Het debat over racisme: de geschiedenis herhaalt zich
Analyse -

Het debat over racisme: de geschiedenis herhaalt zich

In 1992 en 1994 schreven Jef Verschueren en Jan Blommaert twee boeken over racisme. Blommaert ziet opvallende gelijkenissen met die periode in de slogans die nu worden ingezet om racisme goed te praten. Het gaat net als toen over "feiten" die men moet "durven benoemen" om "taboes te doorbreken", "zaken bespreekbaar te maken" en "het debat te openen", waarop tegenstanders "politiek correct" reageren.

woensdag 1 april 2015 15:18

In
1992 en 1994 brachten Jef Verschueren en ikzelf achtereenvolgens Het
Belgische Migrantendebat
 uit en Antiracisme. Beide boeken
zijn niet meer in de handel en dat is jammer.

De
discussies over racisme in dit land, gevoed onder meer door uitspraken van
Liesbeth Homans, Bart De Wever en andere N-VA-coryfeeën, en aangewakkerd door
de hele discussie over de oorzaken van zogeheten “radicalisering” van
moslimjongeren, vertoont immers enorme gelijkenissen met de discussies die we
in de vroege jaren negentig beschreven in beide boekjes.

Meer
nog, er is een rechtstreekse lijn te trekken, een volmaakte continuïteit dus,
tussen de debatten van twee decennia terug en de huidige debatten. Ik geef zes punten aan en begin in het verleden.

Doorbraak Vlaams Blok




1.
Toen het Vlaams Blok z’n eerste electorale doorbraak forceerde in Antwerpen in
1988 en daarna nationaal in 1991, deed de partij dat op basis van een agenda
die achteraf door de rechter als racistisch werd bepaald. De slogan Eigen
Volk Eerst
, gekoppeld aan een uitgesproken anti-immigratieretoriek, die
in toenemende mate Moslims ging viseren, bleek uitmuntende electorale
artillerie te zijn. Nadat het succes ervan was gebleken in 1991, ging het Vlaams
Blok nadrukkelijk dat racistische profiel centraal stellen. In 1992 publiceerde
Filip Dewinter het “70-punten plan”, of preciezer, “Immigratie:
de oplossingen. 70 voorstellen ter oplossing van het vreemdelingenprobleem
.” Centraal daarin stonden:

  • de oproep om geen verdere immigratie in dit land toe te laten; 
  • de aanwezige migranten te dwingen tot assimilatie, en 
  • hun een aantal rechten en voorrechten te ontzeggen, gekoppeld aan 
  • een criminaliseringsstrategie die aspecten van de identiteit van allochtone
    Belgen tot vergrijp herdefinieerde.

Het
was die cocktail die in 2004 door de rechter werd veroordeeld als racisme, een
overtreding van de Antiracismewet van 1981 (dus gestemd in tempore non
suspecto
).

De argumenten van het Vlaams Blok 

2.
Hierop aangevallen gebruikte het Vlaams Blok systematisch een reeks argumenten.

Hun uiting van racisme werd voorgesteld als vrijheid van meningsuiting,
het eenvoudige stellen van de waarheid, en het durven
benoemen van de feiten, 
het op de agenda
zetten van migratie als probleem
. Het Vlaams Blok
schiep een discursieve wereld waarin zij de stem van het volk vertolkte
– de slogan Wij Zeggen Wat U Denkt was een bepalend
campagnemiddel. Het Blok zegde wat “de elite” niet wilde zeggen,
maar wat de “gewone mensen” wel voelden en dachten. Het Vlaams Blok
had het voortdurend over dingen “bespreekbaar maken”, de zaken
“durven zeggen zoals ze zijn” – en schiep zo een imago van
oprechtheid, volksheid, en democratie.

