Boekrecensie -

‘Staatsveiligheid spreekt met de duivel als die goeie informatie heeft’

Journalist Lars Bové moest ver gaan om een boek te kunnen schrijven over de Staatsveiligheid. Vast stond maar bar weinig. Zelfs aangaande informatie over zichzelf bleek de auteur niet gerustgesteld te kunnen worden. Of zoals een medewerker van de dienst zich hardop afvroeg: “Wie houden we voor de gek?”

dinsdag 28 april 2015 11:52

“Waarom kan
de Staatsveiligheid niet eens een tipje van de sluier lichten over haar werk?
In een democratie mogen de burgers toch weten wat hun geheime inlichtingendienst
zoal doet, zonder daarbij operaties, dossiers, bronnen of mensenlevens in
gevaar te brengen, natuurlijk. Maar bij elk mailtje en elk telefoontje kreeg ik
het vriendelijke antwoord dat de dienst ‘erover nadenkt’ Soms kreeg ik een hint
dat het wel zou lukken, maar uiteindelijk bleef enige medewerking altijd uit.”

Lars Bové had
dus een probleem. Hij is een journalist van de krant De Tijd en medewerker
aan het internationale onderzoek naar spectaculaire fraudezaken zoals Luxleaks en Swissleaks. Om zijn vraagtekens over de Staatsveiligheid te kunnen
deleten restte hem niets anders dan zelf in de huid van een inlichtingenagent
te kruipen, op zoek naar informatie over “de schimmigste overheidsdienst van
het land, een huis dat geen indringers verdraagt. De Staatsveiligheid is de
oudste inlichtingendienst in de wereld, op die van het Vaticaan na.”

Zwart
rechthoekje

In de
traditie van de gonzojournalistiek
zoals bedreven door Hunter S. Thompson, Gay Talese en Tom Wolfe beschrijft Bové
zijn wedervaren. Precies door die persoonlijke aanpak is dit geen saai boek
geworden. Het is evenmin zo’n sullig James Bond-verhaaltje met krachtpatserij
en vrouwelijk schoon. Ook al werken er ook vrouwen bij onze Staatsveiligheid. Een
‘woordenboek van de Staatsveiligheid’ is aangehecht.

Er staat ontzettend
veel echte informatie in over de
geheime trukendoos van onze inlichtingendienst, waaruit ik voor deze gelegenheid
zelf een selectie maak. De adressen van plaatselijke afdelingen van de dienst zijn
evenwel met een zwart rechthoekje verborgen gehouden, zoals dat hoort in dit soort verhalen. Over die
huisvesting is door de Staatsveiligheid altijd erg geheimzinnig gedaan. Bové
kon ze tot zijn eigenste verbazing traceren via het wereldwijde net.

Ben ik ook
gescreend?

Zomaar aan
de slag gaan bij de politie en andere overheidsdiensten, in een kerncentrale,
op de luchthaven, of in een functie waarbij je inzage krijgt in vertrouwelijke,
geheime of extra-geheime documenten, dat kan echt niet.

“Het is de taak van de
Staatsveiligheid om voor alle mensen en bedrijven die in België op gevoelige
plaatsen willen werken screenings of veiligheidsonderzoeken uit te voeren. Voor
sommige functies wordt zelfs de financiële toestand van de sollicitant tegen
het licht gehouden. De afdeling die zich daarover ontfermt is totaal
afgezonderd van de andere afdelingen binnen de inlichtingendienst. De
informatie die de veiligheidsofficieren van deze afdeling verzamelen wanneer ze
mensen en bedrijven screenen, mogen ze niet delen met hun collega’s van de
andere afdelingen van de Staatsveiligheid.”

Het kan wel een
hele tijd duren vooraleer zo’n onderzoek is afgerond. Bové: “Maar hoe
betrouwbaar zijn die screenings van de Staatsveiligheid dan? Geen enkele
statistiek kan dat uitmaken. Er zijn hooguit cijfers over mensen die beroep
aantekenen als ze geen attest of machtiging kregen.”

Afgerond
dossier

Bové wilde
ook wel eens weten welke informatie over hem in de databestanden van de
Staatsveiligheid zit. Hij wendde zich tot de Privacycommissie. Geruime tijd
wachtte hij op een antwoord. Maar dat stelde uiteindelijk niet veel voor. Bové:
“Dit is wel heel vreemd en alles behalve verhelderend: de nodige verificaties
zijn verricht, maar de commissie mag na afloop van haar controle geen
resultaten meedelen en dit dossier wordt dan ook als afgerond beschouwd. Moet
ik nu gerustgesteld zijn of net niet? Als ik in de databank van de
Staatsveiligheid voorkom, mag ik dat toch gewoon weten?”

Nee dus. Wie het
voorwerp van een strafrechtelijk is geweest, wordt daar naderhand wel over
ingelicht. Politie en Staatsveiligheid zijn twee verschillende dingen.

Commissievoorzitter
Debeuckelaere vindt het zelf ook nogal bizar. De persoonsgegevens zijn doorgaans
gewoon opgelepeld uit open, want publieke bronnen en uit de databank van andere
overheidsdiensten. “Ik begrijp dat zoiets bij veel mensen een onzalig gevoel
geeft”, aldus de voorzitter. “Maar het is nu eenmaal nodig om hun werk als
inlichtingendienst te kunnen doen. Ik verdedig dat dan ook: ofwel heb je een
Staatsveiligheid en geef je hun de nodige middelen, ofwel heb je beter geen
Staatsveiligheid. Ze moeten efficiënt kunnen werken, met duidelijke afspraken
en regels, maar je moet hen niet amputeren. Want als je de Staatsveiligheid
geen middelen geeft, zullen ze die misschien toch gebruiken zonder controle.”

