Vluchtelingenkamp in Suruç, Turkije, net over de grens met Kobanê.

Koerdische vluchtelingen aan hun lot overgelaten in Turkije

Sinds afgelopen zomer wordt het zuidoosten van Turkije overspoeld door, voornamelijk Koerdische, vluchtelingen uit Syrië en Irak. Aankomst in Turkije betekent allesbehalve het einde van hun lijdensweg. De Turkse staat heeft geen oog voor de honderdduizenden ontheemden en ziet hen liefst zo snel mogelijk vertrekken. Ook de internationale gemeenschap lijkt niet wakker te liggen van deze humanitaire catastrofe en schikt zich naar de Turkse directieven.

dinsdag 30 december 2014 09:38

Het offensief dat de Islamitische Staat (IS)
afgelopen zomer inzette in het noorden van Irak en later Syrië trof de
Koerdische gemeenschap zeer hard. In de streek rond het Shengalgebergte in Irak
moesten zowat alle 100.000 Yezidi-Koerden, voorwie Shengal het spirituele en
historische centrum is, op de vlucht slaan voor etnische zuivering. In de ogen
van de IS-extremisten staat de Yezidireligie immers gelijk aan duivelaanbidding.
Van de ontheemden kwamen er 30.000 in Turkije terecht.

Enkele maanden later opende IS een tweede
offensief, ditmaal op de Syrische grensstad Kobanê, één van de drie autonome multi-etnische
kantons in het noorden van Syrië. De dreiging van de IS-gruwel zette een enorme
vluchtelingenstroom richting Turkije in beweging. In het totaal zochten bijna
200.000 mensen, de helft van al de inwoners van het kanton, hun toevlucht net
over de grens.

Het totaal aantal vluchtelingen uit Syrië in
Turkije bedraagt ongeveer 1,6 miljoen. Hiervan verblijven er amper 220.000 in
vluchtelingenkampen. Dit aandeel is nog lager voor de Koerdische vluchtelingen.
Slechts 2840 personen uit Shengal en 6120 uit Kobanê worden opgevangen door de
Turkse staat. Aangezien het leeuwendeel van de internationale humanitaire hulp
voor vluchtelingen via de kampen verloopt, zijn zij die buiten de officiële
opvanginitiatieven leven aan hun lot overgelaten.

De Turkse staat verleent de Syrische vluchtelingen
bovendien niet het officiële statuut van “vluchteling”, inclusief de daaraan
verbonden rechten zoals overeengekomen in internationale verdragen. Voor de
Turkse staat gaat het om 1,6 miljoen “gasten”. Dit is meer dan een louter
juridisch-technische aangelegenheid en heeft zware consequenties voor de
leefomstandigheden van de Syrische “gasten”. Door het gebruik van de term is de
Turkse staat in principe niet gebonden aan het internationaal recht. De,
ontoereikende, inspanningen die Turkije toch levert zijn op die manier te
danken aan de ‘goedheid’ en ‘vrijgevigheid’ van de Turkse staat en het Turkse
volk. Voor de vluchtelingen betekent het rechtsonzekerheid en een leven bij
gratie van de, wispelturige en berekende, Turkse staat.

Het gebrek aan opvangplaatsen kan uiteraard
niet louter in de schoenen van Turkije geschoven worden. De gehele
internationale hulpgemeenschap is verantwoordelijk voor de opvang van
vluchtelingen uit Syrië. Zo schiet ook ons land schromelijk tekort in de hulp
die ze biedt voor de vluchtelingencrisis in Syrië. Het ‘fair share’ van België
bedraagt volgens Oxfam 1800 opvangplaatsen en 50 miljoen dollar aan financiële
steun. Momenteel voorziet de regering 225 plaatsen en gaf het dit jaar 17,8
miljoen dollar aan steun, respectievelijk 12,5% en 35% van het minimum dat zou
moeten gebeuren. Deze 17,8 miljoen lijkt veel, maar houdt ook de bijdragen aan
het ‘Central Emergency Response Fund’ van de VN en het Humanitair agentschap
van de Europese Commissie (ECHO) in.

