foto: Rob Stevens
Interview -

Dirk De Wachter: “Steeds meer mensen voelen dat er iets niet klopt”

Samen met kompaan Paul Verhaeghe is hij het boegbeeld geworden van het vreedzame verzet tegen een kille prestatiesamenleving. DeWereldMorgen.be had een gesprek met psychiater Dirk De Wachter. "Engagez-vous!"

dinsdag 5 mei 2015 19:03

Dirk De Wachter is
psychiater-psychotherapeut en diensthoofd systeem- en gezinstherapie aan het
Universitair Psychiatrisch Centrum van de KU Leuven. Daarnaast is hij opleider
en supervisor in de gezinstherapie in diverse centra in binnen- en buitenland.
Sinds het verschijnen van zijn boek “Borderline Times”, waarin hij borderline
niet als een individueel, maar als een maatschappelijk ziektebeeld schetst, is 
hij amper uit de media weg te slaan.

Samen met kompaan Paul Verhaeghe is hij
het boegbeeld geworden van een toenemend verzet tegen de kille
prestatiesamenleving. In zijn recentste boek “Liefde, Een
Onmogelijk Verlangen?” overschouwt hij liefde en relaties in tijden van
maakbaarheid. Kan de liefde overleven in tijden waarin duurzaamheid een
zeldzaam goed is geworden, waarin alles maakbaar en perfectie het hoogste goed
lijkt?

Vragen als spiegel

We zouden elkaar spreken om 20u.
Maar de planning van de avond draait in de soep door monsterfiles richting
kust, waardoor ik hem pas om 21u45 van het podium in de theaterzaal van Vooruit
kan plukken, waar hij samen met Daan de Nacht van de Arbeid afsluit op Volta XL. Of hij er
nog zin in heeft, op dit onzalige uur, vraag ik aarzelend. “Voor DeWereldMorgen.be
doen we wat extra moeite, dus kom maar mee.” Ik schuif mee aan tafel en
terwijl hij het verlate avondmaal wegwerkt antwoordt hij geanimeerd op mijn vragen, al
lijken die wat overbodig en is hij me telkens een paar zinnen voor.

U stelt veel in vraag, maar biedt
zelf weinig antwoorden. Wie uw boeken leest in de hoop daar oplossingen te vinden voor concrete problemen,
die legt ze misschien wat ontgoocheld weg.

“Uiteraard. Als psychiater hoor ik geen oplossingen of antwoorden aan te reiken. Ik ben geen goeroe. Ik wil
alleen maar een spiegel voorhouden. Wat mensen daarmee doen, dat moeten ze zelf
uitzoeken. Het is aan hen om antwoorden te formuleren. Het is wezenlijk voor de
psychotherapie dat ze geen antwoorden biedt. Ik vind het al moeilijk genoeg om
te weten wat ik zelf moet doen, laat staan dat ik zou weten wat anderen al dan
niet moeten doen. Bovendien geloof ik vurig in bottom-up processen. Top-down
processen plaatsen leiders aan het hoofd van regimes, maar brengen mensen niet
dichter bij elkaar. Ik beantwoord geen vragen en
los geen problemen op, maar kaart dingen aan. Dat betekent niet dat ik nergens
iets van vind. Als dat zo was zou ik niet zo zitten orakelen en geen boeken schrijven.”

Hoe verklaart u het succes en de weerklank van wat Paul Verhaeghe en uzelf schrijven en vertellen? Jullie vertalen een ongemakkelijke waarheid.

“Paul (Verhaeghe) en ik zijn
compagnons de route
. Hij wees me er ooit op dat ik hem wel vaak citeerde. “Maar
Paul, dat is omdat er niemand anders is”, zei ik hem. Wij zijn randfenomenen. Zoals jullie
dat zijn in de media. Er is weinig fundamentele maatschappijkritiek. De meeste
kritiek wordt dan nog gedragen door hulpverleners. In Nederland zie je dat al
een hele tijd, dat de hulpverlening fundamentele problemen aankaart. Dat is toch opmerkelijk?”

Onderstroom

“Ik zie een onderstroom van jonge
mensen die zich vragen stellen, dingen herkennen in wat ik schrijf, problemen
benoemd zien. Mensen die nadenken over hun carrière, hun relatie, hun leven, …  die voelen dat er iets niet klopt. Al moet ik
voorzichtig zijn met het woord “onderstroom”. Het is een beladen woord
geworden.”

“Ik onderscheid twee constante
levensdriften of energiestromen: Thanatos heet klassiek de doodsdrift, maar je kan er ook het
verlangen naar rust en stabiliteit en lezen. Eros staat voor de lust, maar ook de
liefde, de barmhartigheid, het zorgen voor elkaar. Tussen deze krachten heerst
een broos evenwicht. Aan die onderstroom van zorg en barmhartigheid moeten we terug
een stem geven.”

