James K. Galbraith pleit voor een veralgemeende sociale zekerheid in heel de EU (Theo Beck)
Interview - SamPol

James K. Galbraith over de noodzaak van een Europese sociale zekerheid

De Amerikaanse econoom James K. Galbraith pleit voor een uitbreiding van de sociaal-democratische welvaartsstaat naar de zuidelijke EU-lidstaten, als oplossing voor de economische crisis. Wim Vermeersch, hoofdredacteur van Samenleving en Politiek (SamPol), sprak met hem.

dinsdag 28 april 2015 14:23

James K. Galbraith werkt
achter de schermen mee met de Griekse regering om het land in de eurozone te
houden. Onder de Griekse crisis schuilt evenwel een Duitse crisis, aldus de
Amerikaanse econoom. “Je kan geen levensvatbare Unie hebben met één land dat
enorme overschotten boekt ten koste van de rest.”

Enkel de lonen in Duitsland
verhogen, is voor Galbraith niet voldoende. Op termijn moeten we interregionale
en interpersoonlijke transfers in het leven roepen om te komen tot systemen van
Europese werkloosheidsuitkeringen, minimumlonen of minimumpensioenen.

“Als Noord-Europa zijn nog
steeds herkenbaar sociaaldemocratisch karakter wil behouden, zal het zijn welvaart
met andere regio’s moeten delen door het opzetten van een Europese sociale
zekerheid. Anders komen Oost- en Zuid-Europeanen in jullie parken slapen.”




Na de Grote Depressie van
de jaren 1930 was het wachten tot 1954 op het dunne boekje The Great Crash, 1929 van vader John K. Galbraith, één van de belangrijkste economen van de twintigste eeuw. Na de financiële crisis van 2008 volgde een stortvloed aan analyses. Volgens
zoon James K. Galbraith (1952), vandaag eveneens een vooraanstaand econoom, de
ene al problematischer dan de andere.




In zijn uitstekende boek The
End of Normal. The Great Crisis and the Future of Growth
(2014) ontwaart Galbraith jr. twee kampen: de ‘zoetwatereconomen’
(de radicale pro-markt economen, rond de Amerikaanse grote meren – de Chicago
school) en de ‘zoutwatereconomen’ (de neokeynesiaans geïnspireerde economen, aan
de Atlantische kusten – de MIT school). Voor Galbraith zijn beide overtuigingen
even problematisch.

Tussen de Austerians en de Stimulards
ontwikkelt hij in The End of Normal een Derde Weg. Aangezien we in het Westen
niet meer terugkeren naar een ‘normale’ toestand met hoge groeicijfers, wordt
een ‘slow growth economy’ – minder efficiënt maar ook minder instabiel – het
nieuwe normaal. Met het gewoon vertragen van het huidige model gaan we er echter
niet geraken. De bouwstenen voor de eenentwintigste-eeuwse economie moeten radicaal
anders. In het boek lezen we onder andere over kleine staatsbanken, vervroegde
pensioenen, kortere werkweken en hogere minimumlonen.

De centrale these van James
K. Galbraith – dat minder groei meer solidariteit vereist – overtuigt op
papier. De praktijk is, zoals zo vaak, weerbarstiger. Dat ondervindt Galbraith
aan den lijve, nu hij fungeert als persoonlijk klankbord van vriend, voormalig collega
aan de University of Texas en huidig Grieks Minister van Financiën Yanis
Varoufakis in de onderhandelingen met Europa.

Niettegenstaande vader
Galbraith hechte vriendschapsbanden onderhield met de sociaaldemocratische
Griekse premiers Andreas en Giorgos Papandreou, loopt zoon Galbraith sinds
februari regelmatig mee met het team van Grieks premier Alexis Tsipras.

“Toen de regering-Giorgos
Papandreou in 2011 viel over het euroakkoord voor de redding van Griekenland, werd
me duidelijk dat haar conventionele beleid niet langer werkte. Men bleef ervan overtuigd
dat economisch herstel kon worden gerealiseerd zolang de financiële markten
maar zagen dat je je verantwoordelijk gedroeg. Deze aanpak was niet slecht
bedoeld, maar totaal inadequaat voor de krachten waar Griekenland mee te maken
kreeg.”