Het Vlaams Blok schiep in die wereld een tegenstrever: de elite,
of preciezer, de linkse hoogopgeleide elite die “taboes”
had uitgeroepen over de problemen die met migratie gepaard gingen. De wereld
werd, met andere woorden, ingedeeld in een volkse massa, vertegenwoordigd door
het Vlaams Blok, en een hoogopgeleide en kosmopolitische elite,
vertegenwoordigd door de andere partijen. Die volkse massa woonde in de
“gemengde” wijken en had dus een directe ervaring met de nadelen en
problemen van diversiteit; die elite woonde in rustige wijken waarin men zelden
een migrant ontmoette, en had dus “makkelijk praten” als het over
migratie en diversiteit ging. Het aan bod laten komen van de stem van hen die
niet tot die elite behoorden werd voorgesteld als een democratische daad, een
daad van verzet tegen de elite die de macht in dit land in handen had. Zich
daartegen verzetten kreeg snel het etiket van politieke correctheid (wat
vreemd genoeg een negatief begrip is).

Een aantal stemmen werd daardoor meteen gediskwalificeerd. Allochtonen waren
vanzelfsprekend betrokken partij en vermits zij het doelwit waren van de
stigmatiserende veroordelingen van het Vlaams Blok – de “beklaagde”
in het proces, zeg maar – konden zij onmogelijk “neutraal” en
“onbevooroordeeld” zijn. Zij waren dus geen stem in het debat – wanneer het Vlaams Blok met minderheden sprak, had ze het over de noodzaak van
die minderheden om “hun verantwoordelijkheid op te nemen” en
“de problemen in hun gemeenschap” niet langer te verdoezelen maar aan
te pakken. Idem met experts en opiniemakers: die
werden voorgesteld als “spreekbuizen”, “vazallen” of
“collaborateurs” van de allochtonen, als leden van de elite
(“gesubsidieerde” academici, bijvoorbeeld, of “linkse”
journalisten), en dus evengoed als bevooroordeeld en niet neutraal.

Deze retoriek was nieuw en werd als een alternatief voorgesteld:
het Vlaams Blok herschiep de uitgangspunten van wat men onder
“democratie” begreep (die democratie moest “volks” zijn en
niet elitair), polariseerde de debatten rond een as van “waarheid versus
leugen”, waarbij de “waarheid” stond voor ongefilterde
racistische stellingen en de “leugen” voor deskundige of politieke
nuances, voor antiracisme en linkse samenlevingsmodellen. Wie de visie van het
Vlaams Blok niet deelde stond dus niet achter de waarheid, verborg zich achter
taboes en “gedachtecontrole”, hield het volk voor de gek en was dus
een antidemocraat.

Het effect van dit racistisch discours

3.
Vermits dit verhaal vanaf 1991 electoraal bijzonder lonend bleek (en
non-stop, tot 2006, lonend bleef), was het effect ervan enorm.

De
eerste electorale doorbraak van het Vlaams Blok werd beantwoord door de
Regering met de oprichting van een nieuwe instelling, het Koninklijk
Commissariaat voor het Migrantenbeleid (KCM), onder leiding van de
Christendemocratische politica Paula D’Hondt. In november 1989 bracht het KCM
een eerste rapport uit, Integratie(beleid): Een werk van lange
adem
. Daarin: (a) volgde
het beleid de “probleemdefinitie”
 van het Vlaams Blok: ja,
er waren ernstige samenlevingsproblemen die het gevolg waren van migratie; (b) en legde ze die problemen ook meteen bij de migranten zelf, die een
“integratieprobleem” hadden; (c) dat in hoofdzaak een gevolg was van aspecten van hun cultuur: gebrekkige
kennis van het Nederlands, bepaalde “archaïsche” tradities en
“waarden” die niet strookten met de onze (noteer de onvergetelijke
frase die hierbij werd gebruikt: “richtinggevende sociale beginselen
waarover een autochtone meerderheid het impliciet eens lijkt te zijn”).

