De Indiase avatar: de inheemse stammen overwinnen

Teaser fallback community afbeelding
In een serie over aanstekelijke alternatieven, betonnen Utopia’s, paradigmatische cases, positief nieuws, leerrijke acties, kleine revoluties of jammerlijke achteruitgang, stellen we Odisha voor. Deze deelstaat is behalve ongerept ook potentieel rijk. Het landschap herbergt enorm veel bauxiet. Een sprookje voor activisten, een voorbeeld van een prangende zaak die we ter harte moeten nemen: de verdediging van de inheemse samenleving.

De deelstaat Odisha ligt in het dichtbeboste gebergte van het Indiase binnenland. Het gebied strekt zich uit van de prachtige oostkust van India, aan de Golf van Bengalen, tot de westelijke rand van het Deccan Plateau. De beschavingsgeschiedenis van de deelstaat gaat, voor zover we weten, 5000 jaar terug. Toch herbergt het gebied een van de mooiste, onaangetaste landschappen, zowel langsheen de kust als in het ongerepte oerwoud van het binnenland. De heuvels van Odisha zijn sinds mensenheugenis de geboortestreek van de Adivasis (letterlijk: oude bewoners), een beschaving die ouder zou zijn dan de Vedische beschaving. Oude geschriften zoals de Mahabharata verwijzen naar de stammen als een soevereine maatschappij van het oerwoud.

Een trots en meedogenloos volk, dat van oudsher voor leven en land heeft gestreden. De Hindoeïstische maatschappij reageerde vaak op hun anders-zijn door de Adivasis als animistische bosbewoners af te schilderen. Tegelijkertijd lieten ze in grote mate de inheemse vormen van zelfbestuur in het gebied toe, eerder dan dit volk aan de wetten van het regentschap te onderwerpen. Door de eeuwen heen hebben de Adivasis een levenslustig nomadenbestaan in de Indiase heuvels en bossen geleid, weg van de heersende, gestructureerde maatschappij.

Een van de vele stammen van Odisha is de Dongaria Kondh. De stam telt ongeveer 8000 mensen en bevolkt de heuvels van het Niyamgiri-gebergte, aan de westelijke grens van de deelstaat. Niyamgiri is een gebied met dichtbegroeide bergflanken, diepe ravijnen en vele watervallen. De Dongaria Kondh bewerken de vruchtbare hellingen van het gebergte en leven van de opbrengst. Ze vereren hun god Niyam Raja en de heuvels, en meer bepaald de Niyam Dongar of de 4000-meter hoge ‘Berg van het Recht’, vanwaar hun god over hen waakt [1].

Naast deze god wordt Dharanima aanbeden, de godin van de aarde. De Dongaria Kondh geloven dat beide goden samenwerken om hen voorspoedigheid, vruchtbaarheid en gezondheid te verlenen [2]. Hun geloof in de heilige berg stamt uit de zeer grote afhankelijkheid van de natuurlijke rijkdommen van het gebied. De Dongaria Kondh zijn trots op hun economische onafhankelijkheid en hun vrijheid van gebrek.

Het Niamgiri-gebergte is op cultureel en ecologisch vlak uiterst rijk en gevarieerd. Op de Niyam Dhongra ontspringen de Vasandhara rivier en een grote bijrivier van de Nagavalli. De flora omvat een aantal zeldzame plantensoorten en geneeskrachtige kruiden. In het woud van de Dongaria Kondh leven bedreigde diersoorten zoals de tijger, de lippenbeer, de reuzeneekhoorn, het luipaard, de langoer, de sambhar en het dwerghert. Het gebied herbergt het territorium van de Bengaalse tijger en een migratiecorridor voor olifanten [3], en werd in 1998 door het Indiase Ministerie van Milieu en Bosbouw tot wildreservaat uitgeroepen.

In deze ongerepte bergstreek schuilt echter nog een geheim. Onder dit weelderige landschap bevindt zich een enorme voorraad hoogwaardig bauxiet, de ruwe grondstof waaruit aluminium wordt gewonnen. Odisha beschikt over enorme hoeveelheden mineralen en sinds de liberalisatie van de Indiase economie in de jaren 90, heeft de mijnindustrie haar zinnen op de ecologisch fragiele deelstaat gezet. De regering van Odisha, belust om een graantje mee te pikken, neemt actief deel aan de promotie van ontwikkelingsmodellen die intensief van natuurlijke rijkdommen gebruikmaken.