NSA hackte, staatsveiligheid wist…

De
onthullingen in 2013 over de omvangrijke cyberspionage door het Amerikaanse National Security Agency (NSA) hebben
storm geoogst. De Staatsveiligheid die een defensieve en burgerlijke
inlichtingendienst is, heeft daar eigenlijk niks mee te maken gehad. In ons land
is samenwerking met de NSA het unieke voorrecht van de militaire
inlichtingendienst. De Staatsveiligheid beperkte zich na die spraakmakende onthullingen
van klokkenluider Snowden noodgedwongen tot een babbel met andere Amerikaanse
diensten, de CIA en het FBI, waarmee al langer contacten bestaan. Evenals het
samenstellen van een overzichtje voor de minister van Justitie, zodat die als
politieke verantwoordelijke kon antwoorden op lastige vragen van parlementsleden.

Toen bovendien
aan het licht kwam dat het telecombedrijf Belgacom het slachtoffer was geworden
van de clandestiene nieuwsgierigheid van de NSA en zijn Britse collega, bood de
Staatsveiligheid zijn diensten als expert aan. Eigenlijk wist de dienst zoveel
als niets over dat stiekeme optreden van de NSA.

Maar wat te
doen bij zo’n aanval van een
bevriende buitenlandse dienst? Een medewerker van de Staatsveiligheid: “Hoe wil
je dat we met ons mager budget en ons personeelstekort ook nog eens bevriende
diensten opvolgen? Wie houden we voor de gek? De Amerikanen zijn de
belangrijkste partner van de Staatsveiligheid, al jaar en dag.”

Europese
blunderbende

Bové
publiceert een thrillend hoofdstuk
aan de opvolging van de Tsjetsjeen Lors Doukaev die jarenlang in Herstal
woonde. De man was einde vorig decennium als terrorist getipt door de Duitse
inlichtingendienst, die er eigenlijk niet zo zwaar aan tilde. Net zoals onze
Staatsveiligheid die ook maar een routineonderzoek naar de man deed. Bij een
huiszoeking vond de politie wel een uitgebreid illegaal wapenarsenaal. In de
zomer van 2010 informeerde ook de Luxemburgse politie naar Doukaev. Maar die
was inmiddels spoorloos. Tot 10 september van datzelfde jaar.

Die dag
ontplofte een bom in de toiletten van een hotel in Kopenhagen. Doukaev was er
een bom aan assembleren. Die ging voortijdig af. Ondanks zijn verwondingen
sloeg hij op de vlucht, maar werd door de Deense politie alsnog bij de kraag
gevat. De Denen gingen er achteraf vanuit dat de bom bedoeld was voor de
aanslag op een Deense krant, die in 2005 een cartoon van Mohammed had
gepubliceerd.

Zoveel is
zeker: niet enkel de Staatsveiligheid maar het hele binnen- en buitenlands
veiligheidsdispositief had in deze affaire geblunderd. “Maar of een betere
opvolging door de Staatsveiligheid de aanslag in Kopenhagen zou hebben
verijdeld, kan natuurlijk niemand zeggen”, aldus Bové. “Doukaev werd in mei
2011 in Kopenhagen veroordeeld tot twaalf jaar cel voor terrorisme. In april
2013 is hij naar België teruggevlogen om er de resterende negen jaar van zijn
straf uit te zitten.”

De minister
heeft rugpijn




Wie dit boek
leest kan er echt niet naast lezen: er schort wat aan de relatie van de
Staatsveiligheid met de politiek. Zo zijn de ministeriële richtlijnen voor het
opvolgen van militanten van het extreemrechtse Vlaams Blok/Belang in de loop
der jaren nooit eenduidig geweest. En over de andere kant van het politieke
centrum schrijft Bové: “Bij de opvolging van extreemlinks zijn ook al
solidariteits- en vredesbewegingen op de radar van de Staatsveiligheid
verschenen. Is het echt de taak van een inlichtingendienst in een westerse
democratie om dergelijke politieke partijen en organisaties te volgen? Er zijn
in de 21ste eeuw wel grotere bedreigingen te vinden.”

Bové had ook
een uitgebreide babbel met Stefaan De Clerck, die als minister van Justitie tot
tweemaal toe de politieke baas van de dienst is geweest. “Toen ik in 1995 voor
de eerste keer bij de Staatsveiligheid binnenwandelde, heb ik gevraagd: ‘Allee,
waar is mijn dossier hier?’ Maar ik vroeg dat niet zomaar. Telkens toen ik
voordien Albert Raes, de baas van de Staatsveiligheid, had ontmoet, liet hij
mij voelen dat ze ergens over mij wel een dossier over mij bijhielden bij de
Staatsveiligheid. Ik wist maar al te goed dat ze over mij een dossier
bijhielden, over mijn studentenjaren enzovoort. Het was een machtsspelletje dat
Raes als baas van de Staatsveiligheid ook met andere ministers graag speelde.
Ze hebben me mijn dossier nooit getoond natuurlijk. Niet dat ik me zorgen
maakte. Ik heb ook niet aangedrongen, omdat ik die dag zo een ongelooflijke
pijn aan mijn rug had.”

Stefaan De
Clerck is tegenwoordig voorzitter van de raad van bestuur van het gehackte
Belgacom. Heeft de Staatsveiligheid hem voor die functie ook gescreend?

Lars Bové, De
Geheimen van de Staatsveiligheid. Speurtocht naar een schimmige overheidsdienst, Uitgeverij Lannoo, Tielt, 2015, ISBN 9789401422826, 317 pagina’s.

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!