Goedkope arbeidskrachten

Goedkope arbeidskrachten

woensdag 27 mei 2015 19:20

Het is hier op deze blog al meermaals ter sprake gekomen. De huidige
Vlaamse en federale regeringen zetten maximaal in op tewerkstelling. In
hun visie op het versterken van mensen, de strijd tegen armoede en het
opbouwen en behouden van de sociale zekerheid staat betaalde arbeid
centraal. Of toch een beetje. De ene partij is hier wat strikter in dan
de andere. De CD&V is in principe de meest gematigde. Voor Open VLD
is betaalde arbeid ook het summum, maar zij voorzagen tijdens de
verkiezingen in hun plan tegen de werkloosheid in een stapsgewijs
programma, met intensieve begeleiding. Wat N-VA betreft, mochten de
werkloosheidsuitkeringen uitdoven in de tijd. Enkel zo zouden mensen
gestimuleerd worden om een job aan te nemen. In de praktijk werd de
degressiviteit van werkloosheidsuitkeringen, ingevoerd door Di Rupo,
behouden. Dit zal in de toekomst gekoppeld worden aan
gemeenschapsdienst.

Wanneer we het hele activeringsplaatje van deze regeringen bekijken
valt er echter een grote contradictie op. Drie steunpilaren van
activering (betaalde arbeid, vrijwilligers en gemeenschapsdienst) vullen
elkaar namelijk niet aan, maar dreigen stapsgewijs elkaar te
dwarsbomen. Dat vooral betaalde arbeid hiervan het slachtoffer kan
worden is opzienbarend, gezien het belang dat er door de
regeringspartijen aan wordt gehecht. De tegenstellingen werken op
verschillende manieren en niveaus door.

Neem nu de gemeenschapsdienst. Het meest geciteerde tegenargument was
de groenarbeider uit Rotterdam die ontslagen werd, geen job vond en
daarom maar als gemeenschapsdienst de taken van een groenarbeider moest
uitvoeren, gezien zijn ervaring. Uit Rotterdam kwamen nog andere
verhalen. Zo moesten sommigen als gemeenschapsdienst anderen in
gemeenschapsdienst gaan begeleiden, omdat er te veel werklozen waren
voor te weinig ‘gemeenschapsplaatsen’. Dat een regering die de overheid
wil doen verkleinen een log administratief monster op poten wil zetten
valt amper te begrijpen.

Maar de regeringspartijen, en dan vooral Open VLD, liet al weten dat
het beeld van de vernederende gemeenschapsdienst niet klopte en dat men
echt een zinvolle taak op maat ging zoeken. De praktijk leert dat dit
soort mooie woorden vaak niet kunnen worden waargemaakt en als dat wel
zo is, dan is dat tegen een bepaalde prijs. In principe wordt
vastgehouden aan de idee dat een gemeenschapsdienst geen ‘volwaardige’
arbeidsplaats mag vervangen. De taken die kunnen opgenomen worden zijn
bijgevolg bijzonder residuair en het valt te betwijfelen dat het
zelfvertrouwen zal opkrikken, laat staan dat het zal zorgen voor
ervaring die ook op het normaal economische circuit van pas komt. Dit
wordt bevestigd uit praktijkvoorbeelden uit het buitenland.

En zelfs als ze hier van zouden afwijken, is het nog een onwenselijk
idee. Een laaggeschoolde arbeider zal bijvoorbeeld ingezet worden voor
een propere buurt, een poetsvrouw in een woonzorgcentrum en een
historicus in een bibliotheek. Het werk dat zij in dit kader zullen
verrichten kan nuttig zijn, maar als het al geen betaalde arbeid
verdringt, dan minstens een bestaande vrijwilligerswerking. Hierdoor
zullen werklozen in het kader van sociale activering weer moeilijker
richting vrijwilligerswerk worden geleid en zijn ze zo sneller gedoemd
om in de gemeenschapsdienst verzeild te geraken.

En de visie op vrijwilligerswerk is ook ambigu. Enerzijds wil men
vrijwilligerswerk stimuleren, anderzijds komt de tijd die we hiervoor
kunnen vrijmaken in het gedrang, door het credo van, jawel, de betaalde
arbeid als normatief ijkpunt binnen de samenleving. De
gemeenschapsdienst zou wel eens een perfide effect kunnen hebben op het
vrijwilligerswerk, maar omgekeerd zien we die beweging ook richting
betaalde arbeid. Minister Weyts lanceerde al het idee om het busvervoer
door vrijwilligers te laten opnemen, terwijl Jo Vandeurzen bepaalde
zorgtaken al naar ‘professionele vrijwilligers’ versast. Het mag dan wel
goedkoper zijn voor de staatskas, het zorgt voor vele mensen opnieuw
voor een moeilijkere aansluiting richting betaalde arbeid en dus een
grotere toestroom voor gemeenschapsdienst en dus een dreiging van de
niet-professionele vrijwilligers, enzoverder. En ondertussen, als kers
op de ineengestuikte taart die de visie op activering is, pleit
Tommelein om vrijwilligers net meer te vergoeden. Vrijwilligers worden
in die logica goedkope arbeidskrachten en werklozen en leefloners
spotgoedkope arbeidskrachten. Er komt bijgevolg ook een kwalitatief
onderscheid binnen het vrijwilligerswerk, wat datgene dat uit een
engagement voortkomt dreigt aan te tasten.

Kort samengevat is de tewerkstellingsvisie van de drie
regeringspartijen niet consequent en wordt ondanks de lofzang aan
betaalde arbeid deze hier niet beter van. Zolang arbeid als “te duur”
wordt gezien zijn de parallelle systemen als vrijwilligerswerk en de
toekomstige gemeenschapsdienst welgekomen goedkopere alternatieven. Het
precaire ecosysteem dreigt in een watervallogica terecht te komen, met
het inschakelen van vrijwilligers voor taken die in principe tot het
‘volwaardig werk’ behoren en het inschakelen van gemeenschapsdienst voor
vrijwilligerstaken. Zolang het aantal werklozen per vacature zo hoog
blijft is een dergelijk activeringsbeleid contraproductief en
onrechtvaardig. Daarnaast zou het, gezien het feit dat het principe van
de gemeenschapsdienst nergens echt naar behoren functioneerde, van
koppigheid getuigen om het hier alsnog in te voeren.

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!