Optimisme over de Turkse economie

De lagere olieprijs stemt de Turkse vicepremier en economiesupervisor Ali Babacan optimistisch over 's lands economie. Voor Turkije, dat in 2013 voor 56 miljard dollar energie importeerde en over de eerste acht maanden vorig jaar voor 36 miljard, is goedkopere olie een flinke opsteker. Met iedere tien dollar die de olie in prijs daalt neemt het tekort op de handelsbalans met 4,4 miljard dollar af. Dit is maar één voorbeeld dat het landshumeur opmontert.

vrijdag 6 februari 2015 10:29
Spread the love

De olieprijs kan nog verder
dalen, misschien wel tot onder de 20 dollar per vat, maar de meningen
verschillen. BP-baas Bob Dudley ziet niet snel een terugkeer naar
boven de 100 dollar. Voor hem kan de prijs van olie langere tijd op
60 dollar stabiel blijven. Dudleys collega Claudio Descalzi van het
Italiaanse Eni SpA verwacht daarentegen dat het weer richting 90
dollar kan gaan tegen het einde van het jaar. OPEC
secretaris-generaal Abdalla El-Badri houdt zelfs een prijsstijging
naar 200 dollar voor mogelijk, omdat de olie-industrie niet meer
investeert in nieuwe projecten.

Zeker is dat de olie vorige week
niet in prijs daalde, maar iets duurder werd. De oorzaak wordt
gezocht in de staking van personeel van Amerikaanse olieproducenten,
waardoor het geen trend hoeft te worden.

Nadelen

Babacan herkent in goedkopere
olie ook nadelen. Russische toeristen geven minder uit in Turkije en
de export naar Rusland, in 2013 het vierde afzetgebied voor Turkse
producten, zal volgens hem “wat lager” worden.

Vorig jaar werd al 12,3 procent
minder afgezet naar Rusland en vorige maand liep de export naar het
noordoostelijke buurland met 32 procent terug vergeleken met januari
2014. De provincie Antalya, die het naast toerisme moet hebben van
agrarische export, lijdt daar met name onder. Vijf groenten- en
fruitexporteurs verklaarden op de rand van het faillissement te
staan. Hoeveel dergelijke offers voorstellen ten opzichte van het
voordeel van goedkopere olie blijft een punt van discussie.

Lagere rente

Omdat de inflatie door de lagere
olieprijs terugliep (de meeste andere prijzen dalen zeker niet) kon
de Turkse centrale bank (TCB) de rente verlagen. Dat TCB-gouverneur
Erdem Basci het bij een half procent hield is verklaarbaar gezien de
onduidelijke situatie op de internationale markten, door het besluit
van de Europese Central Bank (ECB) om obligaties op te kopen
(Quantitative Easing-QE), de daaraan voorafgaande waardestijging van
de Zwitserse frank en het herstel van de Amerikaanse economie.

Zeer tegen de zin van president
Erdogan verhoogde de TCB vorig jaar rigoureus de rente, om de lira te
beschermen. De verstandhouding tussen Erdogan en Erdem Basci werd er
niet beter door. Basci werd in 2007 op voorspraak van Erdogan
benoemd, maar hield vervolgens ondanks de voortdurende druk van de
president vast aan de onafhankelijkheid van de TCB.

Reputatie

Op zich is het niet uitzonderlijk
dat regeringsleiders centrale banken tot maatregelen trachten aan te
zetten. Zo valt het onderhoud op dat de Duitse bondskanselier Angela
Merkel had met ECB-gouverneur Mario Draghi voorafgaand aan het
Europese QE-besluit.

Het verschil is dat Erdogan de
media gebruikt om Basci onder druk te zetten. Gênant voor de
TCB-gouverneur, omdat bij een verlaging van de rente, hoe gering ook,
de indruk ontstaat dat hij voor Erdogan door de knieën gaat. Dat is
niet goed voor de reputatie van de TCB in het buitenland, en voor de
lira evenmin.

Basci houdt echter voet bij stuk.
Recentelijk overwoog hij weliswaar een volgende kleine
renteverlaging, maar toen de inflatie in januari tegenviel schoof hij
een beslissing uit tot eind februari. Wederom tot woede van Erdogan.
Zo toonde Basci nog altijd niet naar diens pijpen te willen dansen.
Erdogan zal doorgaan met hem het bloed onder de nagels vandaan te
halen. Net zolang tot Basci opstapt en door een marionet van Erdogan
kan worden vervangen.

Islamitische wetten

Erdogan pleit om verschillende
redenen voor een lagere rente. Omdat islamitische wetten rente
verbieden, maar ook omdat de inflatie er volgens hem lager door
wordt. Hij denkt bij een lagere rente echter vooral aan meer
economische groei en werkgelegenheid op korte termijn.

Gunstige cijfers daarover kan hij
goed gebruiken bij de verkiezingen in juni. Zijn Partij voor
Gerechtigheid en Ontwikkeling (AKP) hoopt dan op een niet eerder
behaalde tweederdemeerderheid in het parlement. Zo wordt een nieuwe,
volledig door de AKP vormgegeven grondwet mogelijk, en daarmee het
presidentieel systeem waar Erdogan naar streeft. Dat laatste wordt
ook de inzet van de verkiezingen.

