Waarom de sociale strijd een ideeënstrijd is

Waarom de sociale strijd een ideeënstrijd is

maandag 4 mei 2015 16:51

In de nasleep van de Dag van de Arbeid kan het geen kwaad om eens na te gaan waar de sociale bewegingen, de arbeidersbeweging voorop, nu eigenlijk tegen strijden. Uiteraard tegen sociale afbraak, armoede, ongelijkheid,werkloosheid en slechte arbeidsomstandigheden. Het was dan ook voorspelbaar dat er vooral tegen de rechtse regeringspartijen heftig te keer werd gegaan op de traditionele 1 mei-vieringen van de sociaaldemocratische beweging.

Maar wat de sociaaldemocraten en de bredere linkse beweging jammer genoeg vaak vergeten, is dat het over meer gaat dan dat. Zowel rechts als delen van links hebben de neiging om de sociale strijd te verengen tot een discussie over geld en hoe je dat het beste aanwendt om economische groei te verwezenlijken. Rechtse partijen zetten de besparingen neer als een noodzakelijk kwaad, een zure appel waar we doorheen moeten bijten om de schuldenberg van decennialang zogenaamd links beleid te verwerken. Linkse critici wijzen erop dat besparingen de koopkracht van de mensen ondermijnen, op die manier economische groei ondergraven  en dus hun doel voorbijschieten. Beide kanten geven elkaar de schuld van de slechte economische omstandigheden want beide kanten namen op een gegeven moment wel eens deel aan de macht. De strijd die de sociale bewegingen voeren wordt zo gereduceerd tot hetzij een technocratische kwestie, hetzij een moralistisch welles-nietesspelletje met de rechtse regeringspartijen en de sociaaldemocratische oppositiepartijen als hoofdrolspelers.

Het rechtse eenheidsdenken

Links bewijst zichzelf echter geen dienst door de rigide regels van dit spelletje te volgen. De belangrijkste strijd vandaag is niet de strijd tegen de regeringen Michel en Bourgeois, zelfs niet eens de strijd tegen het hardvochtige beleid dat beide regeringen willen doordrukken. De strijd is meer dan dat. De belangrijkste tegenstander is een ultraliberaal en in wezen extreemrechts eenheidsdenken dat sedert enkele decennia gemeengoed is geworden in rijke ondernemersorganisaties, internationale instellingen en politieke partijen. Het is een eenheidsdenken dat bij uitstek wordt belichaamd in een partij als N-VA en Open VLD, maar dat we in andere varianten ook terugvinden bij de sociaaldemocratische partijen. De grootste tegenstander van links is niet het besparingsbeleid, maar een neoliberaal mens- en maatschappijbeeld waarvan de besparingen slechts één van de schadelijke uitingen zijn.

Dat het neoliberale eenheidsdenken zo dominant is, is niet omdat het uitblinkt in scherpzinnigheid. Integendeel, wie het tot zijn naakte essentie herleidt, merkt onmiddellijk dat het om een in wezen achterlijke ideologie gaat. Wie aandachtig luistert naar wat onze rechtse bewindvoerders verkondigen en de losse eindjes met elkaar verbindt, weet dat hun liberale conservatisme intellectueel weinig om het lijf heeft en als politiek beleid ronduit gevaarlijk is. De inherente achterlijkheid ervan werd zelden zo duidelijk als in de tweet die de Antwerpse N-VA-schepen en Kamerlid Rob Van de Velde de wereld in stuurde naar aanleiding van 1 mei.

rob van de velde @robvandevelde · 8 u8 uur geleden
Mocht Marx leven zou hij toegeven dat ideologisch eindpunt, klassenloze maatschappij,          was bereikt. Artificiële instandhouding klassenstrijd

Het ridicule karakter van deze stelling blijkt al uit de interne contradictie die erin ligt besloten. Het is immers moeilijk om jezelf voor te stellen hoe er een strijd tussen klassen kan plaatsvinden in een samenleving waarin geen klassen bestaan. Het is zo mogelijk nog moeilijker om je voor te stellen dat er geen ongelijkheid meer is als je rondloopt in de minder gegoede buurten van Antwerpen en Brussel, steden waar Van de Velde als schepen en Kamerlid toch regelmatig zou moeten vertoeven.

Niettemin is het heel duidelijk wat Van de Velde bedoelt als hij zegt dat de klassenstrijd ‘artificieel’ in stand wordt gehouden. Het past volledig in de demagogische kraam van zijn partij  om de economische verschillen tussen groepen mensen te minimaliseren. We leven, volgens de N-VA, in een samenleving die geen discriminatie toelaat, waar racisme een relatief gegeven is en sociaal-economische achterstand gemakkelijk te overbruggen valt, als je maar moeite doet. Als er al sprake is van sociale strijd dan is dat omdat een deel van het volk wordt opgehitst door de socialisten die erop azen om de macht te heroveren. Wie toch nog arm is,heeft dat te danken aan een sociale welvaartsstaat die mensen lui en afhankelijk maakt.

