“De verdeling van middelen is fundamenteler dan discussie over sociale mix”

Superdiversiteit staat haaks op het aanvaarden en cultiveren van een gesegregeerde samenleving op basis van schotten tussen ‘wij’ en ‘zij’. Scholen zouden die schotten bij kinderen al kunnen wegnemen. Maar hoe? En waar? Een sociale mix op superdiverse scholen boezemt leerlingen vertrouwen in en streeft naar emancipatie. Maar die instellingen zijn lang niet overal te vinden. Daarom rendeert een sociale mix op scholen pas wanneer ze wordt uitgebreid naar de gehele samenleving. En zouden middelen en uren mogen worden herverdeeld.

maandag 15 juni 2015 09:56

Sociale mix is weer even een hot issue. Het
debat werd op gang getrokken naar aanleiding van een Amsterdamse
basisschool waar gekleurde leerlingen een wit T-shirt dragen met het
opschrift “Is dit wit genoeg voor u?”. De school hoopt zo meer witte
leerlingen naar zich toe te trekken. Maar zo’n sociale mix leidt niet
meteen tot meer burgerschapszin, liet onderwijssocioloog Orhan Agirdag meteen weten. Voor Michel Albertijn
van School in Zicht, een project rond multiculturele buurtscholen, is
dat te kort door de bocht. Maar ook zijn zicht is te beperkt want
focust enkel op de superdiverse stad. Wat gebeurt er ondertussen buiten
die stad? Omgaan met superdiversiteit is een opdracht voor de hele
maatschappij.

School als micro-labo

Superdiversiteit staat haaks op het aanvaarden en cultiveren van een
gesegregeerde samenleving op basis van schotten tussen ‘wij’ en ‘zij’.
Initiatieven zoals School in Zicht
beuken terecht in op die schotten. Ze zetten hun schouders onder
buurtscholen waar alle gezinnen uit de buurt zich thuis voelen. Die
ontmoeting biedt kansen voor een meer conviviale omgang met elkaar in
superdiversiteit die de schotten doorbreekt.

Buurten en scholen zijn
plaatsen waar men zich engageert voor elkaar en voor een gedeelde
ruimte. Scholen kunnen in die zin potentiële micro-labo’s zijn voor een
andere samenleving. Wie dus een sociale mix op school kan installeren,
slaat meer dan twee vliegen in één klap. Maar wat weten we eigenlijk
over die sociale mix?

Ontmoeting verrijkt

De wetenschappelijke discussie over sociale mix bevat twee
gedachtelijnen. De eerste is dat ontmoeting tussen diverse groepen
verrijkend werkt. Het streefdoel is scholen en buurten inrichten als
spiegel van de superdiverse samenleving. Vanuit wetenschappelijk
standpunt valt wel iets te zeggen voor meer interacties tussen
superdiverse groepen. Zowel kansrijke en kansarme groepen ondervinden er
volgens veel onderzoek beterschap van. Onderzoek toont wel een hele
rist voorwaarden om dat contact te laten uitlopen in meer tolerantie en
openheid ten opzichte van elkaar.

“Sociale mix zorgt vaak voor sociale verdringing.”

De tweede lijn kan samengevat worden met ‘een rijke buur is goed voor
iedereen’. Een concentratie van arme en vaak gekleurde
bevolkingsgroepen wordt als problematisch gezien. Via een strategie van
sociale mix worden rijkere bewoners en kansrijke leerlingen gezien als
een hefboom voor armoedebestrijding. Ook hier maken veel wetenschappers
kritische kanttekeningen. Sociale mix zorgt vaak voor sociale
verdringing. Middenklasse-groepen richten de school en buurt in op basis
van hun noden en wensen. Omdat die ruimtes toenemend veranderen naar
het evenbeeld van een dominante klasse, voelen andere groepen zich
minder welkom en verdwijnen ze gestaag. Deze kanttekeningen leiden
meteen tot de vraag of sociale mix wel wenselijk is.

Uit de negatieve hoek

Michel Albertijn van School in Zicht verdedigt de mix van kansrijke
en kansarme groepen in concentratiescholen in superdiverse buurten. De
dynamiek van sociale mix werkt verrijkend. Concentratiescholen hebben,
zo stelt hij terecht, veelal dezelfde onderwijskwaliteit als andere
scholen dankzij supergemotiveerd personeel. Daarmee haalt hij
concentratiescholen deels uit de eenzijdig negatieve hoek.

In andere interpretaties betekent sociale mix te vlug de blanke
welbegoede burgers binnenbrengen om de arme gekleurde burgers te redden.
Of erger, door het onterechte negatieve imago verkasten naar andere
scholen. Na de blanke vlucht voor negatieve percepties volgt de zwarte
vlucht van middenklasse ouders met migratieroots.

De superdiverse school: “Yes, we can!”

Voortbouwend op Albertijn, zien we dat in concentratiescholen
leerlingen leren omgaan met superdiversiteit. Leerlingen scherpen er
heel wat competenties aan die de omgang met superdiversiteit
faciliteren: meertaligheid, leren omgaan met complexe identiteiten, het
verwerven van een aardrijkskundige brede blik en sterke interculturele
competenties zoals bemiddelingstalent in een superdiverse setting.
Leerkrachten ontwikkelen de pedagogische skills waardoor ze
tegelijkertijd sterk kunnen differentiëren voor diverse leerlingen en
gelijkheid nastreven in uitkomsten voor leerlingen.