De Turkse regering werpt zich graag op als
beschermheer van de Syrische vluchtelingen en de Syrische oppositie. Syrisch
president Assad is een doorn in het oog van de Turkse buitenlandpolitiek en
moet kost wat kost vallen. De Koerdische vluchtelingen uit Kobanê en Shengal
passen echter niet in het strategische plaatje van Erdo?an en diens eerste
minister Davuto?lu.

Ten eerste is de houding van de Turkse regering
tegenover de Koerdische beweging in Turkije, ondanks een vredes- en
onderhandelingsproces, de afgelopen maanden erg verslechterd. Voornamelijk de
ostentatieve onwil van de Turkse staat om in te grijpen in het offensief op
Kobanê en de meer dan passieve steun aan IS hebben de argwaan bij de Koerden enorm
doen toenemen. In oktober brak gedurende enkele dagen zelfs een ware
stadsguerrilla uit in verschillende plaatsen in Zuidoost-Turkije, waarbij meer
dan 30 doden vielen.

Het project voor democratische autonomie in
Rojava, de Koerdische regio’s in Syrië, druist in tegen de post-Assad plannen
van Turkije. De bevolking van Rojava heeft sinds een jaar het heft in eigen
handen genomen en democratische instituties opgebouwd gebaseerd op
gendergelijkheid, pluralisme en basisdemocratie. De zogenaamde Rojavarevolutie
verzet zich tegen de soennitische, door Turkije gesteunde, mainstreamoppositie maar
zou, indien succesvol, ook de Koerdische buren in Turkije kunnen inspireren. De
Koerdische beweging in Turkije deelt immers dezelfde ideologische projecten als
diegenen die momenteel in Rojava in de praktijk worden gezet.

Daarnaast schendt de Turkse staat het
zogenaamde non-refoulementprincipe. Dit principe, opgenomen in het ‘VN-Verdrag
betreffende de Status van Vluchtelingen’, verbiedt aan staten om de toegang te
weigeren aan slachtoffers van vervolging. Turkse grenswachters laten echter
enkel mensen met officiële papieren door. Degene zonder, de meerderheid van de
vluchtelingen, moeten illegaal de grens zien over te geraken. Voor
vluchtelingen uit Irak en Rojava bestaat er sowieso geen andere optie aangezien
de grensposten gesloten zijn. De Syrisch-Turks grens en de grensstreek in
Zuidoost-Turkije ligt daarenboven bezaaid met mijnen. Vanuit Kobanê kwamen er
zo drie mensen aan hun einde.

Niet enkel belemmert de Turkse staat aan mensen
in nood om zichzelf in veiligheid te brengen, het treed ook repressief op tegen
vluchtelingen. Amnesty International heeft 40 melding verzameld van mensen die
beschoten of geslagen werden door Turkse grenswachters, hoofdzakelijk in de
Koerdische regio’s. Zeventien mensen werden standrechtelijk geëxecuteerd aan de
grens door Turkse kogels. In oktober hield de Turkse militaire politie bijna
300 vluchtelingen, waaronder vrouwen en kinderen, uit Kobanê vijftien dagen
lang vast in erbarmelijke omstandigheden. Zijn werden ondervraagd over
eventueel lidmaatschap van de PYD, de grootste Koerdische partij in Syrië en ideologische
bondgenoot van de PKK, de Arbeiderspartij van Koerdistan die streeft naar
vrijheid en rechten voor de Koerden in Turkije.

De Turkse regering voorziet in principe in juridische
bescherming en enkele basisrechten, zoals gezondheidszorg, voor geregistreerde
vluchtelingen. In de praktijk is registratie voor velen echter moeilijk,
slechts de helft van al de vluchtelingen komt er toe, en zelfs dan is het vaak ingewikkeld
om de basisrechten ook effectief af te dwingen. Deze rechten, beschermd via een
zogenaamd ‘Tijdelijk Beschermingsdirectief’ en dus niet via de internationale
verdragen, kunnen bovendien op elk moment ingetrokken worden als de
vluchtelingen een gevaar vormen voor de nationale veiligheid, openbare orde of
openbare veiligheid, met andere woorden de gebruikelijke definitie van de Turkse
wetgever voor zowat elke politiek bewuste Koerd.

