Boekrecensie -

“Ik voel, daarna denk ik, en dus besta ik”

Ook over onze darmen blijken bestsellers te kunnen worden geproduceerd. De jonge Duitse Giulia Enders schreef het boek “De mooie voedselmachine”. In hoeverre onderscheidt het zich van lifestyletitels over koken en gezondheid? Is heilzaam leven voor iedereen weggelegd? Valt er in “De mooie voedselmachine” een waarde te vinden die het persoonlijke overstijgt?

vrijdag 20 maart 2015 12:01

In Duitsland werden er van Darm mit Charme 800.000 exemplaren verkocht, 100.000 maal ging het boek al in de Lage Landen over de toonbank. Er bestaat
geen twijfel over dat De mooie voedselmachine. De charme van je darmen
van de Duitse studente geneeskunde Giulia Enders (1990) veel mensen aanspreekt.
Dat er een groot (potentieel) publiek bestond voor de materie van de darmen,
besefte Enders maar al te goed. Voedselintoleranties en -allergieën,
sensitiviteit maar ook algemene darmproblemen vormen immers voor een steeds
groter deel van de bevolking een serieus dilemma.

“Spijsverteringsproblemen
verdelen onze maatschappij in twee groepen: de ene groep maakt zich zorgen om
zijn gezondheid en let goed op zijn voeding, en de andere maakt zich zorgen
omdat ze bijna geen maaltijd meer voor hun vrienden kunnen klaarmaken zonder
inkopen te doen bij de apotheek”. (p. 66)

De voedselindustrie speelt handig in op deze tweedeling. De
bevolkingsgroep met voedselproblemen moet grijpen naar minder voor de hand
liggende producten en vindt die in natuurvoedingswinkels maar ook steeds vaker
in de gewone supermarkten. Zo vind je tegenwoordig lactose- of glutenvrije
varianten van veel producten. Maar een ingrediënt of twee minder betekent vaak
een hogere prijs. Daar zit niet enkel het product zelf voor iets tussen maar
ook de, in principe, kleinere afzetmarkt. Exclusiviteit kost geld, wat dan weer
voor zorgt voor een nog exclusievere doelgroep.

In welke mate deze als het ware ‘uitselectering’ van het
doelpubliek zal evolueren, daar valt het raden naar. Wel is zeker dat ook de
boekenindustrie mee op de trein springt. Boekenwinkels hebben nu hele rekken
vol met boeken over anders koken en zelfs gewoon gezonder eten. De mooie
voedselmachine
is geen kookboek maar speelt in op een steeds groter
wordende vraag.

Descartes

Door haar betoog steeds te onderbouwen met recent
wetenschappelijk onderzoek, kan Enders een stevig statement maken. En dat
statement kan als volgt worden geformuleerd: ‘hoe meer je weet over je
probleem, hoe beter je het kan begrijpen en hoe meer je het kan aanvaarden en
zelfs verbeteren’. Op die manier laat ze ook zien dat ze de situatie van vele
lezers ook echt begrijpt. Want spijsverteringsproblemen gaan veel verder dan
buik- of maagpijn. Je hele leven wordt erdoor beïnvloed en niet zelden ontstaat
er, los van allerlei andere sores, een negatieve stemming.

Enders beschrijft dit uitgebreid en haalt enkele uiterst
interessante inzichten naar voren. De relatie tussen darmen en hersenen is
namelijk veel groter dan gedacht. Ze communiceren constant met elkaar. Aan de
hersenen de keuze wat te doen met de informatie van de darmen. Bij mensen met
darmproblemen is de drempel om informatie te blokkeren veel lager en vandaar
dat de hersenen ook vaker de negatieve informatie van de darmen omzetten in een
negatieve stemming of op zijn minst een algemeen onaangenaam gevoel.

