Megalomaan rijmt niet met Brussel

Megalomaan rijmt niet met Brussel

vrijdag 12 juni 2015 16:18

Ontbreekt het de militante Brusselaars die in Kaaitheater debatteren tegen het Bilbaoeffect, op de Anspachlaan picknicken tegen gentrificatie en nu het Flageyplein bezetten tegen digitalisering aan het vermogen om vooruit te denken en open te staan voor innovatie. Is mondig Brussel te behoudsgezind?

Een toekomst uittekenen voor Brussel ligt niet voor de hand,
gezien de versnippering tussen verschillende beleidsniveaus.

Maar wanneer beleidsverantwoordelijken dan toch krijtlijnen uitzetten,
krijgen ze de wind van voren.

Het begon met minister-president Rudi Vervoort die de stad
een eigen Guggenheim wil schenken in het iconische gebouw waarin nu nog de
Citroën-garage huist. Op korte tijd kwam er verweer van tegenstanders die
stellen dat deze site geen culturele ufo mag worden maar een stadsfabriek moet zijn.

Het ging verder met burgemeester Mayeur en zijn ploeg die
het stadscentrum in een voor Brussel ongezien tempo verkeersvrij maken. Een
plan dat in principe wordt toegejuicht maar dat in de praktijk argwanend wordt
onthaald. De disneyficering van Brussel loert om de hoek. De miniring, de extra
parkings, de focus op toeristen en grote evenementen doen vermoeden dat de
belangen van de Brusselaars niet prioritair zijn. No bling bling stelt het Platform Pentagone.

En het gaat door met de beslissing van het Vlaams-Brusselse
mediaplatform om een continue online en
multimediale contentstroom te creeëren
– ten koste van radiozender FM
Brussel en stadskrant Brussel Deze Week. Fans van beide media voelen zich in de
kou gezet door hun vertegenwoordigers in de VGC en de Vlaamse regering. 

Het beleid ergert de Brusselaar dus regelmatig wanneer het
getuigt van ambitie voor de toekomst. Ontbreekt het die militante Brusselaars
die in Kaaitheater debatteren tegen het Bilbaoeffect, op de Anspachlaan
picknicken tegen gentrificatie en nu het Flageyplein bezetten tegen
digitalisering dan niet aan het vermogen om vooruit te denken en open te staan
voor innovatie. Is mondig Brussel te behoudsgezind?  

Ik denk het niet. Het is eerder verbazingwekkend dat de
irritatie nog beperkt blijft en niet uitmondt in grotere rebellie. Want keer op
keer blijkt dat aan de ontwerptafels een aspect onderbelicht blijft. En dat is
de manier waarop Brusselaars zelf hun stad willen beleven.

Daarom, een advies voor al wie beleid maakt in Brussel, op
welk niveau ook. Verlies je doelgroep niet uit het oog.

En wat nu precies zo specifiek is in dit verband, is dat de
Brusselaars een zeer heterogene groep vormen, met een rijke verscheidenheid aan
culturele, sociale economische en taalachtergronden.

Brussel vraagt dus altijd, om welk beleidsdomein het ook
gaat, om een fijnmazig en gelaagd beleid. Brussel is al vaak mismeesterd. Er
zijn letterlijk gaten geslagen in het stadsweefsel. En dat is waar de criticasters
keer op keer op wijzen, soms geïrriteerd maar al bij al steeds constructief:
zorg voor verbindende projecten en verbindende communicatie.

Natuurlijk zijn er (goed beheerde) musea nodig in Brussel,
maar ook andere publieke plekken die wijken ontsluiten en mensen verbinden. Zou de Citroëngarage geen mooi landmark
kunnen worden waar jonge mensen uit de kanaalzone en ruimer kansen krijgen om
zich te betrekken op techniek en technologie – waar dan weer nieuwe toekomstkansen
uit kunnen groeien. Een beetje naar analogie met initiatieven als C-Mine in
Genk.

Natuurlijk zijn voetgangerszones nodig. Maar is er niet
vooral nood aan een verbindend mobiliteitsbeleid in een stad die zich zo
moeilijk laat lezen.

En natuurlijk moet communicatie de kaart trekken van
digitalisering. Maar toch wordt communicatie van Vlaams-Brusselse media best
uitgerold vanuit de noden van wie het Nederlands gebruikt in een taalgemengde
stad. Het betreft een diverse groep mensen, van Nederlandstaligen van huis uit
tot anderstaligen die Nederlands leren op school of oppikken op straat. Kenmerkend
is dat die groep continu crossculturele verbindingen aangaat. Het Vlaamse jeugdhuis in centrum
Brussel noemt Dar, wat ‘huis’ betekent in het Arabisch. Ik ga naar la dar.

Het DNA van de Brusselaar is moeilijk te vatten. Maar de
mogelijkheden om verbindingen te leggen, liggen voor het grijpen. En ze maken
precies de charme uit van deze stad.

Wanneer het beleid vorm krijgt vanuit de realiteit van de
stad, is er ruimte en aandacht voor iedereen, analoog en digitaal. En in een
globaliserende wereld, waar steden wereldwijd steeds meer op mekaar gaan lijken,
behoudt Brussel dan zijn smoel. Het zou jammer zijn wanneer binnenkort het
Belgian Beer Palace opent, en het bijna uitsluitend toeristen en expats zijn
die op de terrassen kunnen genieten van een pint. 

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!