Jeugdzorg: een taak van de maatschappij?

Eén jaar na de invoering van het decreet ‘Integrale Jeugdhulp’ maakt de Vlaamse regering samen met de sector de balans op. Nederlandse experts waarschuwden al voor een aanpak waarbij de maatschappij zelf de zorg voor jongeren met problemen draagt. Het Vlaams Kinderrechtencommissariaat wil het debat ook in Vlaanderen aanzwengelen en organiseerde daarom op 10 juni 2015 een symposium.

donderdag 11 juni 2015 15:58

Alsmaar meer jongeren doen een beroep op gespecialiseerde
jeugdhulp. Dat blijkt uit cijfers van het Agentschap
Jongerenwelzijn. Om de
hulpverlening vlotter te laten verlopen, voerde de Vlaamse regering een jaar
geleden het decreet ‘Integrale Jeugdhulp’ in. De vermaatschappelijking van de
jeugdzorg is daarin een kernbegrip. “Het is de bedoeling dat
jongeren eerst bij zichzelf en in hun omgeving op zoek gaan naar hulp en vormen
van zorg. Als dat niet lukt, kunnen ze een beroep doen op professionele zorg”,
legt kinderrechtencommissaris Bruno Vanobbergen uit.

Het Kinderrechtencommissariaat
ziet de mogelijkheden van de vermaatschappelijking, maar heeft vragen bij de
uitwerking van het plan.

“Voor jongeren is het niet altijd evident om een
beroep te doen op hun omgeving. Bovendien vrezen we dat de drempel naar
professionele hulp hoger wordt.”

In Nederland wordt
het idee van ‘eigen kracht’ in de zorg al langer gehanteerd. Het Kinderrechtencommissariaat
nodigde daarom twee Nederlandse onderzoeksters uit om de voor- en nadelen van
het systeem op te lijsten.  

Hulpinstanties onder druk

Doordat steeds
meer jongeren een beroep doen op professionele hulp, komen zorginstanties onder
druk te staan, met ellenlange wachtlijsten tot gevolg. “Ook de samenwerking
tussen de instanties loopt dikwijls niet van een leien dakje. Bovendien blijft
het prijskaartje stijgen en wordt het hele systeem onhoudbaar”, aldus Dr.
Lisbeth Verharen van de Avans Hogeschool van Breda.

Evelien Tonkens, hoogleraar
burgerschap en humanisering in Utrecht, vindt ook de toenemende
bureaucratie en de overspecialisatie in de zorg problematisch. “Toen ik in de
Nederlandse Tweede Kamer zetelde, hoorde ik het verhaal van 28 hulpverleners voor
één gezin! Dat is toch overmaats!” Bovendien klagen cliënten dikwijls over te ingewikkelde
formulieren of begrijpen ze niet waarom ze hun toelage niet ontvangen hebben.
“De zorg moet af van die bureaucratie en veel efficiënter te werk gaan”, vindt professor
Tonkens.

Eigen kracht

Beide onderzoeksters pleiten voor een
drastische kentering in het jeugdzorgsysteem. De eigen kracht van een jongere
en zijn sociaal netwerk staan daarbij centraal. “Een gezin of een jongere hoeft
niet meteen naar professionele hulp te rennen. Een jongere kan eerst zelf met
zijn sociaal netwerk oplossingen bedenken”, aldus Lisbeth Verharen. “Bovendien
moeten we ons afvragen wat het gezin en de jongere goed genoeg vinden en naar die doelen streven. Professionele
hulpverleners leggen dikwijls de lat van het einddoel veel hoger dan de
gezinnen zelf.”

Verharen waarschuwt
echter dat eigen kracht niet verkeerd geïnterpreteerd mag worden.

“Eigen kracht
is niet hetzelfde als eigen verantwoordelijkheid. Het is niet de bedoeling om
mensen aan hun lot over te laten of mensen te verplichten om op eigen kracht te werken.”

