Het debat over het Offerfeest: Dierenwelzijn mag enkel opgeofferd worden voor winst

Het debat over het Offerfeest: Dierenwelzijn mag enkel opgeofferd worden voor winst

vrijdag 19 juni 2015 16:48

“Als slachthuizen glazen muren hadden
zou iedereen vegetariër zijn”, is een bekende uitspraak van Paul
McCartney. Of dit klopt weten we natuurlijk niet en of het wenselijk
is dat iedereen vegetariër wordt is een discussie die ik hier niet
wil voeren. Deze uitspraak doet wel de vraag rijzen of de jaarlijkse
ontsteltenis rond het Offerfeest redelijk is wanneer we het dagelijks
massaal slachten van dieren voor de gewone vleesconsumptie in
rekening brengen. Is het verschil zo groot dat het onverdoofd slachten
bij het Offerfeest een ander niveau van dieronvriendelijkheid is? Hoe
kunnen we de jaarlijkse aandacht voor het Offerfeest anders
verklaren?

Om de zoveel tijd is er een relletje
rond een bepaald product waarvan de productie uitblinkt in wreedheid
ten aanzien van dieren. Recent ging het over Angorawol. Hier lijkt de
uitspraak van Paul McCartney alvast te kloppen. Nu de consument weet
hoe Angorawol gemaakt wordt lijkt niemand het nog te willen. Maar
zelden worden de achterliggende economische structuren besproken. Of
het nu gaat over kleding of vleesproductie, in onze huidige
samenleving is bedoeling van het productieproces altijd erop gericht
zoveel mogelijk winst te maken. De gevolgen voor de dieren die in dit
productieproces gevangen zitten zijn talrijk.

Dieren voor winst

Een van de vele voorbeelden van
gevolgen zal ik kort bespreken. Dierenrechtenorganisatie Bite Back
heeft de voorbije jaren een onderzoek gedaan naar varkensleed in
Vlaanderen
.Als deel hiervan bespreken ze ook hoe het leven van een
varken dat geboren wordt in de bio-industrie eruit ziet. De invloed
van de zoektocht naar winst is hier alomtegenwoordig. Zo wordt een
zeug twee à drie keer per jaar kunstmatig zwanger gemaakt en door
genetische selectie werpen die zeugen vaak meer dan tien biggen in
plaats van de normale vijf biggen. Mede hierdoor sterven 14% van de
biggen of worden dood geboren.

Om beregeur te vermijden worden de
mannetjesbiggen gewoonlijk onverdoofd gecastreerd. Veel mensen
blijken beregeur niet eens op te merken en indien men niet zou
castreren komt het ook maar bij een kleine minderheid van de
mannelijke varkens voor. Hierna worden de biggen vetgemest en na zes
maanden worden ze naar het slachthuis gebracht. Een varken zou
normaal meer dan tien jaar oud worden maar dat zou natuurlijk niet
kostenefficiënt zijn.

Voor de slacht worden ze via
elektrocutie bedwelmd en ondergedompeld in kokend water om de huid te
versoepelen. Soms werkt de elektroshock op het hoofd niet goed, wat
erg pijnlijk is. Ofwel worden ze dan opnieuw geëlektrocuteerd, ofwel
worden ze geslacht terwijl ze nog bij bewustzijn zijn. Vaak wordt
voor de laatste optie gekozen zodat het slachtproces niet vertraagd
wordt. Na een hopelijk geslaagde verdoving worden de varkens gevild,
of met een haak ondersteboven gehangen en met een groot mes gekeeld.

In België ondergaan elk jaar elf
miljoen varkens dit proces. Waarschijnlijk worden er meer varkens
onverdoofd geslacht om kosten te besparen (zoals hierboven
beschreven) dan dat er dieren onverdoofd geslacht worden tijdens het
Offerfeest. Daarbij zou ik aan de mannelijke lezers nog willen vragen
wat u het meest pijnlijk lijkt: onverdoofde castratie of onverdoofd
gekeeld worden?

