Samenleving -

Obama en het G-woord. Gaat de president Turkije weer tegemoetkomen?

In Turkije noemt men het de "de gebeurtenissen van 1915", in de rest van de wereld veelal "de Armeense genocide". Tussen die termen bevindt zich een enorme controverse.

maandag 20 april 2015 17:01
Spread the love

Op 24 april herdenken de Armeniërs de dag waarop het begon, met de
deportatie van Armeense intellectuelen uit Istanbul. Paus Franciscus
nam de aftrap voor de internationale herdenking door
het G-woord niet uit de weg te gaan toen hij over “de eerste
tragedie van de twintigste eeuw” sprak.

Franciscus citeerde Paus Johannes Paulus II en dacht zo een
confrontatie uit de weg te gaan. Naïef van de kerkvorst, want die
vlieger ging uiteraard niet op. In Turkije leidden zijn woorden tot
brede verontwaardiging. De regerende Partij voor Gerechtigheid en
Ontwikkeling (AKP) riep uit protest de Turkse ambassadeur bij de
Heilige Stoel terug en sommeerde de vertegenwoordiger van het
Vaticaan in Turkije.

Los van de centrale vraag bracht Franciscus het op een vreemde
manier. Zoals hij het voor deed komen, leek de tragedie van de Eerste Wereldoorlog zich
te beperken tot de dood van Armeniërs. Alsof er geen miljoenen
andere slachtoffers vielen tijdens die oorlog. Niet in de laatste
plaats onder de moslims in het Ottomaanse Rijk, die destijds eveneens
zwaar getroffen werden.


Samenzwering

Voor premier Davutoglu waren de woorden van Franciscus genoeg om hem
te betichten van betrokkenheid bij een samenzwering, waar volgens hem
ook de Republikeinse Volkspartij (CHP) en de Koerdische georiënteerde
Democratische Volkspartij (HDP) deel van uitmaakten. Davutoglu
verweet de paus, de CHP en de HDP verbonden te zijn aan een
“buitenlands project” om de AKP in de aanloop van de verkiezingen
te beschadigen.

Er ontstond een genante situatie voor Davutoglu toen zijn adviseur,
de Turks-Armeense Eyten Macupyan, “de Armeense genocide”
vervolgens ronduit erkende. “Wanneer wat in Bosnië en Afrika
plaatsvond als genocide wordt beschouwd, dan is het onmogelijk om wat
de Armeniërs in 1915 gebeurde niet zo te noemen”, vond Macupyan.

Minister van Europese Zaken Volkan Bozkir noemde de uitlatingen van
Macupyan ongepast voor een adviseur van de premier. Opvallend was
dat Macupyan dezelfde week nog met vervoegd pensioen ging.

Medz Yeghern

Franciscus legde een precedent neer bij Barack Obama. Die zinspeelde
er tijdens zijn verkiezingscampagne op “de Armeense genocide” te
erkennen. Toen hij eenmaal president was, ging hij het G-woord echter
uit de weg. In plaats daarvan sprak hij van “Medz Yeghern“,
Armeens voor “de grote catastrofe”. Zolang het woord genocide
niet valt, heeft men daar geen probleem mee in Turkije.

Nu Franciscus het heeft uitgesproken, kan Obama het als
gezichtsverlies ervaren wanneer hij wederom nalaat het woord genocide te gebruiken. De tijd lijkt
er rijp voor om het alsnog te doen. Obama ondernam recentelijk
historische stappen ten aanzien van Iran en Cuba. Dat wordt hem zeker
niet door iedereen in dank afgenomen, dus hij zou kunnen redeneren
dat dit er nog wel bij kan.

De gevolgen zouden niet van de lucht zijn. Om te beginnen in
juridische zin. Wanneer de VS “de Armeense genocide” erkennen, ligt de weg vrij naar rechtszaken waarin Armeniërs land en andere
eigendommen in Turkije claimen. Dat zijn nogal wat eigendommen. Er
zijn historici die menen dat de economische basis van de Turkse
Republiek voor een deel met geconfisqueerde Armeense goederen werd
gelegd.

Wellicht bevindt zich hier voor een deel de reden waarom Amerikaanse
presidenten vaak terughoudend waren met het G-woord. Een
NAVO-bondgenoot wil je nu eenmaal tegen een dergelijk pak problemen
beschermen.

Consequenties

De verstandhouding tussen Washington en Ankara is echter wel eens
beter geweest. Er zijn zelfs geluiden hoorbaar dat de Amerikanen
uitzien naar een nieuwe, of in ieder geval extra partner in de regio,
om Turkije tot op bepaalde hoogte te vervangen. Daartoe zouden ze hun
betrekkingen met Iran willen verbeteren. Deze omstandigheden zouden
Obama het zetje kunnen geven om te doen wat hij tot nu toe heeft
gelaten.

Als Obama ‘het’ doet zullen er zeker ook politieke gevolgen zijn.
Neem wat er gebeurde in 2011 toen een partij in Frankrijk voorstelde
om het ontkennen van “de Armeense genocide” te verbieden. Het
wetsvoorstel werd uiteindelijk niet aangenomen, maar voor Turkije was
alleen de gedachte al voldoende om voorlopig een streep te zetten
door de militaire betrekkingen met Frankrijk.

