Boekrecensie - Sven Vitse

We zijn van onze toekomst beroofd

Met het begrip 'accelerationisme' proberen enkele progressieve theoretici de ideologische impasse in de antikapitalistische politiek te doorbreken. Ook willen ze de tijdsbeleving ter discussie stellen. De in Wenen geboren filosoof en politicoloog Armen Avanessian heeft in 2013 artikelen van een handvol pioniers van deze vernieuwende linkse stroming samengebracht tot een bundel. Ze is recent in vertaling verschenen.

woensdag 14 januari 2015 09:28

Accelerationisme
– met dit schier onuitspreekbare begrip willen enkele progressieve
theoretici de linkse beweging nieuw leven inblazen. Armen Avanessian
heeft artikelen van een handvol pioniers van deze vernieuwende
stroming samengebracht tot een bundel die in vertaling Acceleratie
heet.
Het is niet altijd gemakkelijk om onder de taaie laag abstracte
retoriek de leidende gedachten van het accelerationisme te ontwaren,
maar
twee
punten lijken centraal te staan: de ideologische impasse in de
antikapitalistische politiek, en de vernietiging van de tijdsbeleving
in het hedendaagse kapitalisme. Het is prikkelend gedachtegoed dat
belangrijke vragen stelt,
maar er ook netelige oproept.

Zoals
Avanessian in zijn inleiding aangeeft, richt het accelerationisme
zijn pijlen vooral op de nostalgische tendens in het antikapitalisme:
‘de fetisjering van basisdemocratische processen en de daarmee
verbonden nostalgie naar authenticiteit’ (9). Elders in Acceleratie
hekelt
Avanessian de ‘nostalgische vertragingsfantasieën’ (77) als
reactie op het crisiskarakter van het kapitalisme. De versnelling
waarnaar de titel van deze bundel verwijst, is in de eerste plaats
een gevolg van de kapitalistische economie, die de snelheid van haar
productiecycli steeds verder moet opdrijven om het rendement op peil
te houden. Deze versnelling leidt tot een verregaande destabilisering
van de tijdsbeleving, zowel op maatschappelijk als op psychisch
niveau, waardoor velen verlangen naar vertraging van de
kapitalistische machine en van het leven daarin. In de recente
crisisjaren merkt Avanessian ‘een diepgaande hunkering naar
evenwicht en rust’ en nostalgie ‘naar de behaaglijke orde van de
fordistische economie’ (78).

Leninisme
2.0

Het
zal niet verbazen dat het accelerationisme haaks staat op dit
verlangen naar vertraging en vermindering. Volgens Alex Williams en
Nick Srnicek gaat het kapitalisme in zekere zin nog niet snel genoeg,
omdat het de technologische vooruitgang die het met de ene hand
aandrijft met de andere hand afremt. Dit is een klassiek marxistische
these. Het accelerationisme wil dan ook ‘de hindernissen uit de weg
(…) ruimen die door de kapitalistische samenleving worden opgelegd’
(39), zodat de technische en wetenschappelijke vooruitgang niet
langer door economische belangen geremd wordt. Dit vooruitgangsdenken
is volgens het accelerationisme niet gebaat bij anarchistische dromen
over democratische gemeenschappen.

Integendeel,
Williams en Srnicek houden een nogal akelig pleidooi tegen de
‘overweldigende voorkeur voor de democratie als proces’ (35). Wie
niet minder dan de ‘voltooiing van het Verlichtingsproject’ (40)
beoogt, heeft geen boodschap aan inefficiënte zelforganisatie of
wollig ecologisch geklets. Dit project vereist volgens de auteurs ‘de
maximale beheersing van de maatschappij en het milieu’ (38) en dus
ook ‘legitieme verticale autoriteit’ (36). Vage praatjes over
‘geosociale kunstzinnigheid’ en ‘abductief experimenteren’ –
whatever
that may be

kunnen niet verhullen dat deze vorm van accelerationisme een
leninisme 2.0 is. Ik zou niet willen leven in een wereld die door
deze heren geleid wordt.

