Opinie - Gie Goris voor Media21

Pleidooi voor een gulle openbare omroep

Op 21 mei werd in het Vlaams Parlement de tweede hoorzitting gehouden over de nieuwe beheersovereenkomst voor de VRT. Media.21 werd er vertegenwoordigd door Gie Goris, die er deze tussenkomst deed. Een pleidooi voor een gulle openbare omroep.

vrijdag 22 mei 2015 14:27

Media.21 bundelt mediaspelers die elk op hun manier een antwoord formuleren op de bestaande mediacrisis: Apache.be, DeWereldMorgen.be, Doorbraak.be, MO*/MO.be, Newsmonkey.be, rekto:verso, Zeronaut.be en StampMedia. Wij geloven dat mediabeleid en perssteun geënt moeten worden op de nieuwe en permanent wijzigende realiteit, in plaats van verankerd te blijven in oude afspraken en commerciële belangen.

Media.21
benadert de vraagstelling over een nieuwe beheersovereenkomst voor de
openbare omroep dan ook vanuit zijn eigen dna: journalistiek,
innovatief, pluralistisch. Wij pleiten voor een beheersovereenkomst
die van de VRT een gulle speler maakt die open staat voor
samenwerking, die vernieuwing en kwaliteit faciliteert en die de rol
van incubator voor mediavernieuwing ten volle speelt –voor de
Vlaamse samenleving.

Voor
in het geval iemand tijdens deze hoorzittingen zou opmerken dat de
Vlaamse overheid zich in deze besparingstijden de investering in een
performante openbare omroep niet meer kan veroorloven, zouden wij
willen suggereren om eens met de federale collega’s te gaan praten.
Daar wordt via distributiesteun en btw-0 tarieven een kleine 400
miljoen per jaar besteed aan media-steun, ook al heeft die federale
overheid geen enkele bevoegdheid op het vlak van media. Het “Vlaamse
deel” van dat budget alleen al zou bijna volstaan om de VRT te
financieren. Of om er een echt Vlaams mediabeleid mee te voeren, in
tegenstelling tot de apenootjes die nu beschikbaar zijn voor de
Vlaamse minister van Media.

1.
Een openbare omroep waarin journalistiek centraal staat

Bij
het definiëren van de opdracht van de openbare omroep moet de
informatieve / journalistieke opdracht centraal staan. Dat betekent
niet dat we terreinen zoals cultuur, ontspanning of sport willen
uitsluiten; wel dat de informatieve opdracht eerst op kwalitatieve en
hedendaagse manier gewaarborgd moet worden vooraleer de andere
terreinen ingevuld worden.

De
openbare omroep heeft op vlak van informatie verschillende rollen:

>
eerstelijnsinformatie:
dankzij de openbare omroep wordt de toegankelijkheid van de
noodzakelijke informatie (nieuws en duiding) voor de Vlaamse
bevolking gegarandeerd. Dit houdt in dat die functie vervuld wordt op
de diverse platformen van de openbare omroep (radio, tv, web) en voor
alle doelgroepen (c.q. zenders).

Dit
vraagt niet alleen kwaliteitsvol en relevant “nieuws” maar ook
context en inzicht.

>
vernieuwende
informatie
:
de grote investering van de gemeenschap in haar openbare omroep houdt
ook de opdracht in om aan kritische journalistiek te doen. De
autonomie van de openbare omroep drukt zich dan ook uit in
onderzoekswerk, verrassende vraagstellingen bij algemeen aanvaarde
stellingen of mededelingen, nieuwe benaderingswijzen van oude
problemen…

>
voeden
en zichtbaar maken van wat andere informatie-aanbieders

in Vlaanderen produceren aan kennis, inzicht, perspectieven… De
openbare omroep is immers niet enkel een concurrentiële speler op de
Vlaamse mediamarkt, hij moet ook een draaischijf zijn en een
versterker van wat andere spelers –commercieel of niet, groot en
klein- aan informatie aanbieden. Op die manier informeert de openbare
omroep dubbel: zowel over inhoud als over het (informatieve)
medialandschap. Daardoor zorgt de openbare omroep er ook voor dat
deze publieke investering de democratische cultuur voedt en
versterkt, want zonder kwalitatieve en toegankelijke media, is de
democratie ten dode opgeschreven. In 1787 schreef Thomas Jefferson,
een van de Founding Fathers van de VS: ‘Als ik zou moeten kiezen
tussen een regering zonder kranten of kranten zonder regering, dan
zou ik geen moment mogen aarzelen om het tweede te kiezen –maar dat
betekent wel dat iedereen die kranten zou moeten ontvangen en in
staat zou moeten zijn ze te lezen.’ Het mag wel duidelijk zijn dat
Jeffersons verwijzing naar kranten vandaag met heel wat andere media
uitgebreid moet worden, maar de basisstelling blijft: zonder
informatieve media, geen representatieve regering.