We ontmoeten James K. Galbraith
eind maart als hij 24 uur in Brussel is voor de ETUI-conferentie ‘Europe’s
dilemma: austerity revisited or a new path for a sustainable growth’
. Hij komt net ingevlogen uit Athene waar de week voordien een belangrijke
schuldregeling voor de eigen burgers en een reeks armoedemaatregelen werden
gestemd. Zelf werkte hij mee aan de hervormingsplannen die de Trojka van
Griekenland eiste. Geen eenvoudige oefening. Zeker gezien de nogal grove
omgangsvormen tussen geldschieter en schuldenaar.

“Er zijn duidelijk krachten
in het spel die Syriza willen vernietigen,” valt Galbraith meteen met de deur
in huis. “In de internationale pers krijgt de partij het hard te verduren. Ook
de Griekse pers – nog steeds gedomineerd door oligarchen gelinkt aan de
bankwereld – heeft ze niet mee. Het echte probleem is echter dat de betrokkenen
zich niets aantrekken van het humanitaire drama dat zich in Griekenland
afspeelt maar enkel bezorgd zijn dat de dominostenen in Europa niet vallen.”

“De Syriza-regering zelf
zal niet vallen. Ik heb in mijn leven al veel staatsleiders ontmoet, maar
Alexis Tsipras steekt er qua politieke feeling toch bovenuit. Laat u niet
misleiden door zijn jongensachtig voorkomen. De man werd tien jaar na het ontstaan
van zijn partij premier. He’s the real deal.”

Wim Vermeersch: Sommigen beweren
dat de piepjonge Syriza-administratie in de confrontatie met de machtige Europese
opponent een amateuristische indruk nalaat.



(foto Theo Beck)

James K. Galbraith: “Aan de
top van de Griekse regering zitten een aantal gewiekste personen met veel strategisch
inzicht. Ik bemerkte bij de gesprekken midden februari over het Memorandum voornamelijk
tegenstrijdige geluiden bij de Europese onderhandelaars. Vooral de Duitse delegatie
was verdeeld tussen het kamp-Schäuble dat een erg moraliserende toon aansloeg en
het kamp-Merkel dat niet verantwoordelijk wilde zijn voor de implosie van
Europa.”

“De Bondskanselier beseft
de ernst van de situatie: als Duitsland Europa niet kan samenhouden, zal ook de
eigen positie eroderen. De hoop binnen de Syriza-regering is dat de rede
overwint, dat als het Europese establishment haar niet weg krijgt de enige
mogelijkheid is genoeg ruimte creëren om haar te laten gedijen. Voorlopig is
dit nog niet het standpunt van de Europese centrale banken.”

In de media lezen we over
een Russische noodlening aan Griekenland als chantagemiddel om Europa te doen
buigen.

“Bij die onderhandelingen
ben ik niet betrokken. Voor zover ik weet speelt het Russische element geen rol
in de stellingname van de Griekse regering over een schuldherschikking. Maar er
spelen zeker geopolitieke belangen. Rusland is, los van Griekenland, sowieso één
van de voornaamste zorgen van het Atlantische leiderschap. Barack Obama
telefoneert er regelmatig over met Angela Merkel.”

“Het vermijden van een politieke
meltdown op de zuidflank van Europa is in eenieders belang. Want vergis u niet:
ook de Russen willen niet dat Europa uiteenvalt. Ze zien in Europa een meer
neutrale partner dan de VS. Om verschillende redenen willen zowel Rusland als
de VS dus een redelijke oplossing van het Griekse probleem. Het is de
kruideniersmentaliteit binnen Europa die een oplossing in de weg staat.”

Wat zou een Grexit voor het
land zelf betekenen?

“Het zou alleszins de
herwonnen waardigheid die ik in de Atheense straten
bemerk – die veel meer waard is dan alle miljoenen euro’s van Europa – weer
aantasten. Een Grexit is niet de keuze van het Griekse volk, noch van Syriza.
De nieuwe drachme zou sowieso devalueren; de vraag is alleen hoeveel. Je wil
een bepaalde mate van devaluatie om de algemene competitiviteit te verbeteren, maar
het risico op hyperinflatie is reëel. Op korte termijn krijg je een verdere
verkruimeling van de Griekse economie.”

