Alexis Tsipras, leider van de Griekse partij Syriza (foto Wikipedia)
Opinie - Dries Goedertier

Syriza en links in Vlaanderen. Wat de Griekse geuzen ons leren

“Door de wil van het volk zullen de opgelegde bezuinigingsprogramma’s over enkele dagen geschiedenis zijn. De toekomst is al begonnen. We moeten allemaal optimistisch en blij zijn.” Met deze woorden zette Alexis Tsipras, voorzitter van Syriza, de campagne in voor de vervroegde Griekse verkiezingen van 25 januari. Een boodschap van hoop in schril contrast met de angst die de afgelopen week door de neoliberale besparingspolitiek werd gezaaid.

donderdag 22 januari 2015 12:34

De intimidatie door
Duitse regeringsleden, Brusselse eurocraten en ECB-bankiers uit
Frankfurt liegt er niet om. Het Griekse volk staat op 25 januari dan
ook voor een échte keuze: een keuze voor groei of voor besparingen.
Angst scheppen voor chaos is een beproefde manier om de Grieken tot
de ‘juiste keuze’ (voor Nea Demokratia of PASOK) te bewegen.
Syriza, eens aan de macht, kan het ondemocratische, gedepolitiseerde
en technocratische beleidscarcan rondom de Griekse én Europese
economie doorbreken. Net daarom verdient Syriza alle steun van de
Europese linkerzijde. In eigen land kan de socialistische linkerzijde
(zowel sp.a als PVDA) bovendien veel leren van Syriza. Een aanzet tot
discussie.

Een traditie van coalitievorming

Syriza is een relatief jonge partij, weliswaar met een rijke geschiedenis. Het is de erfgenaam van de pro-Europese, eurocommunistische partij die tussen 1968 en 1987 actief was. Tegen de achtergrond van het succes van de sociaaldemocratische PASOK gingen deze Eurocommunisten een coalitie aan met de pro-Russische en stalinistische KKE. Deze vereniging van de Griekse communisten in de partij Synaspismos was echter geen lang leven gegund. In de loop van de jaren negentig scheurde KKE zich af en boekte bescheiden verkiezingswinsten (circa 5 procent bij de nationale verkiezingen). Onder het leiderschap van de eurocommunisten ging Synaspismos verder als een losse confederatie van onder andere ontevreden sociaaldemocraten, ecologisten en anti-racisten. In 2004 werd Synaspismos omgevormd tot Syriza. De uitbarsting van de eurocrisis in Griekenland bracht in 2012 een spectaculair verkiezingssucces met zich mee – Syriza scoorde toen al 26,9%. In 2013 werd de confederatie omgevormd tot een echte partij om in geval van verkiezingswinst de bonus van 50 parlementaire zetels op te strijken.

Heronderhandeling van de schuld en sociale verandering

Het programma van Syriza is ondertussen voldoende bekend. Grofweg steunt het op twee essentiële en onlosmakelijk verbonden pijlers. Eerst en vooral wil Syriza een heronderhandeling met de leiders van de EU over de Griekse schulden en het Europese macro-economische beleid. Daartoe moet een Europese Conferentie worden georganiseerd waar Syriza een ‘hair-cut‘ van het grootste deel van de Griekse schuld zal vragen. Daarbovenop vraagt Syriza om een tijdelijk moratorium op de terugbetaling om zo financiële ruimte te scheppen voor economische groei. Hiermee wil Syriza vervolgens het overgebleven deel van de schulden terugbetalen. In het kader van deze groeistrategie vraagt Syriza bovendien om de publieke investeringen niet te laten vallen onder de beperkingen van het Stabiliteits- en Groeipact. Ook de Europese Investeringsbank moet worden versterkt om een ‘Europese New Deal’ mogelijk te maken.

Naast deze ‘Europese lijn’ heeft Syriza een ambitieus plan voor binnenlandse economische, sociale en politieke verandering. Tsipras heeft al aangekondigd dat de belangrijkste punten van dit plan zullen worden doorgevoerd, los van de onderhandelingen over de Griekse schuld. Daarmee lijkt Syriza aan te sturen op een unilaterale verwerping van het beleid dat wordt opgelegd door de ‘Troika’ van de Europese Commissie, de ECB en het IMF. De partij wil essentiële basisbehoeften zoals energie, voedsel en huisvesting terug toegankelijk maken voor de lagen van de bevolking die het hardst getroffen zijn door de besparingen. Voorts wil de partij werk maken van een ambitieuze heropstart van de economie (onder andere door de oprichting van een Nationale Ontwikkelingsbank), de creatie van 300.000 nieuwe banen in de openbare en private sectoren, hogere minimumlonen én een regime van fiscale rechtvaardigheid (o.a. grotere progressiviteit) dat van de rijkste Grieken een grotere inspanning vraagt. Syriza wil ook de democratie heruitvinden en de corruptie van de Griekse staat aanpakken.