In uw werk schetst u een
ontnuchterend beeld van de moderne samenleving. Zorg en barmhartigheid staan
niet meer centraal in ons leven. Het is ieder voor zich. Toch klinkt u ook hoopvol.

“Ik ben eigenlijk inderdaad best
hoopvol, hoe kritisch ik me ook uitlaat over de cultuur. Cultuurkritiek staat
niet gelijk aan cultuurpessimisme. Net die onderstroom die beweging van mensen
die dingen in vraag durven stellen moet ons hoopvol stemmen. Engagement is per
definitie hoopvol. Zonder hoop geen engagement.”

Ook kunst kan de wereld redden

U besteedt veel aandacht aan de
rol van kunst en cultuur in uw boeken. Toevallig in tijden waarin die onder
vuur liggen en zich voortdurend lijken te moeten bewijzen.

“Kan kunst de wereld redden?
Volmondig ja. Ook kunst kan de wereld redden, met de nadruk op ‘ook’. De kunsten zijn geen eiland. Ze bestaan bij gratie van de wereld, de samenleving. De wereld definieert de kunsten. Maar engagement in de kunst kan ook doorslaan. Al te
geëngageerde kunst, kunst die een stellige boodschap vertolkt is propaganda, geen
kunst. Dan denk ik bijvoorbeeld aan de nazikunst. De kunstenaar moet blijven vragen stellen.

Ik moet nu spontaan denken aan
Bukowski’s gedicht ‘Style’.

“Style is the answer to everything.
A fresh way to approach a dull or dangerous thing
To do a dull thing with style is preferable to doing a dangerous thing without
it
To do a dangerous thing with style is what I call art


Bullfighting can be an art
Boxing can be an art
Loving can be an art
Opening a can of sardines can be an art”

Het is niet zozeer wat je doet,
maar hoe je dingen doet die ze betekenis geeft.

Kunstenaars zijn visionairen,
zij voelen dingen aan die de rest van de wereld (nog) niet ziet. Zij zijn
perfect geplaatst om onze ogen te openen voor wat we doorgaans negeren.”

Engagement

Dat klinkt alweer als een
pleidooi voor engagement, ook in de kunsten.

“Engagez-vous! Er heerst een sfeer van
gelatenheid. “Alles gaat toch goed, dus zeur niet zo.” Daartegenover wil ik
engagement stellen. Mensen hebben blinde vlekken die ze liefst negeren.
Oplossingen moeten altijd van de anderen komen. Maar wanneer alles politiek
gestuurd wordt, dan gaat het mis. Je hebt een kader nodig, maar de invulling
moet van ons komen, van de mensen. En dat kader moet onzichtbaar zijn en mensen
tot hun recht laten komen. Heel wat actuele kaders staan net in de weg van
mensen en van hun engagement.”

Ondanks uw kritische stem toont
u zich erg mild voor het individu. U bent scherp voor structuren, maar ontziet
de mensen.

“Dat klopt. Wanneer ik
tegenover iemand zit die de meest ondenkbare racistische uitspraken doet, dan
keur ik die niet goed, maar probeer ik te begrijpen wat er gaande is. Ieder mens heeft zijn
verhaal, zijn achtergrond en geschiedenis. Achter het zichtbare zit veel
verborgen wat we niet weten. Ieder mens is kwetsbaar. Tegenover die
kwetsbaarheid moet je mededogen stellen.

Voor mij is kwetsbaarheid een talent. Een
groot deel van de menselijke creativiteit komt voort uit kwetsbaarheid. Maar
onze samenleving heeft maar weinig plaats voor het kwetsbare. Tegelijkertijd
worden structuren wel gemaakt door mensen en zijn het ook alleen mensen die ze
kunnen veranderen. Structuren zijn geen anonieme entiteiten en ze zijn niet van
“de anderen”. We zijn allemaal verantwoordelijk.

“We willen alles
perfectioneren, alles lijkt maakbaar, als je maar hard genoeg je best doet. Zelfs
in de liefde willen we de ander kneden, zoeken we naar de perfecte relatie op
maat. We zijn ziek in maakbaarheid. We hebben God in de hemel afgeschoten en
zijn zelf God geworden. Dat is een vergissing. Ik pleit voor zingeving en aandacht
voor zorg, maar wel als universele waarden, niet vanuit een conservatieve of
religieus geïnspireerde visie. Mijn pleidooi betekent dus niet dat we terug
moeten naar hoe het vroeger was, naar de verzuiling en de betutteling, maar wel
dat we moeten nadenken hoe we deze nieuwe tijd vorm willen geven.”

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!