“Ook op lange termijn zijn
de vooruitzichten niet gunstig. Griekenland heeft een beperkte elasticiteit van
verhandelbare goederen. Argentinië had na haar financiële crisis van 2000-2002
een reusachtige landbouwproductie die de Chinezen gretig afnamen. Het enige dat
de Grieken op de wereldmarkt kunnen verkopen, is de schoonheid van hun land als
toeristische bestemming. Het is onduidelijk hoeveel extra inkomsten uit
toerisme zouden binnenkomen bij devaluatie.”

Kan de eurozone een Grexit
overleven?

“De geschiedenis leert dat
grote politieke entiteiten een risico nemen als ze zelfs maar hun kleinste
stukken laten gaan: de Sovjet-Unie overleefde het vertrek van de Baltische
staten (1991) niet; Joegoslavië overleefde het vertrek van Slovenië (1990)
niet; de American Union overleefde het vertrek van South-Carolina (1860) niet. Als
de eurozone een land van ‘slechts’ 2% van haar economie laat gaan, is dat initieel
geen probleem.”

“Maar wat als morgen een
land dat 3, 4 of 5% van haar economie uitmaakt in de moeilijkheden komt? Het
principe van een onomkeerbare eenheidsmunt wordt uitgewist door het eerste
vertrek. Je creëert een precedent. Het is zoals een klein lek in het dak van
jouw huis: geen goed idee om dat te negeren.”

Er is heel wat mis met de
constructie van de huidige eurozone. Hoe zou een blauwdruk van de perfecte
eurozone er voor u kunnen uitzien?




“Ik schreef in 2013 mee aan
A Modest Proposal for Resolving the Eurozone Crisis, Version 4.0, een project in 2010 opgestart door Yanis Varoufakis (foto) en Stuart Holland. Daarin
staan een aantal onmiddellijke oplossingen die kunnen worden opgenomen binnen de
bestaande EU-verdragen.”

“Ze vereisen geen verdragswijziging,
die de burgers in een referendum vandaag toch zouden afwijzen. Volgens onze analyse
speelt deze crisis zich af op vier aan elkaar gelinkte domeinen: er is een
bankencrisis, een schuldencrisis, een investeringscrisis en een sociale crisis.
We hebben een New Deal nodig, die net zoals destijds in de VS direct resultaat kan
opleveren.”

Wat kan zo’n Europese New
Deal precies inhouden?

“Een. De bankencrisis vereist
een zaak-per-zaak oplossing op Europees niveau. Nationale regeringen mogen niet
langer borg staan voor hun banken. Die toxische relatie moet worden doorgeknipt.
Als banken geherfinancierd moeten worden, dan best direct via het European
Stability Mechanism (ESM).”

“Twee. De ECB moet de
lidstaten de mogelijkheid bieden de door het Verdrag van Maastricht beoogde schuldgraad
van 60% om te zetten. Alle schuld daarboven blijft uiteraard voor rekening van
de lidstaat zelf.”

“Drie. Het door
besparingslogica gedomineerde European Economic Recovery Programme 2020 moet
worden vervangen door een nieuw investeringsprogramma, gefinancierd met bonds van
de Europese Investeringsbank en het Europese Investeringsfonds.”

“Vier. Europa moet een
programma opstarten dat de toegang tot voedsel en basisenergie voor alle
Europeanen garandeert, via een European Stamp Programme en een European Energy
Programme.”

Zo’n pakket maatregelen
staat ver af van de oplossingen die nu op tafel liggen.



(foto Theo Beck)

“Europese regeringen zitten
gevangen in een valse keuze tussen stabiliteit en groei, tussen besparen en
investeren, tussen nationale soevereiniteit en federalisme. De echte keuze is
die tussen een beggar-my-neighbour-deflatie en een investeringsgericht herstel.
Het is niet geweten hoeveel slagen Alexander de Grote nodig had om de
Gordiaanse knoop los te hakken, maar in onze Modest Proposal kan Europa met deze
vier haalbare keuzes de knoop van schulden en tekorten doorsnijden.”

