Tijd om angst voor terreur weer in te ruilen voor democratie
Twee maanden heeft dit land in een uitzonderingstoestand geleefd. Dreigingsniveau 3. Met in het kielzog een hele rist maatregelen. Nu verlaagt men het dreigingsniveau, maar blijven para's blijkbaar nodig voor politietaken. Tijd om eens na te gaan waar ons dat heeft gebracht.
De aanslag op Charlie Hebdo en de joodse supermarkt dateert van 7 januari. De daders liepen hun martelaarsdood tegemoet in de Vigipirate omknelling. Op 15 januari werd bij een antiterreuractie in Verviers "een tweede Parijs vermeden". In het vuurgevecht met de politie kwamen de verdachten om. Sindsdien horen we niks meer van het onderzoek. De namen van jongeren uit Molenbeek werden gelekt. Er wordt gesproken over jihad-netwerken, maar die zijn nooit geduid. Dan weer zou het gaan om een amateuristische revanche op het politiekantoor van Molenbeek. Enfin. "het onderzoek loopt nog" en we moeten blijven hopen dat we ooit klaarheid krijgen.
Er zijn overigens sindsdien geen aanwijzingen op nieuwe terreuraanslagen geweest. Maar Verviers bleek wel ernstig genoeg, zo een week na Parijs, om te vrezen dat eventuele "slapende netwerken" tot de actie zouden overgaan. En dus installeerde de regering "dreigingsniveau 3" met als belangrijkste effect dat soldaten werden ingezet voor de binnenlandse beveiliging. En dat politieagenten hun wapen mee naar huis mochten nemen. N-VA-voorzitter Bart De Wever wil dat allang. Hij heeft dat dan ook in augustus 2014 alvast in het regeerakkoord laten zetten. De setting van zo'n zichtbare bedreigende wereld helpt als je harde maatregelen wil nemen. Maar zijn coalitiepartners waren niet mee. Ze vonden in de sociale strijd of de havenstaking toch een onvoldoende aanleiding. Maar de wereldwijd genetwerkte jihadisten verwekten, ook al zonder directe dreiging, wel voldoende draagvlak voor zo'n symbolisch beleid. Nu het dreigingsniveau volgens OCAD is verlaagd van 3 naar 2, heeft De Wever het gedaan gekregen dat in de joodse buurt in Antwerpen toch nog altijd soldaten patrouilleren. Ook als is dat peperduur. In tijden van besparingen toch een vreemde maatregel. Het gaat natuurlijk over iets anders: over gespierde politiek.
Want voor zover we weten, en de transparantie is in die zaken natuurlijk ver zoek, hebben de soldaten al die weken niet voor een verhoogde veiligheid kunnen zorgen. Ze hebben in elk geval niet kunnen verhinderen dat een werkster in Delhaize slachtoffer werd van een zuuraanslag. Of dat een jonge vrouw in Wevelgem zelfmoord pleegde met het dienstwapen van haar man. Maar ze waren wel het excuus om een Pegida-betoging te verbieden – en dus ook de veel grotere wake van Hart boven Hard, of om de jaarlijkse herdenking van het stoppen van het twintigste konvooi naar Auschwitz in Boortmeerbeek af te gelasten. Moest de herhaalde verlenging van dat dreigingsniveau 3 dienen om ons gewoon te maken aan het inperken van onze burgerrechten? En om het radicaliseringsthema te gebruiken om een repressief beleid, tot en met afname van de nationaliteit, uit te denken?
Jazeker, de eerste weken is er nog even gediscussieerd over andere begeleidende maatregelen: lessen burgerschap in de scholen, de invoering van een algemeen vak levensbeschouwing in het onderwijs en dat niet alleen over te laten aan de verzuilde religies zelf, meer vorming en discussie in de media. Maar die interesse lijkt alweer over en op dat vlak zijn geen maatregelen genomen.
Maar bewijzen de aanslagen midden februari in Kopenhagen dan niet dat er een reële terreurdreiging is? Zeer zeker, maar de politieke reactie van de Denen bewijst evenzeer dat die niet hoeft beantwoord te worden met een militarisering van de samenleving. Wel integendeel, daar is de boodschap dat net een uitdieping van de democratie het antwoord moet zijn op het salafistische fascisme. De autoritaire verleiding is net wat die terreur opzoekt. En zo'n klimaat speelt dan weer in de kaart van uiterst rechtse antidemocraten.
Want wat heeft het radicalismedebat naast de gewenning aan soldaten in de straten tot nu opgeleverd? Een bewustwording over de effecten van dagelijks racisme en uitsluiting? Een verhoogde inspanning inzake het maatschappelijke debat over democratie? Maatregelen tegen discriminatie? Wel integendeel! Het relativeren van racisme en het doorschuiven van de verantwoordelijkheid naar de minderheidsgroepen. Het vergoelijken van het “eigen volk eerst” en het opdrijven van de “voor wat hoort wat”-retoriek. Inburgeringsbeleid verwarren met repressief migratiebeleid. Kortom: verrechtsing met autoritaire trekjes.
Wordt het niet tijd de angst en de dreiging in te ruilen voor een ware verdediging van onze democratie? Jammer genoeg zal geen enkele van de daders van de recente aanslagen door een rechtbank worden berecht. Hun drijfveren blijven speculaties, die soms nodeloos worden opgeblazen in een soms ranzig ideologisch gevecht. Laten we weer snel overgaan tot wat een ware democratie siert: een open politiek debat, goede burgerschapsvorming in het onderwijs, democratische burgerrechten, vrije meningsuiting. Snel, want de laatste weken heeft de autoritaire verleiding het gehaald. Binnenkort denken we nog dat het normaal is dat er soldaten in de straat patrouilleren. Regimes die militairen moeten inzetten en bevolkingsgroepen stigmatiseren, zijn zelden echte voorbeelden van democratie. We hebben onder het mom van terreurdreiging en radicalisme nu al wel genoeg ranzige praat gehoord.
- Eric Corijn, cultuurfilosoof & sociaal geograaf (VUB);
- Lieven De Cauter, cultuurfilosoof (KULeuven);
- Lies Michielsen, jurist (Progress Lawyers Network);
- Eva Brems, mensenrechtenspecialiste (UGent);
- Hugo Franssen, mede-initiatiefnemer Hart boven Hard