Een volksfront

Het verkiezingsprogramma van Tsipras richt zich niet alleen tot de arbeiders maar ook tot de middenklasse, de boeren en de eigenaars van kleine en middelgrote ondernemingen. Op de verkiezingsbijeenkomst van zaterdag 3 januari werd Syriza door Tsipras omschreven als het “gezicht” van al deze groepen.

A. Tsipras, congres Syriza 3 januari 2015

Tsipras wil een zo groot mogelijke coalitie van sociale krachten opbouwen. Het is de enige manier om de macht te veroveren en met een sterk mandaat de onderhandelingen met de Troika aan te gaan. Vanaf haar oprichting als officiële partij heeft Syriza steeds geprobeerd om drie politieke groepen voor zich te winnen. Tsipras richt zich niet alleen tot de communisten van de KKE en teleurgestelde kiezers van de sociaaldemocratische PASOK. Hij meent ook de aanhangers van het ‘politieke liberalisme’ te kunnen mobiliseren in de strijd voor het herstel van de Griekse democratie. In dat verband probeert Syriza ook banden aan te knopen met de Democratische Linkerzijde (Dimar).

Tsipras stelt terecht dat de komende strijd alle interne meningsverschillen binnen de linkerzijde overstijgt. Niet iedereen binnen Syriza heeft het echter zo begrepen op de volksfrontstrategie van Tsipras. Een Links Platform van hoofdzakelijk trotskistische groeperingen maakt zich zorgen over een mogelijke sociaaldemocratische verwatering naarmate de partij dichter bij de macht komt. Zij willen géén gesprekken met Dimar en ijveren voor een regeringscoalitie met de KKE om een socialistisch programma door te voeren dat onder andere ook de nationalisering van de banken omvat. 

Voor hen gaat het Thessaloniki-programma van Syriza niet ver genoeg. Het Links Platform wil de volledige kwijtschelding van de schuld, de stopzetting van de terugbetaling én de uittreding van Griekenland uit de Europese Unie en de Eurozone. 

De Europese sociaaldemocratie.
Wake up!

Het programma van Syriza is behoorlijk gematigd. Niettemin komt het neer op een breuk met wat Tsipras en andere leiders het “neoliberale kapitalisme” noemen. Syriza wil de privatiseringen van vele openbare diensten ongedaan maken, de economische investeringsrol van de staat versterken en de koopkracht verhogen. Zie het opiniestuk van A. Tsipras in de Huffington Post van 5 januari 2015.

Vanuit het perspectief van het neoliberale machtsblok, geschraagd door de financiële toplaag van de kapitalistische klasse, komt dit inderdaad “radicaal” over. In de kringen van het Europese establishment is men vooral bang dat een Syriza-overwinning zou kunnen overslaan op andere landen. Spanje komt daarbij het eerst in gedachten, waar het linkse Podemos alle peilingen overheerst.

Een overwinning van de linkerzijde in Griekenland, Spanje, Italië en bovenal Frankrijk kan de leiders van deze landen ertoe aanzetten om hun steun aan het Europese soberheidsbeleid op te zeggen. Vooral de sociaaldemocratische partijen moeten een tandje bijsteken. Het is algemeen geweten dat sociaaldemocratische regeringsleiders (bij voorbeeld Di Rupo) het Europese begrotingsverdrag ondertekenden. Daarmee hebben zij, al dan niet van harte, mee de weg geplaveid voor de uitholling van de nationale welvaartsstaten die door hun voorgangers werden opgebouwd. Ook in eigen land hebben de fracties van sp.a en PS het begrotingsverdrag in de verschillende, bevoegde parlementen helpen ratificeren. 

“De sociaaldemocratische partijen van Europa moeten een bocht maken. Stringente begrotingsdiscipline heeft alleen geleid tot nefaste economische en sociale gevolgen, niet alleen in Griekenland maar overal in Europa.”

