Brussel Beiroet – een gesprek met Iman Humaydan
Interview - Barbara De Munnynck

Brussel Beiroet – een gesprek met Iman Humaydan

Ze is de kersverse voorzitter van PEN Libanon en voltooide begin dit jaar in Brussel haar vierde roman. Journaliste en schrijfster Iman Humaydan roept met haar fictie graag een ‘storm van vragen’ op. “Ik heb jaren on the road geleefd omdat thuisblijven niet veilig was. Die ervaring zit heel sterk in mijn werk.”

vrijdag 13 februari 2015 11:06
Spread the love







“Brussel doet me denken aan Beiroet,” begint Iman Humaydan, de
Libanese journaliste en schrijfster die in januari voor de tweede keer
te gast was bij Passa Porta.  “Beide steden
zijn rijk aan talen en etnische groepen. Ik zou graag meer tijd hebben
om me te verdiepen in de Belgische taalkwestie, want die boeit me. Ik
voel een conflictdynamiek in Brussel, maar een heel  andere dan in
Beiroet. Al bij al ervaar ik deze stad als een vredige plek om te
schrijven.” Heel vredig begon Humaydans residentie in de schrijversflat
aan de Hallepoort in Sint-Gillis nochtans niet. Op 5 januari arriveerde
ze in Brussel vanuit Parijs, waar ze na haar echtscheiding enkele jaren
geleden een tweede thuis vond.

Op 7 januari richtten de gebroeders
Kouachi hun bloedbad aan op de redactie van Charlie Hebdo. Humaydan: “Ik
was in alle staten toen ik het nieuws hoorde, ook omdat mijn dochter in
Parijs haar telefoon niet opnam. De dag van de aanslag was
verschrikkelijk. Charlie Hebdo is geen weekblad dat ik bewonderde, al
kocht ik het wel eens toen de Fransen nog discussieerden over het
homohuwelijk – dat ik steun. Maar heb je de cover van de kersteditie van
2014 gezien? Die stootte me echt tegen de borst. Hoe dan ook, zulke
bedenkingen zijn nu niet meer van tel. Ik hoop dat Charlie Hebdo verder
gaat in z’n typerende stijl en ik blijf vrij om het al dan niet te
kopen.

Het geweld van 7 januari maakte diepe indruk. Het haalde de
trauma’s uit mijn leven in Libanon weer boven. Ik heb het gevoel dat
veiligheid zeldzaam wordt in deze wereld. We kunnen niet langer zeggen
dat bepaalde problemen niet ‘van ons’ zijn. De wereld is te klein
geworden. Buitensluiten, afschermen – dat lukt niet meer. Er zijn andere
oplossingen nodig, op basis van integratie.”

Baby’s on the road

Als Iman Humaydan verwijst naar de trauma’s uit haar jaren in
Libanon, dan is dat geen overstatement: “Mijn eerste kortverhaal werd
gepubliceerd in 1989, mijn eerste roman verscheen in 1997, toen ik al
veertig was. Mensen vragen me vaak waarom het zo lang duurde. Maar ik
heb tussen 1982 en 1989, terwijl er een burgeroorlog woedde, drie
kinderen gekregen. Ik ben geen enkele keer rustig thuis bevallen. Mijn
eerste baby werd in Frankrijk geboren, omdat we niet in Beiroet konden
blijven door hevige bombardementen. Voor mijn tweede bevalling moest ik
om veiligheidsredenen van West naar Oost-Beiroet. En mijn jongste kind
kwam ter wereld in Cyprus.

Ik herinner me dat ik tegen de gynaecoloog zei: ‘Wat is
dat toch? Elke keer als ik zwanger ben, laait de oorlog herop en moet ik
vluchten.’ Waarop hij zei: ‘Neem geen kinderen meer. Misschien krijgen
we dan vrede.’ (lacht)




Ik heb tien jaar in schuilkelders doorgebracht. Mijn dag stond in het
teken van naar de bakker gaan voor het gezin: wanneer was dat het
veiligst? Ik schreef wel, maar die flarden belandden in de lade. Sinds
mijn veertiende heb ik altijd geschreven.” Humaydan beseft goed dat de
recente geschiedenis van haar land in het Westen weinig gekend is:
“Juist daarom ben ik zo gedreven om erover te schrijven. Ik heb jaren on the road geleefd,
omdat er teveel geweld was om thuis te kunnen blijven. Die ervaring zit
sterk in mijn werk. Ik schrijf niet over de verschrikkingen van de
oorlog of over de politieke feiten. Ik wil lezers laten voelen hoe
mensen met zo’n situatie omgaan. Hoe we het geweld overleven door te
reizen, gek te worden, te dansen of te schilderen. Iedereen zoekt een
uitweg. Niet iedereen vindt die – in mijn eerste roman pleegt één van de
personages zelfmoord in zee, precies omdat ze geen deur naar buiten
vindt. Maar het gaat me om de zoektocht.”