Dat laatste kreeg geleidelijk aan een focus: Islam. Vanaf het begin van de
jaren negentig spreken mensen zoals Guy Verhofstadt en ook Paula D’Hondt,
over de “vergissing” van de erkenning van de Islam als officiële
religie in dit land, en over de fundamentele onverzoenbaarheid van Islamitische
waarden met die van een “moderne verlichte samenleving” (zo
bestempelde men de onze toen). Het beleid neemt dus vanaf 1989 de
premissen over van het Vlaams-Blokracisme
, en daarover ging ons boek uit
1992.

Wat racisme betreft: het KCM voerde daarin een uiterst omzichtige koers, waarin
“bepaalde vormen” van racisme werden voorgesteld als normale
reacties van de autochtonen op het gebrek aan integratie onder
allochtonen
. Het regende eufemismen zoals “onzekerheid”,
“angst voor het vreemde”, “onbekendheid” wanneer men de
voorkeur van het Vlaams Blok electoraat voor racisme moest bespreken.

Noteer,
terloops maar niet onbelangrijk, dat in diezelfde periode het einde van de
Koude Oorlog optreedt, gevolgd door een enorme opstoot van etno-nationalisme in
Oost-Europa, de Balkan en elders. Racisme (incluis de genocidaire aspecten
ervan, zoals in Bosnië en Rwanda) werd dan ook voorgesteld als een “overdreven”
vorm van “normaal” en zelfs “universeel” nationalisme – de voorkeur voor de eigen mensen, of, lichtjes geherformuleerd, “Eigen
Volk Eerst”. In die periode wint de baseline van het
Vlaams Blok dus aan geloofwaardigheid door de ontwikkelingen in, bijvoorbeeld,
ex-Joegoslavië, de Baltische staten en de Kaukasus, waar zowat iedereen
“Eigen Volk Eerst” lijkt te roepen.

In de media slaat deze baseline eveneens aan. Opiniemakers
zoals de uiterst invloedrijke hoofdredacteur van De Standaard Manu Ruys worden
megafonen voor de stelling dat “het Vlaams Blok de juiste vragen stelt
maar foute antwoorden geeft”. De nationale electorale doorbraak van het
Vlaams Blok in 1991 wordt door persmensen meteen vertaald als een deugdelijke
analyse van een democratisch deficit: “de kloof tussen
burger en politiek”, het feit dat de Wetstraat van de Dorpstraat is
vervreemd en dat onze “traditionele” partijen (ook dàt beeld ontstaat
in die periode) terug moeten naar de basis. De media, met voorop mensen zoals
Yves Desmet, Filip Rogiers en Siegfried Bracke, zullen dit motief gedurende
jaren blijven hanteren. Het geloof in dit motief zal aanleiding geven tot een
hele reeks nieuwe formats voor politieke berichtgeving: een
versnelling ervan, het “verlichten” ervan in infotainment, de
personalisering van politiek (de “mens achter de politicus”, iets
waarin figuren als Bert Anciaux de eerste kampioenen worden) en zo meer. De
media zullen het motief van de “kloof” niet enkel becommentariëren in
de jaren negentig en daarna, ze zullen het ook implementeren in
een hele reeks mediatieke ingrepen.

Het middenveld raakt diep verdeeld over het
migrantenthema, en meer in het bijzonder rond twee deelthema’s: (a) gelijkheid,
meer bepaald de toekenning van stemrecht aan hier residerende migranten, en (b)
racisme en antiracisme. 

Wat
dit eerste betreft: doorheen de jaren tachtig staat stemrecht voor migranten
constant op de agenda van elke regering; met het aantreden van Paula D’Hondt
wordt het sine die opgeborgen. Het argument daarvoor (met kracht
en gezag verspreid door onder anderen Etienne Vermeersch) is dat stemrecht
“in de kaart van het Blok zou spelen”. Hetzelfde argument wordt
gebruikt als het over antiracisme gaat: een té doorgedreven antiracisme zou het
Vlaams Blok wind in de zeilen geven door haar electoraat te aliëneren en te
“stigmatiseren” – en dus moest de riem er worden afgelegd. De these
dat racisme vaak eigenlijk “iets anders” is (onzekerheid, angst voor
het vreemde, overdreven nationalisme en zo meer), of, meer nog, vaak het gevolg
is van slecht gedrag vanwege onze allochtonen, een “normale reactie”
op “gebrekkige integratie” wordt doorheen het hele spectrum van het
publieke debat aanvaard. Over deze thema’s schrijven Jef Verschueren en ik in
1994 ons tweede boek Antiracisme.

