Lies Verhoeven (foto: Marcel Lennartz)
Interview -

“Gelijke kansen bieden is iets anders dan vinden dat iedereen zijn best moet doen”

"De eerstvolgende die durft beweren dat als je maar hard genoeg je best doet, je kan bereiken wat je wil, krijgt van mij een welgemeende toek op zijn bakkes." Jeugdwerker Lies Verhoeven schreeuwde afgelopen najaar haar onmacht uit in een blogtekst. Een jonge twintiger die ze ooit begeleidde, had zich voor een trein gegooid. Lies’ aanklacht sloeg in als een bom.

maandag 27 april 2015 14:25
Spread the love

Een half jaar later zit ze voor me aan een tafeltje in een stationscafé. Hoewel ze rust uitstraalt, bulkt haar verhaal van strijdbaarheid en verontwaardiging. “Ik sta elke dag midden in de miserie, samen met mijn gasten.”

Lies is coördinator
van de Brusselse jeugdwerking Chambéry die deel uitmaakt van de vzw D’Broej. Door in te
zetten op vrijetijdsbesteding, wil de organisatie bijdragen tot de emancipatie van kinderen en
jongeren in een aantal van de meer achtergestelde buurten in Brussel. De jongen
die zichzelf van het leven beroofde, begeleidde ze toen ze nog als opvoedster
in een instelling werkte. De kern van haar job is dezelfde gebleven. “Ik
woon niet meer samen met onze jongeren, maar ik deel nog steeds lief en leed
met hen. We zitten dicht op hun huid.” Bovendien zijn hun verhalen even
schrijnend als die van de jongeren uit de instelling. 

“Heel wat mensen waren erg aangegrepen door mijn tekst precies
omwille van de suïcide van die jongen. Nochtans zitten heel wat van de jonge
mensen die wij begeleiden in een gelijkaardige situatie. Ik schreef die tekst
ook voor hen. Ze moeten elke dag een strijd leveren waarbij wij als
middenklassers veel te weinig stil bij staan.”

‘Ik pleit voor meer dialoog tussen het middenveld en
beleidsmakers.’

“Alleen al studeren is lastig als je geen eigen kamer, geen bureau
en geen computer noch internet hebt.” Vol trots vertelt ze hoe één van haar
jongens ondanks een hobbelig parcours zijn diploma middelbaar onderwijs haalde. “Zijn gezin is in België komen wonen toen hij twee was, maar zijn vader is kort
daarna gestorven. Zijn moeder is ongeletterd en heeft de taal nooit geleerd. Die
jongen heeft van kleins af heel wat zorgtaken op zich moeten nemen en alle
paperassen moeten doen voor zijn moeder. Het is bijna een wonder dat hij zijn
school heeft afgemaakt.” 

Een diverse wijk

Etterbeek is geen
typische armoedige buurt. De dure kantoren van de Europese wijk doen niet
vermoeden dat heel wat buurtbewoners in erbarmelijke omstandigheden leven. “Het
is de wereld in het klein. Met ontzettend veel verschillende culturen en
religies,” vertelt Lies. In de straat van haar jeugdhuis staat er naast een
riant herenhuis van eurocraten bijvoorbeeld een gebouw vol studio’s waarin soms
wel tien mensen tegelijkertijd op elkaar gepakt verblijven. Overdag moeten ze
hun matrassen tegen de muur zetten omdat ze er anders over zouden struikelen. 

“Die mix zien we
terug in onze werking. We richten ons in eerste instantie op de kansarmen, maar
er komen ook enkele middenklassers over de vloer en we hebben zelfs een
eurocraten-meisje (lacht). Ik juich dat alleen maar toe. Ik vind het belangrijk
dat ze elkaars leefwereld leren kennen.” 

De deuren van het
jeugdhuis staan bijgevolg voor iedereen open. Wie wil, kan er gewoon komen
pingpongen of babbelen met vrienden. Maar er is ook een groot aanbod aan
activiteiten. “Dat gaat van taalstimuleringsworkshops, over circuslessen, naar
huiswerkbegeleiding, tot kampen of groepsspelen. Daarnaast werken we via kleine
of grote activiteiten rond thema’s als pesten, gezonde voeding of homofobie. We
voorzien uiteraard ook een meer individuele opvolging. Dat gebeurt informeel
door samen tijd door te brengen, maar we gaan evengoed op huisbezoek of naar
hun school als er daar problemen zijn.”