“In concentratiescholen leren leerlingen omgaan met superdiversiteit.”

Waar in andere scholen leerlingen met migratieroots gebukt gaan onder
de ongelijke machtsposities en dominante percepties die maatschappelijk
bestaan tussen groepen, ontwikkelen leerkrachten hier manieren om die
machtsposities om te keren en leerlingen te erkennen en emanciperen.

Niet zonder slag of stoot

Kansrijke groepen toeleiden naar deze scholen is ongetwijfeld een
meerwaarde voor hen. Toch verloopt die sociale mix niet zonder slag of
stoot. Een voormalige concentratieschool in de negentiende-eeuwse gordel
van Gent trok middenklasse-bewoners aan met het oog op meer sociale mix
tussen kansrijke en kansarme leerlingen. De school moest een spiegel
van de buurt en maatschappij worden. De school werd gestaag omgevormd
tot een methodeschool, waardoor de middenklasse in aantal toenam. Op dit
moment vecht de school, omdat ze dat belangrijk vindt, om de meest
kwetsbare groep (in jargon ‘indicatorleerlingen’) te behouden die
gestaag verdwijnt.

Kortom, de intentie is om via sociale mix twee ‘gelijke’ groepen te
mengen. Men mixt echter geen twee gelijke groepen, maar importeert ook
ongelijke machtsverhoudingen tussen die twee groepen. De gedeelde ruimte
transformeert daardoor al vlug op leest van de sterkste groep. Dat
heeft gevolgen voor het bestaande leerlingenbestand, de herkenbaarheid
en toegankelijkheid van die ruimte voor ouders en kinderen die zich niet
vereenzelvigen met blanke middenklasse-groepen.

Selectief bezorgd

Omdat het project School in Zicht vooral focust op de superdiverse
buurt lijkt sociale mix vooral daar een meerwaarde. Dit initiatief
suggereert daarmee dat er vooral een gebrek aan contact is in
concentratiescholen. Maar moeten we niet vooral over de nood aan sociale
mix spreken in scholen en buurten waar superdiversiteit helemaal
afwezig is?

“De meeste concentratiescholen bevinden zich in de suburbane rand.”

Want de meeste concentratiescholen bevinden zich niet in superdiverse
stadswijken, maar in de suburbane rand. Kijken we bijvoorbeeld naar de
gemiddelde suburbane school in Brasschaat, Schoten, Waasmunster of
Lochristi. Daar domineert de groep blanke-middenklasse-leerlingen, met
weinig mix en contact tussen diverse groepen. Waarom bekommert School in Zicht zich niet over de begeleiding van kansarme leerlingen naar
scholen in overwegend suburbane blanke gebieden? Waarom komen die
eilanden niet in zicht? Of wordt er een selectieve bezorgdheid inzake
concentratie gehanteerd?

Druppel op een hete plaat

Die ruimtelijk beperkte blik op de concentratieschool is
problematisch in een maatschappij die in zijn geheel moet leren omgaan
met superdiversiteit. De verschuiving van 512 kansrijke leerlingen
waarover Albertijn het heeft in zijn opiniestuk, is in die zin een
druppel op een hete plaat.

De voornaamste uitdaging is hoe we de
pedagogische aanpak in superdiverse scholen, die leerlingen vertrouwen
inboezemt en streeft naar emancipatie, uitbreiden naar de gehele
samenleving. Ook in scholen waar superdiversiteit in de nabije toekomst
voor de schoolpoort staat.

Financiering in zicht?

School in Zicht zet voornamelijk in op de samenstelling van een
school en veel minder op de organisatie van die school, de kwaliteiten
van het schoolteam of de manier waarop er wordt lesgegeven. Als we het
willen hebben over onderwijskwaliteit die tegemoet komt aan de uitdaging
van superdiversiteit, is de verdeling van middelen en uren veel
fundamenteler dan de discussie over sociale mix. Voldoende middelen
zorgen voor een goede omkadering, een aangepast zorgbeleid en
pedagogische pakketten op maat met een grote gevoeligheid voor culturele
issues, meertaligheid en armoedegerelateerde zaken.

“De verdeling van middelen is fundamenteler dan de discussie over sociale mix.”

Kortom, superdiverse scholen worstelen vooral met de
onderfinanciering. Een solidair beleid voeren op maat van deze
schoolpopulatie is dan moeilijk. Nochtans zijn het net dergelijke
superdiverse scholen waar noodzakelijke expertise wordt uitgebouwd en
antwoorden liggen voor een onvermijdelijke superdiverse toekomst.

Beperkt zicht

De focus op sociale mix in concentratiescholen in superdiverse
buurten via de toeleiding van kansrijken, zoals Michel Albertijn van
School in Zicht verdedigt, beperkt in die zin het zicht. Een school en
buurt als spiegel van de maatschappij daagt de hele maatschappij uit.
De idealisering van het werk dat sociale mix moet doen, doet al vlug
beperkingen en negatieve effecten uit het oog verliezen.

Willen we
streven naar een solidair onderwijssysteem waar ruimte is voor
superdiversiteit, dan kunnen we moeilijk berusten in de strategie van
sociale mix als dé oplossing. Heel wat andere strategieën, maar ook
concrete plaatsen moeten in het zicht komen willen we naar een
samenleving streven waar er ruimte is voor superdiversiteit.

Dit artikel werd overgenomen van sociaal.net

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!