Het Gatz-effect

Het Gatz-effect

woensdag 17 december 2014 21:15




Goed nieuws! Cultuurminister Gatz is bezorgd om participatie. In de krant
(ds, 17/12) lezen we dat hij initiatieven wil
ondersteunen die de deelname van maatschappelijk kwetsbare jongeren aan de
samenleving vooruit helpen. Het zou plots zelfs ‘de rode draad’ in zijn
cultuurbeleid zijn. 

Wacht eens even, dat klinkt toch wel opvallend strategisch? Had Gatz een
paar weken geleden in een Knack-interview ex-minister Anciaux niet botweg als een
‘pastoor’ weggezet, precies vanwege zijn sociaal-cultureel engagement? Zoals
bij voetbal, moet je al eens een schijnbeweging naar links maken om de
tegenstrever langs rechts voorbij te kunnen steken.

Gatz is inzake tegenspraak niet aan zijn proefstuk toe. Hij begon zijn
mandaat, zoals geweten, met de historische woorden ‘er komt geen Grote
Sanering’ en ‘ik ga geen mensen op straat zetten’. Een paar weken later werd
duidelijk welke historische sanering hij voor ons in petto had. Daarvan hebben
we einde nog niet gezien.

We zullen zodoende de Cultuurminister helaas weer een Gatz-boete moeten
geven, want opnieuw is er dat spagaat tussen wat hij zegt en doet. De rode
draad doorheen zijn cultuurbeleid, waarvan sprake, is immers een blauwe draad,
die van de uitverkoop.

De maatschappelijke meerwaarde van Gatz

Desondanks heeft Gatz, samen met zijn kille rechtse bespaarregering, al veel betekend voor onze cultuursector. Wat zovele progressieven
alleen maar konden hopen, maakt hij op een paar maanden tot realiteit: een
sector die toch bekend stond voor zijn eerder apolitieke teneur maakt in snel
tempo een omslag. Ondertussen is er met vier maanden Hart Boven Hard een sterke collectieve strijdvaardigheid, van
onderuit. Dat was een jaar geleden nog ondenkbaar.

Op 6 december, bijvoorbeeld, was het voor Antwerpen een hele eer: een grote
verontwaardigde Sint maakte een stadswandeling langs plekken van fiscaal
onrecht. Daar waar het grootbedrijf zichzelf op onze kosten vele cadeautjes
geeft. Dergelijk hoog bezoek was in Antwerpen minstens geleden van de genereuze
reuzen tijdens Antwerpen 93, een geesteskind van wijlen cultuurfuntionaris Eric
Antonis die drie weken voordien overleed. We zouden het als een warme hommage kunnen
zien.

De Sint-reus bracht echter niet alleen mensen en kinderen samen, hij gaf ze
ook een stem. Sara De Roo, Benjamin Verdonck en Willem De Wolf voerden onderweg
bijvoorbeeld een groots staaltje politiek straattheater op voor een kantoor van
Omega Diamonds. Dat is een kartel van de zwarte diamanthandel, zeg maar, gesteund
door de Diamantenclub, een lobbyclub van parlementsleden ten dienste van rijke
belastingontduikers. Onze staatssecretaris en vicepremier Jan Jambon is er de
voorzitter van, Frederik-Willem Schiltz (Open Vld) en
Servais Verherstraeten (CD&V) zijn ondervoorzitters. “Ik ken meneer Jambon”
– een Vlaamse traditie aan brutale privileges intussen.

Het was een vlijmscherp toneelmoment van de waarheid, daar op die zonnige zaterdagnamiddag
naast het centraal station. Hoe deze voortreffelijke acteurs in de rol van vertegenwoordigers
van het establishment ons, ‘het volk’, kwamen uitleggen dat ‘hun’ toch niets te
verwijten valt. We moesten maar wat minder kabaal maken, want zij hebben hun
processen netjes afgekocht, politici eten uit hun hand, en daarvoor betalen ze dure
advocaten.

In de cultuursector is er al langer een zoektocht gaande naar
maatschappelijker en politiek relevant werk. Maar zo legendarisch en in the face hebben we in jaren niet gezien.
Het roert in cultuur, en dat biedt een beloftevol vooruitzicht.

Nationaal straatfestival

Een week later, 15 december en nationale stakingsdag, is het van vroeg in
de ochtend over gans het land serieus straattheater. Mee op tour langs de piketten zie
ik op de industrieweg in Gent bij elke bedrijfsinrit een vuur in de duisternis branden.
Daarrond
telkens een bont gekleurde groep mensen – rood, groen en blauw – muts of kap
opgetrokken tegen de motregen. Soms met flink wat beatmuziek, op suspense
gebracht met een variatie aan voetzoekers. Soms met een tuinfeesttent,
kerstboom, gebak en de geur van koffie. Wat een dramaturgie alweer.

Het leek wel een voorbode op het bekende ‘Lichtfestival
Gent
’, maar deze keer viel er zoveel meer te beleven
dan een ‘Ooooo’ en ‘Aaaah’. Bij elk vuur knetterde er een ander verhaal. De verontwaardiging
met de asociale regering was er overal. Soms was een baas solidair en zag toe
op de aanvoer van stookhout. Soms was de nationale staking een welgekomen aanleiding
om eindelijk eens een aantal interne problemen aan te kaarten.