In het gehele politieke veld leidt de doorbraak van het Vlaams Blok tot
vertwijfeling. Politici van “traditionele” partijen aanvaarden de
stelling van het Vlaams Blok dat zij vervreemd zijn van het gewone volk en
beginnen doorheen de jaren negentig aan grootschalige
“vernieuwingsoperaties”. De Burgermanifesten van Guy
Verhofstadt zijn er het startschot van. Deze gaan gepaard met de
vernieuwingen in de media die ik eerder aangaf, en de synergie van beide maakt
van het populisme van het Vlaams Blok de dominante teneur van de nieuwe
politiek. BV’s worden politici, en politici worden BV’s, de oneliner domineert
het spreken, en continue opinie- en marktonderzoekjes vervangen de ideologische
lijn van partijen. Noteer dat deze vernieuwingsoperaties allemaal de
herdefinitie van “democratie” door het Vlaams Blok aanvaarden
. De
aanvaarding van deze fundamentele punten maakt van het cordon sanitaire dat
in de vroege jaren negentig rond het Vlaams Blok wordt gegoten een papieren
tijger – de partij wordt uitgesloten van macht, terwijl ze een fenomenale
invloed verwerft doorheen het gehele politieke spectrum.

Wat dan betreft het beleid van de regeringen, dit gaat vanaf
de vroege jaren negentig stelselmatig mee met de basisprincipes van het
Vlaams Blok
. We zagen al hoe het integratiebeleid van het KCM de
problematiek zonder omwegen aan de deur van de allochtonen legde; heel het veld
van “integratie” raakt vanaf het midden van de jaren negentig (onder
impuls, met name, van Louis Tobback) steeds meer verweven met veiligheid,
en “law and order” wordt in de alledaagse praktijk het dominante
integratiebeleid. (Over deze thema’s schreef ik in 2001 Ik Stel
Vast
). Tobback bouwt dan ook de gesloten instellingen voor
uitgeprocedeerden, die nu kennelijk allemaal crimineel zijn en een
veiligheidsrisico op gelijke voet met overvallers en verkrachters; en zowat elke partij
gaat elke verkiezing in met een agenda die vooral een
“streng en doortastend” migratiebeleid voorstelt. De aanslagen
van 11 september 2001 maken van de band tussen “Islam” en
“gevaar” ten slotte in heel het Westen ook een staatsdoctrine. Islam
is vanaf dat ogenblik niet langer meer gewoon een godsdienst, het is een soort
van tijdbom die door politie- en veiligheidsdiensten zeer nauwlettend in de gaten moet
worden gehouden.

Een kort tussenbesluit

4. We zien dat vanaf het begin van de jaren negentig,
onder impuls van het Vlaams Blok maar snel overgenomen door zowat alle andere
partijen en prominente opiniemakers racisme volmaakt bespreekbaar is.
Meer nog, aangezien het de electorale successen van het Vlaams Blok kan
verklaren wordt het in vele gevallen als normaal voorgesteld,
als een verklaarbare reactie op allochtoon wangedrag. Antiracisme,
zeker in een doortastende vorm, wordt vermeden, en zelfs de dagvaarding van het
Vlaams Blok die in 2004 tot haar veroordeling leidt (en de partij een echte
nekslag geeft) kan rekenen op bijzonder veel kritiek vanuit de politiek en de
media. Gegeven de electorale slagkracht van het Vlaams Blok is racisme
zelfs bepalend voor de politieke agenda van de jaren negentig en daarna,
want we zien hoe fundamentele premissen ervan worden overgenomen in alle
geledingen van de politiek en de media. Om het kort en bondig te stellen: racisme
is al twee decennia op geen enkele manier een “taboe”
, het
omgekeerde wel – het échte taboe in het migrantendebat gaat
over de rol en inbreng van de autochtone meerderheid en haar instellingen inzake
racisme en discriminatie. Racisme is de politieke correctheid sinds de
jaren negentig in dit land, om het effe stout te zeggen, en zich
racistisch uitlaten vergt bijzonder weinig “durf” en
“moed”, en is hoegenaamd niet vernieuwend of controversieel. Het
volstaat een kijkje te nemen op de discussiefora van grote media om vast te
stellen hoe weinig “taboe” racisme nog is in dit land.

