Tayyip Erdo?an (foto: Today's Zaman)

De Turkse president bezoekt Iran

De ambitie van de regerende Partij voor Gerechtigheid en Ontwikkeling (AKP) om via ‘zachte macht’ de politieke positie van Turkije in de regio te benadrukken leidde niet tot een daverend succes. Het ‘zero-conflict’-beleid klonk mooi, maar werd gevolgd door zoveel conflicten, dat momenteel in drie landen in het Midden-Oosten geen Turkse ambassadeur te vinden is.

maandag 13 april 2015 16:44
Spread the love

Recentelijk begon de combinatie van streven naar soennitische
overheersing en het stimuleren van de Moslimbroederschap zich
bovendien in de staart te bijten met de situatie in Jemen.

Saoedi-Arabië

Jemen is de arena van de tegenstelling tussen het soennitische Saoedi-Arabië en het sjiitische Iran. De Saoedi’s staan aan de kant van
(voormalig) president Abd Rabbuh Mansur Hadi, terwijl de Houthi’s
die hem tot vertrek naar Riyad dwongen, geld en wapens van Iran
krijgen. Dit is uiteraard de situatie in een notendop. De
werkelijkheid, waarin ook al-Qaeda een rol speelt, is complexer.

President Erdogan zei op 26 maart tegen het Franse kanaal France 24
dat al-Qaeda aangepakt moet worden in Jemen, maar pleitte vooral voor
het bestrijden van Iraanse bemoeienissen in dat land. Daarom stond
hij achter de militaire missie van Saoedi-Arabië tegen de Houthi’s
in Jemen. Hij overwoog de Saoedi’s daartoe ‘logistieke steun’
te bieden.

Erdogan wekte zo de indruk dat hij zich nog verder in de sektarische
heksenketel wilde storten dan hij in Syrië al deed door daar (niet
al te matige) soennitische rebellen te steunen tegen het regime van
al-Assad.
Een belangrijk detail is dat Erdogan Saoedi-Arabië te vriend wil
houden. Gezien de teruglopende groei van de Turkse economie (in maart
nog anderhalf procent) zal hij geen bezwaar hebben tegen (meer) ‘hot
money’
uit Saoedi Arabië en de Golfstaten. Vooral wanneer in de
tweede helft van het jaar de westerse kapitaalstroom krimpt als
gevolg van een hogere Amerikaanse rente.

Een complicerende factor is dat de Saoedi’s zwaar gekant zijn tegen
de Moslimbroederschap, terwijl Erdogan zich daar juist nauw aan
verbonden voelt. Hij toont hier een opvallende vergevingsgezindheid
over richting Riyad. Met Egypte, dat naast Saoedi-Arabië ook in de
alliantie tegen de Houthi’s vertegenwoordigd is, ligt dat heel
anders.

Egypte

Erdogan is des duivels over de Egyptische generaal al-Sissi. Die
maakte (met morele steun van Saoedi-Arabië) immers een einde aan het
bestuur van president Mohammed Morsi en de positie van de
Moslimbroederschap in Egypte. Een dieptepunt in de relatie tussen
Egypte en Turkije was het gevolg.

Vorig jaar werden pogingen ondernomen om de betrekkingen te
normaliseren, maar die strandden door zware beschuldigingen van
Erdogan aan het adres van al-Sissi. Toch is Egypte nog steeds
geïnteresseerd in een verbetering van de banden. Er is daartoe nog
een lange weg te gaan. Erdogan eist de vrijlating van Morsi en een
nieuw proces voor de vervolgde leden van de Moslimbroederschap. Het
feit dat hij nu eisen stelt is echter een signaal dat hij een
toenadering niet per definitie uitsluit.

Egypte zal daar eigen voorwaarden tegenover stellen. Mogelijk eist
al-Sissi een einde van de tv-programma’s die vanuit Turkije door de
Moslimbroederschap worden uitgezonden, alsmede de arrestatie van
leiders van deze organisatie die een toevluchtsoord vonden op Turkse
bodem.

In ieder geval zal een nieuwe poging om de betrekkingen te verbeteren
niet op gang komen voor de verkiezingen in Turkije op 7 juni.

Don Quichot

Erdogan beschuldigde Iran er bij France 24 verder van in Syrië tegen
IS te strijden om de positie daarvan over te kunnen nemen. Klonk
venijnig, en zo brak hij met de traditie in Ankara en Teheran om
ondanks voortdurende rivaliteit vijandige taal over en weer uit de
weg te gaan.

Woedende reacties in Iran waren het gevolg. Die wogen extra zwaar
omdat een staatsbezoek van Erdogan aan Teheran op het programma
stond. Gezien de positieve onderhandelingen van de G5+1 met Iran over
de nucleaire politiek van dat land viel het bezoek niettemin op een
interessant tijdstip.

In het Iraanse parlement leefde veel weerstand tegen Erdogan, maar
niets wees erop dat hij overwoog om het bezoek af te zeggen. Wel viel
op dat hij zich aan de vooravond ervan onthield van nog meer
confronterende uitspraken.