Talent blijft liggen

Dat heel wat
jongeren die ze begeleidt zich niet voluit kunnen ontplooien, vindt ze
wraakroepend. “De voorbeelden zijn legio,” zegt ze met een zucht. “Een jonge twintiger uit
de buurt had bij ons een jaarcontract met artikel zestig (een werkervaringsproject
van het OCMW, om beter te kunnen uitstromen naar arbeidsmarkt, nvdr). Die gast
had capaciteiten die ik nooit zal ontwikkelen. Hij was ongelooflijk goed in die
job, maar hij miste theorie. Ik heb dus opgeworpen dat hij verder moest
studeren en sociaal werker moest worden, maar dat was financieel voor hem
eenvoudigweg geen optie. Hij moest voor zijn kleine broers zorgen. We hebben
hem dus weer moeten laten vertrekken. Terwijl die jongen alles in huis heeft om
een betere jeugdzorger te worden dan ik ooit zal zijn. Al die middenklassers
die zomaar iets gaan studeren om te studeren, of met tegenzin naar de les gaan,
die beseffen te weinig dat ze in een luxepositie zitten.” 

Ook de subtiele en
minder subtiele pesterijen die gesluierde meisjes moeten ondergaan, zijn Lies
een doorn in het oog. “Eén van onze jongeren is enorm verstandig. Ze wil arts
worden om iets positiefs bij te dragen aan de maatschappij. Maar om de paar
weken staat ze aan mijn deur omdat ze overweegt om het op te geven. Haar
stagementor vindt haar dom omdat ze een hoofddoek draagt en maakt haar
belachelijk voor de hele afdeling. Dat eeuwige argument dat we neutraal moeten
zijn is zo’n onzin. Niemand is neutraal. Gaan we binnenkort ook veto’s stellen
tegen spannende leggings en strings misschien?”

‘Ik word boos als ik mensen hoor zeggen dat iedereen die
dat wil, werk kan vinden.’

“Maar weet je wat het
erge is?”, vraagt ze terwijl ze van haar kopje nipt. “Dat ze eraan wennen. Als
hun mama ontslagen wordt omwille van haar hoofddoek, reageren ze gelaten. Dan
zeggen ze dat hun baas hen van in het begin gewaarschuwd had. Of dat ze geen
tijd en energie hebben om er elke keer een spel van te maken.”  

“Je moet weten dat
veel van onze jongeren het normaal vinden dat de politie vraagt om hun
identiteitskaart te tonen als ze ergens op een bankje zitten. Ze worden
constant voor niks op de vingers getikt en behandeld als een verloren zaak.
Tegen dat ze volwassen zijn, zijn ze doordrongen van het idee dat ze waardeloos
zijn en dat het met hen nooit meer goed komt.” 

“Weet je, er heersen
echt twee maten en gewichten. Ik heb zo veel stommiteiten uitgehaald toen ik
jong was. Die werden mij nooit aangewreven en zijn me niet blijven
achtervolgen. Ik kreeg nooit te horen dat ik mij moest aanpassen aan de
maatschappij of ‘terug moest keren naar mijn land’. Ik vind absoluut niet dat alles
moet kunnen, laat staan dat we in onze werking nooit sancties uitdelen. Wel
proberen we ervoor te zorgen dat ze leren uit hun fouten. Ik kan toch niet ‘dag
en bedankt’ zeggen als ze eens uit de bocht gaan?”

Harde maatschappij

Het vechten tegen
vooroordelen en heersende overtuigingen vindt Lies moeilijker dan het omgaan
met de problemen van haar jongeren. “Ik word boos als ik mensen hoor zeggen dat
iedereen die dat wil, werk kan vinden.” Lies ziet heel vaak jongeren
vruchteloos werk zoeken. Wekenlang komen ze dagelijks in het jeugdhuis hun cv versturen via het internet. Meestal horen ze niks, soms krijgen ze bericht dat
ze niet doorgaan naar de volgende ronde.  

“Je hoort
middenklassers op café vaak verongelijkt vertellen dat ze toch ook hebben
moeten studeren voor hun diploma, of dat ze hard moeten werken voor hun geld.
Daarbij maken ze abstractie van hoe het voelt om al voor je geboorte minder
kansen te hebben dan anderen. Natuurlijk zijn er mensen die zich uit hun
armoede weten werken, maar dat is lang niet vanzelfsprekend. Gelijke kansen
bieden is iets heel anders dan vinden dat iedereen zijn best moet doen.”