Dit is geen samenvatting maar slechts
een kleine illustratie van de invloed van de zoektocht naar winst op
dierenwelzijn. Binnen dit soort economie is een dierwaardig leven een
utopie. Wanneer dit de goed weggestoken maar dagdagelijkse realiteit
is, is het enigszins opmerkelijk dat het onverdoofd slachten tijdens
Offerfeest in dezelfde samenleving jaarlijks zoveel commotie
veroorzaakt. Drie verklaringen lijken me aannemelijk.

1. Macht

De strijd voor dierenrechten tegen
bedrijfsbelangen in is een moeilijke strijd van lange adem. Zo is de
hierboven beschreven dierenrechtenorganisatie Bite Back ook voor de
rechter gesleept
omwille van hun campagne rond varkensleed. Politici
maar ook dierenrechtenorganisaties zoals GAIA kunnen veel makkelijker
succes boeken wanneer ze zich richten op praktijken van een
religieuze minderheid.

Dit is natuurlijk geen rechtvaardiging
maar wel een vanzelfsprekende verklaring voor de onevenredige
aandacht van dierenliefhebbers die jaarlijks naar het Offerfeest
gaat. De discussie rond het Offerfeest mag dus niet terug gebracht
worden tot een discussie over dierenwelzijn. Het is net zozeer een
discussie over wie zich wat mag permitteren in onze samenleving.

2. De schijn hoog houden

Vleesproducten worden zo clean en
netjes geëtaleerd dat we bijna vergeten dat het ooit deel uitmaakte
van een levend wezen. Er lijkt in onze samenleving vooral een
consensus te bestaan dat dierenleed weggestopt moeten worden, we zien
het liever niet. Laten we ons inbeelden dat het onverdoofd castreren
van biggen jaarlijks op een bepaalde dag publiek zichtbaar zou
gebeuren met voldoende aankondiging in de media en foto’s van het
gebeuren achteraf. Ik vermoed dat dit onverdoofd castreren dan al
lang verboden zou zijn. Het offeren bij het Offerfeest kan niet
anders dan publiek zijn en dit maakt dat we ons wat ongemakkelijk
voelen omdat praktijken die normale goed verstoken achter muren
plaatsvinden nu plots zichtbaar zijn.

3. “Barbaarse moslims”

Wanneer er geen alternatief komt voor
de tijdelijke slachtplaatsen die tijdens het Offerfeest sinds dit
jaar verboden zijn, zullen veel mensen terug thuis gaan slachten.
Laat het duidelijk zijn dat dit geen vooruitgang zal zijn voor de
schapen die dag geslacht worden. Wie er wel voordeel uit zullen halen, zijn diegene die moslims verder willen criminaliseren. Samen met de
aankondiging dat de tijdelijke slachtplaatsen verboden zullen zijn,
communiceerde minister Weyts naar het politieapparaat dat ze die dag
paraat moeten staan om thuis slachten te vermijden (HBVL, 30 mei 2015). Dit terwijl men
binnen de moslimgemeenschap klaagt over het gebrek aan overleg. Het
kader is dus perfect om spanningen tussen bevolkingsgroepen verder op
te drijven en in naam van dierenwelzijn deze religieuze minderheid te
criminaliseren.

Geen van deze drie verklaringen voor de
onevenredige aandacht voor het dierenleed bij het Offerfeest kan
doorgaan als rechtvaardiging. De jaarlijkse discussie over het
Offerfeest wordt niet gedreven door een consequente bekommernis om
dierenrechten. En omdat men niet consequent is kan men terecht
stellen dat de moslimgemeenschap geviseerd wordt waardoor men de neiging krijgt om zich nog verder in te graven en dialoog
moeilijker wordt. Vele belangen en belangengroepen spelen een rol in
dit jaarlijks debat maar in een zaak lijkt duidelijk: geen schaap
wordt er beter van.

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!