2.
Een openbare omroep die volop innoveert

Het
medialandschap is in voortdurende transformatie. Dat stelt elk
media-initiatief voor grote uitdagingen, want zowel de technologische
mogelijkheden en uitdagingen als het publiek en zijn omgang met media
veranderen voortdurend. Wij geloven dat de openbare omroep, net als
alle andere spelers in het landschap, voluit moet kunnen gaan in zijn
zoektocht naar het maximaliseren van de kansen die deze vernieuwingen
bieden. Het heeft geen zin te investeren in een omroep en die dan de
handen op de rug te binden om er toch maar voor te zorgen dat hij
niet succesvol zou zijn.

De
angst bij sommige commerciële spelers dat de publieke omroep hen
daardoor uit de markt zou concurreren, lijkt ons eerder te wijzen op
een gebrek aan eigen durf en ambitie.

De
openbare omroep zou de kennis en vaardigheid die hij opbouwt wel
systematisch moeten teruggeven aan de gemeenschap die hem financiert.
Daarin is de VRT net anders dan de commerciële spelers: de
concurrentie voor de kijkers, luisteraars en bezoekers zet zich niet
door in concurrentie om winst of knowhow. De openbare omroep zou zich
veel sterker moeten profileren als kennis- en innovatiedraaischijf
voor een beter en blijvend relevant medialandschap in Vlaanderen in
de toekomst. Dat kan door gezamenlijk innovatieve media-projecten op
te zetten, door gestructureerde kennisoverdracht, door het
organiseren van praktijkstages… Wij geloven dat de openbare omroep
in de komende jaren bij voorkeur moet investeren in het vernieuwen
van zijn online aanbod. Het feit dat de omroep geen krant of
tijdschrift is dat online gaat, biedt unieke kansen om in Vlaanderen
state-of-the-art vormelijke en inhoudelijke vernieuwing online uit te
bouwen. We verwachten wel dat dit gebeurt in samenwerking met
kleinere spelers die de opgedane kennis en ervaring meteen zouden
kunnen vertalen in hun eigen aanbod.

Dit
perspectief maakt van de investering in een relevante en sterke
openbare omroep meteen ook een investering in een versterkt
medialandschap voor Vlaanderen.

3.
Een openbare omroep die een divers media-ecosysteem voedt

In
lijn met de voorgaande punten denken wij dat een open, sterke en
gulle openbare omroep een belangrijk instrument wordt om het
pluralistische karakter van het medialandschap in Vlaanderen te
garanderen en te voeden. Ik gebruik pluralistisch hier niet in de
strikt levensbeschouwelijke, maar in de ruimere maatschappelijke
betekenis. Dat is een heel belangrijke opdracht van de overheid,
zeker nu de toenemende concentratie van media-eigenaarschap de
pluraliteit van perspectieven in de Vlaamse media bedreigt.

De
openbare omroep moet deze opdracht zelf realiseren door vaker en
ernstiger ruimte te maken voor visies en ervaringen die (nog niet)
tot de mainstream behoren, en door binnen die mainstream niet mee te
drijven op de stroom van opkomende en verdwijnende hypes (laat staan
die zelf te creëren). Maar hij moet deze opdracht ook realiseren in
samenwerking met het brede pallet aan opiniërende initiatieven dat
bestaat en zich ontwikkelt. Dit gaat veel verder dan de discussie
over “derden”, aangezien de pluraliteit van visies en
initiatieven veel groter is dan wat door die geïnstitutionaliseerde
spelers gereflecteerd wordt. Media voegen Volgens Nobelprijswinnaar
Amartya Sen zijn media essentieel voor democratie en geluk in de
samenleving, onder andere omdat ze concrete –en vaak anders
onbelichte- informatie over de wereld waarin we leven toevoegen. Ze
zouden bovendien een beschermende functie ‘kunnen hebben door
vergeten en achtergebleven groepen een stem te geven. Dat klinkt
mooier dan wat de dagelijkse media-realiteit ons toont. We geloven
dat ten minste de openbare omroep aan die standaard gehouden moet
worden.

Ons
medialandschap is een ecosysteem met behoefte aan grote
biodiversiteit om zijn verschillende functies te kunnen blijven
realiseren. Het voornaamste instrument dat de Vlaamse overheid heeft,
zeker qua inzet van middelen, is de openbare omroep. De investering
in die omroep mag dan ook niet gezien worden als een doel op
zichzelf, maar als een instrument om een levendig, relevant en divers
ecosysteem te waarborgen en te voeden. Die opdracht is vrij nieuw
voor de VRT, maar op dit moment en met het oog op de toekomst van
toenemend belang. Media.21 pleit daarom voor voldoende middelen voor
een openbare omroep die zijn openbare rol ten volle mag en moet
spelen.


Gie
Goris, voorzitter Media.21, hoorzitting Commissie Media in het Vlaams
Parlement. 21 mei 2015

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!