De komst van de
Syriza-regering heeft het Europese beleid niet veranderd. Welke drastische
gebeurtenis zou wel een koerswijziging kunnen bewerkstelligen?

“Stel dat Marine Le Pen in
Frankrijk aan de macht zou komen, dan krijg je een Europa dat ver af staat van
wat zijn founding fathers voor ogen hadden. Maar door het Franse kiessysteem
lijkt me dat scenario onwaarschijnlijk. Ik geloof eerder in een optimistisch
scenario.”

“Mocht Podemos dit najaar de verkiezingen in Spanje winnen, krijgt
links in Europa een nieuwe opkikker. Wie weet doet dit ook in Italië en
Frankrijk, waar in 2016 en 2017 verkiezingen plaatsvinden en de socialisten er
nu slecht voor staan, de wind van richting veranderen. In de politiek kan het
snel keren. Drie jaar geleden stond Syriza nog op 4%. Vandaag haalt de
Syriza-regering een approval rating van 80%.”

U hoopt zo op een andere
dynamiek in de Europese Raden. Maar valt de dynamiek van bijvoorbeeld de Raad
van Ministers van Financiën überhaupt te veranderen?

“Ik kan van op de eerste
rij getuigen hoe bubbels uiteenspatten door de intrede van politieke neofieten
als Yanis Varoufakis. Hij is geen lid van de club van zijn collega Ministers
van Financiën, maar verandert wel de dynamiek in de Raad. Een paar extra medestanders
zou wonderen doen. Maar eenvoudig is het niet.”

“Ministers van Financiën
zijn per definitie carrièrepolitici. Ze hanteren allen hetzelfde discours, delen
dezelfde visie op de wereld. Ze wandelen niet door de straten van hun steden.
Zelfs ministers uit crisislanden isoleren zich van de eigen politieke realiteit.
Maar Varoufakis leidt een gewoon leven, in tegenstelling tot wat de media
beweren. De reportage in Paris Match was misleidend. Het befaamde terras met
zicht op de Acropolis is niet van hem; Yanis woont op de eerste verdieping. En
ook de maaltijd op de tafel – Griekse salade en makreel – is niet meteen copieus
te noemen.”

U was de voorbije maanden
betrokken bij pogingen om een klein land in de eurozone te houden, maar schuilt
er achter het Griekse drama geen dieper probleem?

“Uiteraard. Je kan geen
levensvatbare Unie hebben met één land, Duitsland, dat enorme overschotten
boekt ten koste van de rest.”

“De oplossing is niet dat iedereen overschotten gaat
boeken – want in een ééngemaakt handelsgebied is de een zijn winst de ander
zijn verlies – maar wel dat je een mechanisme op touw zet dat de overschotten
recycleert naar de landen waar een tekort is. Met leningen lukt dat niet. Dan
ontploffen de interestvoeten en krijg je een onhoudbare schuldencrisis.”

“Dat is
geweten sinds de klassieke tijden. De oude Israëlieten hadden om de vijftig
jaar een Jubeljaar, waarin elke Israëliet
vrij was van alle financiële verplichtingen.

“De lonen in Duitsland moeten omhoog, zeer zeker, maar dat is niet genoeg. Europa
moet ook een gemeenschappelijke Europese sociale zekerheid op poten zetten die
overschotten recycleert. Op termijn moet de EU een systeem van interregionale
en interpersoonlijke transfers ontwikkelen, zoals dat in de jaren 1960 in de VS
gebeurde. De Europese aanpak is er voornamelijk één van grote
infrastructuurwerken door middel van Structuurfondsen. Die hebben hun waarde
maar verhogen het inkomen van, zeg maar, de armste gepensioneerden niet. Die
groep wordt nochtans steeds belangrijker om de binnenlandse vraag op peil te
houden.” 

U stelde in eerdere
interviews dat Europa op continentaal niveau meer ongelijk is dan de VS. Het is
een boodschap die we hier niet graag horen.

