Mijn lieftallige eega en ik zaten in de trein naar Brussel, we kwamen terug uit Amsterdam waar ik de avond te voren, tijdens de nacht van de filosofie, een interview had gegeven over De Oorsprongen of het Boek der Verbazing, mijn boek met filosofisch-poëtische mini-essays dat pas verschenen was. Ik zat net te denken dat het vreemd was dat wij zoveel 'geestige' gesprekken hebben maar dat er nog nooit één tot een ‘oorsprong’ was uitgegroeid, toen Leen mij plots vroeg: ‘waar komt het woord roman eigenlijk vandaan?’ Ik wist het niet. Maar ik vond het een goeie vraag. Een heel goeie vraag. Te meer dat het mij zelf verbaasde dat ik daar nooit had bij stilgestaan en geen enkele professor het ons geleerd had, en ik het ook nergens in een boek had gelezen, voor zover ik me kon herinneren. Ik begon te improviseren. Roman, ... roman de la rose, ... Romeins, in de zin van heidens, profaan verhaal in tegenstelling tot een religieus, christelijk, theologisch verhaal, uit de ‘heilige geschiedenis’.
Leen vond het maar niks, en ze protesteerde tegen het feit dat als je iets opzoekt je dan weer doorverwezen wordt naar iets waar je niets aan hebt. Ik zei dat is toch altijd zo: romaans komt van Romeins, Romeins van Rome, Rome van.., en zij, met de haar eigen kinderlijke humor: ‘van Romulus en Remus!’. ‘Ja, goed’, zei ik meesmuilend, maar we weten inderdaad nog altijd niet wat Rome (of Romulus) nu eigenlijk betekent’.
‘Ah nee, dat bedoel ik nu juist’, zei ze tegelijk verongelijkt en blij dat ik haar gelijk gaf. Ze gaf het voorbeeld van de oorsprong van haar naam die ze ooit eens had opgezocht. Magdalena betekent ‘komend uit Magdala - daar je je toch niets aan’. Ik keek haar verbaasd aan. Magdala, ik wist het ook niet liggen, maar toen Leen er mij op wees dat het wellicht in antieke Palestina moet hebben gelegen, of toch dichtbij, dacht ik even dat het een door de Israeli’s in 1948 weggewist dorp zou kunnen zijn. ‘Misschien zit hier een roman in’, zei ik nadrukkelijk de wenkbrauwen op en neer bewegend...
Voor mij was het in elk geval een linguïstische revelatie: Magdalena is zoals Madrilena: vrouw uit Madrid. Magdalena is de vrouw uit Magdala. (En Maria Magdalena dus Maria van Magdala. Ze was volgens hardnekkige geruchten de vrouw van Jezus de Nazarener. Interessante casting... Want als mijn vrouw uit Magdala komt, dan ben ik natuurlijk de Messias... - heb altijd al gedacht dat er iets loos was: maar het is nauwelijks een revelatie: mijn christuscomplex is oud nieuws:) En de afkorting Lena, Leen, is dus een uitgang. Beetje vreemd of koddig. Alsof je iemand Aar of Tje zou noemen.
‘We’re in business’, siste ik enthousiast terwijl ik met mijn vinger knipte. Ik besefte dat we die ontbrekende oorsprong (van Leen en mij) op het spoor waren, maar zei haar dat niet om de geestige conversatie en gedachtestroom niet te onderbreken. En ik nam er mijn werkschrift bij om alvast een en ander te noteren. En toen, al sprekend en noterend, als commentaar op we’re in business): ‘Je moet wakker zijn. Anders heeft het leven geen zin. Als ik niet wakker ben, heeft het leven geen zin voor mij. Dat is echt zo, nog nooit heb ik dat zo duidelijk beseft. Als ik moe, katerig of misselijk ben, of gewoon niet in mijn sas, dan ben ik gedeprimeerd. Omdat de hevige klaarte, alleen de hevige klaarte van de geest mij een gevoel van vervulling verschaft. Naast natuurlijk de roes en het feest, die voor bovenvermelde ellende zorgt. Een moeilijke evenwichtsoefening. Nu, staan blijft: Je moet Wakker zijn. Anders heeft het leven geen zin’.
Nu, wakker of niet, op naar Magdala! Waar ligt dit romaneske stadje of dorpje? Ik heb het bij thuiskomst even gegoogled (opgezocht op internet moet ik zeggen, of in de zoekmachine ingetikt) en... Ik had gelijk. Believe it or not. Hier alles over Magdala (op basis van Wikipedia Engels). ‘Al-Majdal, een Palestijns dorp dat werd ontvolkt in de aanloop naar de Arabisch-Israëlische oorlog van 1948 werd geidentificeerd als de site van dit Magdala. De moderne israelische gemeente Migdal (of Khirbet Medjdel), gesticht in 1910 en gelegen op 6 km ten Noord-Westen van Tiberias, heeft zich uitgebreid in het gebied van dat voormalige dorp.’ Einde citaat. En of ik gelijk had. Magdala is in 1948 ontruimd. Wikipedia gebruikt het kuise ‘depopulated’, ontvolkt. Maar uit het citaat blijkt overduidelijk dat het dorp gewoon is weggewist, wellicht toen al met de grond gelijk gemaakt en vervolgens ingepalmd door een joodse nederzetting. Het gaat zoals het voorbeeld van Magdala duidelijk maakt bij de vestiging van Israël wel degelijk om een ethnische zuivering en die etnische zuivering duurt voort tot op de dag van vandaag. Dat laatste is heel letterlijk te nemen: op dit eigenste moment, terwijl ik dit stuk afwerk - we zeggen en schrijven juli 2014 - wordt Gaza gebombardeerd. Al meer dan 1000 doden, vooral vrouwen en kinderen.... Hoe meer de kolonisering van Palestina voor Israël onhoudbaar wordt, hoe meer massaslachtingen we mogen verwachten.
