Opinie

Charlie en gemiste kansen

Teaser fallback community afbeelding
Ik was vast niet de enige journalist die gisteren haar kinderen instopte met de duistere gedachte dat er op een dag iemand zo boos kan worden om iets wat ik of mijn collega’s schrijven, dat hij ons bescheiden redactielokaal instormt met een machinegeweer om ons een voor een neer te schieten.

Daar zijn we dus beland. In een vergiftigd klimaat waarin tegenspraak wordt beantwoord met haat en geweld, die vervolgens beantwoord worden met nog meer haat en geweld. In een vicieuze en vileine cirkel van onbegrip en angst die ons als samenleving bedreigt in onze fundamentele waarden.

Dat twaalf mensen genadeloos en in koelen bloede worden neergemaaid, op klaarlichte dag, in het centrum van de verlichte lichtstad, op een drietal uur rijden van onze voortuin, enkel en alleen omdat ze schimpten met religieuze en ideologische dogma’s; geen wonder dat het ons collectief ontreddert en de daver op het lijf jaagt.

In zulke bange en onzekere dagen hebben mensen nood aan troost, hoop en duiding. Die troost vinden velen in het collectieve, in het delen en samen rouwen. Maar wanneer men ons de oorlog verklaart, willen we de vijand herkennen en aanwijzen. Wie is er goed of slecht? Wie juist of fout? 

Hoe verleidelijk is het om het onbegrijpelijke te willen verklaren. In een complexe tijd en een complexe wereld zoeken mensen naar verklaringen. Die zoeken ze bij voorkeur daar waar ze voorhanden zou moeten zijn: in de media, bij experten, bij mensen die door hun inzicht goed geplaatst zijn om de weg te wijzen doorheen de wildgroei aan meningen en emoties.

Uitgerekend op een dag die in het teken stond van ontreddering en angst, waarop we snakten naar degelijke duiding en serene taal, presteerde onze openbare omroep het om in haar dagelijkse actualiteitsprogramma zowat elke kans op diepgang en dialoog te laten liggen.

Twee politici, een notoir islamcritica, een kunsthistoricus en een komiek verzamelden rond de tafel van Reyers Laat. Enigszins verbijsterd vroegen wij ons af waar de cartoonisten, journalisten, terreurexperten, Belgische moslims en Islamkenners bleven. Waarom de VRT nieuwsdienst ervoor koos om vrij spel te geven aan de politieke recuperatie van een maatschappelijk drama. Waarom een partijvoorzitter van een partij, die zelden verbindende taal spreekt, hier aan tafel zat, en vooral in welke hoedanigheid hij daar zat, aangezien de man geen enkele bevoegdheid of expertise terzake heeft. Hoe het kwam dat de journalist in kwestie niet met cijfers en feiten kwam aanzetten om de zaken in een breder perspectief te plaatsen: globale krachtsverhoudingen, religieus en ideologisch geweld doorheen de geschiedenis, om maar een paar aspecten te benoemen. Waar de cijfers bleven over het aantal journalisten die wereldwijd vermoord werden omwille van hun pen of camera, het merendeel van hen moslims, maar zelden in het Westen. Waarom niemand op het idee kwam om ook eens diep in de eigen zelfgenoegzame Europese boezem te kijken.

Heeft er werkelijk niemand bedacht dat deze uitzending in schril contrast stond met de – ongetwijfeld welgemeende – solidariteit die moest uitgaan van de “Je suis Charlie”-bordjes, die ook door de VRT-journalisten collectief werden opgestoken? Bedacht er dan niemand dat er bij Charlie nooit iemand op het idee zou komen om zich zomaar politiek te laten recupereren? Charlie staat al decennia voor schoppen tegen heilige huisjes, inclusief het establishment. Het weekblad toonde zich immer genadeloos voor partijpolitiek, van welke kleur ook, maar toch liefst van al voor al wat rechts of reactionair was. Solidariteit is een hartverwarmende reflex, maar ruikt helaas al snel kwalijk naar hypocrisie. 

Politici die GAS-boetes durven suggereren voor burgers die al eens kritiek durven uiten op hun lokaal beleid of media intimideren wanneer die hen op de korrel nemen, zouden beter twee keer nadenken voor ze zich als voorvechters van de persvrijheid opwerpen.

Frankrijk telt vijf miljoen moslims. Mensen als u en ik, met geliefden en kinderen, zorgen, angsten en twijfels. Het vergt weinig verbeelding om in te zien waar haatdragende woorden toe leiden: meer marginalisering, meer haat, meer radicalisering. In Duitsland marcheren tienduizenden burgers door de steden om de toenemende islamisering een halt toe te roepen. In Brusselse zakenclubs komen notabelen luisteren naar auteurs die luidop dromen over de massale deportatie van moslims.

Zelden in onze recente geschiedenis was er meer nood aan verbindende en serene taal. Uitgerekend nu acht de nieuwsdienst van onze openbare omroep het gepast om een open doekje te bieden aan een politicus die elke kans aangrijpt om verdeeldheid te zaaien. Terwijl de hele samenleving snakt naar bruggen en wederzijds begrip, moeten we toekijken hoe iemand schaamteloos mag oproepen om het leger in te zetten en een hele bevolkingsgroep met de vinger mag wijzen zonder noemenswaardig weerwerk. Dat uitgerekend een historicus de geschiedenis niet heeft begrepen, laat staan er lessen uit trekt, het zou ons moedeloos moeten stemmen?

Toen Anders Breivik bijna vier jaar geleden 77 Noorse burgers neerknalde, reageerde de Noorse eerste minister, Jens Stoltenberg, als volgt: “We zullen de schuldigen straffen. Met meer grootmoedigheid, meer verdraagzaamheid en meer democratie.”

Mogen alle politici en mediamakers de Stoltenberg in zichzelf vinden voor het te laat is.

Vandaag op de hoogte van de wereld van morgen?