bandardan, die beloofden hem
en vijf anderen naar Maleisië te brengen. Daar zouden ze werk kunnen zoeken.
Met een salaris van 72 euro in de maand en een gezin van vier personen
inclusief een zieke vader, zag Yasin Maleisië als een “droombestemming” waar
hij genoeg zou kunnen verdienen om zijn familie te onderhouden.

“De
mannen vertelden ons dat we vooraf niets hoefden te betalen. Pas als we werk
hadden in Maleisië, moesten we 2.300 euro betalen. Op de laatste zondag van
april gingen we samen met een grotere groep mannen en vrouwen naar het
afgelegen eiland Shah Porir Dwip. Daar gingen dezelfde avond nog aan boord
van een grotere houten boot.”

Toen ze een eindje op weg waren in de
Baai van Bengalen, kwam bij Pathein in het zuiden van Myanmar nog een groep
Rohingya-moslims aan boord. Deze etnische minderheid wordt in Myanmar al
lange tijd vervolgd en levert momenteel veel vluchtelingen in de
regio.

Samen met de tien organisatoren van de reis, die
mensensmokkelaars bleken te zijn, telde de groep ongeveer 130 mensen. Niemand
wist hoe en wanneer ze hun bestemming zouden bereiken. “Tijdens de reis werd
het steeds erger”, zegt Mohammed Ripon, een andere vluchteling uit
Bangladesh. “Er was weinig voorraad aan boord en water en voedsel werd om de
drie dagen gerantsoeneerd. Veel mensen werden zeeziek van de sterke golven en
moesten overgeven.”

Overdag ging het laadruim open en zaten de
vluchtelingen in de volle zon. ‘s Nachts ging het ruim dicht en was het
ijskoud. Niemand kon slapen; de kreten en geluiden van zieke en angstige
vluchtelingen hielden het hele gezelschap wakker.

Af en toe hield de
boot stil, vermoedelijk om van bemanning te wisselen, zeggen de passagiers.
Niemand wist dat echter zeker, en niemand durfde vragen te stellen uit angst
mishandeld of overboord gegooid te worden. Een paar vluchtelingen waren op
dat moment al geslagen omdat ze te veel vragen hadden gesteld.

Na een
marteling van bijna anderhalve maand stuurde de Bengalese kustwacht de boot
naar het eiland St. Martin, voor de kust van Cox’s Bazar – vlak bij de
plaats waar de hoopvolle emigranten hun reis waren begonnen. Pas toen de
uitgehongerde, broodmagere vluchtelingen van boord gingen werd duidelijk dat
de bemanning het schip allang verlaten had.

Teruggesleept naar
zee

Hoewel hun dromen vervlogen zijn, heeft deze groep geluk gehad. Ze
hebben hun leven, hun bezittingen en hun geld nog. Voor veel anderen pakt het
anders uit: zij worden beroofd, overboord gegooid of zelfs begraven in
massagraven door netwerken van smokkelaars die misbruik maken van de
economische malaise of onderdrukking van gemarginaliseerde gemeenschappen in
Zuidoost-Azië.

Volgens de Hoge Commissaris voor de Vluchtingen van de
Verenigde Naties hebben in vijftien maanden tijd naar schatting 88.000
Bengalezen en Myanmarezen een poging gedaan Thailand, Maleisië of Indonesië
te bereiken.

Ongeveer driehonderd van hen kwamen om op zee in het
eerste kwartaal van 2015. Sinds oktober 2014 verloren 620 mensen hun leven
tijdens de gevaarlijke reis. Wat de situatie nog verslechtert, is dat de
regeringen in de regio – met name de Thaise en Maleisische autoriteiten –
de schepen weigeren. Soms worden ze zelfs op sleeptouw genomen en
teruggesleept naar volle zee, ook al zijn er wanhopige en uitgehongerde
mensen aan boord.

Geld kwijt

Migranten uit Bangladesh
ontvluchten de armoede en werkloosheid in het land met bijna 157 miljoen
inwoners. Dertig procent van de Bengalezen leeft onder de armoedegrens.
Volgens cijfers van het Bengalese Bureau voor Statistiek zou het
werkloosheidspercentage 4,53 procent zijn, ofwel bijna 6,7 miljoen
mensen.

Mohammad Hasan (34), afkomstig uit het noordwestelijke district
Thakurgaon, is een van de velen die dromen van een beter leven in een ander
land. “Ik heb mijn geërfde land verkocht om naar Maleisië te kunnen. Daar
hoopte ik werk te vinden in de bouw. Hier verdien ik niet genoeg om mijn
gezin te onderhouden.” Ook hij legde zijn leven in de handen van smokkelaars
om Maleisië te bereiken. Samen met zo’n honderd andere vluchtelingen werd
hij voor de kust van Thailand opgepikt van een boot die ook al door de
bemanning verlaten was. De vluchtelingen overleefden de reis, maar het
betaalde geld voor de overtocht waren ze kwijt.

De 41-jarige Kawser Ali
uit Gangachara, een dorp in het noordelijke district Rangpur, heeft een
soortgelijk verhaal. Hij wilde de overtocht maken omdat hij als boer niet
genoeg verdient voor zijn acht leden tellende gezin, inclusief schoonfamilie.
De meeste van zijn reisgenoten waren ook kleine boeren zoals hijzelf. “We
hebben geen vast inkomen en verdienen te weinig om onze economische situatie
te verbeteren. Ik wil graag dat mijn zoon naar een betere school gaat en dat
ik mijn vrouw op de brommer naar de markt kan brengen.”

Het zijn deze
bescheiden wensen, samen met de verhalen van vrienden en buren die de
oversteek wel met succes hebben gemaakt, die talloze mensen zoals Kawser
ertoe aanzetten zich over te leveren aan smokkelaars en de genade van de zee,
in de hoop op een beter leven.

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!