Een nieuw elan voor het Vlaamse linksliberalisme?

Een nieuw elan voor het Vlaamse linksliberalisme?

maandag 13 april 2015 17:18
Spread the love

Enthousiastelingen die het politieke landschap in België en
Vlaanderen met aandacht en interesse volgen, konden de voorbije weken
kennismaken met twee bijzondere initiatieven. Recent werd de ‘Vlaamse
progressieven’ (VLAPRO), een initiatief van VVB’ers Erik D’Haemers en
Mark Van Vullum voorgesteld. Geruggesteund door links-regionalist Tom
Garcia (@LinksVlaams op Twitter) wensen zij zich als beweging in te
zetten voor een verzoening tussen regionalisme en links in Vlaanderen.
Op 11 april kwam Michel Maus dan weer op de proppen met het idee om een
technocratische partij op te richten, die wars van ideologie, en alle
miserie die hier op bestuurlijk vlak mee gepaard zou gaan, overheid en
samenleving zou kunnen sturen en besturen. Hij verwees hierbij naar de
Nederlandse linksliberalen van D66.

Nieuwe ideeën die onze vastgeroeste politieke structuren nieuw leven
kunnen inblazen zijn altijd welkom. Alleen is het partijlandschap al
zodanig versnipperd. Dit is zeker het geval voor links en centrumlinks.
Door de bescheiden groei van de PVDA+ bij de recentste verkiezingen,
vechten drie partijen, met naast de ‘radicaal-socialisten’ ook Groen en
sp.a, om een steeds kleiner wordende koek. Hier zouden nog een
links-regionalistische en linksliberale partij aan worden toegevoegd.
Vlapro heeft op dit moment weliswaar nog niet de intentie om een partij
te vormen. Zij denken (voorlopig) meer invloed uit te kunnen oefenen als
beweging. Michel Maus maakt de omgekeerde redenering. Hij vindt dat
intellectuelen en academici niet genoeg worden gehoord aan de zijkant en
wil zich daarom ook politiek engageren. Zo droomt hij al openlijk van
de portefeuille financiën.

Maus: Goed bestuur vs ideologie

Het idee van Maus is vooral ingegeven door een notie dat belangrijke
beslissingen niet worden genomen vanwege partijpolitieke spelletjes en
er in de plaats een onoverzichtelijke bric-à-brac-consensus komt. Echte
verandering kan volgens hem niet komen vanuit een
ideologisch-partijpolitiek kader. Dit is ten dele een juiste analyse.
Maar Maus maakt wel een fout door niet in te zien dat de kloof tussen
burger en politiek net veroorzaakt word door cijferfetisjisme. Het
boekhoudersrealisme houdt wervende projecten onder de knoet. Dit zou
onder een technocratisch bewind nog ettelijke malen versterkt worden.
Ook heeft het huidig stelsel, en de impasses die zich vaak voordoen,
niet veel te maken met ideologische maar wel met machtsstructuren.
Vanuit een democratisch oogpunt is dit voorstel in ieder geval niet toe
te juichen.

Het geeft ook aan dat Maus er een duidelijk gecentraliseerde,
hiërarchische visie op democratie op nahoudt. De kracht die de gewone
burger vandaag de dag heeft om zijn volksvertegenwoordigers een bepaalde
richting uit te stuwen is al zeer beknopt en wordt met een
technocratische regering nog verder afgezwakt. Beslissingen worden dan
helemaal niet meer genomen op basis van wat het volk wilt, maar wel wat
door middel van allerhande studies en berekeningen het meest wenselijk
wordt geacht. De technocraat weet het altijd beter. Dit is niet alleen
onwenselijk, maar ook onmogelijk. Zeker in een land als België, met alle
moeilijkheden en structuren waarmee men te kampen heeft, blijven keuzes
nodig, en deze zijn nog steeds gekleurd. Zelfs al zijn deze niet zuiver
ideologisch, dan toch nog lopen ze vaak via de grote breuklijnen (laat
ons voor het gemak van links en rechts spreken, hoewel dit relatief is).

Ook de vergelijking met D66 is bijzonder. D66 is een sociaal- of
linksliberale partij, die ontstaan is vanuit de progressieve
democratiseringsbeweging die vanaf de jaren zestig in Europa opmars
maakten. De aanhang van D66 (en soortgelijke partijen) is vaak
hoogopgeleid en eerder postmaterialistisch. Hier zit inderdaad een
gezamenlijke voedingsbodem met een partij als diegene die Maus voor ogen
heeft. Het sociaalliberalisme enerzijds en D66 in het bijzonder staan
echter voor een heel ander soort politiek, een van onderuit, gericht op
individuele vrijheden en met veel inspraak. Dit is alles wat een
technocratisch bestuur niet is. Een sociaalliberale partij zou absoluut
toe te juichen zijn, een door en voor academici en fiscalisten niet.

Vlaamse Progressieven: Het gat in de markt?

