The end of history

The end of history

Ook nazi’s namen joden hun Duitse nationaliteit af. Geïnspireerd door het voornemen van de federale regering om Syriëstrijders met een dubbele nationaliteit te ‘ontbelgen’, gooit Brussels minister-president Rudi Vervoort deze knuppel in het politieke hoenderhok. De reacties laten zich raden. Van de pot gerukt. Overdreven. Onwaardig. Nochtans is deze uitspraak lang niet de absurde hyperbool waarvoor ze wordt versleten.

woensdag 28 januari 2015 13:05




“Een van de
eerste maatregelen van de nazi’s
was de Joden hun Duitse nationaliteit afnemen. (…) De context is natuurlijk
anders, maar men grijpt snel naar oude recepten. Het Vichy-regime in Frankrijk
heeft hetzelfde gedaan. Het idee om de nationaliteit af te nemen, heeft dus een
geschiedenis.”. Wat Vervoort hier zegt is eigenlijk lang niet zo gek. Het
afnemen van de nationaliteit, het burgerschap, van een bevolkingsgroep heeft
wel degelijk een geschiedenis en die geschiedenis is onlosmakelijk verbonden
met die van het Westers totalitarisme. Iedereen die wil proberen om een
precedent te vinden voor dit soort maatregel in goed functionerende democratische
samenlevingen, wens ik veel succes.

 Maar ook op andere vlakken houdt de vergelijking steek.
Een dergelijke ingreep heeft immers een fundamentele impact op de samenleving
en het al dan niet fascistische karakter van de motivering doet weinig ter
zake. Het effect is onmiskenbaar ondemocratisch. Het selectief afnemen van de
nationaliteit van een minderheidsgroep deelt de bevolking op in zij die burger
zijn en dit altijd zullen blijven, wat ze ook uitspoken, en zij die
burger-op-proef worden. Dit is ongezien in een liberale democratie, waar het
gelijkheidsbeginsel de centrale pijler vormt waarrond het maatschappelijk model
wordt opgetrokken.

Merk verder ook op dat de reacties weinig tot niets zeggen
over de inhoud van de discussie. Enkel vicepremier Didier Reynders komt in de
buurt wanneer hij zegt dat het afnemen van de nationaliteit ook in andere
Europese landen wordt bediscussieerd, zoals in Frankrijk. Maar het is niet meer
dan fair dat we hier enkele bedenkingen bij maken. Zoals het feit dat Frankrijk
een land is waar de leading lady van
een extreemrechtse, openlijk islamofobe partij een realistische
presidentskandidate is en waar het politieke establishment reeds lange tijd
dezelfde richting wordt opgezweept door deze oppositie. Een land dat niet zo
lang geleden nog een veeg uit de Europese pan kreeg wegens de massale
deportatie van Roma. Dus misschien niet noodzakelijk een land tot wiens kamp we
willen behoren.

Het feit dat het inhoudelijke weerwerk van de regering om
deze maatregel te verdedigen zich beperkt tot dit non-argument, is op zich erg
genoeg. Maar het wordt enkel erger wanneer we de bedenking maken dat de
politieke meerderheid het niet langer nodig vindt om dergelijke beschuldigingen
op inhoudelijk vlak te ontkrachten. Wederom is het Reynders die dit het beste
verwoordt, wanneer hij zegt: “Als men geen onderscheid maakt tussen de strijd
tegen terrorisme en het naziregime, dreigt men in een malaise terecht te komen”.
Waarom? Maakt niet uit. Het is gewoon niet aan de orde.

En dit is jammer
genoeg niet nieuw. In het rechtse klimaat dat ons land beheerst, is de
leerschool van onze geschiedenis reeds lange tijd gesloten. Vergelijkingen met
historische precedenten van Europees totalitarisme zijn nu eenmaal “ongepast”.
Een gevaarlijke houding in een land waar de law
and order crowd
zich, onder de noemer van terrorismebestrijding, te buiten
gaat aan steeds draconischer wordende initiatieven. Waar één man, die niet eens
tot een regering behoort, beslist wat wel en wat niet kan, of het nu gaat over
het voeren van een wetenschappelijk onderbouwd drugbeleid of de modaliteiten
waaronder het leger de straat op kan worden gestuurd. Waar politici van een
meerderheidspartij speechen op bijeenkomsten van extreemrechts, symposia organiseren
over Vlaamse nazi’s en migranten klasseren volgens gepercipieerde economische
meerwaarde. Waar politici het onderscheid tussen terreurdreiging en
onveiligheidsgevoel niet langer relevant achten. Kortom, het land waarin we nu
leven.

Laurette
Onkelinx, die andere socialistische beoefenaar van de absurde hyperbool, hoorde
bij het aantreden van deze regering de bottines weerklinken. We hebben daar toen
nog hartelijk om gelachen, want we vonden de Brusselse furie hoogst vermakelijk.
Wel, ondertussen weerklinken de bottines letterlijk in de straten van
Antwerpen, Brussel, Luik en Verviers. Kennis van de geschiedenis is nuttig voor
het individu, maar levensnoodzakelijk voor een maatschappij. Wanneer
machthebbers het zien van paralellen tussen toen en nu willen verwerpen, laat
ze dat dan doen op inhoudelijke gronden. Laat ze ons dan uitleggen waarom de
vergelijking niet opgaat. Een simpel “ongepast” zou nooit mogen volstaan.

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!