De sociaaldemocratische partijen van Europa moeten een bocht maken. Stringente begrotingsdiscipline heeft alleen geleid tot nefaste economische en sociale gevolgen, niet alleen in Griekenland maar overal in Europa. Een verkiezingsoverwinning van Syriza moet door overtuigde sociaaldemocraten worden aangegrepen om de Europese kar naar links te keren. Van zijn kant heeft Tsipras in elk geval de hand uitgestoken naar iedereen die bereid is om een nieuwe, groeigerichte economische koers in Europa te varen. Tot nog toe reageerden vooraanstaande Franse en Duitse sociaaldemocraten hierop eerder afwachtend. Volgens de Franse president Hollande heeft ook een Syriza-regering zich te houden aan de terugbetalingsovereenkomsten. Europees Parlementsvoorzitter Schultz tracht Syriza dan weer uit de wind te zetten door de (Duitse) dreiging van een ‘Grexit’ weg te wuiven. Hij waarschuwt echter dat de stopzetting van de betalingen zal leiden tot een stopzetting van EU-steun aan Griekenland.

Op een bijeenkomst van de Europese Linkerzijde in Italië herformuleerde Tsipras een uitspraak van de bekende Italiaanse marxist Antonio Gramsci. “Het optimisme van de wil kan worden gecombineerd met het optimisme van het bewustzijn.” 

Ook de sociaaldemocratie moet opnieuw vertrouwen krijgen in haar eigen boodschap. sp.a-europarlementslid Kathleen Van Brempt laat alvast een positief geluid horen. Zij schaart zich achter de vraag van Syriza om het besparingsbeleid te vervangen door een investeringsbeleid. Volgens haar is er niets buitensporig aan het verzoek van Syriza. Het gaat om een vraag die “door bijna alle Europeanen wordt gesteld” en een “verlangen naar een sociaal Europa” uitdrukt.

Steun voor Syriza. Of niet?

De oproep van Tsipras wordt in eigen land ook beantwoord door Peter Mertens van de PVDA. In een sterk opiniestuk steekt hij Syriza een hart onder de riem. Zoals altijd weet Mertens een grondige cijferkennis van de belangrijkste sociale en economische ontwikkelingen te combineren met een goed geformuleerde verontwaardiging over de georganiseerde vernietiging van de Griekse economie.

Volgens Mertens wordt Syriza door Merkel & co aangevallen omdat het de waarheid zegt: Griekenland kan zijn schulden niet terugbetalen. De schuldgraad is te hoog en zonder groeistrategie zal de situatie uitzichtloos blijven. Hij citeert verschillende editorialisten van gerenommeerde, Angelsaksische dagbladen om zijn kernboodschap kracht bij te zetten: vergeet het woord “extreem-links”, Syriza en de Grieken verkondigen de stem van de redelijkheid. De echte radicalen zijn de “financiële en economische machthebbers” die met hun besparingsbeleid hele landen naar de afgrond drijven. Ook Tsipras, hierin gesteund door de Sloveense filosoof Slavoj Žižek, heeft gewezen op het dogmatische karakter van het neoliberalisme waaruit de huidige beleidsvoerders een irrationeel genot lijken te putten.

Mertens roept ons op om Syriza te steunen. Hierin heeft hij overmaat van gelijk. Een recente artikel in het blad Marxistische Studies (uitgegeven door IMAST, nauw verbonden met de PVDA) doet echter vragen reizen bij de houding van de PVDA tegenover Syriza en de sociale strijd in het algemeen. Cécile Chams, de Griekenlandspecialist van het tijdschrift, verwijt Syriza een “sociaaldemocratische” koers te varen op basis van een keynesiaans programma. De partij zou het kapitalisme niet fundamenteel in vraag stellen.

Aan de basis van Chams’ analyse ligt de tendens van de PVDA om de arbeidersklasse te privilegiëren als agent van maatschappijverandering. Gezien hun ondergeschikte en uitgebuite positie in de productieverhoudingen zijn de arbeiders voorbestemd om een leidende rol in de sociale strijd te vervullen. Het is de taak van de partij om deze “voorhoede” te mobiliseren en organiseren. De leiding van Syriza, aldus Chams, veronachtzaamt echter de “belangrijkste gevechten” die de arbeiders hebben geleverd. Tsipras en co zouden niets liever willen dan de sociale strijd in de fabrieken en arbeiderswijken te vervangen door de strijd in het parlement. Wie wel veel lof krijgt is PAME, de vakbond verbonden aan de KKE, waarmee PVDA een bevoorrechte band onderhoudt. Die gaan immers wel uit van de conflictueuze productieverhouding tussen de arbeidersklasse en de kapitalistische klasse.

