Interview -

‘The Do Gooders’ opent het festival Eye on Palestine

De vijfde editie van het kunsten- en filmfestival opent met de documentaire 'The Do Gooders' van Chloé Ruthven. De film is als een roadmovie naar de sinistere wereld van de internationale hulpverlening. Maar de reis mondt uit in een complexe zoektocht van Chloe (Britse) en Lubna (Palestijnse), waarbij het persoonlijke en het politieke met elkaar verstrengelen. Een gesprek met de maakster.

dinsdag 24 maart 2015 14:50

Chloe Ruthven bijt zich vast in het onderwerp na het
lezen van een boek van haar grootmoeder die er samen met haar man
hulpverlener was. Onderweg ontmoet ze Lubna, chauffeur en fixer,
waarna ze beiden in een emotioneel verhaal verwikkeld geraken.

Waarom wilde je
deze film maken?

“Ik behoor zelf tot
een familie van ‘do gooders‘. Mijn vader werkt op de
Arabische dienst van de BBC. Zijn moeder en zijn stiefvader waren heel vaak in
Palestina en Jordanië en deden er aan hulpverlening. Dit bleef ergens in mijn hoofd hangen. Toen
ik visuele antropologie studeerde in Goldsmiths, de afdeling voor
kunsten en sociale wetenschappen aan de Universiteit van Londen, was
er veel belangstelling voor ontwikkelingsstudies. Er werd in die tijd
heel wat kritische literatuur bijeen geschreven over de
hulpindustrie. De positie van ontwikkelingswerkers werd in vraag
gesteld. Mij is vooral een schitterend essay bijgebleven, met de
titel ‘Mercenaries, Missionaries and Misfits’, een soort van
antropologische studie van de ontwikkelingswerker. En ik dacht, o
god, dat is mijn familie, dat is waar ik van afkomstig ben. “

“Als kunstenares ben ik
bovendien geïnteresseerd in veeleer oncomfortabele onderwerpen. Dat
zette mij op weg. Ik dacht, dit gaat over mijn familie en ik wil
uitzoeken wat mijn erfenis is. Misschien wilde ik ook ergens in het
reine komen en een eerlijke zoektocht starten. Ik wou me niet laten
verleiden tot nog eens een neokoloniaal narratief, de witte
journalist die bruine mensen gaat onderzoeken. Een artieste die
een waarheidsgetrouw maar ongemakkelijk pad wil bewandelen in het
kijken naar de wereld, die moet in de eerste plaats kijken naar wat
wij doen, naar onszelf kijken dus. Dat was het conceptuele
uitgangspunt.”

“Toen we probeerden
het concept van de film uit te werken, ontdekten we dat we een
personage nodig hadden waarlangs het verhaal zou verteld worden.
Samen met de producer kwamen we aanvankelijk tot de conclusie dat
ikzelf, met mijn geschiedenis, de dagboeken van mijn grootouders als
hulpverleners in Palestina, het verhalende ankerpunt moest zijn van
een emotionele, transformatieve reis. Ik besloot om het te brengen
zoals ik het heb ervaren.”

Inmiddels heb je
een film gemaakt die een behoorlijk negatief beeld schetst van de
wereld van de ontwikkelingssamenwerking in de bezette Palestijnse
gebieden.

“Ik reisde met een
vriendin, een Brits-Palestijnse, die zich erg betrokken voelde bij de
Palestijnse zaak. Zij had zelf nooit eerder gekeken naar de
aanwezigheid van de westerse hulpverleners daar. In gesprekken met
Palestijnen gaat het doorgaans over Israël en dat wordt als heel
gewoon ervaren. Maar toen we hun ter plaatse vroegen wat ze dachten over al die
westerse aanwezigheid, was het alsof we de doos van Pandora openden.
Gezien de traditionele Arabische beleefdheidsnormen, is het een onderwerp waarover ze je niet alles recht in het gezicht zullen gooien, maar er was een zeker
enthousiasme over deze vraag. Er kwamen allerlei bedenkingen los, zoals
over de manier waarop we ons kleden of ons gedrag in de bars in
Ramallah, wat soms bijna ervaren wordt als een andere vorm van
bezetting.”

