Frontliniewerkers gaan in staking
Superdiversiteit daagt ons denken en handelen uit. Een one-size fits all-beleid schiet tekort. Superdiversiteit is meer dan een cultureel gegeven en “cultuur-sensitief handelen”. Een toename van diverse migratieprofielen toont ons een minderheidsgroep die de ladder opklimt en sociale mobiliteit creëert via onderwijs, de arbeidsmarkt, eenmanszaakjes of andere winkels en restaurants. Maar op sociaal vlak zien we ook een andere tendens: groeiende groepen voor wie vooruitkomen op de ladder geen sinecure is of slechts een droom blijft. Met andere woorden, superdiversiteit brengt ook een sociale hiërarchie in rechten mee.
Hulpeloze hulpverlening?
Hulpverleners en sociale instanties zitten vaak met de handen in het haar. Het “one size fits all”-integratiebeleid lijkt meer beleidsideologie dan hanteerbare praktijk. En in de kloof tussen beleidsretoriek en realiteit, staan vaak een schare aan vrijwilligersinitiatieven en zelforganisaties klaar om met de superdiverse realiteit aan de slag te gaan. Iedereen is het erover eens dat vrijwilligers en zelforganisaties pakken werk verzetten en groepen burgers met migratieroots bereiken die de drempel van officiële instanties en ‘reguliere’ hulpverlening niet halen. Die vrijwilligers en zelforganisaties staan aan de frontlinie, en doen aan nabijheidspolitiek met groepen nieuwkomers: papieren in orde brengen, taallessen, naschoolse opvanginitiatieven en ondersteuning voor ouderen met een migratieachtergrond, toeleiding tot de gezondheidszorg, culturele activiteiten en vorming…teveel om op te noemen. De praktijk toont een rijke praktijk van beantwoorden aan bestaande noden, die ver voorbij de eisen gaan van subsidieverstrekkers en decretale vereisten.
De Brusselse VGC erkent deze zelforganisaties ook als ‘voorportaal’ van de reguliere hulpverlening. Ook in Antwerpen en Gent groeit het bewustzijn bij de reguliere hulpverlening en beleidsmakers over het belang van zogenaamd outreachend werken: “er zijn” daar waar burgers wonen en de hand reiken aan burgers die hun leven uitbouwen. Waar de symbolische erkenning soms doordringt bij overheden, vormt vooral de financiële erkenning en institutionele omkadering van die broodnodige vrijwilligersinitiatieven en zelforganisaties een heikel punt.
De Mangoboom gekapt
Één zo’n bedreigde zelforganisatie is “De Mangoboom in Bloei” (Le Mangier en fleurs). De organisatie verzet al 19 jaar bergen intercultureel vormingswerk in Anderlecht, gedragen door het engagement van tientallen vrijwilligers van verschillende origine. Zonder enige structurele financiële ondersteuning investeerde de voorzitster met haar vrijwilligersteam onvermoeibaar in de zeer diverse noden van hun Brusselse omgeving via de seniorenwerking, de huiswerkbegeleiding voor kinderen van de wijk, een voedingsproject in Congo, de taalateliers, sociale dienstverlening en socio-culturele activiteiten. Dit voor een groep van honderden mensen van overal: Congolezen, Nepalezen, Tsjetjeniërs, Roemenen, Pakistanen, Syriërs, Ghanezen, Rwandezen, Egyptenaren, Marokkanen, Iraniërs, Turken, Albanezen, Brazilianen, enzovoort. Afgelopen maand besloot de Raad van Bestuur echter dat het niet meer haalbaar is om zonder middelen de Nederlandstalige vleugel van de zelforganisatie verder te zetten. Dit zou een verlies zijn voor de vele Brusselaars en de Brusselse welzijnssector. Want deze vereniging is niet de eerste en zal niet de laatste zijn die bedreigd wordt door de miskenning van overheidswege.
Vrijwilligers: staken of kraken!
Om de boodschap te geven dat vrijwilligers en zelforganisaties meerwaarde creëren, gaan vrijwilligers van zelforganisaties, onder de koepel van Internationaal Comité VZW, op vrijdag 13 maart 2015 één dag staken. Zo maken ze zichtbaar wat hun engagement betekent voor de superdiverse samenleving. Het initiatief is genomen door Brusselse zelforganisaties, maar de oproep wordt veel breder verspreid, naar zoveel mogelijk vrijwilligersorganisaties in heel België.
Waarom? Vrijwilligers ervaren dat ze door politici worden gezien als de gratis oplossing voor maatschappelijke tekorten in de huidige besparingscontext. “Vermaatschappelijking van de zorg” of “de participatiemaatschappij” heet dat in beleidstaal. Vrijwilligers nemen waardevolle engagementen op en ondersteunen de emancipatie van burgers met migratieachtergrond, maar mogen niet verantwoordelijk gesteld worden voor structurele tekorten, zoals het welzijn in de samenleving, de aanpak van armoede, de mantelzorg, ...
Recente rapporten van de VUB over de rol van sleutelfiguren van zelforganisaties in het voorportaalproject “PowerCare” en HIVA (“Smalle schouders, sterke lasten”) wijzen erop dat vrijwilligers letterlijk verdrinken in het werk. Er is een mismatch tussen wat het beleid afwentelt op de schouders van zelforganisaties, en de draagkracht van die organisaties. Omdat de grens is bereikt, geven enkele vrijwilligerswerkingen via een staking een signaal aan de overheden. Op een facebookprofiel worden getuigenissen gepost over het werk als vrijwilliger, over hun engagement en de grens ervan. Er wordt ook een helpdesk ingericht: met de tweet #vrijwilligersburnout en @grevezoucrevez.
De toekomst van de superdiverse stad ligt in de handen van diegenen die elke dag van onderuit aan de weg timmeren voor een rechtvaardige en solidaire samenleving in diversiteit. Onze steden zijn labo’s om samenlevingsexperimenten en praktijken op te zetten, die de emancipatie van burgers met migratieachtergrond versterken. Zelforganisaties en vrijwilligers spelen daarin een belangrijke rol. Overheden moeten hieraan niet enkel lippendienst maar ook reële ondersteuning bieden.
Pascal Debruyne (Postdoctoraal
onderzoeker, UGent/MENARG)
Marc Jans (KULeuven, Laboratorium
voor Educatie en Samenleving)
Stijn Oosterlynck (Hoofddocent
stadssociologie UA, OASeS)