In dit illegaal kledingatelier in de Argentijnse hoofdstad Buenos Aires kwamen op 27 april 2015 bij een brand twee Boliviaanse kinderen van 7 en 10 jaar om het leven. Om verder onderzoek onmogelijk te maken werd het atelier op 5 mei opnieuw in brand gestoken, terwijl de politie passief toekeek. De slogan 'Ni Un Pibe Menos' op de muur betekent 'Geen peuter minder' (Fabiana Frayssinet/IPS)

Slavenarbeid in Latijns-Amerikaanse sweatshops

De uitbuiting in de kledingsector beperkt zich niet tot Aziatische landen. Ook in Latijns-Amerika boeken kledingmerken woekerwinst door middel van het soort uitbuiting dat weinig moet onderdoen voor slavenarbeid. Een recent drama in Argentinië illustreert deze wantoestanden.

woensdag 20 mei 2015 15:42

In
Argentinië richtten de dood van twee kinderen en het seksueel misbruik
van een jonge vrouw opnieuw de schijnwerpers op het drama van de sweatshops. Er werken naar schatting 30.000 mensen, vooral Bolivianen, in sweatshops.
“Ze wonen in kamers die aan concentratiekampen doen denken.”

“Concentratiekampen”

Tijdens
een brand in een sweatshop in hoofdstad Buenos Aires kwamen op 27
april twee Boliviaanse kinderen van tien en zeven jaar oud om het leven. Ze woonden en werkten er met hun ouders in een kledingatelier. Enkele
dagen eerder was een 21-jarige Boliviaanse vrouw gered uit
een ander atelier. Ze werd er bijna drie jaar vastgehouden en
seksueel misbruikt.

Volgens
de Argentijnse ngo Fundación Alameda, een organisatie die strijdt tegen kinder- en slavenarbeid en seksuele
uitbuiting, zijn er in Buenos Aires en omgeving
alleen al drieduizend van dergelijke clandestiene confectieateliers.
Met een gemiddelde van tien arbeiders per sweatshop hebben we het
over ongeveer 30.000 arbeiders, vooral Bolivianen, maar ook Peruanen en
Argentijnen uit het landelijke westen en het zuiden van het land.

“Waar
ze werken en uitgebuit worden, meer dan zestien uur per dag, daar
wonen ze ook. De baas heeft volledige controle over hen”, zegt
Lucas Schaerer, woordvoerder van Alameda. “Ze laten hen ook
‘belastingen’ betalen. Ze eten in dezelfde kamer in onmenselijke
omstandigheden. Het eten, dat van hun loon wordt afgetrokken, stelt
weinig voor. Daardoor is er veel tbc. Ze wonen in kamers die aan
concentratiekampen doen denken, met stapelbedden en badkamers die ze
met 30, 50 tot 60 mensen moeten delen.”

Argentinië,
een land met 41 miljoen inwoners, telt bijna 2 miljoen migranten.
Migrantenorganisaties schatten dat 90 procent van deze migranten in
de landbouw- en kledingsector werkt. Ook al hebben ze wettelijk recht
op een verblijfsvergunning en op openbare diensten als onderwijs en
gezondheidszorg, ze verblijven vaak illegaal in het land.

Grote
kledingmerken

Voor
Schaerer is de kledingindustrie verantwoordelijk voor deze
mistoestanden. Bijna 80 procent van de kledingsector maakt volgens hem gebruik
van de sweatshops. Alameda kreeg in tien jaar al
vijfduizend klachten binnen, onder meer over kinderarbeid, mishandeling en
seksueel misbruik. Argentinië telt 110 kledingmerken, waaronder
enkele internationaal bekende. Slechts één van deze merken werd
ooit veroordeeld voor deze praktijken.

Alameda
eist een label dat de consument garandeert dat zijn kleding niet met
slavenarbeid gemaakt werd. Het Argentijnse overheidsorgaan Instituto
Nacional de de Tecnología Indiustrial
probeerde al eerder een vrijwillig label in te voeren, maar slechts
één groot kledingbedrijf ging daar op in.

Smeergeld
voor de politie

Ook
de Argentijnse overheid gaat niet vrijuit. Uit een audit in 2006
bleek dat zelfs het leger kleding kocht uit clandestiene ateliers.
Nog steeds treden de nationale en lokale overheid niet op tegen de
ateliers en de grote kledingbedrijven die hun producten kopen, zegt
Schaerer.

De
politie kijkt de andere kant op in ruil voor smeergeld, zegt Ayala.
Een goed voorbeeld is het atelier waar de twee Boliviaanse kinderen
omkwamen. Het werd na de brand bewaakt door de politie, maar op 7 mei
werd er opnieuw brand gesticht, klaarblijkelijk om documenten en
bewijzen te vernietigen (zie foto boven dit artikel).

Mauricio
Macri, burgemeester van Buenos Aires, ontkent de corruptie en zegt
dat alles te wijten is aan “een tekort aan werk,
gecombineerd met illegale immigratie”. Vaak laten de ateliers
zijn inspecteurs niet binnen, zegt Macri.

Slavenarbeid

“Bij
slavenarbeid heeft men het altijd over de Boliviaanse migratie, maar
men vergeet de rol van de consument zelf, de uitbuiting van de
arbeidersklasse hier, en de medeplichtigheid van het stadsbestuur en
de regering”, zegt Juan Vásquez, die zelf in een sweatshop
gewerkt heeft. “In het grotere geheel zijn we met moeite de
restjes, de uitgestotenen, de ballingen.”

“Wanneer
je hier aankomt, ben je kwetsbaar omdat je de plaats niet kent. Ze
zeggen je dat je hier moet werken, ze geven je te eten en zo rol je
in het systeem. Je stelt je geen vragen omdat ze je een
oplossing bieden en je het in je eigen land heel zwaar hebt gehad.”

Vásquez
kwam op zijn negende naar Argentinië met zijn broer en moeder. “We
waren niet van plan terug te keren, want we hadden geen geld. Mijn
laatste herinnering aan Bolivia is er een van honger. Ik herinner me
de wanhoop van mijn moeder om aan geld te komen.” Na allerlei
problemen aan de grens belandden ze in het atelier waar zijn vader al
werkte. Op zijn zestiende begon hij daar zelf ook te werken.

Volgens
de organisatie Sum of Us is het Spaanse kledingmerk Zara een van de
betrokken partijen bij de sociale uitbuiting in Argentinië.

Bronnen: 

Talleres
textiles clandestinos, drama argentino de muchos retazos

No
action as Argentina’s illegal sweatshops flourish

Zara:
stop making your clothes in sweatshop conditions

De
protestbeweging ‘Ni Un Pibe Menos’ heeft een Facebookpagina (‘pibe’
is Argentijns dialect voor ‘peuter’) 

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!