In de film horen we over de praktijken van USAID, waarbij de hulpverlening de
bezetting lijkt te moeten ondersteunen, zorgen dat ze draaglijk
blijft, dat mensen er in kunnen overleven in plaats van de situatie
echt te veranderen.

“USAID is in het
bijzonder problematisch en eigenlijk verhelen ze ook hun rol niet. We
weten allemaal dat de VS Israël financiert en de belangrijkste
bondgenoot is in de regio. Het is een soort van pose, lippendienst
die geleverd wordt rond de steun aan Palestijnen. Uit de film blijkt onder meer dat miljoenen dollars worden verkwist in projecten voor het oppompen van
water uit een waterreservoir dat zo goed als leeg is, terwijl de
rijke waterbronnen voor Israëlische waterleveringen gereserveerd zijn. Het is een politiek probleem dat teruggaat tot de Oslo-akkoorden.”

“Je begrijpt al gauw dat het over macht
gaat en niet over het helpen van mensen in de zeer
moeilijke situatie van bezetting. In de film verwoordt een boer het
heel goed. Hij is verontwaardigd over de hele absurditeit van de
situatie. Hij moet immers duur water kopen dat van zijn gemeenschap is gestolen, terwijl aan de andere kant van de vallei een nederzetting
het schaarse water gebruikt voor zwembaden. Zijn grond staat droog, terwijl de nederzettingen over groene landbouwgrond beschikt waar
groenten en fruit kunnen worden gekweekt.”

Moeten we dan
beslissen dat ontwikkelingshulp meer kwaad dan goed doet, dat we er
beter mee stoppen?

“Het is jammer dat
Lubna, die in het tweede deel van de film aan bod komt, er niet is om
daarop te antwoorden. Het is niet aan mij om de Palestijnen te vertellen wat ze moeten doen. Het is aan Lubna en haar volk om daarover te
oordelen. Ik voel vooral hoe belangrijk het is dat we naar onszelf en naar onze beweegredenen kijken. Het is niet dat we alles zomaar moeten
stopzetten, want dat zou ook erg veel negatieve gevolgen kunnen
hebben. Ik heb een twintigjarige zoon die naar Tanzania is vertrokken
om zijn ‘do gooding‘ te doen. Je ziet in heel Europa hoe twintigers
van de middenklasse eropuit trekken om iets te doen. Maar ze mogen
zichzelf niet wijsmaken dat ze aan het helpen zijn.”

“Het is beter om
te vertrekken met het idee dat je de wereld wil leren kennen en je
daarbij beseft dat je opgegroeid bent in een westers land met alle
daaraan verbonden privileges. Het gaat dus over het eigen leerproces,
niet om anderen iets te leren, zeggend  ‘ik ga je helpen’. Dat zou een
erg verwaande houding zijn. We moeten beseffen dat de situatie in
Palestina en het Midden-Oosten op dit ogenblik erg hachelijk is. Met
Netanyahu opnieuw aan het roer hangt de derde intifada in de lucht.
Er bestaat onenigheid over, maar volgens mij kan zijn herverkiezing
Palestijnen doen radicaliseren richting Islamitische Staat, iets wat tot op vandaag nog niet gebeurd is.”

“Er is een soort van oorlog aan de gang die niet beperkt
blijft tot Israël en Palestina, het is het Westen versus de
Arabische wereld. We moeten erg voorzichtig zijn over welk beeld we
van onszelf geven. We moeten eerlijk en nederig zijn. Als we naar die
landen gaan, dan moet dat op uitnodiging zijn, zonder ons te gedragen
als superieure ontwikkelde wezens die mensen met minder kennis moeten
helpen. Dat werkt niet meer. Die tijd is voorbij. Met deze film wilde
ik een spiegel voorhouden, vragen stellen. Je krijgt geen oplossingen aangereikt. Lubna en ikzelf hebben heel wat gesprekken
gehad. Zij is heel duidelijk over wat zij er van denkt.”

In het tweede
deel van de film krijgen we inderdaad Lubna die prominent in beeld
komt. Was dat jouw oorspronkelijke bedoeling of kwam ze vanzelf op de
voorgrond door de kracht van haar personage?

