Werkbaar werk en verwende prinsesjes
Het debat over langer werken mag dan zo goed als beslecht zijn, het debat over werkbaar werk is dat in geen geval.
Geheel toevallig bevinden we ons midden in de BEL10, de tiendaagse van Radio 1, waarbij Vlamingen gevraagd wordt wat ze zouden veranderen als ze het voor het zeggen hadden. Twee van de meest besproken thema’s waren werk en zorg. Vooral het gesprek over arbeidsduurverkorting beroerde vurige voor- en tegenstanders. Eveneens geheel toevallig stond vandaag in het teken van de mantelzorg.
Sommige toevalligheden zijn te mooi om te laten liggen.
Wachten op zorg
Mantelzorger ben je als je op frequente basis zorg biedt aan iemand die omwille van ziekte, handicap of ouderdom zorgbehoevend is. Het gaat niet om beroepsmatige, maar vrijwillige zorg. Naar schatting 600.000 Vlamingen zijn mantelzorgers. Daaronder bevinden zich heel wat mensen tussen de 50 en de 65 jaar, maar ook onder de jongere generaties zitten heel wat mantelzorgers.
Om en bij de 25.000 zorgbehoevende Vlamingen staan op een wachtlijst. Die wachtlijsten in de zorgsector zijn de afgelopen tien jaar maar liefst drie keer zo lang geworden.
Intussen regent het klachten en bekommernissen over de ondermaatse zorg in private woon- en zorgcentra en in de integrale jeugdzorg. Wie wel een plaats vindt, wordt dus niet noodzakelijk ook degelijk en aangepast verzorgd.
Onwerkbaar werk
De werkbaarheidsmonitor (Vlaams instrument om de kwaliteit van werk in Vlaanderen te meten) legde bloot dat 45,7% van de werknemers geen werkbaar werk heeft, maar geconfronteerd wordt met 1 of meerdere pijnpunten. Bij werknemers in de zorg en het onderwijs stijgt dat aantal tot 59,8%. In de bouwsector geeft maar liefst 62,4% van de werknemers aan dat hun job niet werkbaar is.
615.000 Vlamingen kampen met werkgerelateerde stress, waarvan 220.000 specifiek met de combinatie arbeid-gezin.
55% van het ziekteverzuim is stressgerelateerd. 29,3% van de werknemers is problematisch geestelijk uitgeput. Datzelfde geldt voor 38% van de zelfstandigen.
Het lijkt logisch dat dergelijke harde cijfers en heldere feiten een prominente rol krijgen in het debat over werkbaar werk. Hoe moeten mensen zorgen wanneer ze meer en langer moeten werken? Waar blijven we met de zorgbehoevenden wanneer de mantelzorg wegvalt? Moeten we het tekort aan zorg niet compenseren door mensen de ruimte te bieden zelf zorg te bieden? Wat met de toenemende stress en het zorgwekkend aantal burn-outs?
Het reguliere antwoord is er een van nog meer en langer werken.
“Vroeger werkten we veel meer!”, roepen arbeidsspecialisten. Waarbij ze gemakshalve vergeten te vermelden dat mannen 50 uur per week werkten, maar vrouwen thuis voor het huishouden, de kinderen en de bejaarde ouders zorgden. 50 uur per gezin is niet hetzelfde als 50 uur per burger. Wat ook onder het tapijt blijft liggen, is de bevinding dat we misschien wel een kortere werkweek hebben dan pakweg 50 jaar geleden, maar dat we maar liefst 4,5 keer zo productief zijn geworden. Waar is het rendement van die vermenigvuldiging naartoe? We hebben ze in ieder geval niet omgezet in meer tijd.
Verwende prinsesjes
Vrouwenorganisatie Femma pleit al een paar jaar actief voor arbeidsduurverkorting, een idee dat allesbehalve nieuw is en door heel wat denkers en zelfs economen wordt omarmd.
Dat uitgerekend een vrouwenorganisatie de
strijdbijl ter hand neemt om voor een nieuw soort voltijds te strijden (in dit geval de dertigurenweek) is –
alweer – geen toeval. Het leeuwendeel van de gezinszorg en de mantelzorg komt
op vrouwenschouders terecht. Wie de bikkelharde combinatie van voltijds werken
en zorgen niet aankan, heeft weinig opties. Je kan deeltijds aan de slag, maar
dan worden de jobaanbiedingen schaars en blijkt de financiële impact niet
gering. Niet alleen daalt je inkomen, maar daarnaast komen ook je
pensioenrechten onder druk te staan. Voor alleenstaanden is deeltijds werken al helemaal onhaalbaar.
Veel gezorgd? Als beloning mag je je oude
dagen doorspartelen met een inkomen rond de armoedegrens. Het maakt meteen duidelijk hoe zorg wordt
geapprecieerd in onze huidige samenleving: nauwelijks. Het is aardig dat het er
is, maar we vinden het niet nodig die appreciatie te verzilveren. Waarom heb je recht op menswaardig oud worden na 45 jaar betaalde arbeid, maar niet na een half mensenleven lang zorgen voor wie die zorg nodig had?
Vrouwen die hun kaarten op tafel leggen en met enige schroom toegeven dat ze het niet rondkrijgen, worden schamper weggezet als verwende prinsesjes.
Beleidsmakers en experten bieden geen waardige oplossingen voor de problemen waar de 'sandwichgeneratie' mee kampt.
Wie naast haar voltijdse baan en de bijhorende pendeltijd nog een gezin overeind houdt en een zieke of hulpbehoevende ouder ondersteunt, die hoeft geen bloemen of een doos pralines, maar perspectief, een perspectief dat zowel een leefbaar inkomen, een haalbaar en gezond werkkader, als een waardig pensioen omvat.
Buigen of breken
Britse onderzoekers vroegen werknemers wat ze zouden kiezen: de loterij winnen of minder werken. Twee derde van de bevraagden kozen voor het laatste.
Een bevinding die in schril contrast staat met de manier waarop identiteit en arbeid samenvallen in onze moderne samenleving. Werk, met name betaald werk, heeft een religieuze status gekregen. Het lijkt ons enige bron van zingeving te zijn geworden, ons voornaamste bestaansrecht. Wie er geen heeft, is een paria. Wie er te veel heeft, buigt of breekt.