De eenzame
manager die normaal nooit voor negen uur verscheen, was nu al om drie uur met
zijn glanzende bedrijfswagen komen aanrijden om de stakers voor te zijn. Hij
keek eenzaam en blijkbaar werkloos toe van achter een raam. Tijdens deze
confrontaties was er ook tijd voor verbroedering: werknemers leerden voor het
eerst hun collega’s bij het naburige bedrijf kennen. Ze wisselden gedachten en warme
soep uit. Plannen voor alvast het volgende piket werden gemaakt. Dan zou er
gevoetbald worden, vriendschapsmatchen weliswaar.

Artistiek activisme

Onderweg naar de fietseling van Hart Boven
Hard
, zie ik aan de kunstschool Sint-Lucas ook een vuur op straat branden. Studentenvertegenwoordigers
Nele van Parys en Midas Van Dorpe zorgen er voor ambiance. Er worden liederen
gezonden als rond een kampvuur en aan de schoolmuur hangen affiches uit met de
leuze: ‘Sint-Lucas staakt mee’. Hier zijn grafisch vormgevers thuis.

Hoe lang
nog, als blijkt dat het KUL-management vanuit Leuven het plan heeft 35
voltijdse eenheden te ontslaan? Is er alleen nog interesse in het historische gebouw
en zal deze academie samen met haar waardevolle traditie aan cultuuronderwijs
verdwijnen?

Een paar straten verder, bij de kunstacademie
KASK, zijn theatermakers Chokri Ben Chikha en Marijke Pinoy samen met hun studenten
drama op post. Op het zebrapad aan de binnenring improviseren ze repertoiretheater
of een modedefilé, begeleid met camera’s, volgspot en micro. Een straat op de
strepen oversteken, dat mag, het is allemaal legaal.

Het ongemak van de
gestrande automobilisten slaagt al snel om in de glimlach van een
geprivilegieerde toeschouwer zittend op de eerste rij. Met getoeter zelfs, maar
dan als applaus. Na zelf zes jaar als docent op die school gewerkt te hebben,
is dat een heugelijk moment: de tijd van die soms zo plakkerige radicale chique
is ook hier eindelijk even voorbij. Nog niet zo lang geleden heerste er de waan
dat het kijken naar een lange en trage artistieke zwartwitfilm, met veel te
veel clair-obscur, het summum van een politieke daad was.

‘Kunst veredelt’

Na een pikettentocht verzamelt stakend Gent in
kunstencentrum Vooruit. Hoezo, kunst brengt mensen niet meer bij elkaar? Ook
hier maakte de tijd een sprong vooruit. Hoewel er op diezelfde plek tijdens de
staking van 30 januari 2012 nog het evenement We Strike Back plaatsvond, met een
voelbare stiefmoederlijke ondertoon ten aanzien van vakbondsacties, of waar de
hoofdeconoom van de neoliberale denktank Itinera, Marc de Vos, nog het podium kreeg om zijn
voorspelbaar anti-syndicaal non-betoog nog eens over te doen, was het nu
waarlijk een headquarters van het sociale verzet. Hier kwam iedereen
verslag uitbrengen: de voorzitters van zowel ABVV en ACV hielden hun toespraak,
te midden van kunstenaars, arbeiders, studenten, ambtenaren, activisten en zovele actievelingen uit
het ganse middenveld.

Een jaar na zijn honderdjarige
verjaardag
lijkt dit monument dus eindelijk even terug thuis
gekomen: onder het motto ‘kunst veredelt’ kregen de werkende mensen er in 1913 een
cultuurhuis. Het feestlokaal, dat doorheen de jaren in verval kwam, werd na een
artistieke kraakactie vanaf 1982 een onafhankelijk sociaal-cultureel centrum,
dat uitgroeide tot het huidige kunstencentrum. Het won (eveneens) in 2012 nog
de Vlaamse Cultuurprijs voor cultuurmanagement, als schoolvoorbeeld van wat we
sinds de jaren 1980 de professionalisering van de cultuursector kunnen noemen.

Cultuur als ideologische therapie

Sindsdien maakte het artistieke team een U-turn.
De ideologische crisis van onze cultuur kreeg zo in dit prominente kunsthuis
ook een gezicht: de botsing tussen een galopperend businessmodel en de vraag
naar meer maatschappelijke verantwoordelijkheid. Het was hoogtijd voor een
noodzakelijke cultuurtherapie, want zoals kunst is ook een kunstencentrum soms de
spiegel van onze samenleving.

Doorheen een zoektocht in originele transitie-experimenten,
die al wel eens in hun eigen goede bedoelingen strandde of waarbij het
opstijgend effect bij momenten meer lag aan de ideologische zwaartekrachtpanne
dan aan het vernieuwende elan, werd er ook hier op 15 december inzake
cultuurpolitiek geschiedenis geschreven.

Blijkt immers dat alvast een van de grootste
cultuurhuizen onze collectieve identiteitscrisis deels heeft uitgezweet. Het is
terug ‘ons’ huis geworden, dat de moeilijke oefening die kunst en cultuur is, in
de meest brede betekenis, wil aangaan met iedereen die de moeite doet er door
de deur te lopen.

Kortom, minister Gatz zit nog geen vier maanden in zijn
ministerzetel, en onder zijn mandaat zijn er al wonderen gebeurd. Hij omschreef
zichzelf met een hagiografisch boek ooit als een liberaal
guerrillero op links terrein’
. Dat klopt dan blijkbaar
toch, onbedoeld althans, met voorlopig een grote winst voor dat linkse terrein.
Ook kunst wordt er hopelijk gaandeweg alleen maar beter van.

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!