‘Je moet weten dat veel van onze jongeren het normaal
vinden dat de politie vraagt om hun identiteitskaart te tonen als ze ergens op
een bankje zitten.’ 

“Ik pleit hard voor
meer nuance in publieke debatten. Niks is zomaar zwart-wit. Ik ben soms zo
gechoqueerd door wat er op de sociale media of onder artikels op nieuwssites
gepost wordt. Dat is beangstigend.” Ook het feit dat er vaak wordt uitgegaan
van het slechte, vindt Lies niet oké. “Vluchtelingen komen naar hier omdat ze
het beste willen voor hun gezin, niet om hier kansen van anderen af te pakken.
En mensen die geen Nederlands spreken doen dat niet omdat ze Nederlandstaligen
willen buiten sluiten.”

Politiek

Voor politici is ze
niet mals. Dat de werking van D’Broej zo breed gaat, is nodig om de jongeren
van een opvangnet te voorzien en weerbaar te maken. Maar Lies merkt dat
beleidsmakers het er wel eens lastig mee hebben. “Bij hen komt het soms over
als bezigheidstherapie, alsof we gewoon wat hangen
met onze jongeren.”

Lies vindt het
problematisch dat beleidsmakers doorgaans hun middenklassekader als norm
hanteren. “Ze moeten zorgen voor het hele land, niet enkel voor mensen zoals
zijzelf. Er zijn bovendien te veel politici die niet vanuit hun overtuiging in
de politiek zitten, maar wel omwille van het spel en de macht. Al ben ik wel
wat genuanceerder dan vroeger. In de nasleep van de blog die ik schreef, ben ik
door verschillende politici gecontacteerd. Daar waren integere mensen bij. Ik heb
meer begrip gekregen voor hun positie en manier van werken. Ik zie in dat je
niet in een vingerknip allerlei veranderingen kan doorvoeren.”

‘Het cliché van de softe hulpverlener die constant wil
praten over gevoelens, ligt ver van de werkelijkheid.’

“Maar ik blijf er
wel bij dat er een gebrek is aan overleg tussen politici en het middenveld. Ik
pleit voor meer dialoog. Zonder arrogant te willen klinken denk ik dat ik mijn
werk goed doe en weet wat we nodig hebben. Toch wordt er weinig geluisterd naar
mij en mijn collega’s. Nochtans zou het interessant zijn om samen met politici
vast te stellen op welke punten er problemen zijn met jongeren in Brussel en samen
met hen te bekijken hoe we dat gaan aanpakken. Of waarom bekijken we niet samen
hoe we een nieuwe besparingsronde concreet gaan aanpakken?”

“Nu wordt er gewoon
meegedeeld hoeveel minder je krijgt en daarmee basta. Of ze lanceren een nieuw
project zonder bij ons af te toetsen wat nodig en wenselijk is. Ik snap
natuurlijk dat dat gemakkelijker gezegd is dan gedaan. En het middenveld is
groot. Maar een sfeer van overleg en vertrouwen lijkt me nuttig. Beleidsplannen
worden vaak uitgetekend en aan ons gepresenteerd zonder onze inspraak in het
proces dat daaraan vooraf gaat. Maar ik wil ze dus niet allemaal over één kam
scheren. Dat moet je zeker noteren (lacht).”

Geen geitenwollen sok

Als ze aan het einde
van het gesprek de vraag krijgt wat ze nog wil meegeven aan de lezer, roert ze
bedachtzaam in haar koffie. Dan kijkt ze op. “Nadat mijn blog zoveel gelezen en
gedeeld was geweest op de sociale media, werd ik plots gebombardeerd tot woordvoerder
of zelfs Moeder Teresa van de sector van sociale werkers. Maar eigenlijk
hadden honderden anderen datzelfde verhaal kunnen neerpennen. Ik heb ontzettend
veel goede collega’s. Het zijn stuk voor stuk geëngageerde, sterke figuren.”

“Het zijn geen
geitenwollen sokken. We verzetten immens veel werk met krappe budgetten. We
zetten onze middelen slim en efficiënt in, we kloppen zonder zeuren heel wat
overuren en krijgen geen maaltijdcheques en bedrijfswagens. Er zijn veel clichés
waar over de sociale sector, maar die van de softe hulpverlener die constant
wil praten over gevoelens, ligt heel ver van de werkelijkheid (lacht).”




 

take down
the paywall
steun ons nu!