Ondanks de menselijke en ecologische aspecten, ondertekende de regering van Odisha in 2004 een overeenkomst met Vedanta Aluminia, een mijnbouwmultinational die ironisch genoeg genoemd is naar de Hindoeïstische filosofische strekking waarbij ‘de eenheid van alle levensvormen’ centraal staat. De overeenkomst verleende de vergunning om in het Niyamgiri-gebergte bauxiet te ontginnen. Daarbij werd ook toelating gegeven voor de bouw van een aluminiumraffinaderij aan de voet van het gebergte. Om de overeenkomst te bekrachtigen, eigende de overheid zich grote stukken, lager gelegen landbouwgrond van de plaatselijke stammen toe en werd in Lanjigarh alvast een aluminiumfabriek gebouwd [4]. De wil om op de top van het Niyamgiri-gebergte een open bauxietmijn te exploiteren, kwam extra hard aan bij de Dongaria Kondh. De bergtop wordt immers van oudsher vereerd als de plek waar hun god Niyam Raja zetelt. Zoals het wel vaker voorkomt zijn religieuze overtuigingen nauw verweven met cruciale, ecologische factoren; in dit geval voorziet de bergtop het hele gebied van bronwater.

Opgehitst door deze aanval op hun dorpen en hun religieuze overtuiging, zetten de Dongaria Kondh massale protestacties tegen Vedanta Steel op touw. Gesteund door activisten en ngo’s, richtten ze zich tot de rechtspraak voor hulp. Alvorens met het verhaal verder te gaan, is het noodzakelijk de constitutionele en wettelijke positie van de tribale groepen uit de Indiase beboste gebieden toe te lichten.

Tribale groepen maken 8,61% uit van de totale Indiase bevolking, of 104,28 miljoen mensen (2011 Census) die over ongeveer 15% van het subcontinent verspreid zijn en duizenden verschillende stammen met een eigen unieke cultuur vormen. Ondanks hun grote aanwezigheid, worden de belangen van deze groepen vaak ondermijnd of zelfs helemaal verwaarloosd.

Van oudsher werden de Indiase tribale groepen steeds als een soevereine entiteit erkend. Terwijl de beboste gebieden onder het bestuur van de plaatselijke regering vallen, wordt de zeggenschap over deze gebieden aan de inheemse stammen toegekend. De Britse bezetter, gedreven door de wereldwijde vraag naar tropisch hout, regulariseerde echter het grondbezit en eiste koloniale vordering van de oerwouden terwijl de traditionele systemen voor het beheer van de natuurlijke rijkdommen werden gecriminaliseerd. Het beleid bleek vernietigend voor de inheemse stammen vermits hun de vrije toegang tot hun habitat werd ontnomen en ze gedurende meer dan twee eeuwen werden onderdrukt en uitgebuit.

Tijdens de postonafhankelijke eenmaking van de Prinselijke Staten, die de huidige Republiek van India vormen, en de hervorming van het land werden feodale en koninklijke landerijen opgeëist als beboste reservegebieden. De kwestie van tribale landrechten kwam hierbij echter niet ter sprake. Het bleek een vergissing die tot talrijke grondrechtelijke conflicten tussen de inheemse stammen en niet-tribale bevolking zou leiden [6].

Koloniale overlevering zorgde ervoor dat het onafhankelijke India zweert bij technisch-wetenschappelijke expertise om de doelstellingen voor de nationale ontwikkeling te bereiken, eerder dan zich te beroepen op de traditionele kennis en beproefde managementsystemen van de plaatselijke bevolkingsgroepen. Daarom werden de restricties betreffende landrechten voor de inheemse stammen niet alleen gehandhaafd tot de jaren 90 van de vorige eeuw, maar werden ze ook vastgelegd in wetten zoals The Wildlife Protection Act 1972.

