Huntingtons gelijk: Wij tegen de Islam?

Huntingtons gelijk: Wij tegen de Islam?

donderdag 8 januari 2015 08:29

De moslimwereld moet zich, alweer, openlijk afzetten tegen terreur. Immers, zij vallen onze waarden aan. Dat een wij tegen zij de realiteit behapbaar maakt is alom geweten, maar als we nu ons gevoel voor nuance verliezen, is het polarisatie alom. Dus toch maar even kijken naar een bredere context?

Het
einde van de geschiedenis.

In
1989 gaf (neo-conservatief) Francis Fukuyama een lezing aan de
Universiteit van Chicago. Daarin poneerde hij een visie die het
optimisme omtrent de democratie voor de komende decennia zou kleuren.
Reden voor mans rooskleurige blik was de aanstaande val van de
Berlijnse muur en de start van de afbrokkeling van het Sovjet-rijk
onder de hervormingen van Gorbatsjov. Immers, het einde van de koude
oorlog stond gelijk aan een overwinning van de westerse
kapitalistische democratie. Deze zou zich uitbreiden over de wereld,
het gevolg moest het einde van de evolutie van de menselijke
ideologieën betekenen: De westerse liberale democratie als eindpunt.

Minstens
drie feiten bewijzen de man zijn gelijk: Ten eerste kan men na 1945
geen oorlog opnoemen waarbij twee democratische landen elkaars
vijanden waren. Ten tweede waren in 1989 41% van de nationale staten
democratieën, in 2009 was dat 62%. Ten derde kende de wereldhandel
een ongeziene groei; democratie en vrije markt gingen hand in hand,
China buiten beschouwing gelaten.

De
Verenigde Staten, als model voor (en leider van) de nieuwe
kapitalistische wereldorde, blaakten van zelfvertrouwen. Er waren
twee opties: Ze gingen na decennia van warm en koud conflict in hun
luie stoel zitten en lieten de democratie en vrije markt hun gang
gaan. Of ze forceerden hun democratisch model de wereld in. Ze kozen
voor het tweede en na de oorlog in Irak zei Fukuyama zijn
neo-conservatieve vrienden vaarwel; de nadruk van het Amerikaanse
buitenlandbeleid lag teveel op geweld.

De
strijd der beschavingen.

Fukuyama
publiceerde zijn these van het einde van de (ideologische)
geschiedenis eerst in essayvorm, in 1992 als boek. In 1993 schreef
Samuel Huntington een artikel als reactie op Fukuyama’s boek.
Huntington stelde dat er nog steeds internationale conflicten zouden
plaatsvinden, maar dan wel met religieuze en/of culturele verschillen
als brandhaard. De hoogste culturele identiteitsbeleving is dan de
‘beschaving’, gevolg: Beschaving zouden met elkaar gaan ‘botsen’,
oftewel, a clash of civilizations.

Huntington
onderscheidt een tiental vormen van beschavingen, waaronder de westerse liberale beschaving, de Oost-Aziatische beschaving (waartoe
Korea behoort) en de islamitische wereld. Doordat Huntington
beschavingen als culturele identiteit ziet, dienen hier geen grenzen
gevolgd te worden. Dit staat in contrast met ideologie, die vaak
berust op een politiek systeem dat bestaat in de gratie van
natiestaten en dus wel grenzen kent. Een simpele lezing: Het zijn
gedeelde identiteiten die los staan van een staat die met elkaar in conflict gaan komen.

Volgens
Huntington was men in de jaren 90 getuige van een verschuiving van
economische, militaire en politieke macht richting andere
beschavingen dan de westerse. Dit terwijl het geloof dat de westerse
liberale democratie een universeel gegeven is, volgens hem een naïef
gegeven was. Het opdringen van de democratie zou alleen maar meer
vijanden betekenen.

Van
samenleving naar individu

Een
samenleving bestaat uit individuen die een gezamenlijke identiteit
beleven die aan veel factoren verbonden is. In het westen heeft de
economie het grootste deel van onze recente geschiedenis beheert:
strijd gaat over arbeid en kapitaal. De mondialisering van het
liberale gedachtegoed heeft deze ideeën in contact gebracht met
ander leefwerelden. Ook daar is economie van belang, maar in het
geval van de islamitische wereld is ze nog steeds ondergeschikt aan
religie. In Korea staat het geloof in een centraal beheerd
staatsapparaat dan weer boven alles, bij de bevolking weliswaar mits
indoctrinatie. Dat het opdringen van onze ideologie zou leiden tot verwrongen identiteitsbeleving bij zeldzame individuen, is dan te voorspellen.

Momenteel
bestaat er bij beleidsmakers de tendens om onze beschaving, die van
de westerse gedeelde waarden en normen, af te zetten tegen de islamcultuur; conform het gedachtegoed van Huntington dus. Het
spreken van een clash der beschavingen kan dan wel de realiteit
behapbaar maken, de vraag die zich opdringt is die naar de toegevoegde waarde van
zulk een reactie.

De aanslagen in Parijs zijn acties van
geïndividualiseerde extremisten die de naam van de islam misbruiken.
Het enige wat bereikt wordt met de veralgemening van zulke acties tot islam, is een polarisering, een wij tegen zij; het westen tegen de
islam. Dit is net wat die extremisten willen, niet wat wij willen en niet wat de islam wil.
Van volksvertegenwoordigers zouden we mogen verwachten dat zij door
deze tactiek heen zien en oproepen tot verzoening. De oproep dat de islam zich openlijk moet verzetten, creëert een tweespalt in de
hoofden van de burgers en versterkt het beeld van wij tegen zij. Dat
is het laatste wat wij – het westen én de moslimgemeenschap –
momenteel nodig hebben.

De these van Huntington bestrijkt dan wel een deel van de realiteit, momenteel zijn het echter geen beschavingen die botsen; het zijn foute uitlopers van bepaalde beschavingen; zij hun terreur, wij de onze (Breivik, Dutroux en konsoorten). Door het veralgemenen van zulke terreurdaden naar de islam, dragen we alleen maar bij om Huntington in zijn gelijk te stellen: Wij tegen zij, maar dan zonder grenzen en met nog steeds dezelfde vijand: de extremisten.

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!