Storm van vragen

Achttien jaar na haar debuut legt Humaydan in Brussel de laatste hand
aan haar vierde roman. De verhalen van de schrijfster hebben een lange
ontstaansgeschiedenis en zetten haar op allerlei zijsporen. Humaydan:
“Ik kan geen boek lezen wanneer ik voel dat de schrijver helemaal zeker
weet wat goed is en wat slecht. Zo’n totaal gebrek aan twijfel stoot mij
af. In mijn romans ga ik nooit tot het einde. Ik werp een storm van
vragen op en laat de lezer daarmee verder gaan. Vroeger dacht ik daarom
dat ik ‘fout’ schreef. Ik kom uit een seculier gezin en groeide op
zonder religieuze dogma’s. Maar mijn vader had een uitgesproken visie op
literatuur. Schrijven gold als een politieke en sociale missie, een
manier waarop mannen de gemeenschap konden redden.

Ik heb lang niet durven publiceren omdat mijn werk zo anders was dan de boeken die mijn vader me gaf.




Maar je kunt je aanpak niet verloochenen. Het paternalistische
schrijven, waarbij de lezer een waarheid wordt ingelepeld, ligt me niet.
Ik doe liever wat ik doe.” Niet zelden raakt Humaydan verstrikt in haar
eigen ‘storm van vragen’: “Na mijn eerste roman (Engelse vertaling B as in Beirut, Interlink books; Franse versie Ville à vif, Verticales)
bleef ik achter met grote vraagtekens. Waarom zit geweld zo ingebakken
in mijn land? Ik heb een bachelor in sociologie van de American
University in Beiroet, maar geen enkele docent heeft me ooit een
verklaring gegeven voor de wortels van het geweld. Ik besloot dan maar
zelf op zoek te gaan en zo ontstond mijn tweede roman (Wild Mulberries, Interlink Books; Mûriers sauvages, Verticales). In dat boek ga ik terug naar het begin van de 20e eeuw,
naar een stukje familiegeschiedenis. Mijn grootvader was een echte
patriarch die zijdewormen kweekte. Hij verbood mijn tante om te trouwen,
zodat ze zijn huishouden kon runnen en hield ook mijn vader, die
briljant was, na de basisjaren thuis van school om op het veld te
werken. Ik moest de confrontatie met dat oude, brutale patriarchaat
aangaan.”

Andere Levens




Aan haar derde roman Andere levens (De Geus), voorlopig de
enige die van het Arabisch naar het Nederlands werd vertaald, schreef
Humaydan maar liefst acht jaar. Humaydan: “De eerste flarden dateren van
2002, toen ik in Mombasa was voor een VN conferentie rond ontwikkeling.
Ik sloeg een paar rondetafels over en glipte mijn hotel uit om gewone
mensen te ontmoeten. Bepaalde indrukken en ervaringen van Maryam in Andere levens
heb ik zelf zo meegemaakt in Kenia. Toch worstelde ik met Maryam als
personage. Ze heeft een dubbel trauma. Ze verlaat Libanon nadat ze haar
broer heeft verloren bij een bombardement. En daarna verdwijnt haar
verloofde, die haar had moeten nareizen naar Adelaide. Maryam zwerft van
Australië naar Kenia en keert na vijftien jaar terug naar Beiroet, maar
ze voelt zich nergens thuis. Om dat echt te begrijpen moest ik stoppen
met schrijven. Ik ben opnieuw gaan studeren om grip te krijgen op mijn
onderwerp.” In 2006 behaalde Humaydan een master in de antropologie aan
de American University in Beiroet met een thesis over de 2600 mensen die
tijdens de Libanese burgeroorlog (1975-1990) verdwenen. Ze schreef een
theatertekst over haar thesis, waar later de bekroonde film Here Comes the Rain van
werd gemaakt. Verder verzorgde ze een handboek creatief schrijven voor
de universiteit van Iowa  en werkte ze met de Italiaanse regisseur
Silvano Castano aan een documentaire over de jonggestorven zangeres
Asmahan, een Arabische diva die waarschijnlijk spioneerde voor de
Britten tijdens WO II. Dat Andere levens überhaupt af raakte in
2010, mag een wonder heten. Humaydan: “Ik heb veel elementen uit mijn
studie in de roman kunnen integreren. De cyclische vertelstructuur
bijvoorbeeld – zo praten getraumatiseerde mensen echt. En dat gevoel van
‘in betweenness’ waaronder Maryam gebukt gaat? Dat is beschreven door
Mary Douglas. Voor mij voelt het heel natuurlijk om wetenschappelijke
inzichten in mijn fictie te gebruiken.

Ik heb snelwegen in mijn hoofd, waar de ideeën overheen razen.

Ik geloof niet in het scheiden van disciplines.”

