Regina Illamarca en Natividad Pilco controleren de kwaliteit van hun aardappelen in hun dorpje in de Peruaanse Andes. Zij ondervinden de negatieve gevolgen van de klimaatverandering rechtstreeks door hun verminderde en slechtere oogst (Salazar/IPS)

Klimaatverandering velt bakermat aardappel in Peru

In het Peruaanse Andesgebergte, de bakermat van de aardappel, loopt de aardappelteelt groot gevaar. De inheemse bevolking verliest daarmee meer dan alleen maar zijn voornaamste voedselbron.

vrijdag 26 december 2014 11:25

In
de Heilige Vallei van de Inca’s, op meer dan 3000 meter hoogte,
kweekt de inheemse bevolking al meer dan duizend jaar aardappelen.
Hier bevindt zich het Parque de la Papa, het ‘Aardappelpark’, een
beschermd gebied met het grootste aantal aardappelsoorten ter wereld,
meer dan 1400.

“De
voedselzekerheid van deze families is in gevaar”, zegt Lino
Loayza, coördinator van het Parque de la Papa. “In september
begint normaal het regenseizoen. De velden zouden er vier maand later
groen moeten bij liggen. Het heeft echter slechts twee of drie dagen
geregend. Ook de abnormale warmte baart ons grote zorgen.” Als
de droogte aanhoudt, en daar ziet het naar uit, “zal de oogst
volgend jaar niet goed zijn.”

Eeuwige
sneeuw verdwenen

Het
park strekt zich uit over meer dan 9000 hectare, tot een hoogte van
4500 meter. Zesduizend inheemse Peruanen kweken er aardappelen
volgens eeuwenoude tradities. De velden worden omringd door hoge
bergtoppen, waar tot voor kort eeuwige sneeuw te zien was. Door de
opwarming van de aarde is die sneeuw nu verdwenen.

“De
mensen beginnen zich nu vragen te stellen over de
klimaatverandering”, zegt Lino Mamani (50), leider van een
Quechua-gemeenschap en een van de ‘papa arariwa’, aardappelhoeders,
van het park. “De mensen beginnen zich vragen te stellen over
hun toekomst en die van hun familie. Hoe zal het weer evolueren?
Zullen ze nog eten hebben?” “Pachamama (Moeder Aarde in het
Quechua) is nerveus door wat we haar aandoen. Alle gewassen
verplaatsen zich steeds hoger, tot we niet hoger meer kunnen.”

Natuur
in de war

Door
de stijging van de temperaturen neemt het aantal plagen en ziektes
toe. De boeren gaan het daarom steeds hoger zoeken. De laatste dertig
jaar zijn ze al meer dan 1000 meter hogerop aardappelen gaan kweken.
De voorbije vijftien jaar is het steeds moeilijker geworden voor de
Quechua.

“De
natuur gaf vroeger aan wat de beste periode was voor elke fase van de
landbouw”, zegt Mamani, “maar vandaag is Pachamama in de
war. We kunnen niet meer afgaan op dieren en planten. Het is niet
meer duidelijk wanneer een plant in bloei komt.”

De
grond is droger dan vroeger. De periode waarin aardappelen nog kunnen
groeien is al verkort van vijf à zes maanden tot vier. Voor de
Quechua is dit veel meer dan een voedselkwestie. “De aardappel
verenigt ons allen, in onze manier van leven, in onze
voedingsgewoonten, onze cultuur en spiritualiteit. De aardappel is
heilig, we moeten weten hoe we hem moeten behandelen, hij is
belangrijk voor ons levensonderhoud en verbindt ons met het leven.”

Nog
40 jaar

Ook
andere traditionele gewassen lijden onder de klimaatverandering,
onder meer bonen, gerst, quinoa en maïs. “Zonder hulp kunnen we
ons niet aanpassen”, zegt Mamani. Volgens onderzoeker Rene Gómez
van het Internationaal Aardappelcentrum, dat zijn zetel in het
Peruaanse Lima heeft, loopt de aardappel in de Peruaanse Andes “groot
gevaar” als we vaker deze droogteperiodes krijgen afgewisseld
met plotse vorst. “Ik schat dat hier over veertig jaar geen
aardappelen meer gekweekt kunnen worden.” Aardappelen kweken op
3800 meter hoogte is nu al niet rendabel meer, geeft hij toe.

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!