Voormalig TCB-directeur Durmus
Yilmaz meent dat een lagere rente niet automatisch tot meer groei
leidt. Hij meent ook dat de inflatie te hoog is voor een dergelijke
stap. Als het zou werken zoals Erdogan denkt, dan kunnen de boeken van
Adam Smith en John Maynard Keynes verbrand worden, zei Yilmaz.
Erdogan reageerde op de voor hem kenmerkende wijze. Yilmaz kan het
vroeger dan goed gedaan hebben, zei hij, maar nu moet hij zich “met
zijn eigen zaken bemoeien”.

Erdogan trekt zich weinig aan van
gezaghebbende economen. Voor hem wegen de inzichten van zijn
economieadviseur, de samenzweringstheoreticus Yigit Bulut, zwaarder.
Bulut zou overigens wel eens een positie binnen de volgende regering
kunnen krijgen. De AKP-aanhang zal dat prachtig vinden, want die
smult van Buluts complotverhalen, maar voor de rest is het een
nachtmerrie.

Renteloze leningen

Terwijl Basci zich bekommert om
een structureel gezonde Turkse economie op de langere termijn, lijkt
Erdogan niet voorbij de verkiezingen te willen denken.

Verder wordt gesproken over meer
overheidsuitgaven, met gesubsidieerde renteloze leningen voor
kleinere ondernemers. Zal het eveneens goed doen bij de stemmers. Zij
die verontrust zijn over de last die zo op de overheidsbegroting en
de staatsbanken komt te liggen worden gerustgesteld. Het budget zou
als geheel nauwelijks overschreden worden dit jaar, want voor de
hogere overheidsuitgaven in de eerste helft van het jaar wordt in de
tweede helft gecompenseerd.

Als de verkiezingen achter de rug
zijn, gaat de vinger dus op de knip. Hoewel de indruk wordt gewekt dat
de AKP de Turkse economie dient, is het vaak eerder andersom.

QE

Er wordt veel verwacht van het
Europese QE-programma. Nadat de Amerikaanse Federal Reserve Bank
(Fed) in 2008 met een soortgelijk programma was begonnen legde dat de
emerging economies
(EM) immers geen windeieren. Tot de Fed in 2013 met tapering
begon stroomden de kortetermijninvesteringen – hot
money
– er royaal
naartoe. Met zijn gunstige rendement haalde Turkije daar nog meer
profijt uit dan andere EM’s.

De vergelijking gaat niet
helemaal op, want het QE-programma van de Fed was in omvang drie maal
groter dan dat van de ECB. Bovendien kunnen bij de mate waarin EM’s
van de Europese QE profiteren ook onderhandelingen met Griekenland
een rol spelen. Verder duurt het feest voorlopig maar tot 2016.

Fed

Verder kan Fed-voorzitster Janet
Yellen roet in het eten gooien door de Amerikaanse rente te verhogen.
Wanneer dat precies gaat gebeuren is onbekend, maar de verwachting is
nog altijd in de tweede helft van dit jaar. Ieder geluid dat de Fed
daarover laat horen doet de dollar stijgen, wat TCB-gouverneur Basci
extra behoedzaam maakt.

Economen die meenden dat een
Amerikaanse renteverhoging kon leiden tot een sudden
stop
van hot
money
naar EM’s zijn
weliswaar iets voorzichtig geworden met die voorspelling, maar ze
blijven erbij dat het allemaal stukken minder zal worden. Valt de
Europese monetaire expansie tegen, dan komt een definitief einde aan
de periode waarin EM’s snel konden groeien door hot
money
. De zwakten van
die markten zullen zich dan meer aftekenen, ook in Turkije.

Spaartegoeden

Twee van die zwakten, de snel
gegroeide schuldenlast

en de directe
buitenlandse

investeringen die niet naar het niveau van voor de financiële crisis
terugkeren, noemde ik eerder al. Een ander teer punt, de geringe
spaartegoeden bij Turkse banken, nog niet.

Die spaartegoeden bedragen in
Turkije 14 procent van het BNP, wat laag is vergeleken met andere
EM’s. Zoals China, met bijna 50 procent, of Maleisië met rond de
30 procent. De buffer tegen schokken, zoals een Amerikaanse
renteverhoging, is daardoor in die landen robuuster dan in Turkije.

Het probleem van de geringe
spaartegoeden wordt deels veroorzaakt door de gewoonte in Turkije om
niet te sparen door geld naar een bank te brengen, maar door goud
‘onder het matras’ te bewaren. Verondersteld wordt dat zich daar
grote hoeveelheden van dit edelmetaal bevinden.

Volgens vicepremier Babacan zal
de regering de bevolking oproepen om goud bij banken onder te
brengen. Fijn plan, waarbij de vraag zich opdringt waarom regering
dit niet eerder bedacht en nu wel. Zou als een indicatie begrepen
kunnen worden dat men zwaar weer verwacht.

take down
the paywall
steun ons nu!