“Met archiefbeelden en gestileerde graphics en Reichs subtiele humor weet Kornbluth een boeiende documentaire met artistieke flair neer te zetten” (VPRO)

Doc ‘Inequality for all’ van Robert Reich is ‘An inconvenient truth’ van de ongelijkheid

Deze docu-film 'Inequality for All' van regisseur Kornbluth en de Amerikaanse topeconoom en vroegere minister van arbeid, Robert Reich, wordt door de VPRO de ‘An inconvenient truth’ van de ongelijkheid genoemd, naar de succesvolle gelijknamige klimaatfilm van Al Gore.

woensdag 31 december 2014 15:43

Op 4 december zond de VPRO deze film uit: 2Doc: Inequality for all.
 

“Met archiefbeelden en gestileerde graphics en
Reichs subtiele humor weet Kornbluth een boeiende documentaire met artistieke
flair neer te zetten” (VPRO)

Hoewel Reich in zijn benadering duidelijk aanhanger is van
Keynes, zit zijn documentaire boordevol feiten en
cijfers die een Marxistische analyse van de crisis ondersteunen. Vervang Reich’s woorden ‘globalisering’,  ‘technologie’ of‘middenklasse’ door
‘kapitalistische globalisering’, ‘technologie in handen van kapitalisten’ of ‘werkende
klasse’ en je komt uit bij Marx.

Reich’s college over inkomensongelijkheid voor een nieuwe lichting studenten van de toonaangevende universiteit van
Berkeley vormt de rode draad van de film. Maar dat maakt de film ook
aandoenlijk. Robert Reich meet amper 1,50 m. als gevolg van een ziekte in zijn
kindertijd. Als kind werd hij daarvoor gepest en zocht hij bescherming bij
oudere jongens. Eén van hen was Michael Schwerner, die in 1964 door de Ku Klux
Klan werd doodgemarteld omdat hij zwarte Amerikanen ondersteunde.

Reich grijpt terug naar deze dramatische gebeurtenis om uit te leggen dat dit hem
inspireerde: “to fight the bullies, to protect the powerless, to make sure
that the people without a voice have a voice.” Reich ontpopt zich ook als
een activist die zich mee verzet tegen de brutale repressie van het
studentenprotest tijdens de ‘Occupy-beweging’ aan de universiteit.

Wanneer
Robert Reich aan het einde van zijn college de honderden aanwezige jongeren
oproept om te sensibiliseren, zich te organiseren en te mobiliseren krijgt deze
mens, klein van gestalte, maar groot van hart en geest, een staande ovatie.

Robert Reich, klein van gestalte, maar groot van hart en geest

London School of Economics



Grafiek 1. Deze grafiek van de New York Times geeft weer hoe stagnatie van lonen tegenover toenemende productiviteit de ongelijkheid vergroot. Een centrale stelling van Reich’s betoog.

Aan de London School of Economics hebben een aantal van
’s werelds belangrijkste economen de afgelopen jaren lezingen gegeven die
dezelfde stellingen als Robert Reich verdedigden. Het gaat om Nobelprijswinnaar
Joseph Stigliz over zijn boek The
price of inequality
, Jeffrey Sachs over zijn boek The
price of civilization
en de hoofdeconoom van de UNCTAD en voormalig Duits
viceminister van Financiën onder Schroder I, Heiner Flassbeck.

Diens UNCTAD-jaarrapporten
worden door Robert Wade, professor in de politieke economie aan deze
prestigieuze universiteit, beschouwd als de belangrijkste ‘evidence based
kritiek op het neoliberalisme’. De werken van deze auteurs geven eensluidend een
hedendaagse wetenschappelijke onderbouwing van de slogan die door Occupy Wall
Street werd gelanceerd: ‘Wij zijn de 99 procent’.

Zoals Robert Reich in zijn
docu-film komen deze drie economisten eveneens tot de vaststelling dat
gedurende meer dan dertig jaar het aandeel van de lonen in het nationaal
inkomen overal en ononderbroken gedaald is. Dit komt omdat de lonen als gevolg van het neoliberalisme stagneerden of zelfs daalden terwijl de productiviteit onophoudelijk steeg. Zie grafiek 1 hierboven.



Grafiek 2. Hoe het achterlopen van lonen op productiviteitsstijging vooral de verrijking van de 1 procent ten goede komt. Daar ligt de echte breuklijn in de samenleving, daar ligt het belangrijkste klassenonderscheid (grafieken van artikel Reich in NYT van 3 september 2011).