Arabische Vrouwen




Ook vandaag is Iman Humaydan met meerdere projecten tegelijk bezig. Ze rondt haar vierde roman af die de voorlopige titel Brieven naar Istanboel draagt,
ze werkt met een Pakistaanse auteur aan een kookboek (“het eerste van
de hand van schrijvers in plaats van chefs”) en ze stelt een tweede
handboek creatief schrijven samen, dat voorbeelden put uit de Arabische
literatuur.  Vanaf 1 februari 2015 neemt ze het voorzitterschap op van
PEN Libanon: “Ik zou 200 jaar willen leven. Ik ben altijd bezig, met
literaire en andere projecten. Het frustreert me enorm wanneer ik bots
op mijn fysieke grenzen. Ik heb een zwakke rug. Ik zwem en volg
fysiotherapie, maar er zijn dagen dat ik alleen kan slapen. Dan kan ik
wel huilen om alle dingen die ik liever zou doen.” Op uitnodiging van
buitenlandse universiteiten en organisaties geeft Humaydan lezingen over
Arabische vrouwen: “Ik benader het onderwerp via literaire teksten van
schrijfsters uit o.a. Egypte, Libanon, Syrië en Tunesië. Hun werk komt
vanzelf uit bij kwesties als vrouwenrechten of familiewetten en de grote
verschillen daarin tussen Arabische landen. In mijn ogen staan de
Tunesische vrouwen het sterkst, al rukt ook in dat land de Sharia op. Ik
hoop dat Tunesische vrouwen nog lang een voorbeeldrol mogen vervullen.”
Maryam in Andere levens is een onafhankelijke vrouw, al geeft
de roman geen eenduidig beeld van de plaats van de vrouw in het
hedendaagse Libanon. Humaydan: “Er zijn grote sociale en intellectuele
verschillen tussen Beiroet en dorpen in de bergen. Ik ben seculier
opgevoed, maar dan nog.

Als een man voor mij kookt, vind ik dat fantastisch. Gewoon omdat het zo indruist tegen alle rolpatronen die ik heb meegekregen.

Mijn scheiding in 2008 maakte van mij de eerste gescheiden vrouw in
de familie Humaydan. Familieleden vonden mijn scheiding een
struikelblok, met die nuance dat ik niemand de kans gaf om er
een punt van te maken. Ik ben sterk, ik ben financieel onafhankelijk –
wat is het probleem? Het probleem begint als de vrouw afhankelijk is en
terug moet naar een familie die haar met schaamte ontvangt. De
vrouwenkwestie is altijd economisch.”

Brieven naar Istanboel




In Brieven naar Istanboel, dat in de zomer van 2015 zal
verschijnen, borduurt Humayan verder op een aantal zaken die haar
boeien. Ze onderzoekt een zwarte bladzijde uit de Libanese geschiedenis –
tijdens de burgeroorlog werden heel wat kinderen aan buitenlanders
verkocht. Ze experiment met een springerige vertelvorm (“Ik ga zigzag
door de tijd, als een naaimachine.”). Ze laat zelfs één van haar
nevenpersonages research doen naar de zangeres Asmahan (“Voor mijn
familie was Asmahan de slechte vrouw met de goede stem. Ik aanbad haar
zoals ik alle vrouwen aanbad over wie ik niet mocht praten.”) Begin
2011, toen Humaydan nog maar net bezig was met het boek, verbleef ze in
een schrijversresidentie in Den Haag. Nu werkt ze de laatste bladzijden
af in Brussel, terwijl ze ook in de herfst van 2013 als Passa Porta
resident in Villa Hellebosch aan de tekst schreef. Is Brieven naar Istanbul
voor haar verbonden met de Lage Landen? “Ik haal altijd zuurstof uit
een buitenlandse residentie. Het is alsof ik met lege batterijen aankom
en opgeladen weer vertrek. Dat betekent niet altijd dat ik tijdens mijn
verblijf veel schrijf.

Deze keer in Brussel, met de deadline in zicht, werk ik
als bezeten. Maar in Den Haag resideerde ik in januari 2011, net op het
moment van de Arabische lente. Het leek toen onmogelijk om aan een roman
te werken.

Ik moest verbinding maken met mijn vrienden. We geloofden allemaal
dat alles ten goed zou gaan veranderen. Ik schreef op mijn Facebook
pagina en stuurde artikels naar Libanese kranten. Ik was zo opgewonden!
Ik ben zelfs even stiekem van Amsterdam naar Caïro gevlogen – ik moest
erbij zijn (lacht).” Alleen: vier jaar later, zelfde boek, weer een
Benelux residentie… maar geen lente meer, wel Charlie Hebdo. Humaydan:
“Dat ik me deze maand wel kon concentreren, heeft alles met de dynamiek
van het schrijfproces te maken. Aan het begin van een roman, wanneer ik
nog op zoek ben naar de draadjes van mijn verhaal, ben ik vatbaar voor
afleiding. Maar op het einde zit ik zo in mijn tunnel, dan storm ik
overal doorheen.”

Dit interview verscheen eerder op www.thisishowweread.be 

take down
the paywall
steun ons nu!