Tony Blair, ‘vredesgezant’ voor het Midden-Oosten beveelt de oprichting aan van een reeks sweatshops op de bezette Westelijke Jordaanoever, hier in gesprek met PA-president Abbas (middeleasteye.net)

Tony Blair promoot sweatshops in Palestina

Voormalig Brits eerste minister (1997-2007) Tony Blair heeft sinds zijn vertrek uit de Britse politiek niet stilgezeten. Als ‘vredesgezant voor het Midden-Oosten' zet hij zich actief in voor de promotie van sweatshops in bezet Palestina. Palestijnse en Israëlische bedrijfstycoons blijken daarbij verrassend goed samen te werken.

woensdag 21 januari 2015 13:17

Is
Tony Blair de basis aan het leggen voor de economische kolonisering van
Palestina?

Blair,
die verondersteld wordt te werken als ‘vredesgezant’ in Jeruzalem, heeft meegewerkt aan de voorbereiding van de plannen voor buitenlandse investeringen op de bezette
Westelijke Jordaanoever en eventueel in Gaza. Terwijl die plannen worden
voorgesteld als ‘voordelig voor de gewone Palestijn’, toont een diepgaande
analyse eerder aan dat ze rampzalige gevolgen kunnen hebben.

Het
team van Blair merkt in een presentatie op dat de reserve aan Palestijnse arbeiders “goed opgeleid, relatief goedkoop en overvloedig” is.
Dezelfde presentatie, die deel uitmaakt van het Initiatief voor de Palestijnse Economie dat Blair
in 2014 uitbracht, bevat het basisrecept om deze werkkracht meedogenloos te
gaan uitbuiten.

Eén
van de belangrijkste aanbevelingen van deze plannen is dat er op de Palestijnse
industriële industrieterreinen een “upgrade” moet
worden uitgevoerd, zodat het ‘speciale economische zones’ worden. Dit is een
chique term voor sweatshops. Speciale economische zones laten immers
doorgaans toe dat bedrijven minder belastingen gaan betalen en lagere lonen mogen
uitbetalen, dan wat ter plaatse gebruikelijk is.

Door
deze aanbevelingen voor te stellen, promoot Blair een ontwikkelingsmodel in
diskrediet. Het systeem van speciale economische zones gaat terug
op een beslissing van India tijdens de jaren 1980 om bedrijven gedurende een periode
van vijf jaar  een soort ‘belastingvakantie’
aan te bieden en op gelijkaardige toenmalige initiatieven van China.

De
gedachte achter deze manier van werken was dat het de economie van armere
landen op gang zou trekken. In de praktijk laat het de grote bedrijven toe om te dicteren hoe
de wereld wordt geregeerd, terwijl ze de arbeiders veroordelen tot goedkope
arbeidskracht. Naomi Klein toont dit aan in haar boek No Logo: “Hele landen
worden herleid tot industriële sloppenwijken en laagbetaalde arbeidsgetto’s, zonder
einde in zicht.”



(Taslima Akhter).

De rampzalige dood van talloze Bengaalse textielarbeiders (zie foto) de laatste paar jaren heeft enige aandacht gevestigd
op de onmenselijke werkomstandigheden in deze economische zones. “Toen ik aan
een woordvoerder van Blairs bureau in Jeruzalem vroeg of Blair aan het
proberen was om de werkomstandigheden van de Palestijnse arbeiders te
verergeren, werd mij geantwoord “absoluut niet”. Toch is het moeilijk te vatten
hoe Blair hen iets anders dan Bengaalse slavernij aan het aanbevelen is.”

Kwartet

De
Palestijnse arbeiders zijn inderdaad “relatief goedkoop”, zoals het team van Blair
beweert. In 2013 was volgens het
Palestijnse Centrale Bureau voor Statistieken het gemiddelde dagloon in de
bezette gebieden 22,4 euro voor mannen en 18,2 euro voor vrouwen.

De
handlangers van Blair wijzen er, telkens wanneer zijn nalatenschap als Britse
eerste minister ter sprake komt,  altijd
snel op dat hij het was die de wetgeving op minimumlonen in Groot-Brittannië invoerde. Zij willen
laten geloven dat dergelijke inzet voor sociale bescherming zijn minder dan
ongerepte staat qua buitenlands beleid goed kan maken (terwijl het gewone volk
de invasie van Irak als een misdaad tegen de menselijkheid beschouwt, is het volgens
de Britse elite slechts ‘een vergissing’).

De
huidige activiteiten van Blair zetten zijn magere prestaties in een nieuw
daglicht. Indien hij bereid was om een voorstander te zijn van de rechten van de werknemers in Groot-Brittannië, waarom probeert hij ze dan te vernietigen in Palestina?

Het
meest aannemelijk antwoord is dat hem gevraagd werd om het zo te doen. In theorie
is Blair gezant voor het Midden-Oosten van het ‘kwartet’ van de VS, EU, Rusland
en de VN. John Kerry, de Amerikaanse minister van buitenlandse zaken, heeft
echter al laten voelen dat hij het is die de echte controle heeft over wat Blair
doet.

Mandela

In
2013 verkondigde Kerry
dat hij Blair had belast met het opmaken van een uitgewerkt plan voor de
Palestijnse economie. Die aankondiging kwam na het initiatief ‘Breaking the
Impasse’ van het Wereld Economisch Forum (WEF), de exclusieve club van succesvolle
politici en zakenlui (die jaarlijks in Davos samenkomt).