Zeg maar dat er een voortdurend
toenemende transfer van meerwaarde heeft plaatsgehad van de wereld van de
arbeid naar die van het kapitaal. Zoals Reich stellen deze economisten vast dat het
neoliberalisme niet zomaar de kloof tussen arm en rijk heeft doen toenemen. Het
is de kloof tussen de 1 % rijksten en de overige 99 % van de bevolking die
onophoudelijk is toegenomen. Zie grafiek 2 hiernaast. Daar ligt de echte breuklijn in de samenleving.

Tussen de 1 procent en de overige 99 procent ligt de echte breuklijn in de samenleving.

Thomas Piketty zijn monumentale Capital
in the Twenty-First Century
is de zoveelste empirische bevestiging van deze
stellingen. Alle voorgaande auteurs tonen met actuele harde economische data
aan dat precies die ongelijkheid de oorzaak is van de huidige crisis van
overproductie, zoals Marx 160 jaar geleden al formuleerde.

De concurrentie om
de maximale winst, waarbij ieder bedrijf probeert zijn werknemers altijd meer
te doen produceren met minder volk en tegen minder loonkosten, leidt op
macro-economisch vlak tot een botsing tussen de massale daling van de
koopkrachtige vraag, enerzijds, en de toenemende productie(capaciteit),
anderzijds, met als gevolg de crisis van overproductie.

Alle voornoemde auteurs
wijzen erop dat het voortzetten van het neoliberalisme als antwoord op de
crisis de nefaste toestand voor de 99 procent alleen maar zal verergeren. Al deze
auteurs laten zien hoe de economische overmacht van de 1% de democratie voor de 99 procent serieus ondermijnt en erger.  Jeffrey
Sachs, niet bepaald een econoom met een links verleden, noemt daarom “de VS een
dictatuur erger dan de dictatuur van menig Afrikaans land”.

Topeconoom Jeffrey Sachs:“de VS is een
dictatuur erger dan de dictatuur van menig Afrikaans land”.

Is het in
Europa veel beter?



Grafiek 3. Vergelijking tussen Frankrijk en Duitsland 2000-2009. In Frankrijk volgen de lonen de productiviteitsstijging, in Duitsland blijven ze achter en dalen ze zelfs in absolute waarde (UNCTAD-rapport 2010 Heiner Flassbeck).

Opvallend
bij de Amerikaanse economen zoals Stigliz, Sachs en Reich is dat zij hun
kritiek focussen op de VS en soms suggereren dat in tegenstelling daarmee Europa er wel in zou slagen de
welvaartstaat in stand te houden. De lezing die Heiner Flassbeck gaf aan de
London School of Economics onder de titel: Employment,
labour markets, and development
weerlegt dit. Flassbeck is zeer goed
geplaatst om het Duitse model in het bijzonder, kritisch te analyseren.



Grafiek 4. De gevolgen: een redelijk harmonieuze groei van consumptie en export in Frankrijk, naast ontwrichting in Duitsland door stagnerende consumptie en gigantische export, zowel van Duitse machines, consumptiemiddelen als kapitaal (kredietverstrekking) door de Deutsche Bank. Deze uitvoer gebeurde grotendeels richting Zuid-Europese landen, is de oorzaak van de bankencrisis in die landen én in Europa. Scherpe analyse van Flassbeck en Robert Wade (LSE).

Hij
maakte trouwens zelf deel uit, als viceminister van Financiën, van de ‘rood-groene’
regering Schröder-Fischer die de fameuze Hartzmaatregelen een tiental jaar
geleden heeft ingevoerd. Flassbeck maakt in zijn studie de vergelijking tussen
de evolutie van de arbeidsmarkt tussen Duitsland en Frankrijk over een periode
van 10 jaar. Zie de grafieken 3 en 4 hiernaast. Alles staat goed gedocumenteerd in het jaarrapport van de UNCTAD van
2010
.

De
vergelijking tussen de twee landen vanaf de invoering van de euro is
interessant omdat beide aan het eind van de jaren ’90 op eenzelfde niveau stonden.

Over dat
decennium zien we een geleidelijke stijging in de productiviteit in Frankrijk,
met een bijna even sterke stijging van de lonen. In Duitsland zien we een
stijging van de productiviteit, maar een stagnatie tot zelfs absolute daling
van de lonen. Dat wordt gerealiseerd door enerzijds een agressieve activering
van werklozen en bijstandstrekkers, afbouw en tijdsbeperking
werkloosheidsuitkeringen, drastische daling leeflonen, extreme flexibiliteit en
anderzijds het afschaffing van het minimum loon. Kortom, zeer herkenbaar in wat de regering De Wever-Michel in ons land wil doorvoeren.