Behalve
de nostalgische tendens in de linkse beweging neemt het
accelerationisme ook de linkse neiging tot kritische (zelf)reflectie
op de korrel. In de onnavolgbare woorden van Avanessian: ‘de
narcistische bespiegeling van voortdurende en verlammende kritische
zelfreflectie’ (14). Het is wellicht te gemakkelijk om het
accelerationisme zelf als een nieuwe fase in deze spiraal van
reflectie te beschouwen, want het wil deze spiraal nu net doorbreken.
Enerzijds hebben decennia van linkse zelfkritiek (in neomarxisme,
postmarxisme en progressieve tendensen in het postmodernisme) de
utopische drijfveer van het socialisme gebroken en het daardoor
beroofd van een toekomstperspectief. Anderzijds speelt de kritiek als
politieke strategie vaak in de kaart van het voorwerp van die
kritiek. Kritiek bevestigt de macht van wat ze bekritiseert en
‘genereert (…) politieke legitimiteit’ (79) voor de
verschijnselen die ze aanklaagt.

Hysterische
stilstand

Een
belangrijke inspiratiebron voor Avanessian is de beschouwing van Nick
Land, ook opgenomen in deze bundel, over het zogeheten
‘transcendentale miserabilisme’ van met name het neomarxisme. In
navolging van de Frankfurtse School zwelgen linkse denkers volgens
Land graag in fatalisme: het kapitalisme heeft alles van waarde
vernietigd maar tegelijk is zijn triomftocht niet te stuiten. Terecht
merkt Land op dat in deze visie ‘geen substantieel residu van het
marxistische historicisme overblijft’ (17). Anders gezegd: het
kapitalisme heeft ons het geloof in de toekomst ontnomen. Zelfs
progressieve theoretici lijken mee te gaan in de mythe dat met het
kapitalisme de geschiedenis eindigt. Lands ietwat obscure formulering
dat ‘de tijd zelf (…) de “kapitalistische weg” is ingeslagen’
(19) raakt aan de filosofische kern van het accelerationisme: het
kapitalisme heeft de tijdsbeleving geperverteerd en de notie van
geschiedenis vernietigd.

De
bijdrage van Benjamin Noys aan deze bundel heeft dan ook als
uitgangspunt
‘dat we van onze toekomst beroofd zijn’ (44). De versnelling van
tijd en geschiedenis die het kapitalisme heeft gecreëerd, is verzand
in een hysterische stilstand, waarbij we met zijn allen op een almaar
snellere band pas op de plaats maken. Typerend voor de hedendaagse
kapitalistische versnelling is ‘de hoogfrequente handel’ (48) op
de financiële markten. Het financiële kapitalisme genereert een
abstracte snelheid die het menselijke bevattingsvermogen overstijgt
maar waaruit de historische dimensie verdwenen is. Met andere
woorden: deze versnelling ondersteunt geen historische ontwikkeling,
niet binnen en ook niet voorbij het kapitalisme. De tijdsdimensies
die overblijven zijn dan de hysterische snelheid van het heden en de
vruchteloze nostalgie naar het verleden. Zowel deze nostalgie als de
‘accelerationistische typering van het heden als een stasismoment’
(46) illustreert Noys vervolgens op prikkelende wijze aan de hand van
recente ontwikkelingen in de elektronische muziek.

Valkuilen




Het
accelerationisme tracht te ontsnappen aan de verminking van de
tijdsbeleving door het hedendaagse kapitalisme en moet daarbij vele
valkuilen vermijden. Een van die valkuilen is de nostalgie en het
louter negatief geformuleerde verlangen naar vertraging. Een andere
is de kritiekloze verheerlijking van de kapitalistische versnelling,
een schijnversnelling die de toekomst uitholt. Dit zijn fundamentele
overwegingen die wellicht nieuwe wegen openen voor een
toekomstgerichte linkse politiek. Een derde valkuil, die ik er zelf
aan toevoeg, is die van het verlichte leninisme. Maar misschien ben
ik gewoon een transcendentale miserabilist.

Armen
Avanessian (red.):
Acceleratie.
Vertaling: Menno Grootveld en Samuel Vriezen. Uitgeverij
Leesmagazijn. Amsterdam, 2014, ISBN 9789491717178

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!