In Iran werd Erdogan met minimaal protocol verwelkomd. President
Rouhani liet hem door een van zijn ministers van de luchthaven
ophalen, waarmee het weinig hoopgevend begon.
In een spotprent vergeleek de hervormingsgezinde krant Shahravender
Erdogans droom over een restauratie van het Ottomaanse Rijk met het
gevecht van Don Quichot tegen windmolens. Een cartoonist in Turkije
zou zo risico op vervolging lopen.

U-bocht

Eenmaal aan tafel maakte Erdogan een ongeëvenaarde U-bocht. Hij
noemde Rouhani ‘zijn broeder’, sprak over het risico dat de islam
uiteenvalt door sektarische tegenstellingen en toonde zich bereid tot
bemiddeling bij het vinden van een diplomatieke oplossing voor het
conflict in Jemen.

De Iraanse media konden Erdogans bezoek dan als een excuusmissie
opvatten, maar hij leek hier zowaar de kiem te leggen voor een
vernieuwd Turks buitenlandbeleid. Dat klonk positief, want als
bemiddelaar komt Turkije het best uit de verf binnen de regio. De
verrassing was er niet minder om. Na Erdogans offensieve taal tegen
Iran twee weken eerder stond menig waarnemer perplex.

Hoe Erdogans switch in Riyad werd ontvangen is onduidelijk. Wel is
bekend dat hij een paar uur voor zijn bezoek aan Iran een onderhoud
had met een minister van Saoedi-Arabië.

Handelsbetrekkingen

Omdat het alsnog gezellig werd in Teheran kon Erdogan een ballonnetje
oplaten over handelsbetrekkingen. Gezien de mogelijkheid van een
overeenkomst tussen de G5+1 en Iran was dat zeker niet onverstandig.

Of het voor de gestelde deadline van 30 juni tot een deal komt met
Iran moet nog blijken. Rouhani zei op 9 april zijn handtekening pas
te zullen zetten wanneer de sancties tegen Iran worden opgeheven,
terwijl Washington van een traject uitgaat waarbij eerst aan de
westerse eisen wordt voldaan.

Komt het echter tot een afspraak en worden de sancties opgeheven, dan
ligt de weg vrij voor westerse handel met Iran, en daarmee ook voor
Turkije. Logisch dus dat Erdogan graag over de handelsbetrekkingen
wilde praten.

Levendige handel met Iran kan compenseren voor de recentelijk
teruggelopen export van Turkije in de regio. Bovendien staat Iran
wanneer de sancties worden opgeheven niets in de weg om olie en gas
naar Europa te exporteren, waarbij de meest veilige en economische
route dan over Turks grondgebied loopt.

Dit zijn ook voor Iran belangrijke kwesties, wat wellicht verklaart
waarom Rouhani geen punt maakte van Erdogans felle uitspraken twee
weken eerder over Iraanse bemoeienissen in Jemen en Syrië.

Mehmet Ögütcü

Mehmet Ögütcü, de voorzitter van het in Londen gevestigde Global
Resources Partnership, meent dat er op de langere termijn ook een
nadeel voor Turkije verbonden kan zijn aan het opheffen van de
sancties tegen Iran. Het land van de Ayatollahs kan dan uitgroeien
tot een leidende chemieproducent en ook in andere opzichten zoveel
economische bloei tegemoet gaan dat het Turkije op den duur in de
schaduw plaatst.

Ögütcü stelt dat wanneer Iran over tien jaar succesvol is
geïntegreerd binnen internationale financiële, technologische en
commerciële netwerken, het in staat geacht moet worden om ‘de rol
van Turkije te stelen’.

Turkije kan volgens Ögütcü aan dit scenario ontsnappen door zijn
economie verder te ontwikkelen. Veel olie en gas heeft het in
tegenstelling tot Iran niet, maar beter onderwijs, meer
exportgerichte industrie, democratisering, een goed functionerende
rechtstaat en bestrijding van corruptie kunnen wonderen doen.
Hervormingen dus die ook los van het economische potentieel van Iran
belangrijk zijn voor Turkije, wil het minder gevoelig worden voor
internationale ontwikkelingen zoals de olieprijs, de waarde van de
dollar en rentefluctuaties.

Rode appel

Terug van zijn bezoek aan Iran zei Erdogan: ‘De strijd voor een
Nieuw Turkije is onze rode appel.’

Voor sultan Süleyman de prachtvolle was de ‘rode appel’
(kizilelma) het symbool van het Ottomaanse verlangen om Rome te
veroveren. Daarna werd dat Wenen. In de negentiende eeuw kozen
ultranationalistische panturkisten de rode appel tot het symbool van
hun idealisme over een ‘Groot Turkije’. Daarom blijft het, mede
gezien de neo-Ottomaanse ideologie van de AKP, bijzonder dat Erdogan
hieraan refereerde.

Erdogan deed deze uitspraak naar aanleiding van de nieuw
gecomponeerde Nieuw Turkije-hymne, waarin hij geprezen wordt
als ‘onze leider’ (wat wanneer dit artikel in het Duits was
verschenen tot een wat pijnlijke vertaling had geleid…).

Peter Edel is schrijver van De diepte van de Bosporus, een
politieke biografie van Turkije (2012, Uitgeverij EPO, Antwerpen)

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!