Dit is in een notendop de achterlijke visie van onze leiders: 1) Armoede bestaat omdat mensen hun verantwoordelijkheid niet opnemen(met andere woorden: armen zijn lui), 2) armen nemen hun verantwoordelijkheid niet op omdat de staat te vrijgevig is (met andere woorden: armen zijn profiteurs), 3) de staat is te vrijgevig omdat de socialisten en de vakbonden er belang bij hebben dat hun doelpubliek voor hen stemt (met andere woorden: de socialisten en de vakbonden houden de klassenstrijd ‘artificieel’ in stand voor eigen profijt). Rechtse partijen en politici gebruiken allerhande newspeak om het extremisme van hun visie te verdoezelen, maar de essentie blijft dezelfde.

Wat de linkerzijde goed moet beseffen is dat deze visie meer behelst dan enkel en alleen de besparingen, maar dat het een historisch gegroeide ideologische consensus  is met zijn wortels in het bikkelharde conservatisme van Thatcher, Reagan en Pinochet die vakbonden en sociale bewegingen zagen als de vijfde colonne van de Sovjet-Unie en hen elk op hun manier wisten te onderdrukken. Pinochet deed dat bijvoorbeeld door een dictatuur te installeren die de markten open gooide, staatsbedrijven privatiseerde en politieke dissidenten vervolgde, Thatcher door de vakbonden te bestempelen als een ‘interne vijand’, Reagan door in één klap meer dan 11.000 luchtverkeersleiders te ontslaan na een staking van een paar dagen. Hetzelfde autoritaire en pro-kapitalistische beleid herhaalde zich in min of meer extreme varianten over de hele wereld: Latijns-Amerika, Rusland, Irak en momenteel ook Europa.

N-VA: armoede als core business

Het is deze extreemrechtse ideologie die in de figuur van Theodore Dalrymple door Bart De Wever is binnengesmokkeld in het Vlaams-nationalisme en daar het gewaad aantrok van een ‘gematigde’ volkspartij. Maar hoezeer de N-VA ook haar best doet om haar ideologie aantrekkelijk te maken met buzzwords als ‘responsabilisering’ en ‘activering’, het blijft een feit dat de core business van de N-VA bestaat uit het stigmatiseren van de lagere klassen, het marginaliseren van minderheden en het afbreken van de sociale welvaartsstaat.

Het afschaffen van de inschakelingsuitkering, het beperken van uitkeringen voor bepaalde groepen en de indexsprong zullen er echter niet voor zorgen dat armoede tot het verleden gaat behoren.  Je moet geen arbeidsmarktspecialist zijn om in te zien dat  de jobs niet voor het rapen zullen liggen louter en alleen omdat minder mensen aanspraak maken op een werkloosheidsvergoeding. Evenmin moet je een armoede-expert zijn om te begrijpen dat mensen in armoede er geen enkel belang bij hebben om arm te blijven.

Armoede is bovendien meer dan werk en inkomen alleen. Armen hebben niet alleen minder geld, ze leven ook vaker in ongezonde woningen, hebben slechtere voeding, hebben minder gemakkelijk toegang tot diensten waar ze eigenlijk recht op hebben, zijn minder mobiel, leiden vaker aan stress, … De lijst van materiële, sociale en psychologische problemen waarmee armen dagelijks krijgen af te rekenen is nagenoeg eindeloos. Deze problemen maken de zoektocht naar werk nog moeilijker dan ze al is. Dat is de realiteit van onze ‘klasseloze’ samenleving. En die realiteit gaat niet veranderen omdat de N-VA en haar liberale partners het eisen.

Bovendien, zelfs als de schamele loonlastenverlaging van de regering-Michel zou leiden tot meer werk (wat de regering hoopt, maar niet kan verzekeren), wie garandeert ons dan dat dit voldoende zal zijn om mensen uit de armoede te halen? Wie verzekert ons dat de klasseloze samenleving van Van de Velde, deze ‘brave new world’, niet vooral een moeras van nepstatuten en hamburgerjobs is? Als de geschiedenis van alle neoliberale experimenten van Pinochet tot Bush ons immers één ding leert, dan is het wel dat explosieve economische groei perfect hand in hand kan gaan met bittere armoede en toenemende sociale ongelijkheid.

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!