“Goede vraag (lacht).
Ik had een bijna afgewerkte film zonder Lubna erin, waar ik enkel de
dagboeken van mijn grootouders gebruikte en de reis die ik maakte
door het dagelijkse leven in de Palestijnse gebieden. Toen we met de
montage bezig waren en een testscreening deden, voelden we dat er
iets niet werkte. We vonden niet echt wat het was. Tot een van de
filmredacteurs me kwam zeggen: ‘Chloé, er is geen liefde in de film.
Opdat je film zou aanslaan moet er liefde zijn, en er is niemand om
verliefd op te worden’ (lacht). Ik dacht erover na… deze film is niet
over liefde, maar over politiek. Maar het kwam wel aan.”

“Toen bedacht
ik dat Lubna, die ik al eerder had ontmoet, de enige persoon was die
kon aanslaan. Ik nam contact op met haar. Ik zei dat ik nog wat
opnames en interviews moest doen en of ze daarbij kon helpen. Ik
vroeg haar niet of ik haar kon filmen enkel of ze me kon helpen. Wat
een logische vraag was, want ze is een bekende activiste die een heel
goed zicht heeft op de situatie. Maar in mijn achterhoofd dacht ik,
zij is de vrouw die ik nodig heb. Ze is zo bijzonder en
uitzonderlijk, en het klikte geweldig tussen ons. Ik
vertelde haar evenwel niet dat ik haar als hoofdpersonage wou
neerzetten.”

Ze lijkt veeleer
met tegenzin voor de camera te verschijnen.

“Inderdaad. De ene keer reageert ze verveeld, een andere keer al grappend. Zo reflecteerde ze op een bepaald ogenblik over het
vreemde gedrag van witte mensen om alsmaar selfies van zichzelf te
nemen. Dat ze zomaar alles filmen zonder dat het iets betekent. Toen
ik haar de eerste montage stuurde reageerde ze eventjes geschokt, maar
gelukkig was ze samen met een goede Palestijnse vriend die haar zei
dat haar optreden briljant was en in de film moest blijven. Daarna
stond ze er helemaal achter.”

Had je vooraf
enig idee van wat er zich afspeelde in Palestina, over de
politieke gevolgen van ontwikkelingssamenwerking onder de bezetting?

“Neen, het was een
echte openbaring voor me. Absoluut. Ik had wel vermoedens dat ik er
problemen mee zou hebben, maar niet dat het zo erg was. Het was erg
interessant om te zien hoe de film werd ontvangen in kringen van
ontwikkelingssamenwerking. De reacties waren erg polariserend. Ik
gooide een stok in het hoenderhok. Er was nogal wat wat boosheid.
Maar er waren ook heel wat emotionele reacties of dankbetuigingen
over het feit dat deze vragen over ontwikkelingssamenwerking werden
gesteld.”

“De film zorgt wel eens voor controverses, maar zal alsnog op BBC World
getoond worden. BBC stak er aanvankelijk geld in, maar dan kwam de
boodschap dat er geen behoefte was aan nog meer van dat soort films. Maar ik ben er zeker van dat er heel erg gewaakt wordt over het feit dat
er telkens als er iets kritisch over Israël wordt gebracht, er ook iets kritisch moet komen voor de andere kant. Dat is ook zo in andere landen.”

En jouw familie?
Want die was tenslotte de aanleiding voor het maken van de film?

“Die reageerde erg goed en zeer
ondersteunend. Ik denk dat ze dit verhaal erg goed begrepen. Want ik
zat er natuurlijk over in hoe mijn vader zou reageren.”

De vertoning van
‘The Do Gooders’ vindt plaats in Théatre Marni op zaterdag 28/03 om
17u te Brussel (Engels gesproken met Franstalige ondertitels). Chloé Ruthven zal haar film zelf
komen voorstellen. De documentaire vormt het startschot van de vijfde
editie van Eye on
Palestine
met een hele week lang (28/03 > 05/04) een programma
van films, podiumkunsten en debat op drie locaties (Théatre Marni,
CC Jacques Franck en KVS) in Brussel.

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!