Pleidooi voor het behoud van het digitale gemeengoed

Pleidooi voor het behoud van het digitale gemeengoed

zaterdag 11 april 2015 13:32
Spread the love

In het begin van de herfst las ik op deze site een artikel over peer-to-peer en hoe dit soort van netwerk ons zou leiden naar een nieuwe vorm van economie. Datzelfde semester volgde ik colleges in Gent waarin werd gefilosofeerd over ons gemeengoed; dat wat noch privé, noch privaat is en aan ons allen toebehoort. Deze samenloop bracht me ertoe zelf de pen ter hand te nemen. Als er op dit moment iets is dat de utopie van de common benadert, dan is dat het internet wel. Net zoals het Amazonewoud moest wijken voor de uitbreiding van de veeteelt van McDonald’s, enten de flitsende peer-to-peer bedrijven zich nu op het digitale gemeengoed.




Ergens achteraan in de fameuze Magna Carta, een van de bekendste handvesten waarin rechten en vrijheden werden vastgelegd, staat een minder beroemd hoofdstuk; The Chapter Of The Forest. Hierin werden zevenhonderd jaar geleden al wetten vastgelegd om het natuurlijke en daarmee gepaarde culturele gemeengoed te beschermen. We zijn onoplettend geweest deze historische tekst niet meer naar waarde te schatten. Vele gemeenschappelijke gronden zijn we kwijt gespeeld aan privatisering. We hebben ons kosmische cadeau van Moeder Aarde verkwist en zijn daarmee ook de ecologische balans en het wederzijdse respect verloren. Vandaag is er echter een nieuw soort gemeengoed en een nieuwe kans om het te verliezen of te koesteren. Het gaat ditmaal om een ontastbare, virtuele plek: de website.

Het gemeengoed loopt al lang gevaar. Marx beschreef in Das Kapital reeds hoe de plattelandsbevolking werd onteigend om vervolgens als vagebonden te worden verketterd en door het leven te moeten gaan als loonslaven. Men kan verscheidene voorbeelden van de privatisering en omheining van gemeengoed aanhalen, enkel om te concluderen dat het niets anders met zich meebracht dan ongelijkheid en armoede.
Dit kapitalistische gevaar ligt opnieuw op de loer voor de digitale common. Deze dreiging wordt duidelijk geïllustreerd door Uber, een peer-to-peer website die autobestuurders met elkaar verbindt om hen aan een ritje te helpen dat goedkoper is dan een doorsnee taxirit. Het bedrijf kwam onlangs in opspraak omdat het werk inpikte van professionele taxi-chauffeurs. Belangrijker is echter dat dit bedrijf, dat niets heeft moeten investeren in infrastructuur of sociale zekerheid voor zijn ‘werknemers’, zijn diensten kan commercialiseren dankzij de interactie die mogelijk wordt gemaakt door de virtuele common. In tegenstelling tot het aangenomen idee is Uber geen producent van het gemeengoed, maar een pretentieuze indringer die zich de meerwaarde van de plek toe-eigent. Ze verkopen dus de interactie; Uber commodificeert het gebruik van de common, zonder er gelijkwaardig aan bij te dragen.

Dat de nieuwe common op deze manier kapitaal produceert, kan een fantastische zaak zijn, maar in dit onheilspellende verhaal stroomt het kapitaal enkel naar de aandeelhouders. Zij vullen hun zakken hoe langer, hoe meer ten koste van anderen. Zo verhoogde ze hun commissie op de ritten van 20% naar 25%. De peers krijgen minder of betalen meer, terwijl de bedrijfsleiders ongecontroleerd rijker worden (Lievens, 2014). In het geval van Uber stroomt de productie van het gemeengoed dus gewoon weg naar de aandeelhouders in plaats van de common te versterken. Het zou een ander verhaal zijn moest Uber eigendom zijn van de gebruiker.

We denken dat we voor een extra dienst betalen, maar we betalen reeds voor ons internet aan Belgacom, Telenet,… Het idee dat we zouden moeten betalen voor effectieve interactie is absurd. We zouden het nooit toestaan moest iemand in een park of een andere fysieke common plotseling een kraam neerpoten en je tien cent per minuut aanrekenen wanneer je praat tegen een knappe buurtbewoonster. Waarom tolereren we het dan wel op een virtuele plek?

Nu we het probleem hebben gesitueerd moeten we ons afvragen wat we eraan kunnen doen. Moet het digitale gemeengoed dan worden geregulariseerd door wetten? Peter Linebaugh stelt van wel. In zijn boek The Magna Carta Manifesto schrijft hij “What I shall call the commons […] must exist in both juridical forms and day-to-day material reality.” Ons gemeengoed kan en moet volgens Linebaugh dus wel degelijk worden onderhouden in een juridisch kader. Zonder wettelijke ondersteuning is het te weerloos, en ook ben deze mening toegedaan.

We moeten ons echter realiseren dat het internet van ongekende proportie is. Het zal niet op dezelfde manier kunnen worden beschermd tegen toe-eigening zoals (ook al was het (te) laattijdig) het Amazonewoud of de Engelse weilanden. Maar wanneer het gaat over grote structuren is een orgaan nodig dat het gebruik organiseert. Hiervoor kijk ik naar de overheid. Maar we hoeven hier echter niet gedwee op te wachten. De Magna Carta had ook niet bestaan zonder enige vorm van rebellie.

Kortom, het virtueel gemeengoed wordt bedreigd en we moeten als mens, maar ook als wereldbevolking, erop toezien dat we het beschermen tegen toe-eigening voor commerciële doeleinden. Als we deze problematiek negeren zal de geschiedenis zich herhalen en kunnen we eindigen als een soort virtuele vagebond of loonslaaf. In dit neoliberale klimaat is de opmars van (te) groot kapitaal reeds een feit. Politici, laat het niet zo ver komen. Herinner de Magna Carta, herinner The Chapter Of The Forest. Volk, verenig en eis uw rechten op. Of het nu gaat over natuurlijk, cultureel of digitaal gemeengoed: het is van iedereen, dus behoort het niemand toe.

Gwen Verlinden, redacteur ZENIT Magazine

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!