De vluchtelingen buiten de kampen verblijven in
geïmproviseerde opvangplaatsen, scholen, kloosters, militaire gebouwen, … Hier
zijn uiteraard amper voorzieningen op gebied van hygiëne, gezondheid en accommodatie.
De Unie van Gemeentes van de Zuidoost Anatolië Regio (GABB) heeft samen met
enkele middenveldsorganisaties en lokale ngo’s de coördinatie van hulpverlening
voor de ontheemde bevolking in hun regio op zich genomen. Dit
coördinatieplatform is bijna volkomen afhankelijk van giften en liefdadigheid.

De Turkse staat legt deze lokale initiatieven echter
voortdurend stokken in de weg. Zij duldt geen buitenstatelijke humanitaire
projecten, zelfs als haar eigen opvang op zovele vlakken tekort schiet. Één van
de grootste twistpunten is het feit dat de Koerdische initiatieven opvang en
onderwijs in het Koerdisch aanbieden, iets wat binnen het Turkse
onderwijssysteem nog steeds verboden is. De meeste Yezidivluchtelingen komen uit
een gesloten en afgezonderde gemeenschap en hebben een enorm wantrouwen
tegenover de Turkse staatsstructuren, gezien diens anti-Koerdische bias.
Vandaar dat de Koerdische opvanginitiatieven een zeer waardevolle aanvulling
kunnen zijn en als dusdanig ook door de internationale humanitaire gemeenschap
dienen erkend te worden.

Ook de vluchtelingen uit Kobanê kunnen rekenen
op een aparte behandeling. Elk van hen wordt bij voorbaat ervan verdacht
sympathie te hebben voor het ideeëngoed van Abdullah Öcalan, de ideologische
leider van zowel de PYD Syrië als de PKK uit Turkije. Als dusdanig vormen deze
200.000 vluchtelingen in de ogen van de Turkse staat op de eerste plaats een
bedreiging en geen hulpbehoevende groep. De kampen voorzien voor vluchtelingen
uit Kobanê worden onderworpen aan extra toezicht en het is amper mogelijk deze
te verlaten. Daarnaast dient alle hulp aan de vluchtelingen uit Kobanê gecoördineerd
te worden door de Turkse Rode Halve Maan, in plaats van de VN-agentschappen. Het
is geen geheim dat de Turkse Rode Halve Maan een marionet is in de uitvoering
van de buitenlandse beleidsprioriteiten van de Turkse regering.

De vluchtelingencrisis die momenteel Turkije
treft valt dus niet enkel te wijten aan een gebrek aan middelen vanuit de
internationale gemeenschap om in opvang en humanitaire hulp te voorzien.
Donorlanden, zoals ook België, moeten zich er goed van bewust zijn dat de
Turkse staat geen neutrale en betrouwbare partner is, integendeel zij is meer
dan betrokken partij in dit conflict. Haar eigen interne agenda met betrekking
tot de Koerdische kwestie, alsook haar diepe verlangen om kost wat kost het
regime van Assad te vervangen door een aan haar getrouwe Moslimbroederstaat,
zijn de belangrijkste drijfveren achter het beleid ten aanzien van de meer dan
één miljoen Syrische en Iraakse vluchtelingen op Turks grondgebied.

De bijna 250.000 Koerdische vluchtelingen zijn
rechtstreeks slachtoffer van de politisering van humanitaire hulp. Hun noden
zijn echter hoog, zowel op vlak van voeding, gezondheidszorg als accommodatie,
gezien de winter die voor de deur staat. De lokale opvanginitiatieven van de
GABB bieden een mogelijk alternatief maar dan moet de internationale hulpgemeenschap
wel de moed hebben deze als dusdanig te erkennen. Onze eigen Vlaamse regering,
die de mond vol heeft van regionalisering, zou hierin een voortrekkersrol
kunnen spelen.

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!