De strijd voor tribale rechten, die aanvankelijk ontstond bij Centraal-Indiase stammen, groeide na enkele tientallen jaren uit tot een nationale beweging. De zaak werd uiteindelijk in meerdere rechtsgeschillen ter beoordeling aan de Indiase rechterlijke macht voorgelegd. Begin jaren 2000 oordeelde het Indiase hooggerechtshof in een belangrijke zaak van ontzetting van bezit dat de stammen “volledig kunnen beschikken over de beboste gebieden” [7] en dat afwijkingen en ontzettingen enkel en alleen met hun goedkeuring kunnen worden ondernomen.

Het was een mijlpaal die de Indiase overheid deed inzien dat een ‘historische onrechtvaardigheid’ tegenover de inheemse volken van het land dringend diende te worden rechtgezet [8]. In 2006 werd de Forest Rights Act [9] bekrachtigd, wat een reusachtige erkenning en steun voor de bevolking van de beboste gebieden en hun landrechten betekende. Het belangrijkste aspect van deze wet bestond er vooral uit dat de uiteindelijke bevoegdheid voor wijziging van bebost gebied naar gebruiksgebied niet gerelateerd aan bosbouw, werd toegewezen aan de Gram Sabha. De Gram Sabha of dorpsraad wordt gevormd door alle dorpsleden, eerder dan door een raad van vertegenwoordigers. De bewoners van het woud werd hierbij de rechtstreekse democratische bevoegdheid toegekend die over de toekomst van de bossen beslist.

Het is belangrijk om deze rechtsgeschiedenis te kennen. Het blijkt immers, keer op keer, dat in India de gewone man maar vooruitgang kan boeken dankzij de steun van de rechtspraak [10]. Op het vlak van sociale gerechtigheid en progressieve hervormingen, komt de Indiase rechtspraak vaak als een miskende superheld naar voren.

Terug naar het Niyamgiri-gebergte. Terwijl ze heftig protesteren tegen de verwoesting van het Niyamgiri-gebergte, worden de stammen geconfronteerd met een machtige, corrupte regering en Vedanta Aluminia. Het protest trekt nationale en internationale activisten aan en de zaak wordt zelfs een hedendaagse versie van James Camerons Avatar genoemd. Terwijl voor de rechtbank een juridische strijd woedt, zet Vedanta de grove middelen in. Zonder te wachten op enige toelating van de milieudiensten, legt de multinational wegen en transportbanden in het gebergte aan. Dit leidt tot een aantal conflicten tussen de Kondh en de politie. Wanneer de schaamteloze, illegale praktijken aan het licht komen, ziet het ministerie van Milieu zich onder enorme publieke druk, verplicht de milieuvergunning van Vedanta te blokkeren.

In januari 2014, na een verzet dat bijna tien jaar duurde, verwerpt het Indiase hooggerechtshof het beroep van Vedanta Resources om het Niyamgiri-gebied te mogen ontginnen. Het wordt een mijlpaal in deze zaak. Met een ingewikkeld vonnis beslist het gerechtshof dat diegenen die het meest door de geplande mijnactiviteiten worden gehinderd, beslissende zeggenschap over het al dan niet exploiteren van de mijn moet worden verleend. Volgens de fundamentele bepalingen van het Recht op Godsdienstvrijheid, oordeelt het gerechtshof bovendien dat het recht van de Dongria Kondh op de verering van hun heilige berg, moet worden beschermd en bewaard. Daarbovenop werd beslist dat volken met religieuze en culturele rechten in de loop van het beslissingsproces moeten worden gehoord. De stam kreeg drie maanden de tijd om te beslissen of mijnbouw in het heilige gebergte al dan niet zou worden toegelaten. Voor het eerst in India, dwong een uitspraak een miljardenbedrijf ertoe om elk van de twaalf Gram Sabhas (dorpsraden) met ongeveer 1500 stamleden te bezoeken. Onder toezicht van het Indiase hooggerechtshof diende het bedrijf een referendum voor te leggen waarmee het pleidooi voor de mijnexploitatie zou worden beslecht.

