Roosevelt praat met koning Abdulaziz aan boord van het kruisschip Quincy op 11 februari 1945 (public domain)
Analyse -

“Saoedi-Arabië, grootste materiële prijs in de wereldgeschiedenis”

De sociale media bulken van de verontwaardiging over de hypocriete houding van staatsleiders na het overlijden van de Saoedi-Arabische koning Abdullah. Deze dubbele standaard heeft een lange voorgeschiedenis, die in 1945 begon aan boord van een Amerikaans oorlogsschip in het Suez-kanaal.

vrijdag 30 januari 2015 13:48

De meest fundamentalistische ‘Islamitische Staat’
op aarde, het feodale regime van de Saoedische dynastie, past al
tientallen jaren dezelfde wrede straffen toe als die meer recente anti-westerse Islamitische Staat doet. Qua onthoofdingen, verminkingen,
geselingen, stokslagen kent het koninkrijk van de Saoedi-dynastie echter zijn gelijke niet. In vergelijking daarmee kun je
bijvoorbeeld Iran, dat andere theocratische land, eerder verlicht
despotisch noemen.

Verontwaardiging groeit

Het
is de eerste maal dat de verontwaardiging over Saoedi-Arabië zo luid
wordt gehoord, tot in het Belgische parlement. De verdediging van
eerste minister Charles Michel voor het bezoek van koning Filip aan
Saoedi-Arabië kwam erop neer dat iedereen het doet, dus waarom wij niet. Dat Saoedi-Arabië de grootste klant is van de Belgische
wapenindustrie heeft daar uiteraard niets mee te maken.

Zelfs
in grote media kwam de kritiek luider dan ooit aan bod.
Daar is de druk van de sociale media niet vreemd aan. Weliswaar
blijft het een item voor de achterpagina’s en de kleine items op tv, in geen geval een
onderwerp voor voorpagina’s met enorme foto’s en titels van grote
verontwaardiging of de start van het journaal.

Toch is er een kentering. Dat heeft
alles te maken met het feit dat Saoedi-Arabië de laatste jaren een
minder betrouwbare westerse partner is geworden en bij de conflicten
in Syrië en Irak een dubbelzinnige rol speelt, die nog moeilijk
onder de mat kan worden geschoven.

Meer dan faits divers

Er is echter veel meer aan
de hand dan het verbod voor vrouwen om met de wagen te rijden of de
heldhaftigheid van Michelle Obama om ongesluierd aan het bezoek van
haar man aan Saoedi-Arabië deel te nemen. Er mag van worden
uitgegaan dat dit is ingefluisterd door de persdienst van het Witte
Huis. Dit fait divers leidt immers de aandacht af van het bezoek zelf (en Hillary Clinton, Condoleeza Rice en onze eigen prinses Astrid gingen Michelle Obama in ongesluierdheid voor).

Het
zou te eenvoudig zijn om de houding van de westerse landen tegenover
het Saoedische koninkrijk te herleiden tot de oliebelangen of tot wapenleveringen. Om te begrijpen waarom dit fundamentalistische regime een oeroude bondgenoot is van het
westen moet men teruggaan tot de nasleep van de Tweede Wereldoorlog.

Roosevelt zweert trouw aan een feodaal despoot



President Roosevelt (WikiMedia Commons)

Op
11 februari 1945 ontmoette de langst zetelende Amerikaans president
ooit, Franklin Delano Roosevelt, koning Abdul Aziz al Saud. Deze man had
na dertig jaar burgeroorlog het grootste deel van de koninkrijken en
emiraten op het Arabische schiereiland overwonnen en in 1932 het
huidige koninkrijk Saoedi-Arabië opgericht.

Dat kon hij als sluw
strateeg met steun van de Britse kolonisator verwezenlijken. Helemaal
gelukkig was hij niet met die steun, want diezelfde Britten
hadden – vanuit hun traditionele koloniale
verdeel-en-heersstrategie – de concurrerende dynastieën van de
Hashemieten op de troon gezet in buurlanden Jordanië en Irak, stuk voor stuk grondgebieden die hij zelf had willen veroveren. Een en
ander was een verder gevolg van het uiteenvallen van het Ottomaanse
Rijk na de Eerste Wereldoorlog.



Koning Abdulaziz (WikiMedia Commons)

Koning
Abdulaziz zou een onbetekenende monarch in een verafgelegen woestijngebied gebleven zijn, ware het niet dat in 1938 op zijn grondgebied aardolie
werd ontdekt, zowat de grootste op dat
ogenblik bekende voorraad in de wereld. Koning Abdulaziz was niet echt tevreden
met de Britse koloniale grootmacht en vond in de VS, die nieuwe
opkomende grootmacht, een nieuw bondgenoot.

Groot-Brittannië moet de rol lossen

Na
de Tweede Wereldoorlog slaagde Groot-Brittannië er niet meer in zijn
imperium te herstellen en de VS nam die ‘beschavingstaak’ als opperste wereldmacht
over. Groot-Brittannië moest zich voortaan goedschiks of kwaadschiks
neerleggen bij een secundaire rol.

