Opinie -

Revolte van welgestelden, geen ‘terreur’ in Venezuela

Venezuela zou ten prooi zijn aan crisis en chaos, door aanhoudend protest tegen het ontbreken van basisvoeding en goederen. Zij die daar meest onder lijden, protesteren helemaal niet, wel selecte Venezolanen met personeel om aan hun noden te voldoen. Toch beschuldigt de VS president Maduro van “een terreurcampagne tegen zijn eigen bevolking”.

zaterdag 14 maart 2015 19:10

NOOT VAN DE REDACTIE – 14 maart 2015: Een lezer heeft ons er op gewezen dat dit artikel reeds dateert van maart 2014. Dit is inderdaad een analyse die Mark Weisbrot schreef over de rellen in Venezuela in het voorjaar van 2014. Door een intern misverstand in de redactie werd deze vertaling geplaatst in plaats van een recent artikel van dezelfde auteur. De analyse die Weisbrot in maart 2014 maakte van de rellen komt echter nog steeds overeen met de analyse die hij in maart 2015 maakt. Dat neemt niet weg dat de lezer dient te weten dat dit artikel, door ons gepubliceerd in maart 2015, van maart 2014 dateert. 

Beelden
vervormen de realiteit, ze kennen macht toe aan televisie en video en zelfs aan
verstilde beelden op foto’s, op een manier die diep kan inwerken op het
bewustzijn van mensen, zonder dat ze het zelf beseffen. Ik dacht dat ik
immuun was voor dit herhaald portretteren van Venezuela als een mislukte staat, in de greep van een populaire volksopstand.

Ik was daarom niet voorbereid op wat
ik te zien kreeg in (de hoofdstad) Caracas afgelopen maand (januari 2014). Hoe weinig bleek het dagelijkse leven
onderhevig aan die protesten. Integendeel, de normaliteit overheerste in het
grootste deel van de stad. Ook ik had me dus laten vangen door de beeldvorming van
de media.

Altamira protesteert

Grote
mediakanalen hebben wel uitvoerig gerapporteerd dat de armen in Venezuela niet
deelnemen aan de protesten van de rechtse oppositie, maar dat is een understatement:
het zijn niet alleen maar de armen die afzijdig blijven – in Caracas protesteert zo goed als niemand, behalve dan wat volk uit een paar rijkere wijken zoals Altamira. Daar houden groepjes demonstranten zich ledig met nachtelijke gevechten tegen
veiligheidstroepen, met het werpen van stenen en brandbommen en het wegrennen
voor traangas.

Als je
van de arbeidersbuurt Sabana Grande naar het stadscentrum wandelt, dan merk je
helemaal niet dat Venezuela in de greep zou zijn van een “crisis” die de interventie
van de Organisatie van Amerikaanse Staten (OAS) vereist, wat John
Kerry ook moge vertellen. De metro werkt perfect, hoewel ik niet kon afstappen aan
het station van Alta Mira, waar de rebellen hun uitvalsbasis hadden, tot ze deze week werden verdreven.

Ik kreeg
mijn eerste glimp van die barricades in Los Palos Grandes, een wijk met hogere
inkomens, waar demonstranten wél steun van de plaatselijke bevolking krijgen. De omwonenden tieren daar tegen eender wie de barricades tracht weg te nemen – wat trouwens enorme
risico’s inhoudt voor wie dat probeert (ten minste vier mensen verloren
blijkbaar al het leven, toen ze werden beschoten tijdens pogingen om barricades te verwijderen).

Joggers

Maar zelfs hier aan deze barricades gaat het leven redelijk gewoon zijn
normale gangetje. Er is hoogstens wat heen en weer geroep in het verkeer. Tijdens
het weekend zat het Parque del Este vol met families en joggers, zwetend in de tropische hitte – voor de tijd van Chávez moest je hier nog betalen om het park binnen
te geraken. Ik heb me laten vertellen dat de plaatselijke bewoners erg teleurgesteld waren sinds de minderbedeelden hier gratis mochten binnenstappen. De
restaurants puilen hier nog steeds uit ‘s avonds.

Reizen
biedt je natuurlijk niet meer dan een korte reality check en ik bezocht
Caracas hoofdzakelijk om data te verzamelen over de economie. Ik werd echter heel sceptisch over het verhaal dat dagelijks werd afgedraaid in de media, namelijk dat
toenemende tekorten aan basisvoeding en andere consumptiegoederen de drijfveer achter de protesten zouden zijn.