Dat
initiatief begon met een
discussie in 2012 tussen de voorzitter van het WEF, Klaus Schwab, en de Israëlische
en Palestijnse tyconen Yossi Vardi en Munib al-Masri. Zoals de naam al aantoont,
werd het initiatief voorgesteld als ‘zakenleiders
willen vrede’.

De
betrokkenheid van Schwab kan al doen vermoeden wat er echt aan de hand is. Hij is
er trots op hoe het WEF onder zijn leiding Nelson Mandela heeft overtuigd om de
belangrijkste principes van het Freedom Charter van het ANC van 1955 op te
geven. Die principes bepaalden dat de grondstoffen, banken en industrie van
Zuid-Afrika publiek eigendom zouden worden eenmaal de apartheid was verslagen.

Door
Mandela zodanig onder druk te zetten dat hij deze principes liet vallen, hielp
Schwab mee met het oprichten van een licht gewijzigd systeem van raciale
segregatie in Zuid-Afrika. Het lukte enkele zwarten om rijk te worden, de grote
meerderheid bleef echter in armoede achter. De echte economische macht bleef in
handen van een grotendeels blanke kliek.

Wordt
er nu iets gelijkaardigs voorzien voor Palestina?

De
woordvoerder van Blair zei me “Multinationals zullen een belangrijke factor
zijn van zijn initiatief maar ook Palestijnse investering is een essentieel onderdeel”.

Dit
uitgewerkt plan werd opgesteld in samenspraak met zakenleiders van zowel het
Midden-Oosten als daarbuiten. Het bureau van Blair heeft geen volledige lijst
uitgebracht van wie deze leiders zijn, het is echter al geweten dat Coca-Cola,
Goldman Sachs en Microsoft betrokken waren bij
de discussies over de opstelling van het plan.

Munib
al-Masri, regelmatig beschreven als Palestina’s rijkste man, heeft zeer hartelijke relaties met
Blair. Een presentatie voor de promotie
van toerisme op de Westelijke Jordaanoever, eveneens een onderdeel van het
initiatief van Blair, noemt de holding Padico van al-Masri als een
waarschijnlijke deelnemer in een aanbevolen ‘samenwerking’ tussen overheidsinstanties
en private bedrijven. Dit is een duidelijke aanwijzing dat één van de
belangrijkste objectieven van Blair en zijn team het vergroten van de winsten
van hun vriendjes is.

“Benjamin
Netanyahu heeft al lang een ‘economische vrede’ met de Palestijnse bevolking aangeprezen ter
vervanging van het opheffen van de onrechtvaardigheden die Israël hen oplegt.”

De manier waarop de familie al-Masri te werk gaat, maakt duidelijk hoe het nastreven van dit soort vrede indruist
tegen het streven naar echte bevrijding. Deze familie heeft altijd al een
opmerkelijke bereidheid getoond om de onderdrukkers van hun volk te paaien.

In
september zei Blair aan de
voornaamste financiële donoren van Palestina dat de Israëlische autoriteiten,
inclusief het leger, “volledig op de hoogte waren gebracht” van zijn uitgewerkt
plan. Er zit met andere woorden een verontrustende logica in deze samenwerking:
het plan van Blair volgt het patroon opgesteld door Israël.

De
industriële zones die zullen worden ‘opgewaardeerd’ tot volwaardige sweatshops
werden opgericht als gevolg van de beperkingen op bewegingsvrijheid van de
Palestijnen om naar het huidige Israël te gaan voor werk. Het is niet toevallig
dat de meeste van deze zones verspreid liggen langs de
muur die Israël aan het bouwen is op de Westelijke Jordaanoever, als onderdeel
van hun opzet om de Palestijnse bevolking op te sluiten in een klein stukje van
hun historisch thuisland.

De
constructie van deze zones betekent tevens het stelen van landbouwgrond. In
april 2014 hadden boeren die vastberaden waren om te blijven werken in de gebieden
aangeduid voor deze zones, een besluit tot onteigening ontvangen van de
Palestijnse Autoriteit (PA).

“Het is niet de eerste keer dat de PA aantoont dat
ze meer dan enthousiast is om eerder Israël en de grote bedrijven te dienen,
dan de rechten te verdedigen van de eigen Palestijnse bevolking.”

Deze
industriële zones – in Bethlehem, Jericho, Jenin en Hebron – liggen in gebieden
die op papier onder Palestijnse bevoegdheid werden geplaatst door de akkoorden
van Oslo van 1993. Toch is het belangrijk op te merken dat Israël daarvoor al
sweatshops had opgezet in de Joodse koloniale nederzettingen, die werden
gebouwd op de Westelijke Jordaanoever. Bedrijven actief in deze nederzettingen
hebben dikwijls de loon- en milieuwetgeving, die van toepassing is in Israël, omzeild.

Vele
aspecten van het werk van Blair in het Midden-Oosten zijn obsceen. Een ‘vredesgezant’ is daadwerkelijk Palestijnen aan het aansporen om de
militaire bezetters te imiteren. Een voormalige leider van Labour – een
partij hecht verbonden met de strijd voor de rechten van de werknemers – is deze
uitbating aan het verpakken als ‘vooruitgang’.

David Cronin, onafhankelijk onderzoeksjournalist, zijn blog is http://dvcronin.blogspot.be/.

Het artikel Tony Blair and the corporate capture of Palestine verscheen bij Middle East Eye en werd vertaald door Bavo Vanoost. Het kan worden overgenomen voor niet-commerciële doeleinden, mits weblink naar het origineel en naar deze vertaling.

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!