Niet de depressie van de piloot maar misschien wel zijn pillen

Het feit dat copiloot Andreas Lubitz aan een psychische ziekte leed, mag geen reden zijn om mensen die aan burn-out of depressie lijden met een scheef oog te gaan bekijken. De depressie is geen verklaring voor de crash, stellen de Vlaamse psychiaters méér dan terecht. Dat belet niet dat een verklaring misschien wél te vinden is in de psychofarmaca, waarvan er in zijn appartement een hele verzameling werd aangetroffen.

woensdag 1 april 2015 16:50

Hoe
kan het dat iemand die in zijn omgeving bekend stond als een
onberispelijke, rustige en zelfs ‘lieve’ jongeman, afkomstig uit een
voorbeeldig gezin, tot zo’n gruweldaden in staat was? Allerlei
mogelijke denkpistes hebben de jongste dagen de ronde gedaan. Maar
dat zijn intensief gebruik van psychofarmaca – wellicht zelfs
cocktails van pillen – mogelijk zijn stoppen hebben doen doorslaan,
daarover blijft het opvallend stil. “Lubitz werd behandeld voor
zijn suïcidale neigingen”, stelde de Duitse procureur. Maar zou het omgekeerde niet het geval kunnen zijn: de suïcidale neigingen
als gevolg van
de behandeling?

“Ik ben mezelf niet meer”

Over
psychofarmaca als benzo’s (benzodiazepines) – de best
verkochte slaap- en kalmeermiddelen – en de selectieve
serotonine-heropnameremmers (SRRI’s) – met ‘gelukspillen’ als Prozac
– zijn er voldoende aanwijzingen dat ze bij oneigenlijk gebruik tot
fatale gedragsveranderingen kunnen leiden. Mensen zijn dan ‘zichzelf
niet meer’. Zoeken naar motieven heeft in dat geval geen zin.

Ook
ná afbouw kunnen de symptomen blijven opduiken. Die houden
bij 15% van de langdurige gebruikers maanden tot jaren aan, waarbij
psychoses, paranoia en 150 andere neveneffecten kunnen
opduiken. In sommige getuigenissen luidt het: ”Ik zat in mijn auto,
zag die boom en moest er tegenaan rijden”. Heel wat zelfdodingen en
familiedrama’s hebben hier aantoonbaar een verband mee.i

Benzo’s
zijn nuttig en krachtig in het bestrijden van acute slaap- en
angststoornissen, maar bij gebruik langer dan twee weken riskeer je
een boemerang-effect: de symptomen worden nog erger en complexer.
Toch wordt met de richtlijnen een loopje genomen. Erger nog, in de
praktijk krijgen ‘hopeloze’ of ‘therapieresistente’ patiënten een
mix van medicamenten voorgeschreven, waaronder antipsychotica, met
als gevolg dat ze in een straatje zonder eind terechtkomen.

De
getuigenissen zijn vaak schrijnend. De universitaire psychiatrie
blijft hier opvallend discreet over, wat vragen oproept over hun
onafhankelijkheid.

Ook
bij Andreas Lubitz kunnen die psychofarmaca, eerder dan zijn
depressie zelf, een doorslaggevende rol hebben gespeeld.

De
busramp

Datzelfde
zou ook het geval kunnen zijn voor de busramp in Sierre met 26
slachtoffers waarvan 22 kinderen. Om die reden weigeren zeven
ouderparen van slachtoffers vrede te nemen met de recente beslissing
van de Zwitserse justitie om het onderzoek af te sluiten. Volgens die
procureur moet de chauffeur een appelflauwte hebben gekregen en zo
de controle over het stuur verloren.

In
zijn cabine werd een doosje antidepressiva gevonden (paroxetine).
Volgens zijn vrouw was hij die medicatie aan het afbouwen. Maar dat
is op zich geen geruststelling, aangezien de ontwenning een erg
kwetsbare fase kan zijn als ze niet met de grootste zorg gebeurt,
geleidelijk en zonder schokken.

Voor
de onafhankelijke forensische experten Richard en Selma Eikelenboom
van Independent Forensic Service (IPS) in Nederland, zijn er
voldoende argumenten om het verdict van de Zwitsers in vraag te
stellen. Daarbij baseren ze zich op precedenten waarbij mensen, die
afkickten van paroxetine, in een staat van ‘toxisch delirium’
verzeilden – en onheil aanrichtten. Zo’n delirium zou verklaren
waarom de chauffeur doelbewust zijn bus naar de muur stuurde. In zijn
‘tunnelvisie’ werd hij gedreven door een drang waar hij niet aan kon
weerstaan. Dat er kinderen in zijn bus zaten, drong niet tot hem
door. “Het was een gewilde handeling (…) Om de bus recht op die
muur te doen botsen waren vijf lastige, gecontroleerde
stuurbewegingen nodig. Dat heeft meerder seconden geduurd. De
chauffeur had tijd om te reageren. Dat is de verklaring voor de vraag
van de ouders, toen ze de plek een eerste keer mochten bezoeken: waar
zijn de remsporen?”ii

De
vliegtuigcrash

Het
is niet onlogisch om een verband te zien met het losgeslagen gedrag
van Andreas Lubitz in de
cockpit. Hij richtte het vliegtuig doelbewust en ijzig kalm recht op
de bergflank. Minutenlang, waarbij hij onverschillig bleef voor de
oproep van de luchtverkeersleiding, de smeekbedes van de commandant
en de paniek van de passagiers.

