© Nikos Pilos
Opinie -

Waarom Griekenland de gemoederen beweegt

Het is een heel merkwaardig fenomeen: onze media kiezen al sinds begin 2015 eenzijdig en doortastend de kant van de EU en de Eurozone in de berichtgeving over Griekenland, zijn nauwelijks te bewegen tot enige positieve berichtgeving wanneer het over de Syriza-regering gaat, en zetten elke betoging tegen Syriza vol in de verf terwijl pro-Syriza betogingen als faits divers worden afgedaan – en toch is er massale steun voor de Griekse regering in haar gevecht met de Trojka.

maandag 29 juni 2015 13:23

Niemand kan zich op basis van de aanvoer aan informatie vanuit onze
grote media echt grondig en genuanceerd noemen over Griekenland. We
krijgen de ontgoochelde Dijsselbloem te horen na afloop van alweer een
mislukte Eurozone-top, en Eric Van Rompuy en Marianne Thyssen, en
uiteraard Johan Van Overtveldt. Maar we horen niets van en door Tsipras,
Varoufakis, of de vele eminente economen die al lang met cijfers in de
hand uitleggen waarom de Europese austeriteitspolitiek economisch
rampzalig is.

Die stemmen vinden we op de sociale media, en de Griekse crisis maken
ten overvloede duidelijk dat de grote politieke spelregels veranderd
zijn. Propaganda vanuit de grote media beweegt nog een middensegment van
de publieke opinie; maar daarrond krijgen we steeds dikkere groepen van
mensen die zich autonoom en grondig informeren via de enorme stroom aan
kennis die op sociale media circuleert.

Toen Syriza verkozen werd in
januari dit jaar, deed die partij dat ook tegen een gigantische lawine
aan mediapropaganda in: zowat alle Griekse media hadden de
Grieken met apocalyptische beelden opgeroepen vooral conservatief te
stemmen – en Syriza miste ternauwernood de absolute meerderheid in het
Griekse Parlement. Idem in Spanje met Podemos – ook daar groeit een
partij die de media niét in haar zak heeft. En idem in eigen land met
organisaties zoals Ringland, Ademloos en Hart boven Hart: ook daar geven
de media liefst de standpunten van de machtige tegenstrevers weer,
terwijl de bewegingen zelf blijven groeien – gisteren
woonden zo’n 20.000 mensen het Ringlandfestival in Antwerpen bij.
Nodeloos te zeggen dat de schaal waarop deze protestbewegingen opereren
een netjes doodgezwegen materie blijft, al maken de verkiezingen in
Griekenland en Spanje wel duidelijk dat die schaal best enorm kan zijn.

Nieuwe informatiecultuur

Politici moeten dus beseffen dat de grond onder hun voeten
verschuift, dat groeiende aantallen burgers zichzelf informeren en dat
doen op een grondige, overwogen manier, via kanalen waarop de overheid
weinig of geen greep heeft. En dat deze nieuwe informatiecultuur het
politieke spel gestaag maar zeker fundamenteel verandert. De
geïnformeerde burger wéét waarover het gaat, en vormt zijn/haar opinie
al lang niet meer alleen op basis van wat Yves Desmet of Yvan De Vadder
daarover te vertellen hebben.

Dat is de reden waarom Griekenland de gemoederen zo beweegt: steeds
meer mensen doorzien het spel, terwijl de Europese leiders er blijven
van uitgaan dat zij de enigen zijn die de spelregels beheersen. De
Europese leugens komen open en bloot te liggen, en daardoor verliest de
Unie aan een razende vaart haar legitimiteit. Ik geef een kort overzicht
van de inzichten die mensen als tegenwicht tegen die leugens hebben
verworven.

1. De crisis in Griekenland stelt een legitiem en democratisch tot
stand gekomen regering met een mandaat van het volk tegenover een
niet-verkozen technocratie die enkel een mandaat heeft van de financiële
grootmachten. Tsipras en Varoufakis moeten praten met Draghi,
Dijssebloem, Juncker en Lagarde – leiders van organen die geen enkele
democratische basis hebben, en ervan uitgaan – dat is het oude spel –
dat zij en niemand anders de concrete wetten zullen schrijven die dan
door democratisch verkozen leiders naar democratisch verkozen
parlementen worden gedragen ter goedkeuring. Kritiek op die
wetten (“maatregelen” heten ze in de Newspeak van de Trojka) wordt door
Thyssen bestempeld als “brutaal” en “onhoffelijk”, door Van Rompuy als
“suïcidaal”. Mensen trappen daar niet meer in en zien de crisis in
Griekenland als een crisis van de democratie.

2. De “maatregelen” voorgesteld (of opgelegd) door de Trojka hebben
al lang niets meer te maken met economische problemen. Meer nog, voor
zover ze van economische aard zijn, hebben ze de afgelopen jaren in
Griekenland een puinhoop zonder precedent geschapen, met een daling van
het Griekse BNP met zo’n 25% en een stijging van de werkloosheid met
190%. Het “economische relanceplan” van de Trojka is net wat de Griekse
economie de das heeft omgedaan. Het heeft immers maar één richting: een
land uitpersen als een citroen zodat de geldschieters forse
interestwinsten kunnen opstrijken. Het IMF heeft al 2,5 miljard Euro
verdiend aan de “steun” die ze “geeft”. Het argument dat dit het enige
mogelijke recept is voor “relance” klinkt dan ook steeds belachelijker,
temeer aangezien de Griekse voorstellen zelf nooit effectief worden
weerlegd op economische basis, en geen enkele aandacht genieten vanwege
onze grote media, terwijl ze best wel een debat waard zijn. Men begrijpt
stilaan dat het hoofddoel van de Trojka (reeds aangekondigd vlak na de
Griekse verkiezingen van januari 2015) erin bestaat deze linkse
Syriza-regering te breken en te vervangen door de meer volgzame types
die de afgelopen jaren netjes met de Trojka-wetten het Parlement binnen
liepen. Mensen zien het conflict dan ook als een ideologisch conflict tussen links en rechts.

