Opinie, Economie, Samenleving, Cultuur, België -

“Ik stap het af”. Over het verschil tussen kunstenaars en ondernemers

De besparingen in de cultuursector zijn desastreus. Dit punt is de afgelopen weken overvloedig gedocumenteerd. De afgelopen dagen deelde De Munt mee wat daarvan de gevolgen zijn voor een instelling die eens tot de wereldtop in de operawereld behoorde en in het aanbod was opgenomen van gespecialiseerde opera- en kunst-touroperators wereldwijd.

donderdag 18 december 2014 19:50

Er
sneuvelen bij De Munt zestien voltijdse banen, en het Barokmuziek- en balletprogramma
moeten eraan geloven. Anne
Teresa De Keersmaeker en haar Rosas-ensemble worden rechtstreeks
getroffen, en De Keersmaeker reageerde dan ook woest op de
besparingen. “Is er nog plaats voor ons in Brussel?” vroeg ze
zich af, “of moeten we een andere stad zoeken als basis?”

De
Keersmaekers vraag klinkt verdacht veel als het deuntje dat onze
ondernemers, VOKA en UNIZO voorop, al maandenlang zingen: “Steun
mij of ik stap het af”. Stop met actievoeren tegen deze
VOKA-regering en leg je neer bij haar verarmingsbeleid, want anders
blijf je achter in een land zonder ondernemingen – en dus ook
zonder arbeidsplaatsen. Ook De Keersmaeker biedt ons die keuze.
Alleen is er een fundamenteel verschil tussen dit argument in de mond
van ondernemers en in de mond van kunstenaars zoals De Keersmaeker.

Topniveau

Om
bij die laatste te beginnen: De Keersmaeker en haar Rosa-ensemble
zijn niet
te vervangen
.
Rosas heeft zich de afgelopen paar decennia ontwikkeld tot een
ensemble dat in de mondiale Champions League voor ballet speelt.
Haar ballet was en is volstrekt vernieuwend en uniek, en blijft al jaren een constant topniveau halen. Als De Keersmaeker Brussel
verlaat en haar ensemble verhuist naar, zeg maar, Basel of
Birmingham, dan staan er geen vervangers klaar die dezelfde kwaliteit
en dezelfde uitstraling kunnen brengen. Dat is trouwens de eigenschap
van kunstenaars: ze maken unieke
producten
 die
een heel specifieke “markt” bedienen. Neem de concrete kunstenaar
weg, en je bent je unieke product kwijt.

De “markt” richt zich
daarbij naar het product: het publiek van Rosas heeft zich
geleidelijk gevormd rond het ensemble, en als dat ensemble verdwijnt, verdwijnt ook die markt. Wie Rosas wil, is dus niet tevreden met
tweede keus, en opvolgers zullen net als Anne Teresa De Keersmaeker
jarenlang moeten knokken om hun “markt” te scheppen en te
consolideren. De wereld van de creatieve kunst benaderen alsof het
een andere, “normale” marktsector is, berust om die reden op een
enorme denkfout. In zoverre je over economische processen kan spreken
in die wereld – zie de aanhalingstekens die ik rond “markt”
plaats – zien die processen er fundamenteel anders uit dan in de consumptie-industrie. Wie dat onderscheid niet snapt,
maakt de kunst kapot.

Stamhoofd

Dat
brengt me meteen bij onze ondernemers. Het verhaaltje dat zij ons wel
eens zouden durven verlaten, zodat wij achterblijven in een land
zonder bedrijven en arbeidsplaatsen, halen ze rechtstreeks uit een
fantasyboek dat in hun milieu steeds populairder wordt: Atlas
Shrugged
 van
Ayn Rand. VOKA-leiders gaven een exemplaar van dat boek als geschenk
aan Bart De Wever; voor hen is het blijkbaar een wetenschappelijke
studie.

Rands verhaaltje is flinterdun, maar let op de gelijkenissen
met wat al maanden onze media beheerst. Ondernemers torsen het
gewicht van de hele samenleving (vandaar Atlas),
maar ze worden voortdurend gepest door de overheid, en beslissen
op een zeker ogenblik de samenleving te verlaten (vandaar
Atlas shrugged,
Atlas schudde het gewicht van z’n schouders). Ze vertrekken naar
een afgelegen plaats waar ze een ideale samenleving bouwen, geleid
door een spontaan aangestelde “natuurlijke” leider. Vanzelfsprekend
gaat de hele samenleving binnen de kortste keren naar de haaien, en
komt men uiteindelijk de ondernemers smeken om terug te keren en hun
ding te doen. In Rands boek zijn de ondernemers een mensensoort met
buitengewone “natuurlijke” eigenschappen – vandaar het
natuurlijke leiderschap van hun stamhoofd. Daardoor zijn ze
onvervangbaar: als zij en
zij alleen de samenleving de rug toekeren, blijft die samenleving
zonder ondernemers achter.