Hamsteren in overvloed

De mensen die het meeste te
lijden hebben onder deze tekorten zijn immers de armen en de arbeiders. De inwoners van Los Palos Grandes en Altamira – daar waar ik de echte protesten
heb gezien – hebben hun eigen huispersoneel, dat voor hen in de wachtrijen klaarstaat om zo aan al hun noden
te voldoen. Ze hebben daar inkomen en bergruimte groot genoeg om een hele inventaris aan producten op te slaan.

Deze
mensen lijden niet – het gaat hun zelfs zeer goed. Hun inkomen is immers gestaag gestegen
sinds de Chávez-regering een decennium geleden controle kreeg over de
olie-industrie. Ze kregen toen zelfs een duur extraatje van de regering: iedereen in
het bezit van een kredietkaart (en daar vallen armen en de meesten van de miljoenen werknemers
buiten) heeft recht op 3000 dollar per jaar, tegen een vaste, gesubsidieerde wisselkoers.
Ze kunnen die dollars voor zes keer meer op de zwarte markt dooverkopen, een jaarlijkse subsidie van verschillende miljarden
dollars voor deze geprivilegieerden – en toch zijn zij het die deze rebellie van ‘troepen’ voorzien.

SOS Venezuela

Deze klassenstrijd is natuurlijk altijd al grimmig en onontkoombaar geweest, maar nu meer
dan ooit. Wanneer je voorbij de menigte wandelde, die was komen opdagen voor de
5 maart-herdenkingen ter ere van het overlijden van Chávez, dan zag
je een zee van Venezolaanse arbeiders, met zijn tienduizenden waren ze. Je vond daar echter geen dure kleding of schoenen van 300 dollar. Wat een contrast met de
ontevreden massa’s van Los Palos Grandes met hun Grand Cherokee Jeeps van
40.000 dollar per stuk, met daarop de slogan van het moment: SOS VENEZUELA.

Wat
Venezuela betreft, John Kerry weet aan welke kant van deze klassenoorlog hij
strijdt. Vorige week, net toen ik Caracas verliet, sloeg deze Amerikaanse minister
haast dubbel in zijn retorische fusillade tegen de regering. Hij beschuldigde president Maduro ervan “een terreurcampagne tegen zijn eigen
bevolking” te voeren. Kerry dreigde er mee het Inter-Amerikaanse
Democratische Charter
van de OAS in te roepen tegen Venezuela en sancties te treffen.

Met dat OAS-Charter tegen Venezuela staan zwaaien, is echter een beetje zoals
Vladimir Poetin bedreigen met een VN-goedkeuring voor de afscheiding
van de Krim. Misschien heeft Kerry het nog niet opgemerkt, maar enkele dagen
voor zijn bedreigingen nam de OAS een heel andere resolutie aan. Die keerde zich tegen het beleid van de VS. De OAS-lidstaten zich solidair met de regering van Maduro. Negenentwintig
landen stemden voor de resolutie, enkel de rechtse regeringen van Panama en Canada schaarden
zich achter de VS.

‘Terreurcampagne’

Artikel
21 van het OAS-Charter slaat op de “ongrondwettelijke
onderbreking van de democratische orde van een lidstaat” (zoals de militaire
coup in Honduras in 2009 die Washington hielp legitimeren, of de mislukte militaire
coup in Venezuela in 2002, waarbij de Amerikaanse regering nog meer hielp).

Gezien zijn recentste stemming lijkt het eerder waarschijnlijk dat de OAS zijn Charter zal inroepen tegen de Amerikaanse regering, omwille van de drone-moorden op
Amerikaanse burgers, waarover nooit een proces werd gevoerd, dan dat het dit
zou doen tegen Venezuela.

Kerry’s retoriek over een “terreurcampagne” staat al even ver verwijderd van de realiteit en
lokte al even voorspelbaar een soortgelijke respons uit van de Venezolaanse
minister van Buitenlandse Zaken, die Kerry een “moordenaar” noemde.