Politieke consensus over de ‘aanpak van racisme’

5.
Sinds ruim twintig jaar is de politieke consensus over deze
thema’s in dit land dan ook als volgt te omschrijven:

Men moet zeer voorzichtig zijn met aantijgingen en beschuldigingen inzake
racisme, want racisme kan een “normaal” gegeven zijn dat geen kwade
intenties inhoudt, het kan gewoon een “waarheid” zijn. Over
aanklachten rond racisme wordt dan ook bemiddeld in dit land,
en het aantal veroordelingen op grond van de Antiracismewet is verbijsterend
laag – nog geen 2 procent van de klachten leiden tot een veroordeling en staatssecretaris Elke Sleurs kan kortweg verklaren dat “het veld nog niet
rijp is” voor doortastende antidiscriminatiemaatregelen zoals
praktijktests in privébedrijven.

Migranten hebben niet enkel problemen – in onderwijs, tewerkstelling,
huisvesting en zo voort – maar ze zijn ook een probleem, en dit
probleem is sinds de jaren negentig niet van omschrijving veranderd: het
probleem ligt in onaangepastheid inzake identiteit en gedrag.

De
oplossing van de “migrantenproblemen” liggen dan ook grotendeels bij
de migranten zelf, zij zijn verantwoordelijk voor het probleem dat ze
zijn
. Aan deze verantwoordelijkheid valt niet te morrelen: wijzen op zaken
zoals structurele sociaaleconomische achterstelling, racisme en discriminatie
worden gezien als excuses die de eigen verantwoordelijkheid
evenwel niet kunnen uitvlakken.

Beleid
uit het verleden – doorgaans aangeduid als “links” beleid – is
verantwoordelijk voor het “verrotten” van deze problemen, want het
heeft “geweigerd” ze aan te pakken. Dit beleid zou een
“opendeurpolitiek” hebben gehouden (vreemd, gegeven de immigratiestop
die sinds 1974 van kracht is in dit land), domweg “regularisaties” en
een “snel-Belg-wet” hebben goedgekeurd die ongecontroleerde
migratie
 veroorzaakte, wat uiteraard gegeven de eerder beschreven
logica “vanzelfsprekend” leidt tot toegenomen problemen en meer
racisme.

