Winnie Byanyima (foto: World Economic Forum / Benedikt von Loebell)
Opinie - Thibaut Renson

De nul procent

Het Wereld Economisch Forum is van start gegaan. Het is opnieuw de tijd van het jaar waarin ‘s werelds machtigste en meest invloedrijke inwoners samenkomen in Davos om te beraadslagen over de grootste sociale en economische uitdagingen waar we met zijn allen voor staan. Opvallend is dat deze keer Winnie Byanyima, CEO van Oxfam, het medevoorzitterschap mag waarnemen.

donderdag 22 januari 2015 13:14

De Niet-Gouvernementele Organisatie waarvan de
voornaamste prioriteit de strijd tegen de wereldarmoede is, krijgt deze keer
een plaats aan het hoofd van de eretafel. Afgezien van de mogelijks (louter)
symbolische beweegredenen van de organisatoren, kan Oxfam van de uitzonderlijke
gelegenheid gebruikmaken om de extreme ongelijkheid in de wereld aan te
kaarten.  



John Crombez (foto: Marcel Lennartz)

En dat is ook Vlaanderen niet ontgaan. Terzake
nodigde gisteren Gwendolyn Rutten en John Combrez uit om een debat te voeren,
expliciet naar aanleiding van het medevoorzitterschap van Byanyima in Davos,
over de groeiende ongelijkheid in onze wereld. Wat volgde was een debat over het
duurder worden van de Vlaamse kinderopvang, de verhoging van het
inschrijvingsgeld aan de Vlaamse universiteiten, de Vlaamse
mobiliteitsprijzen, het Vlaams spaargeld en de Vlaamse belastingdruk.

De talrijke pogingen van presentator
Annelies Beck ten spijt, oversteeg het debat dat geïntroduceerd werd met het cijfer
dat volgend jaar 1% van de rijken meer hebben dan de andere 99% samen, nooit de
grenzen van onze eigenste gemeenschap. Onbegrijpelijk, maar niet
onverklaarbaar.

Rendabel

Niet zelden wordt er beargumenteerd dat
politici de plicht hebben om de belangen van hun kiezers – diegenen die hen
verkozen hebben – te dienen. Rutten en Crombez zijn verkozen in Vlaanderen en
moeten dus hun Vlaamse kiezers vertegenwoordigen. De Vlaamse kiezer, wordt er
verder geredeneerd, maakt tijdens de stembusslag een rationele keuze, uit
eigenbelang. ‘Wat kan welke politicus voor mij doen?’. In enge termen gaat dit
dan over de keuze voor deze of gene politicus of politica die er voor zal
zorgen dat ik straks minder belastingen zal moeten betalen, die de hypothecaire renteaftrek op mijn toekomstige lening zal verwezenlijken of mijn pas aangeschafte
zonnepanelen economisch rendabel zal maken.

Politici, luidt het dan, zijn dan
verantwoordelijk om de belangen van diegenen die ze vertegenwoordigen te behartigen. Een debat over economische ongelijkheid in de wereld is dan eigenlijk irrelevant.

Rutten en Crombez moeten immers niet in de Hoorn van Afrika herverkozen worden;
de belangen van de Somaliër doen er dus eigenlijk niet toe. Meer nog, als de
oplossingen voor de groeiende ongelijkheid op wereldvlak betekenen dat wij –
Vlamingen – moeten inleveren, dan is het, die redenering volgend, zelfs de plicht
van onze verkozenen om zich hiertegen te verzetten. Inderdaad, zij moeten onze
belangen verdedigen. Op die manier is het logisch dat het debat in de Terzake-studio verengd was tot de – weliswaar ook pijnlijk zorgwekkende –  Vlaamse ongelijkheidsproblematiek. Logisch,
maar toch niet moreel.  



Gwendolyn Rutten (Open Vld)

Er blijvend van uitgaan dat
vertegenwoordigers de belangen van de vertegenwoordigden moeten behartigen, kan
men zich echter afvragen waarom mijn ‘belang’, als kiezer, ook niet de
(economische) belangen van anderen kan inhouden? Waarom zou het mijn belang
niet kunnen zijn om iets te doen aan de groeiende ongelijkheid in de wereld?
Als ik kijk naar het huidige stembiljet wordt ons die keuze zelf niet
aangeboden. De belangen van niet stemgerechtigden – in dit geval the global poor, maar dit gaat evenzeer
op voor de asielzoekers op eigen bodem of de Waal – doen er niet toe; zij – ‘de
nulprocent’ – behoren niet tot het kiespubliek van een Rutten of Crombez, die
ervan uitgaan dat wij kiezen uit ‘eigenbelang’.  

Een belangrijk gegeven is echter dat die
Somaliër aan de andere kant van de wereld, wel beïnvloed wordt door die stem
die ik en u uitbrengen (en dat geldt evenzeer voor de asielzoeker en de Waal).
De Duitse filosoof Thomas Pogge is een wereldautoriteit op vlak van
wereldarmoede en heeft het breed gedragen morele positie beargumenteerd dat,
ongeachte onze eventuele morele plicht om de armen in de wereld te helpen, het
zeker onze morele plicht is om geen wereldarmoede te veroorzaken  En dat doen we. Door vertegenwoordigers aan
te duiden die onder meer privileges toekennen aan autoritaire leiders om de
natuurlijke eigendommen op hun grondgebied rechtmatig te verkopen en leningen
naar hartenlust af te sluiten – allemaal ten koste van de economische situatie van
hun onderdrukte bevolking. Het betreurenswaardige is dat wij als kiezer geen
andere keuze hebben. En dit werd deze avond in het debat tussen Rutten en
Crombez bevestigd.  

Democratie

De morele plicht die onze politici hebben om iets te doen aan de groeiende
ongelijkheid in de wereld – of op zijn minst niet langer wereldarmoede te
veroorzaken – is volledig compatibel met het rationele argument van het enge
contract tussen vertegenwoordiger en vertegenwoordigde. Van zodra politici beseffen
dat ons ‘eigenbelang’ ook de werkelijke zorg van de ander kan omvatten,
verandert het gezicht van de democratie. Het is aan hen dit alternatief aan te bieden, het is aan ons om hen hierop attent te maken. 

Wie zich ten slotte afvraagt waarom we
belang zouden hechten aan ‘de zorg voor de ander’ (de Somaliër, asielzoeker of
Waal), moet maar eens bij Mevrouw Byanyima te rade gaan. Of bij één van de jonge
fondsenwervers van haar organisatie die u straks tegenkomt aan de hoek van de
winkelstraat. Vraag hen eens ‘welk belang’ zij hebben. Persoonlijk heb ik nog
heel wat van hen te leren. Zij doen het voor de nulprocent… En juist daarom
voor zichzelf! 

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!