President Roosevelt
verzekerde bij zijn ontmoeting op het kruisschip Quincy (zie foto boven) koning Abdulaziz van zijn steun voor het jonge, nog
instabiele koninkrijk. “Amerika wil vrijheid en welvaart voor
iedereen, terwijl de Britten alleen ‘vrijheid en welvaart made in
Britain’ willen.” Dat beviel Abdulaziz. Roosevelt garandeerde militaire bescherming voor het
koninkrijk mits een kleine toegift, vrije toegang tot de oliebronnen. Dat engagement werd twee maand later, na Roosevelts overlijden, volledig overgenomen door vicepresident Harry Truman.

Eén van de grootste prijzen

Over dat gesprek van Roosevelt met koning Abdulaziz schreef adviseur
Gordon Merriam in een memo aan president Truman: “In Saoedi-Arabië, waar al
de oliebronnen een ontzagwekkende bron van strategische overmacht
zijn en één van de grootste materiële prijzen in de
wereldgeschiedenis
, is de concessie voor de exploitatie van de olie
onder Amerikaanse controle.” Adviseur Adolf Berle noteerde dat
“controle over de oliereserves van het Midden-Oosten, vooral in
verband met de constructie van de nieuwe naoorlogse wereldorde, een
substantiële controle over de hele wereld inhoudt”.

President
Truman begreep echter dat enkel militaire bescherming vanuit de VS
niet voldoende zou zijn. In 1949 besliste hij het nog grotendeels
feodaal georganiseerde leger van Saoedi-Arabië om te vormen tot een
strijdkracht “groter dan Jordanië en Irak samen”. De VS leidden 43.000 militairen op, onder wie 15.000 soldaten voor een luchtmacht.
Die nieuwe strijdmacht zou worden ingezet voor twee doelstellingen,
controle over de olie en het buiten houden van de Sovjet-Unie uit het
Midden-Oosten. Het ultieme doel was de definitieve verankering van
“de substantiële controle over de olie van het Midden-Oosten”.

Democratie rijmt niet met middeleeuwse monarchie

Men
was zich er in Washington goed van bewust dat hun steun aan de
middeleeuwse koninkrijken en emiraten op het Arabische schiereiland
niet te verzoenen was met hun uitgesproken steun voor het zelfbeschikkingsrecht
van de volkeren in de Franse, Britse, Nederlandse, Portugese en
Belgische kolonies. Die wilden ze immers ook loswrikken en zelf gaan
domineren. Hun retoriek voor dat democratische zelfbeschikkingsrecht
was evengoed van toepassing op deze feodale regimes.

George
Kennan, nog een adviseur van de president, was daar zeer
pragmatisch over. In 1948 schreef hij een Planning Paper voor het
ministerie van Buitenlandse Zaken: “… (na de Tweede Wereldoorlog)
heeft Amerika 50 procent van de welvaart van de wereld in handen,
maar slechts 6,3 procent van de wereldbevolking. Dit “onevenwicht”
zou “jaloezie en weerzin” veroorzaken. “Daarom moeten we een
patroon van relaties ontwerpen dat ons toelaat deze positie van
onevenwicht te behouden zonder nadeel voor onze nationale veiligheid.
Om dat te doen moeten we verzaken aan elke sentimentaliteit en
dagdromerij.”

“Onze aandacht moet volledig geconcentreerd zijn op onze
onmiddellijke doelstellingen. We moeten onszelf niet wijsmaken dat we
ons vandaag de luxe kunnen veroorloven van altruïsme en goeddoen
voor de wereld.”

Ver van die ‘world benefaction‘ begonnen de
petrodollars te stromen en Saoedi-Arabië is tot vandaag één
van de gulste aankopers van duur Frans, Brits, Belgisch wapenspul
(dat het koninkrijk niet bepaald efficiënt inzet). Ten gronde is aan deze machtsconstellatie sindsdien niets veranderd.

Geostrategisch belang van het Midden-Oosten blijft

De
afhankelijkheid van de VS van aardolie uit het Midden-Oosten is
compleet verdwenen. De VS behoudt de controle over de olie van het
Midden-Oosten echter om andere redenen: controle over de EU, Japan en zowat alle andere
aankopers, zoals de laatste jaren China.

Saoedi-Arabië
is echter nooit een gemakkelijke partner geweest. Samen
met medeoprichter Venezuela heeft het koninkrijk vanaf 1960 ook
regelmatig de Organisatie van Petroleum Exporterende Landen (OPEC)
ingezet, om meer zelfcontrole te verkrijgen over de prijs van de
aardolie, maar ook om politieke redenen. Saoedi-Arabië is
bijvoorbeeld altijd grillig en dubbelhartig gebleken wat betreft het beleid
van de VS tegenover Israël en Palestina. Saoedi-Arabië is met
andere woorden nooit een onderdanige vazal geweest van de VS.

