Het basisinkomen: de maskers zijn gevallen

Het basisinkomen: de maskers zijn gevallen

maandag 9 maart 2015 13:08

De maskers zijn gevallen. Wie denkt dat het ‘basisinkomen
voor iedereen’ een politiek neutraal idee is dat rechts en links verbindt, kan
dit na het interview met Roland Duchâtelet in Zeno nog moeilijk volhouden.
Menig linkse sympathisant zag in het idee een reddingsboei voor Europees links.
Niet het minst Caroline Gennez die vlakaf stelde dat ‘de sociaaldemocratie
van de toekomst daarmee moet durven experimenteren’ (zie DeMorgen).
Maar Duchâtelet is duidelijk: ‘In de economie is er geen plaats voor
rechtvaardigheid’. Meer nog dan de manier waarop hij het basisinkomen wil
financieren (stopzetting subsidies, privatisering scholen en ziekenhuizen,
verhoging BTW, sterke afbouw van overheid en sociale zekerheid), is het dit
zinnetje dat duidelijk maakt waar het hier om draait.

Duchâtelet maakt hier gebruik van het neoliberale dogma dat
reeds door de vermaarde Harvard professor Michael J. Sandel in What Money Can’t buy: The Moral Limits of
Markets
werd weerlegd (zie ook YouTube),
namelijk dat de markt amoreel is. Dat het toepassen van het marktmechanisme in
welke sector dan ook leidt tot een neutrale en optimale verdeling van de
middelen. Sterker nog, dat de middelen zullen worden verdeeld volgens merite.
Duchâtelet noemt zichzelf een visionair, maar de grens met een dromer is dun.
De markt is namelijk geen neutrale plek waar iedereen zijn kans kan wagen. Het
is een plek waar maar één wet geldt en dat is de wet van de sterkste. Wie dit
is, is meestal al lang op voorhand (vaak voor de geboorte) vastgelegd. Het onvoorwaardelijk
kiezen voor de markt houdt dus een duidelijke maatschappelijke keuze in voor
meer ongelijkheid.

Dit laatste is de essentie van het debat rond het
basisinkomen. Duchâtelet ziet armoede als het probleem dat moet worden
opgelost. Echter, veel mensen die we nu aanzien als arm hebben misschien een tv, een auto, zelfs een iPhone. In veel plaatsen op onze wereld en in zo goed
als alle voorgaande periodes zouden deze mensen niet aanzien worden als arm
maar als de meest gegoede mensen. Toch aanzien we hun situatie als
problematisch. Dit omdat het niet de absolute maar de relatieve vorm van
armoede is die het probleem vormt. Ongelijkheid, meer bepaald structurele
ongelijkheid, is het echte strijdpunt. Toch als je in de gelijkwaardigheid van
de mensen gelooft.

Structurele ongelijkheid

Het probleem met structurele ongelijkheid is dat het sociale
mobiliteit tegenhoudt, kansen ontzegt aan grote groepen mensen en een
inefficiënte manier is om de juiste man of vrouw op de juiste plaats te
krijgen. Een goed voorbeeld hiervan is de democratisering van het hoger
onderwijs. Als we de analogie trekken met armoede, dan staat armoede gelijk aan
het niet hebben van een hoger diploma (waarmee ik uiteraard geen waardeoordeel
vel over het wel of niet hebben van een diploma). Met de democratisering van
het onderwijs hebben we ervoor gezorgd dat er meer mensen dan ooit tevoren een
diploma hoger onderwijs hebben behaald (lees: uit de armoede gehaald).

De
ongelijkheid is echter gebleken. Diegene die het zich vroeger als enige konden
veroorloven om naar de universiteit te gaan, zoeken nu andere oorden op en smukken
hun cv op met diploma’s van dure privé-instellingen zoals het Vlerick, dure
stages (vanwege het dure logement) bij internationale organisaties in New York
of Genève of studieverblijven aan dure maar hoog-aangeschreven universiteiten
zoals Cambridge of de London School of Economics. Hoewel de allerbeste via
beurzen er af en toe in slagen om een evenwaardig CV op te bouwen, blijven deze
een uitzondering en houden de meesten het op een diploma van een lokale
universiteit of hoge school. Hoe waardevol deze prestatie ook mag zijn, op de
arbeidsmarkt vervalt deze in het niets ten opzichte van de veel rijker gevulde cv’s van de meer gegoede studenten. Hoewel deze laatsten hun cv onwaarschijnlijk
verdient hebben na vele dagen hard studeren en zwoegen, blijft de ongelijkheid
toch bitter nasmaken.

Ondanks de democratisering van het hoger onderwijs en dus
het enigszins ‘wegwerken van de armoede’ is de ongelijkheid gebleven en hiermee
de onrechtvaardigheid en het gebrek aan sociale mobiliteit. Deze problematiek
wordt echter helemaal niet opgelost door het basisinkomen. Integendeel, Duchâtelet
rept met geen woord over bijvoorbeeld de sociale zekerheid (buiten dat hij moet
worden afgebouwd). Te vrezen valt dan ook dat adepten van het basisinkomen een
minimale rol zien voor de gezondheidsverzekering. Het basisinkomen houdt
bijgevolg in dat solidariteit wordt overboord gegooid en wordt vervangen
door  een blind vertrouwen in de grillen
van de vrije markt en de verantwoordelijkheid van het individu.

Gezien zijn aanval aan het adres van Piketty is het
ongetwijfeld ook niet de bedoeling van Roland Duchâtelet om ongelijkheid aan te
pakken. Zijn nogal gemakkelijke stelling dat links het voorstel niet genegen is
omdat het de vakbonden en socialisten overbodig zou maken, onthult misschien
een deel van zijn beweegredenen.

TINA?

Een laatste kritiek aan het adres van Roland Duchâtelet is
het feit dat hij zijn voorstel naar voren brengt volgens het ondertussen
welbekende adagium van TINA (‘there is no alternative’). Hoewel andere
alternatieven voor het wegvallen van beroepen door voortschrijdende
informatisering zeker denkbaar zijn: bijvoorbeeld een verkorte werkweek
gecompenseerd door verlaagde arbeidslasten gefinancierd door een tax shift en
weggevallen werkloosheidsuitkeringen.

Het is echter duidelijk dat hoewel het interessant is om na
te denken over innovatieve ideeën, het basisinkomen onvoldoende lijkt te zijn. Het
laat bestaande machtsstructuren die zorgen voor ongelijkheid en armoede in tact
en maakt kwetsbare groepen nog meer zelf verantwoordelijk voor hun benarde
situatie. Het basisinkomen is een ontkenning van de complexe aard van
ongelijkheid en armoede en past een ‘one-size-fits-all’-oplossing toe op situaties
die een meer geïndividualiseerde benadering nodig hebben. Wat links betreft is
het basisinkomen dus te weinig en meer business-as-usual dan voorstander ons
willen doen geloven. Solidariteit en de strijd tegen structurele ongelijkheid
zijn de essentie van het socialistische gedachtegoed en mogen niet geofferd
worden op het altaar van een hip links-liberaal idee. We denken echter verder
na.

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!