De Duitse antisociale politiek is zeer herkenbaar in wat de regering De Wever-Michel in ons land wil doorvoeren

Deze Duitse politiek werd gevormd
door de fameuze Hartzmaatregelen.
Peter Hartz was de personeelsdirecteur van Volkswagen en werd door de
rood-groene regering Schröder-Fischer binnengehaald om de arbeidsmarkt te
hervormen.

De kloof
tussen stijgende productiviteit en de dalende lonen vormt de extra-winsten die
de Duitse bedrijven in die periode binnenhaalden.

De
gevolgen van de Duitse politiek 

In
Frankrijk stijgt de binnenlandse consumptie en stijgt geleidelijk aan ook de
export. In Duitsland stagneert de binnenlandse vraag. Zie grafiek 4. Dat is logisch gezien de
daling van de lonen en van de koopkracht. Maar in Duitsland explodeert de
export. Wat ook niet anders kan, gezien de sterke stijging van de
productiviteit. Ze moeten hun producten ergens kwijt. Anderzijds kunnen de
extra winsten die in Duitsland gerealiseerd worden niet in het land zelf
geïnvesteerd worden, in uitbreidingsinvesteringen in de reële economie. Dit
gezien de eigen stagnerende binnenlandse markt. Ook dat overschot aan kapitaal
moeten ze ergens kwijt.

Dit
surplus aan kapitaal wordt via o.a. de Deutsche Bank geleend aan de
Zuid-Europese landen, opdat ze Duitse producten zouden kunnen importeren. Het
basismechanisme waarmee een gigantische financiële bubbel zich gevormd heeft in
de PIGS-landen (Portugal, Italië, Griekenland en Spanje). Die in 2008 de start
betekende van de bankencrisis in heel Europa. In heel die periode is de
ongelijkheid in Frankrijk ongeveer stabiel gebleven, terwijl ze in Duitsland de
grootste van Europa werd. Steeg in Duitsland ook het aantal werkende armen tot
het hoogste van Europa. Het aandeel van de lonen in het nationaal inkomen bleef
in die periode in Frankrijk stabiel, maar daalde drastisch in Duitsland.

Politique politicienne of
sociale strijd van onderuit?

Dan stelt
zich de vraag vanwaar dit grote verschil tussen Frankrijk en Duitsland over die
tien jaar?

Komt dit
door andere politieke partijen aan de macht? Nee, want in Frankrijk waren in
die periode de agressieve neoliberalen Chirac en Sarkozy aan de macht. Terwijl
in Duitsland de sociaaldemocratische en groene Schröder-Fischer de regering
uitmaakten, met nadien de christendemocratische Angela Merkel. Vanwaar die
paradox? Komt het niet door verschil in sociale strijd?

Frankrijk heeft heel
die periode hevige sociale strijd gekend met een sterke communistische vakbond
de CGT. Frankrijk kende de 35-urenweek, pensioen op 60 jaar, uitzendarbeiders
die hogere lonen moesten betaald worden dan vaste werknemers, opdat dit soort
van arbeidscontracten uitzonderlijk zou blijven. Duitsland daarentegen kent een
sterk sociaal ‘overlegmodel’, met vakbonden die meedoen aan ‘medebeheer’.

Peter
Harz is trouwens in 2007
veroordeeld tot twee jaar cel wegens het corrumperen van Duitse vakbondsleiders
via snoepreisjes en call girls. Dankzij een borgsom van 576.000 euro is hij
vrijgekomen. Vandaag
heeft de Franse socialistische president Hollande Peter Hartz aangetrokken om
hem te adviseren zijn arbeidsmarktbeleid te hervormen!

Sociaal verzet is hét antwoord op zoveel asociale politiek. Wees solidair met de sociale actie.

Hoe durven ze?



Blijft een aanrader en is weer bijzonder actueel

Maar ook in ons land ging de politieke bestseller van 2012 “Hoe
durven ze?”
van Peter Mertens over de euro, de crisis en de grote hold-up.
Voor wie dit boek nog niet zou gelezen hebben kan een voorsmaakje krijgen door het
onthutsende en bijzonder actuele verhaal achter de Griekse crisis te lezen, dat Peter in
zijn boek schetst en dat op DeWereldMorgen
werd gepubliceerd. Het boek werd ook verfilmd door Docwerkers in een documentaire in vijf afleveringen.
Veel lees- of kijkplezier!

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!