Doden bij de demonstraties

Hier heb je
de feitelijke waarheid over die beschuldigingen van Kerry: sinds de aanvang van
de protesten in Venezuela blijkt dat er meer mensen zijn omgekomen door de hand
van demonstranten dan door die van de veiligheidstroepen. Volgens de Amerikaanse ngo Center for Economic and Policy Research in januari 2015, zijn er blijkbaar in totaal zeven personen omgebracht door demonstranten  –
onder wie een motorrijder die onthoofd werd door een kabel die over de weg
gespannen was – en vijf officieren van de Nationale Garde. Daar zijn ookbij  de doden die zijn gevallen toen ze probeerden barricades van de protesten af te breken, 

Wat het politiegeweld betreft, minstens drie mensen blijken inderdaad te zijn omgebracht door de
Nationale Garde en andere veiligheidstroepen. Dat waren echter twee demonstranten en
een activist die aan de kant van de regering stonden. Sommigen beschuldigen de
regering ervan dat er nog drie doden meer vielen door gewapende burgers. In een land
waar er gemiddeld 65 of meer moorden per dag gebeuren, is het echter best mogelijk dat
deze daders los van de protesten hebben gehandeld.

21
leden van de veiligheidstroepen werden desalniettemin gearresteerd voor vermeende misbruiken,
waaronder een aantal van de gepleegde moorden, niet bepaald wat je een “terreurcampagne” zou noemen.

Poging tot machtsgreep

Opiniepeilingen geven aan dat deze protesten
helemaal niet populair zijn in Venezuela, ook al doen ze het in het buitenland
veel beter . Daar worden ze door mensen als Kerry voorgesteld als “vreedzame protesten”.
Deze gegevens suggereren eerder dat de meerderheid van de Venezolanen deze
verstoringen zien voor wat ze werkelijk zijn: een poging om de verkozen regering af te zetten.

De
binnenlandse politieke motieven voor Kerry’s aanstellerigheid zijn heel simpel. Aan de ene
kant heb je de Cubaans-Amerikaanse lobby in de staat Florida en hun neoconservatieve
bondgenoten. Die staan te schreeuwen om omverwerping van de huidige regering in Caracas. Aan de linkerzijde heb
je in de VS, wel, niks eigenlijk. Dit Witte Huis geeft geen moer om Latijns-Amerika. Wanneer door dit beleid de meeste regeringen in dit Latijns-Amerikaanse halfrond nog meer zullen walgen van
Washington, zal dat in de VS zelf geen electorale gevolgen hebben.

Misschien
denkt Kerry dat de Venezolaanse economie in elkaar zal zakken en dat dit
sommige van de niet-rijke Venezolanen de straat zal doen opgaan tegen de
regering. De economische situatie is zich in werkelijkheid echter aan het stabiliseren
– de maandelijkse inflatie neemt al af sinds februari. De zwarte marktdollar
verloor zwaar aan waarde, toen het nieuws kwam dat de regering een nieuwe, op de
markt gebaseerde wisselkoers zou opleggen.

Het gaat beter

Venezolaanse
staatsobligaties keerden 11,5 procent rente uit in de periode van 11 februari (de dag dat de
protesten begonnen) tot 13 maart 2014, het hoogste rendement volgens de Bloomberg
dollar emerging market bond index
. Tekorten zullen naar alle
waarschijnlijkheid in de komende weken en maanden nog meer afnemen.

Natuurlijk,
dat is nu net het grootste probleem van de oppositie: de volgende verkiezingen
zijn nog anderhalf jaar weg en tegen die tijd zou het best kunnen dat de huidige economische tekorten en de inflatie, die nochtans zo drastisch waren toegenomen de voorbije vijftien
maanden, weer zullen opgelost zijn.

De oppositie gaat waarschijnlijk voor de zoveelste maal de
parlementaire verkiezingen verliezen, zoals ze al elke verkiezing hebben verloren
de laatste vijftien jaar. Hun huidige oproerstrategie helpt hun eigen zaak dus niet echt vooruit: het lijkt er zelfs op dat het de oppositie intern nog meer heeft verdeeld en de Chavistas hechter heeft verenigd.

De enige
plaats waar de oppositie wel steeds meer brede steun lijkt te vergaren, is Washington.

Dit artikel verscheen in maart 2014. De
oorspronkelijke, Engelse versie van deze tekst stond
hier. Vertaald
door Sarah Wagemans.

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!