De Vlaamse Progressieven willen dan weer een links, regionalistisch
alternatief vormen. Deze strekking is in het Vlaamse partijlandschap
verdwenen met de ondergang van SLP, de linkse aftakking van de VU. Deze
beweging is het gevolg van twee duidelijke gedachtestromen die de
politiek sinds pakweg 2011 sterk zijn beginnen te determineren. De
eerste is dat links vandaag anti-Vlaams is. Sp.a wordt vaak herleid tot
een zusterpartij van de PS en Groen houdt er nauwe banden met Ecolo op
na. Antilinkse sentimenten bij de achterban van N-VA zijn vaak ingegeven
door deze premisse. De tweede is dat Vlaams vandaag staat voor
antisociaal. De N-VA kon zich in 2009 nog profileren als een no-nonsensepartij die vooral goed bestuur wou, maar heeft nu toch een duidelijk
rechts programma. N-VA en VlaPro vinden elkaar wel in het
regionalistisch karakter en het idee dat sociaal en socialistisch geen
synoniemen hoeven te zijn.

Inhoudelijk, bij monde van mede-initiatiefnemer Garcia, wil VlaPro
vooral een warmer, progressief en vernieuwend initiatief zijn. De
Vlaamse identiteit blijft centraal staan, alleen moet het progressieve
Vlaanderen opener en socialer zijn dan het Vlaanderen van Bart De Wever.
Verandering komt niet vanuit een partij, maar wel vanuit de mensen
zelf. Tegelijk ondersteunt de overheid gemeenschapsvorming door lokale,
sportieve en culturele verenigingen te ondersteunen. In de woorden van
Garcia zelf: Een open en gastvrij Vlaanderen waar iedereen evenwel
verantwoordelijkheid draagt tegenover de gemeenschap, van de gewone
burger over de lokale zelfstandige tot de grote multinational die hier
een vestiging neerpoot. Een Vlaanderen dus waar mensen centraal staan en
niet cijfers.

Wil de echte sociaalliberaal opstaan?

Het voorstel van Maus presenteert zich als een Vlaams (Belgisch?)
alternatief voor het sociaalliberale D66. Alleen is de invulling ervan
tegengesteld aan de kernwaarde van deze vaak onderbelichte en
ondergewaardeerde stroming. Het ideale organisatiemodel voor de overheid
is volgens Maus niet-ideologisch en sterk gestuurd vanuit cijfers, die
de basis moeten vormen voor rationele en dus juiste overwegingen. VlaPro
komt dan weer naar buiten als een voornamelijk Vlaamse partij, terwijl
hier wel de nadruk wordt gelegd op individuele vrijheid, zelfontplooiing
en gedecentraliseerde gemeenschaps- en beleidsvorming. De vraag is
vooral hoe beide initiatieven zullen evolueren eens ze met wetten en
praktische bezwaren worden geconfronteerd.

De uitdagingen voor beide bewegingen zijn wel klaar en duidelijk. Een
technocratische partij staat haaks op de personalisering en
mediatisering van de politiek enerzijds, waarbij complexe vraagstukken
meestal op de achtergrond worden geduwd en de particratie anderzijds.
Het mag dan wel een legitieme tegenbeweging zijn, het is zeer moeilijk
om deze hegemonie van de partijen (en hun voorzitters) te doorbreken, en
creëert een nog grotere afstand tussen burger en politiek. Een
regionalistische progressieve beweging heeft het de laatste decennia
steevast moeilijk gehad binnen de Vlaamse grondstroom. De hegemonie van
de progressieven binnen de VU zorgde voor de implosie van de partij en
in haar kielzog kon SLP geen vuist maken tegen het gele geweld.

VlaPro biedt wel hoop aan linksliberalen in Vlaanderen, die vandaag
de dag, ondanks het brede spectrum aan partijen, misschien wat in de kou
staan. Sp.a heeft lange tijd vooral geprobeerd zo gezellig mogelijk te
zijn en is nu al een goed decennium op zoek naar een eigen(tijds)
verhaal en een nieuwe smoel, terwijl PVDA+ te veel heil zoekt in de
overheid. Groen deelt wel de duidelijke bekommernis voor een decentrale
democratie en meer ethiek in het politieke landschap. Aan de andere kant
focussen de liberalen te veel op een zuiver economische vrijheid,
waardoor ze andere individuele vrijheden beknotten (cfr.
activeringsbeleid, waarbij men overheid net nodeloos groot en
uitgewassen gaat maken). VlaPro heeft in deze meer slaagkansen dan het
partijvoorstel van Maus en valt toe te juichen. Mensen die het Vlaamse
boven het sociaalconservatieve en economische rechtse programma zetten,
kunnen zo een alternatief vinden voor de N-VA. Voorlopig lijkt het
echter zo dat VlaPro eerst wil groeien als beweging. Indien dit
initiatief aanslaat, en de omschakeling naar een volwaardige partij niet
gebeurt, is de vraag wel waar deze mensen partijpolitiek terechtkunnen.
Als het kan uitgroeien tot een poltieke kracht die gedecentraliseerde
democratie en solidariteit en welzijn kan koppelen met individuele
vrijheden en deze op de politieke agenda kan zetten, verdient het in
ieder geval alle aandacht.

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!