Zoiets hangt de Amerikanen ook boven het hoofd mocht Obama de stap
wagen. Er kunnen dan bijvoorbeeld gevolgen optreden voor de
luchtmachtbasis Incirlik van de VS, voor het op Iran en Rusland
gerichte radarsysteem op Turks grondgebied en voor de samenwerking in
crisisgebieden, zoals in Syrië en Irak.

SCO

Wanneer het zo ver komt, dan is de afstand tussen Turkije en het westen opeens
een stuk groter. En een stuk kleiner met China, Rusland en andere
landen van de Sjanghai-groep (SCO), waar president Erdogan zich
sowieso al door aangetrokken voelt. Deze verschuiving zou voor
Turkije nadelige gevolgen hebben, omdat het westen in economisch
opzicht nog altijd meer te bieden heeft dan de SCO.

Tegelijkertijd is de VS er veel aan gelegen om een land met een in
militair, politiek en economisch opzicht zo belangrijke brugfunctie
naar alle windstreken, niet te verliezen aan het oostelijke kamp. Een
overeenkomst met Iran biedt daar onvoldoende compensatie voor.

Als dit alles van een enkel woord afhangt, lijkt de keuze voor Obama
snel bepaald; ook als de prijs bestaat uit gezichtsverlies voor hem.
Obama heeft de Turken echter nog niet gerustgesteld. Een woordvoerder
van Witte Huis sprak het G-woord weliswaar niet uit, maar Obama moet
er zelf nog over spreken. Komende vrijdag zullen we het
weten.

Discussie

“De gebeurtenissen van 1915”, c.q. “de Armeense genocide”: het is niet mijn favoriete onderwerp. Erg moeilijk om erover te
schrijven zonder een discussie op gang te brengen die nergens toe
leidt. Ik spreek uit ervaring, want in die discussie ben ik al vaak
beland.

Zowel erkenners als ontkenners gaan uit van een overvloed aan
overtuigende bewijzen, of tegenbewijzen, terwijl het daar nu juist
aan ontbreekt. Tegenover ieder feit dat genocide bewijst kan altijd
weer een ander feit in stelling worden gebracht.

Documenten bieden geen soelaas, omdat ze verworpen kunnen worden als
vervalsingen of incorrecte vertalingen, wat soms ook aantoonbaar het
geval is. Ooggetuigenverslagen leveren evenmin sluitend bewijs. Die
tonen weliswaar massamoord aan, maar daarmee nog geen genocide.

In Turkije zegt men dat de kwestie aan historici moet worden
overgelaten. Historici zijn echter verdeeld, ook de niet-Turkse
historici. Ontkenners als de Amerikanen Bernhard Lewis en Heath Lowry
staan tegenover erkenners van de International Association of
Genocide Scholars en bijvoorbeeld onze eigen turkoloog Erik Jan
Zürcher.

Voor een historicus kan het al moeilijk zijn om met volledige
zekerheid te bepalen wat een maand geleden is gebeurd, laat staan wat
honderd jaar geleden plaatsvond. Dat verklaart de verdeeldheid onder
historici echter maar voor een deel.

In de controverse speelt bijvoorbeeld ook de emotie rond de
nazi-Holocaust. Die draagt ertoe bij dat het woord ‘genocide’ in
Turkije extra gevoelig ligt, terwijl westerse historici om dezelfde
reden huiverig zijn voor het woord ‘ontkenning’.

Specifiek voor rechtse pleitbezorgers van de staat Israël geldt dat
het ‘unieke karakter’ van de nazi-Holocaust het erkennen van de
genocide in 1915 nogal eens in de weg staat. Daarbij valt op dat genoemde genocidenontkenner Bernhard Lewis een uitgesproken
zionist is.

Opinie

De discussie is een gebed zonder einde, waarbij het vaak ideologisch
bepaalde gelijk verdedigd wordt met een religieus fanatisme. Dat
laatste maakt het ironisch dat de controverse onlangs door een
religieuze autoriteit werd aangekaart.

Ik overwoog om in dit artikel mijn eigen standpunt achterweg te
laten. Niet in de laatste plaats omdat een artikel te weinig ruimte
biedt om een opinie te onderbouwen. Of ik daarmee weg had gekomen
valt te betwijfelen, omdat aan beide kanten de drang om bevestiging
van het gelijk af te dwingen erg sterk is. Te sterk wellicht om zelfs
het uitblijven van een standpunt te kunnen accepteren.

Het past echter niet op een opiniërende website om geen mening te
hebben. Daarom kan ik er niet onderuit om ten slotte te schrijven dat
ik er ondanks alle tegenargumenten naar neig om de genocide van 1915
als een historisch feit te erkennen. Ik beweer echter zeker niet dat
ik een iedere discussie hieromtrent kan winnen. Niet op punten, laat
staan met een knock-out. Voor mijn discussiepartner geldt echter
hetzelfde.

Er valt voor een publicist over de Turkse politiek hoe dan ook niet
aan het onderwerp te ontkomen. Niet alleen omdat het tot
internationale consequenties kan leiden mocht Obama het G-woord
uitspreken, maar ook omdat dit van invloed kan zijn op de naderende
verkiezingen in Turkije. Dat laatste in de zin dat de
nationalistische partij met de meeste zendtijd op tv er het meest
profijt uit kan trekken. Daarom wil ik niet uitsluiten dat ik
binnenkort op “de gebeurtenissen van 1915” terug zal komen.

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!