Angst en moed in een tijd van paniek

Angst en moed in een tijd van paniek

zaterdag 10 januari 2015 16:00

Toen Paul-Henri Spaak in 1947 de woorden Nous avons Peur sprak, wilde hij hiermee zijn angst uitdrukken voor de toenmalige Sovjet-Unie. Hoewel deze tijd al lang vervlogen is, moeten we erkennen dat wij evenzeer angstig zijn. Dat wat we vrezen is misschien veranderd, maar het lijkt alsof we geen rust kennen. De constante angst die wij tegenwoordig als samenleving ervaren, benadert zelfs meer een blinde paniek dan een gegronde vrees. Dit wordt voornamelijk gevoed door het bestaan van een toekomstbeeld dat als een verstikkend deken over ons collectieve hoofd hangt. Aan de ene kant weten we dat onze toekomst gekleurd zal worden door haast voldongen feiten. De welvaart zal afnemen, de ongelijkheid zal stijgen, spanningen zullen zich hierdoor stellen en conflicten zullen uitmonden in geweld. Zulke toekomstvisies worden als een zekerheid afgedaan door politici, media, publieke personen en Jan modaal aan de waterkoeler. Aan de andere kant weten we niet hoe onze toekomst eruit zal zien. Deze onzekerheid maakt ons misschien hoopvol in sommige gevallen, maar des te angstig over andere onderwerpen. Wat gaat er gebeuren met het conflict in Oekraïne? Welk land zal als volgende in een diepe economische malaise terecht komen? Wanneer zal de aarde volledig naar de knoppen zijn? De constante speculaties die gemaakt worden over de toekomst stellen niet gerust. We worden dus door onze toekomstbeelden meegesleurd in een paradoxale paniek voor zowel het onzekere als het zekere.

Dit gevoel is natuurlijk onderhevig aan een dynamiek. We voelen ons niet elk moment van de dag bedreigd door het gat in de begroting. De rust is ook nog steeds aanwezig in onze levens wanneer we met onze zachte pantoffels aan tafel schuiven en in de krant lezen hoe slecht het er in andere delen van de wereld wel niet aan toe gaat. Maar deze dynamiek bestaat enkel omdat wij beseffen dat een zwaard van Damocles ons niet zou helpen onze angst op te lossen. Een volledige verloochening van enige problemen zou ons daarentegen ook geen centimeter dichter brengen bij een catharsis. Deze dynamiek tussen paniek en rust zegt dus niets over angsten en remedies. Het is niet omdat je vooral paniekerig wordt wanneer je naar het nieuws kijkt en je de meeste rust ervaart terwijl je in bad ligt te soppen, dat je geen angst meer zal voelen wanneer je de rest van je bestaan in het bad vertoefd. De wisselwerking tussen rust en bezorgdheid dient vooral om het leven leefbaar te houden. Angst op zich valt niet te vermijden.

Deze stelling hoeft niet tot verslagenheid te leiden. Het subject van onze angst kan immers wel bestreden en zelfs verholpen worden. Na een remedie volgt normaal gezien een gevoel van oplossing, de sensatie van een zuivering of een soort van gemoedsrust. Toen de dioxinecrisis uitbrak, werden alle besmette voedingswaren uit de winkel gehaald, waardoor we niet meer moesten vrezen over de mogelijke kwaliteit van het vlees. Dit was voor allen een opluchting. Toch kunnen sommige angsten blijven aanslepen, aangezien zekerheid niet voor alles gegarandeerd kan worden. Ook zal na een catharsis haast automatisch wederom een angst ontstaan over een ander onderwerp, om zo de cyclus te herhalen. Het leven is een constante werveling van onze gemoedstoestand, daar kan geen religie, ideologie of les mindfulness iets aan doen. Daar kan men zich paradoxaal genoeg in berusten.




De opeenvolging van angsten is tegenwoordig steeds korter geworden door ontwikkelingen in de media. Het klimaat dat hieruit ontstaat, legt een zware druk op de mentaliteit van mensen, maar daagt hen ook constant uit. Angst kan immers een stimulerende invloed hebben op persoonlijke en maatschappelijke ontwikkelingen. Vele studenten zullen me beamen in het feit dat angst voor een examen een belangrijke aanzet is om te studeren. Zonder vrees zou bij de bevolking ook weinig leven om bepaalde maatschappelijke problemen aan te pakken. Angst die uitgroeit tot paniek is echter geen motivator, zoals een leider op een slagveld die de gelederen strak in de pas doet lopen. Het is eerder een rollende rots die wandelaars doet wegrennen in volledige chaos. Paniek is dus geen wenselijk instrument om te hanteren als je iets gedaan wilt krijgen. Om problemen op te lossen moeten mensen net bekrachtigd worden in hun acties, zodat zij er met volle moed aan beginnen. De rol van angst is dan om mensen aan te sturen om de oplossing op het vraagstuk op tijd af te krijgen en niet, zoals bij paniek, het antwoord moeilijker te maken.

In een tijd van paniek is het niet aangeraden om te spelen met angstbeelden. Dit kan immers irrationele reacties opwekken en op die manier het probleem erger maken. De recente onthoofdingen van de Amerikaanse journalisten, hoe jammerlijk deze ook zijn, mogen bijvoorbeeld niet de aanleiding vormen voor een internationale oorlog. Om deze reden moet eerst duidelijkheid bestaan over oplossingen, vooraleer angst wordt verspreid. De media, klokkenluiders en andere kanalen van informatie moeten dit begrijpen. Oplossingen komen natuurlijk niet vanzelf en zijn vaak niet evident voor sommige situaties. Het is daarom essentieel dat zoveel mogelijk mensen zich bezighouden met creatieve uitwegen te vinden en niet paniekerig in het rond lopen. Wij hebben echter weinig tot geen controle op de werking en ontwikkeling van angst. Het proces van probleemoplossing staat altijd onder het gevaar om te vervallen in paniek. Deze moeilijkheid moet ons echter meer stimuleren om het probleem aan te pakken en onze moed te tonen dan om de handdoek vroegtijdig in de ring te gooien.

Mensen dienen aangespoord te worden tot moedige daden die de toekomst veranderen. Hiervoor mogen zij niet toegeven aan de gevaren van paniek. Deze bekrachtiging hoort te komen van elk persoon dat zich bewust is van het probleem en dit kan verkondigen. Je moet de wereld misschien niet constant door een roze bril zien of steevast iets productief willen doen op een sombere dag, toch is het de plicht van een verantwoordelijk individu om de wereld aan te pakken met stalen kloten van rationalisme en een persoonlijke betrokkenheid die elk mens deelt met zijn of haar leefomgeving. We moeten ophouden onszelf in slaap te wiegen met idealistische oplossingen die niet verder komen dan onze eigen slaapkamer. Het is net zaak om de werkelijkheid naar onze hand te zetten en te streven naar wat we willen opdat onze angst en vertwijfeling over de toekomst zou milderen. De tijd is dan aangebroken om te zeggen waar het op staat. Nous avons Peur maar we kunnen er iets aan doen.

Zeger Verleye,

Hoofdredacteur bij ZENIT Magazine

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!