Pas
enkele dagen nadien raakte bekend dat in zijn appartement grote
hoeveelheden psychofarmaca werden aangetroffen.

Hoewel
klinische studies voldoende aantonen dat de gemakkelijke
beschikbaarheid en de overconsumptie van psychofarmaca gevaren
inhouden voor de patiënten en hun omgeving, worden deze risico’s nog
steeds als ‘collateral damage’ gerelativeerd of gewoon over het hoofd
gezien. Toch heeft bijvoorbeeld het Amerikaanse
geneesmiddelenagentschap FDA reeds in 2006 gewaarschuwd dat
antidepressiva bij oneigenlijk gebruik het risico op zelfmoord bij
volwassenen verhoogt met factor 6,4. Om van de familiedrama’s en
sommige schietpartijen nog te zwijgen.

Overconsumptie

In
vier jaar tijd is de consumptie van antidepressiva in België met 40
procent gestegen tot het astronomische getal van 280 miljoen
dagdosissen, bij de hoogste van Europa. Volgens een rapport van de
OESO is bij één van de tien gebruikers het gebruik langdurig, met
een sterk verhoogd risico op gewenning en verslaving en alle
psychische, fysieke en sociale schade van dien.iii
Cocktails van psychotrope middelen zijn een realiteit met
verstrekkende en onomkeerbare gevolgen, zeker bij kinderen en
jongeren. Het ‘mysterie’ van de onverklaarde ziekten, zoals
fibromyalgie, kan in een aantal gevallen door dat medicatiegebruik –
ook uit het verleden! – verklaard worden.

Hoofdoorzaak
van de huidige overconsumptie is ongetwijfeld dat mensen een
overdreven en irrationeel geloof hechten aan ‘pillen’ als
instant-oplossing voor hun levensproblemen. (De bijsluiter lezen ze
niet.) En dat artsen nauwelijks tegengas geven bij de vraag om een
voorschrift, zoals zopas bleek uit een onderzoek van Test-Aankoop in
verband met slaapmiddelen (ook benzo’s).

De
verantwoordelijkheid ligt dus niet enkel bij de patiënten zelf, die
vaak niet beter weten, maar zeker ook bij de artsen. Patiënten
krijgen gewoonlijk weinig advies of steun.
Ook de ziekenfondsen gaan niet vrijuit, want over het ‘slechte
nieuws’ zwijgen ze liever.
Het ontwenningssyndroom wordt trouwens niet erkend door het Riziv.
Onafhankelijke
experten die al jarenlang waarschuwen voor de ellende die de
overconsumptie aanricht, vinden maar weinig gehoor. Zoals dr Arnoud
Tanghe, auteur van ‘Biologische psychiatrie en depressie’, volgens
wie de helft van de zelfmoorden en zelfmoordpogingen wordt uitgelokt
door het oneigenlijke voorschrijven van antidepresssiva bij
levensproblemen of aan mensen die symptomen vertonen die alleen maar
op depressie lijken.

“Minstens
één op de vijf mensen heeft problemen in het leven, maar bij
slechts drie tot vier procent is er sprake van een échte biologische
depressie. Als mensen die zich depressief en niet goed in hun vel
voelen,
antidepressiva slikken, krijgen ze een omgekeerd effect: ze gaan nog
meer door het lint, krijgen slaapstoornissen, reageren opgewonden en
agressief en verliezen zelfcontrole. Of ze zoeken in een
zelfmoordpoging de oplossing voor de ondraaglijke spanning in hun
hoofd en lichaam.” iv

***

De
jongste jaren zijn niet zonder succes campagnes gevoerd om het
voorschrijven en het gebruik van antibiotica te ontmoedigen, gezien
het gevaar van resistentie. Het wordt tijd dat gelijksoortige
campagnes bij het brede publiek gelanceerd worden over zin én onzin
van psychofarmaca.

Dat
slapeloosheid geen psychiatrische stoornis is. Dat diagnoses niet
echt objectief kunnen worden gesteld – psychiatrie is nog minder een
exacte wetenschap dan fysieke geneeskunde. Dat psychotrope medicatie
biochemische onevenwichten in het brein kan veroorzaken in plaats van
ze op te lossen. Dat bijwerkingen en ontwenningssymptomen een
mensenleven kunnen verwoesten. Dat het moeilijker is iemand te
ontwennen van benzo’s dan van heroïne.

En
vooral dat we op zoek moeten gaan naar alternatieve antwoorden op de
psychische nood, de chronische stress, het verdriet en de
existentiële eenzaamheid van zoveel medemensen.

Maar
dat is een ander verhaal.

iWithdrawal
from psychiatric drugs. Under-recognised by doctors and the medical
establishment.
Council for Evidence-based Psychiatry, 2014.
cepuk.org

iiDe
Morgen
, 19 juli 2014.

iiiwww.oecd.org/els/health-systems/Health-at-a-Glance-2013.pdf

ivDr
Arnoud Tanghe, expert biologische psychiatrie, in: Jos VRANCKX,
Geloof als geneesmiddel. De vergeten factor X?.’

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!