De klassenanalyse van Chams mag op het eerste zicht marxistisch ogen, zowel op theoretisch als op politiek vlak is zij niet zonder problemen. Voor Marx waren “productiewijze” en “productieverhoudingen” in de eerste plaats abstracte concepten waarmee hij dieperliggende (structurele) determinanten van een samenleving wilde blootleggen. Wat het kapitalisme betreft, identificeerde hij de productieverhouding tussen kapitaal en arbeid inderdaad als de centrale as in de exploitatie. Maar dat betekent nog niet dat alleen arbeiders en kapitalisten ertoe doen: iedere, concrete, kapitalistische samenleving wordt immers gekenmerkt door meerdere klassen. Al deze sociale klassen gaan gebukt onder de discipline van het kapitaal en de commodificatie van arbeidskracht (ook een kapitalist kan afdalen in de arbeidersklasse). Niettemin identificeerde Marx nog een andere, cruciale tendens. Onder de noemer van de “socialisatie van het arbeidsproces” verwees hij naar de toenemende complexiteit van de arbeidsverdeling en een groter wordende interdependentie. Hiermee ging de groei van een intermediaire, middenklasse gepaard. Het gaat om managers, ingenieurs, sociale werkers, onderwijzers en andere groepen die belangrijke functies op vlak van arbeidsorganisatie, sociale controle en opvoeding vervullen (zie Kees van der Pijl, Transnational Classes and International Relations, 1998).

Chams heeft weinig oog voor deze groepen. Ook al moeten beroepscategorieën als ingenieurs, journalisten en leerkrachten hun arbeidskracht op de markt verkopen, dan nog spelen zij een te onderscheiden rol in de vermaatschappelijking van de productie. In het verleden bleken intermediaire groepen steeds bijzonder relevant voor de talloze successen van de sociale beweging. Zelf de welvaartsstaat wordt door sommige auteurs gezien als de uitkomst van een politieke coalitie tussen arbeiders en intermediaire lagen (zie bijvoorbeeld Gérard Duménil en Dominique Lévy, The Crisis of Neoliberalism, 2011).

Ook in de toekomst zou deze middenklasse een gelijkaardige rol kunnen spelen. In weerwil van elk economisch determinisme vervult geen enkele sociale klasse een voorbestemde rol in de sociale strijd.

Over “welvaartsmakers” en “cultuurscheppers”

Onder het leiderschap van Mertens is de PVDA aan een opvallende partijvernieuwing bezig. Het sociaaleconomische programma vertoont bijvoorbeeld sterke gelijkenissen met dat van Syriza. Denk maar aan de gedeelde pleidooien voor fiscale rechtvaardigheid, een slagkrachtige publieke sector en een sterke sociale zekerheid. De oude erfenis van het marxisme-leninisme verhindert haar echter een strategische opening te maken naar andere lagen van de bevolking. Syriza staat op dit vlak al veel verder.

PVDA, ook Mertens, verheerlijkt nog te vaak de strijd van de arbeiders. Natuurlijk is het noodzakelijk om de arbeiders te betrekken in de strijd voor democratie en socialisme. De belangrijke inspanningen van de PVDA op dit front zijn broodnodig en mogen niet onder de mat worden geveegd. Maar men mag niet vergeten dat veel mensen uit de middenklasse van ingenieurs, kaderleden en andere professionelen zich maar moeilijk kunnen identificeren met het ideaalbeeld van de arbeiderspartij. Zoveel blijkt ook uit de geringe bereidheid van hoogopgeleiden om voor de partij te stemmen.

Termen zoals de “welvaartsmakers” zijn zowel te abstract als te nauw verbonden met het “werkvolk” (een vaak gebruikte term) om de intermediaire lagen te overtuigen. Peter Mertens gebruikt deze termen regelmatig.

De PVDA heeft de afgelopen verkiezingen een mooie vooruitgang geboekt. En toch kan het nog beter. De vernieuwing moet sterker worden doorgedrukt, tot diep in haar kern. Men moet zich bevrijden van de valse zekerheid die het marxisme-leninisme lijkt te bieden over de aanwezigheid van een geprivilegieerde agent van sociale verandering. De opkomst van initiatieven als Hart Boven Hard en Tout Autres Chose leert ons een belangrijke les: ook de gesalarieerde kaders van de culturele, publieke en welzijnssectoren komen in beweging. De partij ondersteunt deze initiatieven met veel overgave. En dat is ook goed. Mertens prijst de bijdrage van de “cultuurscheppers” aan de sociale strijd.xix

Mertens verwees naar “cultuurscheppers” in zijn speech op de PVDA-protestparade van 19 oktober 2014. Het is echter de vraag of kunstenaars, theatermakers en muzikanten wel genoegen nemen met deze beperkte, culturele functie. Hart Boven hard streeft tenslotte naar een “economie in dienst van mens en samenleving”. 