3. Mensen hebben de onderhandelingen ook effectief gevolgd; ze hebben
de sequens van voorstellen, afwijzingen, tegenvoorstellen en
communiqués van naderbij bekeken, en vragen zich dan ook af wat er zo
fout is aan de Griekse voorstellen die vooral fiscale rechtvaardigheid
beogen en draaien rond de verhoging van de inkomsten van de Griekse
staat – terwijl de Trojka net de verlaging van de uitgaven van de staat
beoogt, of beter, het ontmantelen van de Griekse staat en haar
samenleving, tot wanneer er geen geld meer te rapen valt. Ze snappen
niet waarom de “structurele maatregelen” die de Trojka graag uitgevoerd
zou zien noodzakelijk een verarming van een reeds zwaar getroffen
bevolking moeten inhouden, maar geen hoge belasting van grote fortuinen
en bedrijfswinsten, ook al zijn die fortuinen aanzienlijk gegroeid
sinds het uitbreken van de Eurocrisis. Ze snappen ook niet goed waarom
een btw-verhoging zo’n prioriteit is voor de Trojka, wanneer de Griekse
bevolking al enorme inleveringen inzake koopkracht heeft gedaan. Mensen
lezen in de berichtgeving dan ook een conflict inzake de visies op crisisbeleid – wie daarin de zwaarste lasten moet dragen, wie niet, en waarom.

4. Mensen leggen ook een verband met evoluties in eigen land en samenleving.
Dit is wellicht de grootste nederlaag van de grote media: men ziet de
Griekse crisis niet meer als een crisis van de Grieken alleen, maar als
een systeemcrisis die ook bij ons – vooralsnog
in mindere mate – hetzelfde gelaat heeft, dezelfde actoren omvat,
dezelfde regeltjes hanteert en dezelfde doelstellingen nastreeft. Meer
nog, wat we zien is dat de Griekse crisis stukje bij beetje een nieuw
type Euro-scepticisme in het leven roept, niet aangevuurd door
reactionair en separatistisch nationalisme, maar wel door sociale
vraagstukken en vraagstukken inzake democratische legitimiteit. De
Griekse crisis is een crisis van de grote politieke waarden geworden,
een crisis van het samenlevingsbeeld, van de “grote woorden”
democratie, rechtvaardigheid, respect, waardigheid. En over de hele Unie
komen miljoenen mensen hiervoor dagelijks op straat – zeker op
verkiezingsdag.

5. En ten slotte beginnen ze duidelijk te begrijpen dat het Europese project een oligarchie aan het worden is,
geleid door de “grote landen” in samenspraak met de niet-verkozen
technocraten en de financiële lobby’s die ze afdekken, met nauwelijks
ruimte voor inspraak voor “minder belangrijke” spelers – de bevolkingen
op kop. Het volk wil één ding maar de oligarchie wil iets anders, en de
uitslag van dit gevecht staat bij voorbaat vast. De oligarchie wint, en
eerder dan een systeem waarin de menselijke vrijheid centraal staat
wordt de Unie een verdrukkend en ontmenselijkend regime. De massale
mobilisatie rond Griekenland en het onverwacht heftige protest tegen het
TTIP tonen aan dat de bevolkingen ook deze oligarchische en autoritaire
tendens beu zijn en niet zomaar naast zich neerleggen. De inzet van het
protest is dus niet enkel het afwijzen van voorstellen en standpunten,
het is terug greep krijgen op de Unie die hen zou moeten vertegenwoordigen.

Verschuiven

De Europese Unie was een mooi project: het zou de alles overstijgende
politieke koepel zijn voor een half miljard mensen, gedreven niet door
geld maar door de grote waarden ik die daareven opsomde. De Unie is
razendsnel afgegleden naar politique politicienne: een
alledaags systeem van incompetente politici die zich laten lijmen door
de beloften van de meest kapitaalkrachtige lobby’s, hun media en hun
deskundigen en lak hebben aan de bevolkingen die hen in die leidende
posities hebben geplaatst. Het protest tegen de Unie is dan ook niet
“anti-Europees”, het is een protest dat net teruggrijpt naar de grote
waarden van het oorspronkelijke Europese project.

Dat is wat mensen beweegt om de straat op te gaan en hun steun uit te
drukken voor een land en een regering die de onze niet zijn: de eis om
een verbeterde democratie en een warme, solidaire samenleving op
Europese schaal. De invulling van deze doelstelling halen mensen nu
zelfstandig binnen via informatiekanalen die de hunne zijn. En met die
informatie weerleggen ze op redelijke en feitelijke gronden de leugens
van het systeem dat ze afwijzen. Dat soort nieuwe democratische beweging
is wat de grond onder onze politici doet verschuiven. En die
verschuiving zal niet stoppen.

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!