|Column| Philippe Diepvents: De gravad lax van J. De Witte

Men zegt dat het Marnix Peeters is, die “J. De Witte” die elke week in De Morgen een Vlaamse schrijver te kakken zet. Vogeltjes fluisteren dat, geruchtenmolens draaien. Ik denk dat het niet waar is. Ik hoop dat het niet waar is. De reden is dat ik Marnix best een toffe peer vind.

woensdag 11 maart 2015 11:16
Spread the love

Het is “lekker tegen de stroom in” naar het schijnt, dat
afzeiken. Ik zie het niet meteen. Echt goed geschreven zijn de recensies ook
niet. Het is eerder een soort belegen versie van Brusselmans, maar dan minder
grappig.  

Marnix zou het beter kunnen. Zijn Andy vond ik heerlijk om lezen. Aan zijn andere boeken ben ik nog
niet toegekomen. Wat ik hem hoorde zeggen in interviews, kon vaak op mijn
instemmend geknik rekenen. Dat er te veel zuursmoelen zijn, ook in de Vlaamse
literatuur. Dat het allemaal veel te ernstig is. Kundera schreef het al: geen
enkele roman die naam waardig, neemt de wereld serieus.

Dat schrijvers elkaar meer moeten helpen in plaats van
afgunstig naar mekaar te loeren, zoiets zei hij ook al eens. Ook daar dacht ik
volmondig: ja! Toen hij in een polemiek verwikkeld raakte met Van Gerrewey, die
Natte Dozen wegzette als inhoudsloze
cafépraat, koos ik zijn kant, ook al had ik dat boek nog niet gelezen. Ik krijg
namelijk het vliegend schijt van schrijvers die menen dat wie geen Flaubert
citeert geen literatuur voortbrengt.

Ik schreef hem daar ook over, Marnix. En hij reageerde. In
die paar mails die we uitwisselden, kwam hij over als een zachtmoedig en
vriendelijk mens. Hij kocht zelfs meteen mijn debuutroman en postte dat op
Facebook. Erg sympathiek was dat.

Nee, het kan niet waar zijn, dat hij hier achter zit.
Misschien is het allemaal bedoeld als een grap en volgt er binnenkort iets als
“Tadaaa! Het was maar om te lachen!” Misschien wordt het verkocht als een
parodie op een parodie of zo. Iets om het schrijverswereldje wakker te
schudden, voetjes op de grond. Dan nog hoop ik dat het iemand anders is. Gewoon
één of ander ettertje.

Niet dat eens lekker schelden niet mag of zo. Dat past in de
literaire traditie. G.B. Shaw was enorm mager en G.K. Chesterton ongelooflijk
dik. Ooit zei Chesterton publiekelijk over Shaw: ‘Als mensen jou zien, zouden
ze gaan denken dat er hongersnood heerst in Engeland.’ Waarop Shaw repliceerde:
‘En als ze jou zie dan weten ze waar al het eten naar toe is.’

Maar weet je wat het verschil is? Het ging over iets. Het
waren opmerkingen die deel uitmaakten van een breder steekspel tussen gelijken.
Een spel waarin het ook over inhoud ging. Over verschillende meningen aangaande
de wereld. Waarin er wederzijds respect was, waarin niemand zich meende te
moeten verstoppen in de anonimiteit.

Dit soort afzeiken heeft niets te maken met literaire
polemiek. Het is een lauw, zielig afkooksel ervan. Het is geneuzel over
uiterlijkheden en de kleur van de kaft. Er is niets “tegen de stroom in” aan J.
De Witte. Het is gravad lax. Dat is zalm die voor hij opgediend wordt eerst
maanden onder de grond begraven wordt. Het verkoopt misschien als een delicatesse,
maar het blijft gewoon zalm met een geurtje aan.

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!