“In de VS zijn de
ongelijkheden een stuk groter op het lokaal niveau. Er is een enorme kloof
tussen de steden en de voorsteden, tussen Manhattan en de Bronx, met een sterke
raciale factor. Maar het verschil tussen de staat New York en de staat Texas is
vandaag kleiner dan zeventig jaar geleden. Midden vorige eeuw zou niemand om
professionele redenen verhuizen van New York naar Texas. Vandaag gebeurt dat
constant. De inkomensverschillen zijn triviaal geworden. Dat is het resultaat van
een hele reeks programma’s waarbij middelen naar minder ontwikkelde regio’s gingen.”

“In Europa is de kloof vooral
groot tussen de verschillende entiteiten, minder binnen de entiteiten. Door de EU-intrede
van de Oost-Europese landen en de crisis in de Zuid-Europese landen, is de
ongelijkheid tussen Noord-Europese landen met een sterke sociaaldemocratische
traditie en de rest groot. De mechanismen om dat aan te pakken, zijn nooit
opgezet. Je hebt Europese instellingen nodig die deze verschillen uitvlakken.”

De afwezigheid van een
politieke demos in Europa maakt fiscale herverdeling niet evident.

“Europa moet zijn burgers
beter informeren dat fiscale transfers niet gebeuren uit compassie of sympathie.
Het is een kwestie van verzekeringsefficiëntie: hoe groter de basis voor een
collectieve verzekering, hoe beter het werkt. En een kwestie van eigenbelang: iedereen
wordt op een bepaald moment ziek. Vandaag is Europa te abstract voor zijn
burgers.”

“De Structuurfondsen
zorgden voor autosnelwegen in Portugal. Maar je mag nog elke vijf kilometer een
bord zetten, het blijft een zwakke band. In de VS krijgt elke bruggepensioneerde
maandelijks een cheque in de bus met daarop de stempel van de ‘US Treasury’.
Het is wat concreter dan een verkeersbord. (lacht) Europa heeft stabiliserende
instellingen nodig: Europese werkloosheidsuitkeringen, Europese minimumpensioenen,
Europese minimumlonen.”

Critici stellen dat je met
een Europees minimuminkomen of minimumpensioen, bijvoorbeeld 60% van het
mediane inkomen of pensioen, de verschillen tussen België en Bulgarije niet
wegwerkt.

“Dat geeft niet. Europa
streeft naar een geleidelijke reductie van de verschillen, niet naar een eindpunt
van algemene gelijkheid. Dat zal Europa nooit lukken. Niet alleen zijn er krachten
die de ongelijkheid willen vergroten, ook ontwikkelen sommige landen continu een
cumulatief aanhoudend voordeel door hun grote productiviteit.”

“Dat er uit het Noorden sla
en tomaten worden geëxporteerd naar het Zuiden heeft niets te maken met het
klimaat, maar alles met economische wetmatigheden. Die moet je compenseren door
beleidsmaatregelen. Als je daar onvoldoende in slaagt, krijg je een ongewenste concentratie
van bevolking. In de VS is het minder een probleem als bepaalde staten
ontvolken. In Europa kan je Bulgarije niet laten verworden tot waste land.”

“Binnen een Europese
constructie moet er dus altijd een compenserende stroom zijn. Als Noord-Europa
zijn nog steeds herkenbaar sociaaldemocratisch karakter wil behouden, zal het
zijn welvaart met andere regio’s moeten delen door het opzetten van een
Europese sociale zekerheid. Anders komen Oost- en Zuid-Europeanen in jullie
parken slapen.”

In uw boek The End of
Normal
lezen we dat de rol van sociale zekerheid in een ‘slow growth economy
steeds belangrijker wordt. Hoezo?

“De sterke uitbouw van
welvaartsinstellingen kwam er na de Depressie in de VS en na de Tweede
Wereldoorlog in Europa. Het was de voorbode voor een periode van ongekende
welvaartstoename, Les Trentes Glorieuses, waarin groei werd gebruikt als universele
oplossing voor alle problemen. Met groeicijfers van 8, 9 of 10 procent krijgt iedereen
een deel van de koek. Met een groei van 1 à 2 procent is de kans groot dat een deel
van de bevolking in de kou blijft staan.”

