Neil Young herpakt stevig met Storytone

Neil Young heeft een dubbelaar uit. 11 songs nam hij in twee versies op, een uitgeklede, sobere versie en een georchestreerde. Geen topper, wel een zeer aangename bevestiging van zijn talent. Hij kan het nog steeds.

woensdag 31 december 2014 14:17

De
muzikale loopbaan van Neil Young (1945) valt moeilijk samen te
vatten. Grote successen wisselde hij af met zware flops. De auteur
van topalbums als After the Goldrush (1970), Zuma (1975), Comes A
Time
(1978), Rust Never Sleeps (1979), Ragged Glory (1990), Sleeps
With Angels
(1994) en Greendale (2003), produceerde ook heel wat
middelmatige platen en zelfs enkele stinkers van formaat, die ik hier
niet ga vernoemen. De keiharde fans kennen ze wel.

Neil Young, you love him or you hate him. Het succes van de man is enigmatisch. hij heeft met zijn neuzelige hoge zang niet bepaald een mooie stem.  Op de allereerste plaat van Buffalo Springfield werden zijn nummers zelfs gezongen door Richie Furay en Stephen Stills, omdat de groep dat toch wel beter vond. Zijn gitaarspel is niet bepaald technisch geschoold, eerder rudimentair (enkele jaren terug bevestigde hij dat hij niet eens de toonaarden van zijn songs kent, hij doet alles op gehoor) en zijn melodieën lijken soms verdacht veel op elkaar. Hij herneemt zinnen van een song in een andere.

Hij zondigt ook voortdurend tegen de wetten van de marketing. Zijn slordige voorkomen is dan wel zijn handelsmerk geworden, maar is niet ontstaan vanuit een of andere doordachte marktstrategie (het idee alleen al bij Neil Young). Het gebeurde gewoon. In 2013 deed hij nog een tournee met zijn lijfband Crazy Horse, met de identieke podiumset-up van zijn tournee’s in de jaren 1970 (zie de recensie van zijn optreden in Vorst-Nationaal hieronder).

En toch blijft de man het doen. Het is net zijn eigenzinnigheid, zijn persoonlijkheid, zijn tegendraadsheid die zijn publiek aantrekt. Zelfs tijdens de periodes dat hij zijn stinkers uitbracht, bleef hij volle zalen trekken. Het enthousiasme waarmee hij optreedt blijft immers aanstekelijk (ook al moet hij tegenwoordig stevige pols- en kniebanden om tijdens de optredens).

Een
ding is zeker, met Neil Young ben je nooit zeker wat je mag
verwachten. Sinds Greendale (2003) heeft hij niet echt meer grootse
dingen gedaan. Op Living With War (2006) sloot hij terug aan bij de
traditie van zijn jeugdjaren, de politieke protestsong. Leuk, maar
echt bijblijvend waren de songs op dat album niet.




Met
Psychedelic Pill (2012) toonde Neil echter weer dat hij een meester is
van de geluidsmuur met de elektrische gitaar, in zijn geval zijn zwarte oeroude en degelijke Gibson Les Paul (zie foto). Lang uitgesponnen
melodieuze solo’s waren altijd al zijn handelsmerk, sinds hij Like A
Hurricane
, dé klassieker van dit genre, neerpende. Nieuw klonk
Psychedelic Pill niet meer, maar voor de liefhebber was het fantastisch, de
ronkende geluidsmuur, de vervormde klanken.. Neil kan het nog altijd.

Met
zijn laatste album Storytone sluit Neil Young aan bij een traditie
die hij al langer koesterde, maar met vele jaren tussentijd
verwaarloosde, die van de zachte melodieën. Reeds ten tijde van de groep Buffalo Springfield, voor
zijn solocarrière begon, schreef hij Expecting To Fly, een prachtig
georchestreerd nummer met geweldige melodieën (tevens één van de eerste nummers die hij met zijn ijle stem zelf zong). Iedereen kent ook wel A
Man Needs A Maid
.

Op
Storytone staan negen zachte nummers, die allemaal laveren rond de
problematiek van het leefmilieu, op de eerste CD in een rudimentaire
versie, gitaar, mondharmonica of piano. Het klinkt bekend, een
melodie van Neil Young herken je immers onmiddellijk.

Deze
negen nummers worden in identieke volgorde op de tweede CD hernomen
met orkestrale begeleiding. Who’s
Gonna Stand Up
roept op tot protest. Neil Young heeft de voorbije
jaren al meermaals standpunten ingenomen tegen onder andere fracking in
Canada (zijn geboorteland). Echt rechtlijnig is hij niet, maar hij
doet het toch maar. Geen rustige oude dag voor deze man. Hij komt ook
op voor de rechten van de autochtone volkeren van Canada.

Maar
goed, het is de muziek, niet de man, die je hoort te beoordelen. Neil
Young staat voor mooie muziek, zoals in Tumbleweed en When I Watch
You Sleeping
. Er is niet echt een song die er bovenuit steekt. Neil
Young bevestigt met dit album zijn talent en originele
eigenzinnigheid. Onverwacht is zeker Say Hello to Chicago, Neil Young als crooner met een big band.

Er
zijn het voorbije jaar wel meer oude knarren die een ‘nieuw’ album
hebben geproduceerd. Verwonderlijk is dat niet. De verkoop van CD’s
is al jaren in vrije val, jonge mensen kennen het concept van ‘een
plaat kopen’ niet meer. Daar is niets mis mee. Er zijn genoeg
muziekdragers om uit te kiezen.

De vijftigplussers leven echter wel nog met
dat idee van ‘een plaat’. Ze hebben daar bovendien graag nog geld
voor over. Dat hebben de oude knarren van de muziek ook wel door,
vandaar hun hernieuwde activiteit. Nieuw is daarbij soms erg
twijfelachtig, getuige onder meer het slappe recyclage-album van Pink Floyd.

Neil Young
steekt er boven uit. Zoals ik al zei, geen topper van de
Canadese bard, maar dit is zonder meer een mooi en zeer aangenaam
album met negen songs die in beide versies volledig tot hun recht komen.

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!