Die
eigengereidheid blijkt onder meer uit de halsstarrige weigering van
het koninkrijk om toegevingen te doen op het gebied van de mensenrechten.
Washington had daar nooit principiële problemen mee. De VS was
eerder bezorgd over het negatieve imago dat op henzelf afstraalde. In
de andere kleinere Arabische feodale koninkrijken is die
rechtstreekse invloed altijd groter geweest. Toen Bahrein tijdens de
laatste Arabische Lente de doodstraf gaf aan een aantal dokters, die
betogers hadden verzorgd voor kogelwonden, liet de VS weten dat het
beter zou zijn om dat wat af te zwakken. Uiteindelijk werden hun
straffen herleid tot ‘slechts’ vijf à tien jaar.

Saoedi-Arabië
trekt zich van dat soort kritiek nog altijd niets aan. In dezelfde maand dat
IS in Irak en Syrië zijn twee allereerste westerse
slachtoffers onthoofde, werden er in het koninkrijk meer dan 25
anderen onthoofd, meestal buitenlands huishoudpersoneel dat er zonder
enige sociale bescherming werkt en geen enkele schijn van een eerlijk
proces krijgt. Schrijnend was de onthoofding van een
nanny voor de dood van een kindje dat onder haar hoede was gestorven aan een
epilepsie-aanval, iets waarvoor de nanny niet was opgeleid. Recent werd een dokter tot vijf jaar
veroordeeld omdat hij een persoon in levensnood had geopereerd. Die
patiënt was echter een vrouw en dat mag dus niet. Het geval van blogger Raif Badawi is voldoende bekend.

Abdullah, even feodaal als al zijn voorgangers




De
uitlatingen van bijvoorbeeld Christine Lagarde, baas van het IMF, dat
overleden koning Abdullah een voorvechter van vrouwenrechten zou geweest, zijn te gek om los te lopen. Koning Abdullah was nog regressiever dan zijn voorgangers Fahd en Khalid.

Hij verstond wel
iets beter de kunst van de perceptie dan zijn voorgangers Fahd (1982-2005), Khalid (1975-1982), Faisal (1964-1975) en Saud (1953-1964). Het zijn allen zonen en kleinzonen van eerste koning Abdulaziz, net als de nieuwe koning Salman (foto) en de nieuwe kroonprins Muqrin (baas van de inlichtingendiensten). 

Sociale media

De
relatie van de VS en het Westen heeft dus een zeer lange
voorgeschiedenis. Dat de kritiek op dit gruwelijke regime echter
luider dan ooit tevoren klinkt heeft een aantal oorzaken die aan de
westerse controle ontsnappen.

De sociale media gehoorzamen
minder vlot aan de wetmatigheden van de klassieke massamedia.
Daarnaast kan nog moeilijk verzwegen worden dat de Arabische
Lente in Saoedi-Arabië het hardst is onderdrukt. Ten slotte speelt
het koninkrijk een uiterst dubbelzinnige rol in de conflicten in Libië,
Syrië, Irak en Afghanistan.

Koning
Abdullah heeft bitter weinig moeite gedaan om de financiers in eigen
middens van fanatieke integristische organisaties zoals Al Qaida en IS stop te zetten.
Bovendien heeft het koninkrijk al enige jaren moeite om zijn
suprematie op het schiereiland in stand te houden en vaart het dus een meer eigengereide koers. Qatar voert immers eveneens een
zeer agressief eigen buitenlands beleid, dat soms wel, soms niet
samenvalt met de belangen van Saoedi-Arabië.

Het ultieme westerse doemscenario

Waren
de pogingen tot democratie in Egypte al enigszins zorgwekkend voor
het geopolitieke overwicht van het westen in de regio, dan is dat niets
vergeleken met het eventuele doemscenario van een revolutie in
Saoedi-Arabië. Het koninkrijk zou daarbij zonder enige twijfel uit elkaar
vallen, met een wereldwijd negatief gevolg op de oliemarkten.

Daarenboven
heeft de VS zelf de voorbije jaren zwaar aan overmacht ingeboet. Het
is nog steeds met stip de leidende militaire macht ter wereld, maar initiatieven zoals de BRICS en de economische
eigengereidheid van bijvoorbeeld China brengen dat ‘evenwicht’ nog
meer in gevaar.

In
dat krachtenspel moeten de VS en de westerse economische elite er alles aan doen om de Saoedische monarchie te vriend te houden. Vandaar de
krampachtige beslissingen van staatsleiders van de VS, Frankrijk,
Groot-Brittannië, en in hun kielzog kleinere meelopers als België, om
de woede en walging van de eigen publieke opinie te weerstaan.

Bronnen: 

The
U.S. Strategy to Control Middle Eastern Oil: “One of the Greatest
Material Prizes in World History”

Is the world too big to fail?

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!