“In tijden van trage groei moeten
we onze verzekeringssystemen net uitbouwen, niet afbreken zoals vandaag wordt
geopperd. De uitdaging is om stabiliserende instellingen te creëren die op een
efficiënte manier herverdelen. Niet om opnieuw de groeicijfers van de tweede
helft van de twintigste eeuw te halen – die ‘normale’ situatie is
definitief voorbij. Wel om werkgelegenheid te creëren die zich weerspiegelt in
groeicijfers. Niet omgekeerd.”

De automatisering bedreigt
vandaag steeds meer jobs; toch financiert arbeid nog grotendeels onze sociale
zekerheid. Hoe kan een andere basis van financiering eruit zien?

“De paradox is dat door
werkgelegenheid te belasten, je er steeds minder van krijgt. In een ideale
wereld belasten we vooral vaste activa, zoals land. Landen kunnen de benen niet
nemen. Ook creëert het een prikkel om dat land economisch te gebruiken. In de
westerse economieën werd de grondwet echter geschreven door
grootgrondbezitters. Die wilden alles behalve land belast zien.”

“Belastingsystemen die
dateren van feodale gemeenschappen zijn daarom problematisch. Het contrast met China
is groot. Door de brutale Culturele Revolutie van vijftig jaar geleden werd de
klasse van grootgrondbezitters geëlimineerd. Hun land werd overgenomen door de
staat. Vandaag kunnen provincies en steden direct huur innen. Het geld stroomt
binnen. Hele metropolen, zoals Shanghai, werden zo gebouwd.”

In tegenstelling tot land
is kapitaal wel mobiel. Dat willen we in een ideale wereld toch ook belasten?

“Uiteraard ben ik
voorstander van een progressieve inkomensbelasting. Maar kapitaalstromen zijn
in deze moderne wereld moeilijk in te dammen; in een land als Griekenland met zijn
duizenden eilanden zelfs onmogelijk. Kapitaal aanpakken via een mondiale
vermogensbelasting, zoals Thomas Piketty voorstelt, is daarom een zwaktebod.”

“Het principe achter
herverdeling is simpel: je wilt de consumptie van een meerderheid verspreiden
en de consumptie van een minderheid beperken. Toch zal er altijd grote
kapitaalsaccumulatie zijn in de handen van bepaalde personen. Dat is niet
noodzakelijk slecht. Het zijn zij die op zoek gaan naar nieuwe ontdekkingen. Wat
je wel wil vermijden, is dat hun kapitaal doorsijpelt naar volgende generaties.
Want daar gaat morele neergang mee gepaard: de tweede generatie gedraagt zich
als politieke oligarchen, de derde generatie als verdorven playboys en de vierde
generatie wordt gearresteerd voor de moord op hun echtgenotes.” (lacht)

Moeten we de oplossing dan
zoeken in een forse belasting op erfenissen?

“Zeer zeker. Niet zozeer om
de staatskas te spijzen, wel om de rijken een krachtige prikkel te geven hun
winsten van de hand te doen voor ze sterven. Een hoge erfenisbelasting zet nutteloze
accumulatie om in actieve uitgaven. Het zet ook heel wat mensen aan het werk. Zo’n
8 procent van de Amerikaanse werkgelegenheid heeft te maken met de non-profitsector
die zwaar gefinancierd wordt door dit soort filantropische transfers.”

“Elke universiteit, ziekenhuis
of kerk aanvaardt private donaties. Ze blijven functioneren dankzij een
vermogende beschermheer die bang is dat de staat zijn geld afneemt als hij
sterft. Niet alleen genereert dit systeem werkgelegenheid, het is ook een
manier om de rijken te integreren in de gemeenschap. In de VS steken miljonairs
elkaar niet naar de kroon met luxueuze jachten, maar eerder door hun
filantropie. Jouw naam op een gebouw geeft prestige.”

Dit interview werd overgenomen uit het maandblad Samenleving en Politiek 04/15.

take down
the paywall
steun ons nu!