Het is geen puur “cultureel” fenomeen. Wij moeten af van categorieën die de bestaande, functionele opdeling in de samenleving dreigen te reproduceren. Socialisme is net het overstijgen van de kloof tussen mentale en manuele arbeid, tussen intellectueel en arbeider, tussen “cultuurscheppers” en “welvaartsmakers”. Dit is en blijft een waardevol inzicht van Antonio Gramsci.

Wij zijn allemaal geuzen, arbeider of niet

De erfenis van Gramsci leeft vandaag voort in Syriza. Onder leiding van Tsipras probeert deze partij een blok van sociale krachten uit te bouwen onder de noemer van het “Griekse volk”. De ware universaliteit van het kapitalisme komt aan het licht in Griekenland: armoede en deprivatie dreigen ons allemaal te treffen. De dokwerkers, de metaalarbeiders, de managers, de ingenieurs, de sociale werkers, ja zelfs de boeren en de eigenaars van kleine en middelgrote ondernemingen. Al deze groepen kunnen de keuze maken voor een fundamentele maatschappijverandering. Het verklaart het succes van Syriza, ook onder oude en gesalarieerde lagen van de middenklasse.

Net zoals Syriza in Griekenland moet men in België mobiliseren onder de noemer van “het volk”. Men mag het volk echter niet opvatten als een totale, allesomvattende entiteit. Het volk slaat eerder op de “rest van ons”. Het zijn de mensen die hun waardigheid, hun soevereiniteit, hun arbeidsplaatsen, hun familie en leefomgeving vernietigd zien door de bankiers en hun politieke waterdragers. “Klassenstrijd” blijft de noemer van dit antagonisme dat dwars doorheen de samenleving snijdt. Klassenstrijd komt neer op de fundamentele keuze die wij moeten maken. Een keuze voor zelfbestuur, vooraleer de financiers en de technocratische elite ervoor kiezen om ons tot de bedelstaf te veroordelen.

In het historisch bewustzijn van de lage landen vinden wij zelf een mooi voorbeeld van die “bedelaars” die zich dapper en fier hebben verzet tegen hun dreigende ondergang. Dit zijn de geuzen van de zestiende eeuw waarop Mertens in zijn opiniestuk alludeert. Gueux of “bedelaar” was de term die leden van de hoge adel bedachten voor de armere, noodlijdende leden van de lagere adel. “Geus” evolueerde naar een roepnaam voor iedereen die zich wenste te verzetten tegen de onrechtvaardige maatschappelijke orde in de Habsburgse Nederlanden. Zie ook de uiteenzetting van Jan Dumolyn over de geuzen op Manifiesta, alsook het interview met hem in de Solidair.

De Grieken, zo schrijft Mertens, brengen de “geest van de geuzen tot leven, de tegenstroom die democratie, vrijheid en economie opnieuw wil veroveren op de papen en zakenkabinetten van de Europese Unie.” Het Griekse volk – de “bedelaars” van de 21e eeuw – brengt de tegenstroom op gang. Niet alleen de arbeiders maar wij allen zijn de geuzen die de strijd voor een nieuw Europa moeten aangaan. Wij moeten allemaal geuzen worden en terugpakken wat van ons gestolen wordt.

Een overwinning van Syriza in de komende verkiezingen kan op dit vlak voor een kentering zorgen. Regeringsverantwoordelijkheid is de enige logische keuze. Vanuit de Europese Raad (waarin men vetomacht kan gebruiken) kan Syriza dan onderhandelen over een nieuwe aanpak van de Griekse schuldenkwestie en een nieuw sociaaleconomisch beleidskader voor Europa. Alleen zo kan de partij haar ambitieuze, binnenlandse programma realiseren. De toekomst van Europa begint op 25 januari in Griekenland. Syriza en het Griekse volk verdienen onze volledige steun.

Dit stuk werd oorspronkelijk gepubliceerd op www.socialisme21.be

take down
the paywall
steun ons nu!