Ik had de naam van mijn vrouw nog nooit zo mooi gevonden. Zo diep. Hoe pijnlijk het ook is. Ik heb haar gezegd dat we samen eens op bedevaart moeten naar Magdala. Een interessante bestemming voor als we eens eindelijk samen naar Palestina gaan en bij Alessandro en Sandi in Bethlehem op bezoek zijn.
Maar, we zijn er nog niet. Magdalena’s hamvraag blijft: waar komt het woord roman in godsnaam vandaan? De essentie van de herkomst van de benaming is eenvoudig: het gaat om het Romaans als volkstaal: alle boeken werden in het Latijn geschreven, alles wat in de volkstaal werd geschreven heette dus roman, in de zin van ‘(in het) Romaans’. Ik zat er dus wel naast. Maar dan weer niet helemaal: Latijn tegenover volkstaal staat niet zo heel ver af van heilig en profaan (en natuurlijk dat roman iets met Rome had te maken, dat was natuurlijk te vanzelfsprekend voor woorden.)
Het belangrijkste inzicht dat ik opdoe als ik het Franse-wikipedia artikel over het trefwoord roman lees, is dat de roman vele oorsprongen heeft, en vanaf het begin een heterocliet, heterogeen genre is waarin allerlei andere genres samenkomen. Dat is ook wat Kundera zegt in zijn Kunst van de roman. En het mooiste wat alle inzichten die hij met de lezer deelt, is voor mij dit: ‘Het komt er niet op aan de handeling voort te stuwen, maar haar te onderbreken’. Dat vind ik altijd weer de moeite om bij mijn studenten van de afdeling ‘schrijven’ (waar we het essay ‘De verguisde erfenis van Cervantes’ lezen) te benadrukken. Precies het tegendeel van wat de hollywoodiaanse scenariotreaditie leert.
Het heeft ook iets messiaans: het komt er niet op aan de geschiedenis voor te stuwen, maar haar te onderbreken (Dat is de essentie van heel Benjamins geschiedfilosofie natuurlijk). De onderbreking is de verlossing uit de mythe van het verhaal, het verhaal van de mythe. Een ontwaken uit het bedrog van de droom die het leven is (volgens de beroemde boutade van Calderon); een emancipatie uit de illusie ook. Elk verhaal is een illusie: in de echte wereld kent de loop der dingen geen begin, midden en einde – een leven is geen verhaal maar een samenraapsel van voorvallen. Dat ontwaken heeft altijd iets van een verlichting uit het donkere, opake, troebele, dubbelzinnige van het verhaal (bijvoorbeeld de etnische zuivering en tabula rasa van Magdala!), en dus heeft het altijd iets van een illuminatie, een visioen waarin plots een samenhang oplicht. Vandaar dat een essay niet noodzakelijk hecht aaneenhangt, maar een aantal elementen samen legt, die soms, zoals in dit mini-essay, erg uiteenlopend kunnen zijn: een willekeurige of toevallige naam (weliswaar van een geliefde), een verdwenen Palestijns dorpje, het idee van wakkerheid en de vraag naar de oorsprong van de roman.
Dat is misschien de les die ik kan trekken uit mijn treingesprek met de vrouw uit Magdala: de essayist beschrijft geen handelingen, maar onderbrekingen (kleine voorvallen op de trein van de grote geschiedenis - die een onafzienbare kettingreactie van tragedies, catastrofes, oorlogen, rampen, en ja, koloniseringen en etnische zuiveringen is). Het essay is een onderbreking, het stilleggen van de handeling. Contemplatie! Beschouwing is precies dit: niet-handelen – van het onderwijs zonder woorden en de kracht van het niet-handelen van Lao Tse over de Griekse scholè en het Romeinse otium (in contrast met het overbekend klinkende negotium – handel drijven) tot de gebedsroutines in middeleeuwse kloosters.
Om het tot het uiterste te drijven, zou men kunnen concluderen: de roman vindt zijn eindpunt in het essay. Nu, dat kan natuurlijk gemakkelijk worden weggezet als grootspraak van een tot essays gedoemde schrijvelaar. Het zij zo. Staan blijft: het essay als onderbreking, als stilleggen van het geschieden. Zoals dit treingesprek een still is uit de film van mijn - van ons leven, Magdalena.