Noteer
een conceptuele en praktische verschuiving die zich geleidelijk aan over twee
decennia voltrekt en die uitvoerig is beschreven in de wetenschappelijke
literatuur over racisme sinds de jaren negentig. “Racisme” gaat, in
zijn traditionele versies, over “ras” – huidskleur en fysieke
kenmerken van mensen. Sinds de holocaust (waarin begrippen van “ras”
uiteraard centrale instrumenten waren) ziet men een uitbreiding ervan tot
“etniciteit” en “nationaliteit”. Maar nog belangrijker is
de grote uitbreiding ervan die sinds de jaren tachtig door Etienne Balibar is
beschreven: racisme gaat niet meer over “ras” of “etniciteit”,
maar over een vaag en potentieel oneindig geheel aan eigenschappen dat men
“cultuur” noemt. Het hedendaagse racisme is een racisme dat
zich richt op de culturele identiteiten, eigenschappen, opvattingen en
gedragingen van mensen – incluis hun religieuze opvattingen
gedragingen, zeker in het geval van Islam. De verschoven focus van
“grote” kenmerken zoals huidskleur naar “kleine” kenmerken
zorgt ervoor dat men racisme deels kan “versnipperen”, en dus
minder uitgesproken en zichtbaar kan maken, door zich te richten op haast
microscopische eigenschappen van mensen en hun gedragingen. Denk aan de
hoofddoek als typisch voorbeeld hiervan: een vestimentair detail dat voor zowat
elke andere burger als een vanzelfsprekend deel van de eigen keuzevrijheid zou
beschouwd worden, dat echter wordt gezien als een betekenisvolle aanwijzer van
iets veel groters, van een “integratieprobleem” en zelfs van het
fundamentele conflict tussen de waarden van de Islam en die van onze
“moderne en verlichte” samenleving. Ook het dragen van een baard, het
houden van de Ramadan, het weigeren van varkensvlees, het uitspreken van de
religieuze aanroeping “allahoe akhbar” – al deze microscopische
gedragselementen kunnen nu worden voorgesteld als deel van een groter geheel,
en kunnen zo het voorwerp worden van discriminaties die, indien toegepast op
andere bevolkingsgroepen, tot de heftigste protesten zouden leiden. Elk van
deze details kan bovendien gemotiveerd of gerationaliseerd worden op zo’n
manier dat men associaties met racisme kan vermijden – zoals de Mechelse
Ursulinen deden toen ze stelden dat het dragen van lange jurken door jonge
Moslima’s een gevaar voor valpartijen inhield en dus beteugeld moest worden
door de school die verantwoordelijk is voor hun veiligheid en welbevinden. Het
begrijpen van hedendaags racisme is onmogelijk indien men geen rekening houdt
met deze verschuiving in het “veld” van racisme, en in het
versnipperde en verhullende effect ervan. 

De
politieke consensus van dit moment houdt daardoor nog een element in: het
beteugelen van kleine eigenschappen en gedragingen van allochtonen is geen
racisme maar een kwestie van gezond verstand en rationeel bestuur.

Van Dewinter naar Homans, Francken en De Wever

6.
We kunnen het nu hebben over Liesbeth Homans, Theo Franken en Bart De Wever, en
onze analyse hoeft niet veel ruimte te beslaan. We weten dat de N-VA haar
verkiezingsoverwinning van mei 2014 nagenoeg volledig te danken heeft aan een
overgelopen electoraat van het Vlaams Belang. Die campagne waarbij deze kiezers
naar N-VA werden toegezogen nam haar aanvang in het najaar van 2012, toen de
N-VA het Antwerpse stadsbestuur overnam. Vanaf dat ogenblik werd
systematisch de oude retoriek van het Vlaams Blok overgenomen, en werd ook
de logica van het Vlaams-Blok-racisme symbolisch gestalte gegeven, met name
door Liesbeth Homans. Het was Homans die als eerste het motief hanteerde dat
racisme een “relatief” begrip is dat vaak “als excuus voor
persoonlijk falen” wordt gehanteerd, terwijl men “de eigen
verantwoordelijkheid” maar moet opnemen en “de geboden kansen”
maar beter moet benutten. En het was Homans die opperde dat seropositieve
illegale migranten enkel aidsremmers zouden kunnen krijgen van het OCMW op
voorwaarde dat ze een vrijwillige terugkeerverbintenis ondertekenden. De
continuïteit met de oudere retoriek van het Vlaams Blok is overigens ook
treffend in het geval van Theo Francken, die een onderscheid maakte tussen
“goede” en “slechte” migranten (rijk versus arm, kortweg
samengevat) en van oordeel was dat we in dit land te veel van het tweede type
hadden toegelaten. We zien ook hoe Bart De Wever beide wegbereiders als
springplank gebruikt om op zijn beurt racisme “relatief” te verklaren
en zich te beklagen over het feit dat vorige (linkse) regeringen in dit land
veel te veel “slechte” migranten hebben toegelaten.

