Waarom wijn in water veranderen?

Waarom wijn in water veranderen?

donderdag 15 januari 2015 15:01

Bijna als een wetmatigheid dook in de nasleep van een door de media als
islamitisch geduide aanslag weer het oude voorstel op om de
levensbeschouwelijke vakken in het Vlaamse onderwijs te herzien, en liefst van
al te vervangen door een objectief-wetenschappelijk, maatschappelijk vormend
vak. En al bijna even voorspelbaar was de aflevering die Jan Hautekiet aan het
thema wijdde: veel voorstanders van die hervorming. Eigenlijk: alleen
voorstanders van die hervorming.

Zijn er dan in Vlaanderen anno 2015 geen mensen die zo’n vak nuttig en
nodig vinden? Tuurlijk wel, maar zij kunnen op een dinsdagvoormiddag niet
eventjes aan de telefoon gaan hangen om een babbeltje te doen. Ze zitten dan op
de schoolbanken. Ruwweg 85% van hen volgt rooms-katholieke godsdienst op school,
voornamelijk omdat 80% van hen in een katholieke school zit. Een betere
oefening in interreligieuze dialoog is amper denkbaar.

Hun namen? Marouane, die heel erg bezig is met ‘een goed mens zijn’
maar denkt dat de hoge standaarden die islam zoals hij die geleerd heeft voorschrijft
voor hem niet haalbaar zijn. Victoria die hem daarin zacht maar kordaat
corrigeert: haar vader, een Russisch-orthodoxe priester, heeft haar geleerd dat
God niet van ons vraagt dat we perfect zijn, maar dat we het goede in ons hart
hebben. Maissa, die het zo moeilijk heeft om te begrijpen waarom niet elke
moslima een hoofddoek draagt. Femke, die duidelijk maakt dat zij geloofsregels
geen goede reden vinden om homo’s en lesbiennes anders te behandelen dan andere
mensen. Esther, die daar wel oren naar heeft maar het toch moeilijk heeft met
twee mannen die kussen. Is dat oké,
mevrouw?

Jonge mensen moeten een wereld navigeren waarin informatie letterlijk
aan hun vingertoppen zit, en ongefilterd binnenkomt. Zij moeten niet, zoals de
opiniemakers van vandaag dat in hun schooltijd deden, kiezen tussen gelovig
zijn of niet. Zij moeten kiezen tussen duizenden levensbeschouwingen die ze
tegenkomen in hun dagelijkse leven, bij hun vrienden, maar ook in de media en
op het internet. Zij worden geconfronteerd met vragen waar wij, pre-internet,
heel eenduidige antwoorden op kregen. Wat
gebeurt er als je sterft, mevrouw?
Weg is de tijd van de duale antwoorden:
letterlijk alles is mogelijk, en denkbaar.

In een onderwijscontext waar ze moeten gevormd worden tot mondige,
kritische burgers maar vooral tot potentiële arbeidskrachten en ondernemers, is
er weinig plaats voor hen: voor Robin
die oh zo druk is maar boordevol creativiteit en ideeën zit. Voor Wassila die
heel genuanceerd en kritisch de inter-levensbeschouwelijke dialoog op haar achttiende
beter in de vingers heeft dan heel wat politici en journalisten. Voor Joelie
die het zo moeilijk heeft met gezag, maar zoveel waardevolle levenservaring
meedraagt dat zij in een gesprek over lijden meer inbreng kan doen dan eender
welke Bijbeltekst. Voor Sarah die eerder stil is en daardoor heel onzeker
overkomt, maar eigenlijk ongelofelijk intelligent is en heel verrassend uit de
hoek kan komen als het antwoord niet per sé juist moet zijn.

De levensbeschouwelijke vakken zijn geen catechese, zoals veel mensen
lijken te denken. Onze leerplannen staan online, dus het is altijd heel erg
verbazend om dat soort reductionisme te horen: alsof wij met onze twee uur per
week weerbarstige, zoekende pubers zouden kunnen overtuigen van het één, of het
ander.

Onze vakken zijn een ontmoetingsplaats, waar moslims ontdekken dat ze
thuis allemaal een andere versie van het verhaal van Ibrahim en Ismaël geleerd
hebben; waar ongelovigen ontdekken dat ze eigenlijk soms minder rationeel zijn
dan sommige gelovige leerlingen en overtuigde christenen op ethisch vlak op hun
plaats gezet worden door overtuigde atheïsten. Waar jongeren met elkaar in
gesprek gaan rond thema’s als identiteit, hoe je je soms in een groep zo alleen
kan voelen, waarom het zo moeilijk is om sorry te zeggen, hoe het voelt om
verliefd te zijn, hoe het voelt om iemand te verliezen. Waar ze zien dat de
meeste mensen wel kunnen lachen om een Jezusgrapje (ja, ook de leerkracht) en
dat bijna iedereen weent als ie iets vertelt over de overleden grootouders. Waar
blijkt dat de leerkracht protestantse godsdienst wel kan uitleggen dat de
Bijbel niet zo positief staat tegenover homoseksualiteit, maar dat hij zelf
vindt dat de liefde primeert.

Onze vakken zijn een plaats waarin ze 100% zichzelf mogen zijn, met al
hun vragen en zorgen, met al hun foutjes (klein en groot) en al hun talenten.
En als zichzelf treden ze elkaar open tegemoet. De dialoog waar onze
samenleving zoveel nood aan heeft, begint in onze vakken.

We hebben het middel bij uitstek in handen om radicalisering tegen te
gaan. Waarom het warm water proberen uit te vinden? En vooral: waarom wijn in
water willen veranderen?

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!