Economische valkuil

“Eigen kracht mag
geen politieke truc zijn!”, beaamt Evelien Tonkens. In tijden van
besparingen is een ruime interpretatie van eigen kracht gevaarlijk. Tonkens wil
daarom inzetten op empowerment,
waarbij professionele hulpverleners en de overheid aan gezinnen ondersteuning
bieden. “Dat soort begeleiding kost natuurlijk veel tijd en geld en strookt niet
met het bezuinigingsidee. Maar er mag geen sprake zijn van responsabilisering, waarbij de verantwoordelijkheid gewoon
doorgeschoven wordt. ”

De zorg vermaatschappelijken
uit zuiver economische overweging kan dus niet. “De overheid mag de
verantwoordelijkheid niet op de schouders van de burgers leggen, omdat het geld
op is. Het moet blijven gaan over de rechten en niet over de plichten van de
burger. Eigen kracht moet de verzorgingsstaat versterken, niet vervangen”,
aldus Tonkens. Lisbeth Verharen sluit zich daarbij aan: “De nadruk moet
blijven liggen op de kwaliteit van de zorgverlening en niet op de kwantiteit.
Bovendien is het een illusie om te denken dat professionele hulp niet meer
nodig is.”

Reflectie

Hoewel het decreet Integrale Jeugdhulp pas vorig jaar van
start gegaan is, is de vermaatschappelijking van de zorg niet nieuw. “Wij proberen al jaren contextgericht te werken”, reageert Goedele Plovie,
pedagogisch directeur van Jeugdzorg Emmaüs Antwerpen. “We geven ouders bijvoorbeeld
de mogelijkheid om verjaardagsfeesten voor hun kinderen in de instelling te
organiseren.” Daarnaast zet Emmaüs onder andere in op cliëntenparticipatie en
op het sociale netwerk van de jongeren. Toch benadrukt ook Plovie dat de
vermaatschappelijkingsideologie niet misbruikt mag worden om andere zaken door
te drukken.

“Het idee van eigen kracht wordt zeker al uitgeoefend”, beaamt
Greet Demesmaeker, lector aan de AP Hogeschool. Toch merkt ze dat de
maatschappij er nog niet voldoende voor open staat. “Studenten die aan de
opleiding orthopedagogie beginnen bijvoorbeeld. Ze willen mensen helpen door
het over te nemen van anderen. Als opleiding willen we hun bijbrengen dat
helpen eigenlijk ondersteunen
betekent.”

Kritiek

Voormalig Vlaams Volksvertegenwoordiger en Groen-politica
Mieke Vogels staat kritisch tegenover de vermaatschappelijking van jeugdzorg. “Het
is een vage grens tussen het grote woord empowerment
en de ‘trek uw plan’-mentaliteit. Het huidig beleid dat wil besparen, trekt
vooral die tweede kaart.” Wat haar betreft, gebeurt de vermaatschappelijking in
Vlaanderen bovendien op de verkeerde manier. “Door de ingewikkelde procedures
vinden mensen hun weg niet meer naar de zorg. De centra voor
leerlingenbegeleiding en andere jeugdhulpdiensten trekken allemaal aan de
alarmbel.”

Toch vindt ze het idee van de vermaatschappelijking van de
zorg niet slecht.

“Je kunt heel veel met je eigen omgeving oplossen. Maar dan
is het aan de overheid om de sociale netwerken te ondersteunen.”

Maar net daar
knelt het schoentje volgens Vogels. “Een grootmoeder ving op vraag van de
jeugdrechter haar drie kleinkinderen tijdelijk op. Na zes maanden sliepen die
kinderen nog steeds in de woonkamer van haar sociale woning. De buren klaagden
over de geluidsoverlast en de sociale huisvestingsmaatschappij dreigde ermee om
haar uit haar huis te zetten. Dat is de realiteit vandaag.”

Minister van Welzijn Jo Vandeurzen belooft alvast om de
vermaatschappelijking van de jeugdzorg kritisch te blijven bekijken. “Goede
hulp betekent betrokkenheid van de samenleving. Met vermaatschappelijking
bedoelen we niet dat alle kommer en kwel op de schouders van sociale netwerken
en mantelzorgers terechtkomt. De overheid onttrekt zich niet van haar
verantwoordelijkheden”, aldus de minister.

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!