We
zien dat deze uitspraken, die rechtstreekse echo’s zijn van de retoriek van het
Vlaams Blok die in 2004 als racistisch werd veroordeeld, ook telkens gepaard
gaan met de randelementen die het Vlaams Blok errond gebruikte, en die
intussen gemeengoed zijn geworden: het feit dat dergelijke uitspraken gewoon
“feiten” zijn die men moet “durven benoemen” om
“taboes te doorbreken”, “zaken bespreekbaar te maken” en
“het debat te openen”, en dat tegenstanders “politiek
correct” reageren door het benadrukken van taboes. 

Nogmaals: dit deuntje gaat al twee
decennia mee, weinig zaken waren zo makkelijk “bespreekbaar” als de
slechte eigenschappen van onze migranten, en van een taboe op dit soort
uitspraken is al sinds 1989 absoluut geen sprake meer,

Meer
nog: de echte politieke correctheid over dit thema houdt in dat men het
een “taboe” noemt en dat men het voorstelt alsof erover spreken een
grote mate van moed en durf vereist, samen met een grote drang naar waarheid.
Net dit is een duizenden malen gezongen refrein van twee decennia oud, en het
refrein definieert de traditie van extreemrechts sinds de doorbraak van het
Vlaams Blok. Door dit refrein nu over te nemen maakt de N-VA zich eenvoudigweg
tot volmaakte en volledige erfgenaam van die partij, incluis van het racisme
dat die partij in 2004 haar naam, reputatie en politiek gewicht heeft gekost.
Dit past zonder twijfel in een electorale consolidatiestrategie van deze
partij, die doorheen talrijke analyses snapt dat haar enige electorale
groeimarkt aan de extreemrechtse marge van het electoraat te vinden is, bij die
kiezers die tijdens de vorige verkiezingen nog steeds van oordeel waren dat de
N-VA onvoldoende racistisch was, en die zo op het Vlaams Belang zijn blijven
stemmen.

Het
binnentrekken van dat electoraat zal de N-VA gevaarlijk dicht brengen bij de
grens die door het Vlaams Blok fataal werd overschreden en die leidde tot haar
veroordeling in 2004. Een stevig georganiseerd middenveld houdt deze grens vandaag
nauwgezet in de gaten. De N-VA heeft dus zeer weinig bewegingsruimte – de
eerste racismeklacht is inmiddels ingediend.

Dat
middenveld heeft echter alles te winnen bij een goed geïnformeerde historische
blik. Dat is de reden waarom ik dit stuk schrijf.

In de mediacommentaren op de gecontesteerde uitspraken van Bart De Wever werd
de indruk gewekt dat dit een nieuw gegeven was en dat De Wever inderdaad een
“debat opende” of “thema’s bespreekbaar maakte” en
“taboes doorbrak”. Niets is minder waar. De Wever plaatste zich
eenvoudigweg in een discursieve traditie van ruim twintig jaar diep – de
traditie van Vlaams en Antwerps extreemrechts – en deed dus hoegenaamd niets
nieuws.

Wat
hij wél deed, was een spoor betreden dat z’n extreemrechtse voorgangers
gedurende jaren electorale wind in de zeilen gaf, maar hen uiteindelijk aan de
foute kant van de wet deed belanden en daardoor hun politieke respectabiliteit
liet verliezen. Het is aan het middenveld om, met die historiek in het
achterhoofd, deze extreemrechtse versnelling van De Wever zorgvuldig in de
gaten te houden, en er keihard op te reageren wanneer het hoort.

Wanneer
dergelijke uitspraken en hun achterliggende logica racistisch waren in 2004, dan
zijn ze dat nu nog steeds. Filip Dewinter was rond de eeuwwisseling ruim even
belangrijk en onaantastbaar als Bart De Wever nu. Ook dat houdt men best in
gedachten. 

Bronnen: 

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!