Bepaalde stoffen worden door bijvoorbeeld
voedselintoleranties ook niet opgenomen, zoals het gelukshormoon serotonine, en
dit heeft een effect op het gemoed. Enders durft dus veel verder te gaan dan
een klassieke samenvatting van het spijsverteringsstelsel en stelt duidelijk dat
het ‘ik’ voor een groot deel mee wordt bepaald door de darmen. Ze relativeert
René Descartes’ beroemde uitspraak “ik denk, dus ik besta” en oppert dat niet
enkel de hersenen een beslissende stem hebben maar ook de darmen. “Ik voel,
daarna denk ik, en dus besta ik”. (p. 137)

Schoonheidsfoutjes

De mooie
voedselmachine
vormt een mix van algemene kennis over het
spijsverteringsstelsel, recente wetenschappelijke ontdekkingen, interessante
weetjes en af en toe een persoonlijk verhaal. Die mix werkt goed maar kent ook
mindere momenten. Dat het boek een groot publiek wil aanspreken en daarom
de absolute leek voor ogen heeft, is begrijpelijk en logisch. Maar als het
knauwen van voedsel wordt vergeleken met een “voetbalelftal” of “meisjes in
tutu met balletschoentjes” (p. 82), voel ik me als lezer toch wel enigszins
onderschat.

Of in de origineel Duitstalige versie dezelfde kinderachtige
woorden worden gebruikt, kan ik moeilijk beoordelen maar zeker is dat de
Nederlandstalige versie sterk is gericht op de Noord-Nederlandse markt en dat
ik daar als ‘Vlaamse’ lezer af en toe moeite mee heb gehad. Dat in het
hoofdstuk over de ontlasting steevast wordt gesproken over “poep” voor
stoelgang, kan nog worden verdragen. Maar als er woorden zoals “tonnetjesplee”
(p. 109) worden gebruikt, groeit er tijdelijk een afstand tussen Enders’ betoog
en mij.

Laten we het schoonheidsfoutjes noemen. Want de
laagdrempeligheid van het boek zorgt er ook voor dat Enders de leuke verhalen
vertelt die voorafgingen aan grote wetenschappelijke ontdekkingen. Zo blijkt
dat het nut van de probiotica-bacteriesoort E. coli Nissle 1917 pas werd
ontdekt nadat een soldaat terugkeerde uit de Balkanoorlog en als enige geen
last van diarree meldde. In de stoelgang van de soldaat trof men de genoemde bacteriesoort
aan en vele onderzoeken later erkent de wetenschappelijke wereld het belang
ervan. Waarvoor de samenleving deze soldaat dankbaar mag zijn. De door hem
veroorzaakte toevalstreffer heeft een grote stap vooruit betekend in het
darmonderzoek.

In volledig wetenschappelijke artikelen zal je zulke weetjes
nooit vinden maar dat maakt Enders’ boek net zo toegankelijk. Onderzoek
begrijpen begint bij de basis en als die basis een van diarree gespaarde
soldaat blijkt te zijn, heeft die soldaat zijn plek zowel in de maatschappij
als in het boek. Op die manier wordt het soms opsommende karakter van het boek
ook wat onderuit gehaald. Simpelweg een reis door het spijsverteringsstelsel
maken met de lezer is interessant maar wordt al snel eentonig.

Tools

De lezer heeft de vrijheid om uit het boek te halen
wat hij/zij belangrijk vindt. Hoewel er veel valt te veralgemenen over ons
lichaam, heeft iedereen zijn eigen unieke bacteriële vingerafdruk in de darmen
en bijgevolg is niet elke paragraaf even relevant voor iedereen. En die minder
relevante delen zijn sneller gelezen dan de andere. Dat wil niet zeggen dat het
boek enkel is toegespitst op mensen met spijsverteringsproblemen. Op een
luchtige manier bijleren over de darmen aan de hand van recente wetenschappelijke
ontwikkelingen geeft de lezer de tools om
zijn eigen levensstijl te evalueren.




Enders legt vaak het verband tussen ons immuunsysteem en
onze darmen. Wie zijn darmen niet goed verzorgt door bijvoorbeeld stress of
eentonige voeding, tast ook zijn/haar immuunsysteem aan. Tijdens haar betoog is
Enders ook heel duidelijk als het om bacteriën gaat: koester ze. Als je je
afvraagt waarom, kan ik je ten zeerste aanraden om naar het boek te grijpen. Al
was het maar voor een eerste kennismaking. Want was het boek altijd even
interessant en relevant? Neen. Maar was het boek toch interessant en
intrigerend genoeg om het van begin tot eind te lezen? Absoluut.

Kennis is macht. Macht over je eigen lichaam en geest. Wat
dan weer leidt tot rust. Uiteindelijk gaat het om veranderingen binnenin onszelf,
die ons de kans geven om ook grotere veranderingen teweeg te brengen.

Giulia Enders: De
mooie voedselmachine. De charme van je darmen. Uitgeverij
Luitingh-Sijthoff, 2014, 251 p., ISBN 9024565863

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!