Concurrentiebeginsel

Deze
natte droom is het wereldbeeld geworden van onze ondernemerskaste. De
samenleving leeft bij gratie van de ondernemer, die hun broodheer is. De samenleving is dan ook alle mogelijke dankbaarheid verschuldigd. Ze wordt door ondernemers met de grootste ruimhartigheid
geduld, maar als de samenleving het te ver zou drijven, zou die ondernemer wel eens kunnen ophouden met
ondernemen en zit de samenleving met de gebakken peren: een
economieloze woestenij.

Het
is uiterst jammer voor hen, maar deze fictie is gewoon bespottelijk
en wel omwille van elementaire regels in de kapitalistische
consumptie-economie. Die zeggen immers dat een markt nooit onbediend
achterblijft: als er een duidelijke markt is, komt er een aanbod
om aan die vraag te voldoen. Markten verdwijnen dus niet zomaar. Die
elementaire regels zeggen ook –  het concurrentiebeginsel –
dat elke economische actor moeiteloos te vervangen is door een andere als ze dezelfde producten naar dezelfde markt kan dragen. Markten verdwijnen dus niet. Het verdwijnen van concrete
ondernemingen is een vanzelfsprekend effect van concurrentie, ze
worden binnen de kortste keren vervangen door andere ondernemingen.
Het aantal faillissementen bewijst dat men niet als ondernemer
geboren wordt, maar dat de ene ondernemer beter onderneemt dan de
andere. En het feit dat er in dit land nog flink wat Ford auto’s
verkocht worden ondanks de sluiting van Ford Genk, toont aan dat
markten niet meteen verdwijnen waneer ondernemingen verdwijnen.

Hardwerkend

In
tegenstelling tot de aparte mensensoort en de bovenmenselijke
kwaliteiten die Ayn Rand aan ondernemers toeschrijft, is ondernemen
gewoon een bepaalde activiteit en
geen identiteit.
Men wordt niet als ondernemer geboren (ook al denken ondernemers dat
dit wel zo is), men beslist op een bepaald moment om te gaan
ondernemen. Dus als de huidige groep ondernemers het
ondernemen beu is, zal zij eenvoudigweg worden vervangen door
een andere groep. Ik neem me voor om in zo’n geval meteen
zelf een onderneming te starten – een coöperatieve die duurzaam
onderneemt en realistische winstmarges hanteert als economische
leidraad. Ik zal de openliggende markt met plezier bedienen met de
producten die de VOKA-ondernemers niet langer wensen te produceren en
verkopen. Die producten zijn niet uniek, de processen waarmee ze
worden vervaardigd en vermarkt evenmin. Ik kan dat dus, mits enige
inspanning en toewijding, evengoed als elke andere ondernemer. En
nieuwe ondernemingen scheppen nieuwe werkgelegenheid. Dus ook dat
stelt minder problemen dan VOKA ons voorhoudt. Mijn coöperatieve zal
evengoed mensen tewerkstellen als de KMO die ze zou vervangen. Allemaal
even goeie “hardwerkende en ondernemende Vlamingen”.

Dat
is het grote verschil tussen ondernemers zoals Marc Coucke en
kunstenaars zoals Anne Teresa De Keersmaeker. Coucke is geen
eigenaar meer van het bedrijf dat hij startte. Zijn rol kan
moeiteloos worden overgenomen door iemand anders en dezelfde
producten zullen dezelfde markt blijven aandoen. De Keersmaekers
product en rol, daarentegen, zijn niet gewoon inwisselbaar. Tot spijt
van de aanbidders van Coucke zijn het mensen zoals De
Keersmaeker die eerder lijken te voldoen aan het beeld van de “supermensen” uit Atlas
Shrugged
.
En als de VOKA-ondernemers hun finale argument – gedraag je of
ik stap het af – hanteren, dan denk ik “laat de concurrentie
spelen” en zeg ik: “stap het maar af, en dank U voor
deze business
opportunity”
.

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!