Ondanks de ettelijke maanden voorafgaand aan het referendum, waarin de overheid en Vedanta de stammen onder druk zetten met opruiingen, geweld en intimidaties, stemden de twaalf dorpsraden unaniem tegen het mijnbouwproject. De finale uitspraak werd door het Ministerie van Milieu en Bosbeheer gedaan, waarbij de mijnvergunningen van Vedanta in het Niyamgiri-gebergte nietig werden verklaard [11].

In mei 2014 maakte Vedanta een officiële aankondiging: “Uit respect voor de gevoelens van de gemeenschap, bevestigt Vedanta hierbij dat het niet langer bauxiet uit de Niyamgiri-bauxietvoorraden voor zijn aluminiumraffinaderij zal trachten te ontginnen. Vedanta zal geen verdere pogingen ondernemen zonder de goedkeuring van de lokale bevolking.” [12]

Een overwinning voor de inheemse stammen!

Hoewel… De aluminiumraffinaderij blijft actief en draait naar capaciteit van de plaatselijke Niyamgiri-mijn. In augustus 2014 diende Vedanta een aanvraag in om de faciliteit uit te breiden. Sinds begin 2014 liggen in de deelstaat Odisha nog meer dan 300 aanvragen tot delfstofwinning op een vergunning te wachten [13]. Door de ontginning van deze delfstoffen dreigen jammer genoeg ook volledige ecosystemen het onderspit te moeten delven.

Ranjani Balasubramanian is een Indiase architect en deed postdoctoraal onderzoek in Human Settlements aan de Faculteit architectuur aan K.U.Leuven. Ze schreef een proefschrift over stedelijk activisme in Bangalore in de reeks ‘Towards an Atlas of the commons’, onder toezicht van Prof. Lieven De Cauter. De oorspronkelijke versie van deze tekst staat hier. Vertaald door Nadia Cornelis.

[1] ‘Dongar’ betekent berg – en verleent eveneens zijn naam aan de Dongaria, volk van de bergen.

[2] ‘Report of the four member committee for investigation into the proposal submitted by the Orissa Mining Company for bauxite mining in Niyamgiri’, 16 Augustus 2010, door Dr N C Saxena, Dr S Parasuraman, Dr Promode Kant, Dr Amita Baviskar. Ingediend bij het Ministerie van Milieu en Bosbouw, Regering van India.

 [3] Geetanjoy Sahu, ‘Mining in the Niyamgiri Hills and Tribal Rights’, 2008

[4] Het bleek later dat de raffinaderij al werd gebouwd vooraleer vergunning werd gegeven, hetgeen een schaamteloze schending van de geldende milieunormen was.

[5] http://tribesindia.com/

[6] Sanjoy Patnaik ‘Rights Against All Odds: How Sacrosanct is Tribal Forest Rights?’

[7] Ibid.

[8] Ibid.

[9] The Scheduled Tribes and Other Traditional Forest Dwellers (Recognition of Forest Rights) Act, 2006

[10] Lees meer over de cruciale rol die de rechtspraak kan hebben in de verdediging van het menselijk erfgoed in het referentiewerk van Peter Linebaugh, The Magna Carta Manifesto, Liberties and commons for all. University of California Press, 2008. Hij toont aan hoe de Magna Carta (1215) aangevuld werd met het Handvest voor Bosbeheer en hoe dit de basis vormt voor het concept van de gebruiksrechten van beboste gebieden door de inheemse bevolking. Dit is werkelijk cruciaal. De wet staat niet noodzakelijk aan de kant van privébezit, zoals de anarchisten en marxisten stellen. Het betreft eerder het omgekeerde: wetten vormen het fundament en het fundamentele verweer van de burger. De Magna Carta is werkelijk een wet die als een sociale overeenkomst tussen de soeverein en het volk fungeert [nvdr, LDC]

[11] http://www.survivalinternational.org/tribes/dongria

[12] Siddhartha P Saikia, ‘Govt rejects Vedanta’s Niyamgiri mining project’ uitgegeven in Business Line, 12 januari 2014.

[13] Business Standard, ‘Odisha sitting over 300 PL bids for bauxite mining’, 25 juli 2014. 

Vandaag op de hoogte van de wereld van morgen?